2017-01-01 | BWBR0035930 | Inkomstenbelasting, kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning, beleggingsrecht eigen woning en vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3
This commit is contained in:
parent
80a5b7858e
commit
54fb1ffeda
1 changed files with 67 additions and 67 deletions
|
|
@ -17,21 +17,21 @@ citeertitel: Inkomstenbelasting, kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening
|
||||||
**De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.**
|
**De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.**
|
||||||
|
|
||||||
*Het*
|
*Het*
|
||||||
besluit van 28 april 2009, *nr. CPP2008/1118M, wordt opnieuw uitgebracht. Dit besluit is geactualiseerd – onder meer aangepast aan het nieuwe partnerbegrip en het overgangsrecht voor de kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning – en aangevuld met nieuwe beleidsstandpunten.*
|
besluit van 28 april 2009, *nr. CPP2008/1118M, wordt opnieuw uitgebracht. Dit besluit is geactualiseerd – onder meer aangepast aan het nieuwe partnerbegrip en het overgangsrecht voor de kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning – en aangevuld met nieuwe beleidsstandpunten.*
|
||||||
|
|
||||||
## 1. Inleiding
|
## 1. Inleiding
|
||||||
|
|
||||||
In dit besluit zijn de beleidsstandpunten opgenomen op het terrein van de kapitaalverzekering en de kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Eenvoudshalve worden de KEW, SEW en BEW hierna tezamen KEW genoemd. De artikelen uit afdeling 3.6 van de Wet IB 2001, zoals die luidden op 31 december 2012 en die betrekking hadden op de KEW, zijn vervangen door overeenkomstige artikelen in hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001. In dit besluit wordt verwezen naar de huidige artikelen. De systematiek die geldt bij eerdere overgangsregimes voor kapitaalverzekeringen is van toepassing op dit overgangsrecht.
|
In dit besluit zijn de beleidsstandpunten opgenomen op het terrein van de kapitaalverzekering en de kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Eenvoudshalve worden de KEW, SEW en BEW hierna tezamen KEW genoemd. De artikelen uit afdeling 3.6 van de Wet IB 2001, zoals die luidden op 31 december 2012 en die betrekking hadden op de KEW, zijn vervangen door overeenkomstige artikelen in hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001. In dit besluit wordt verwezen naar de huidige artikelen. De systematiek die geldt bij eerdere overgangsregimes voor kapitaalverzekeringen is van toepassing op dit overgangsrecht.
|
||||||
|
|
||||||
Ook zijn de beleidsstandpunten opgenomen over vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die met toepassing van de Invoeringswet zijn omgezet in een KEW. Daarnaast zijn de beleidsstandpunten opgenomen die met het oog op de toepassing van de Invoeringswet zelf zijn ingenomen. Deze beleidsstandpunten zien op vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die niet zijn omgezet in een KEW. In vrijwel alle gevallen gaat het hierbij om kapitaalverzekeringen die behoren tot box 3. Voor dergelijke kapitaalverzekeringen blijft gedurende de gehele looptijd de Wet IB 1964 mede van toepassing.
|
Ook zijn de beleidsstandpunten opgenomen over vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die met toepassing van de Invoeringswet zijn omgezet in een KEW. Daarnaast zijn de beleidsstandpunten opgenomen die met het oog op de toepassing van de Invoeringswet zelf zijn ingenomen. Deze beleidsstandpunten zien op vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die niet zijn omgezet in een KEW. In vrijwel alle gevallen gaat het hierbij om kapitaalverzekeringen die behoren tot box 3. Voor dergelijke kapitaalverzekeringen blijft gedurende de gehele looptijd de Wet IB 1964 mede van toepassing.
|
||||||
|
|
||||||
De beleidsstandpunten over de KEW zijn in beginsel van overeenkomstige toepassing op kapitaalverzekeringen waarop op grond van de onderdelen AL en AM van de Invoeringswet de bepalingen van de Wet IB 1964, zoals deze luidden op 31 december 2000, van toepassing blijven. Dit wordt bij de beleidsstandpunten niet vermeld, alleen afwijkingen van dit uitgangspunt worden genoemd.
|
De beleidsstandpunten over de KEW zijn in beginsel van overeenkomstige toepassing op kapitaalverzekeringen waarop op grond van de onderdelen AL en AM van de Invoeringswet de bepalingen van de Wet IB 1964, zoals deze luidden op 31 december 2000, van toepassing blijven. Dit wordt bij de beleidsstandpunten niet vermeld, alleen afwijkingen van dit uitgangspunt worden genoemd.
|
||||||
|
|
||||||
De goedkeuring uit het besluit van 20 december 2012, BLKB 2012/1977M (Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties) is in dit besluit opgenomen. Daarnaast wordt de reikwijdte van deze goedkeuring uitgebreid met op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekeringen waarvan voor het rentebestanddeel een vrijstelling zou gelden wanneer gedurende een minimaal aantal jaren premies zijn voldaan.
|
De goedkeuring uit het besluit van 20 december 2012, BLKB 2012/1977M (Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties) is in dit besluit opgenomen. Daarnaast wordt de reikwijdte van deze goedkeuring uitgebreid met op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekeringen waarvan voor het rentebestanddeel een vrijstelling zou gelden wanneer gedurende een minimaal aantal jaren premies zijn voldaan.
|
||||||
|
|
||||||
In dit besluit zijn nieuwe standpunten opgenomen of zijn standpunten aangepast over de volgende onderwerpen:
|
In dit besluit zijn nieuwe standpunten opgenomen of zijn standpunten aangepast over de volgende onderwerpen:
|
||||||
|
|
||||||
– Overgangsrecht aanpassing partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011 (2.1.2);
|
– Overgangsrecht aanpassing partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011 (2.1.2);
|
||||||
– Gedeeltelijke afkoop na 15 jaar voor gebruik lage vrijstelling (2.3);
|
– Gedeeltelijke afkoop na 15 jaar voor gebruik lage vrijstelling (2.3);
|
||||||
– Stroomlijning voorwaarden voor een BEW (2.6);
|
– Stroomlijning voorwaarden voor een BEW (2.6);
|
||||||
– Gesplitste betaling door partners bij gemengde KEW (3.1.2);
|
– Gesplitste betaling door partners bij gemengde KEW (3.1.2);
|
||||||
|
|
@ -74,25 +74,25 @@ De geactualiseerde standpunten zijn thematisch gerangschikt en zoveel mogelijk s
|
||||||
|
|
||||||
### 2.1. Eigenwoningschuld, partnerbegrip en clausules; Gevolgen aanpassingen wetgeving
|
### 2.1. Eigenwoningschuld, partnerbegrip en clausules; Gevolgen aanpassingen wetgeving
|
||||||
|
|
||||||
Met ingang van 1 maart 2005 en 1 januari 2011 zijn in de Wet IB 2001 de begrippen ‘eigenwoningschuld’ en ‘gezamenlijke huishouding’ geïntroduceerd en is het begrip ‘partner’ aangepast.
|
Met ingang van 1 maart 2005 en 1 januari 2011 zijn in de Wet IB 2001 de begrippen ‘eigenwoningschuld’ en ‘gezamenlijke huishouding’ geïntroduceerd en is het begrip ‘partner’ aangepast.
|
||||||
|
|
||||||
#### 2.1.1. KEW-clausule voor kapitaalverzekeringen van vóór 1 oktober 2005
|
#### 2.1.1. KEW-clausule voor kapitaalverzekeringen van vóór 1 oktober 2005
|
||||||
|
|
||||||
Per 1 maart 2005 is in het toenmalige artikel 3.116 van de Wet IB 2001 het begrip ‘schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning’ vervangen door het begrip ‘eigenwoningschuld’. Ook is het begrip ‘gemeenschappelijke huishouding’ vervangen door ‘gezamenlijke huishouding’. Als overgangsregel geldt op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) de volgende goedkeuring voor kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten vóór 1 oktober 2005.
|
Per 1 maart 2005 is in het toenmalige artikel 3.116 van de Wet IB 2001 het begrip ‘schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning’ vervangen door het begrip ‘eigenwoningschuld’. Ook is het begrip ‘gemeenschappelijke huishouding’ vervangen door ‘gezamenlijke huishouding’. Als overgangsregel geldt op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) de volgende goedkeuring voor kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten vóór 1 oktober 2005.
|
||||||
|
|
||||||
Ik keur goed dat een kapitaalverzekering die is afgesloten vóór 1 oktober 2005 en die sinds het afsluiten voldeed aan de formele vereisten van het toenmalige artikel 3.116 van de Wet IB 2001 (tekst tot en met 28 februari 2005) geacht wordt te voldoen aan de voorwaarden van artikel 10bis.4 van de Wet IB 2001. Het is dus niet noodzakelijk om in deze polissen de verwijzing naar ‘schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning’ en ‘gemeenschappelijke huishouding’ aan te passen in een verwijzing naar ‘eigenwoningschuld’ respectievelijk ‘gezamenlijke huishouding’.
|
Ik keur goed dat een kapitaalverzekering die is afgesloten vóór 1 oktober 2005 en die sinds het afsluiten voldeed aan de formele vereisten van het toenmalige artikel 3.116 van de Wet IB 2001 (tekst tot en met 28 februari 2005) geacht wordt te voldoen aan de voorwaarden van artikel 10bis.4 van de Wet IB 2001. Het is dus niet noodzakelijk om in deze polissen de verwijzing naar ‘schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning’ en ‘gemeenschappelijke huishouding’ aan te passen in een verwijzing naar ‘eigenwoningschuld’ respectievelijk ‘gezamenlijke huishouding’.
|
||||||
|
|
||||||
Deze goedkeuring laat onverlet dat voor een op of na 1 maart 2005 ontvangen kapitaalsuitkering de tekst van artikel 10bis.6 van de Wet IB 2001 met ingang van die datum van toepassing is. Dit betekent dat van de kapitaalsuitkering geen hoger bedrag kan zijn vrijgesteld dan het bedrag van de ‘eigenwoningschuld’ op het tijdstip van uitkering. Dit houdt ook in dat met ingang van 1 maart 2005 met de uitkering ten hoogste het bedrag van de ‘eigenwoningschuld’ hoeft te worden afgelost en dus niet langer de ‘schulden ter zake van de eigen woning’.
|
Deze goedkeuring laat onverlet dat voor een op of na 1 maart 2005 ontvangen kapitaalsuitkering de tekst van artikel 10bis.6 van de Wet IB 2001 met ingang van die datum van toepassing is. Dit betekent dat van de kapitaalsuitkering geen hoger bedrag kan zijn vrijgesteld dan het bedrag van de ‘eigenwoningschuld’ op het tijdstip van uitkering. Dit houdt ook in dat met ingang van 1 maart 2005 met de uitkering ten hoogste het bedrag van de ‘eigenwoningschuld’ hoeft te worden afgelost en dus niet langer de ‘schulden ter zake van de eigen woning’.
|
||||||
|
|
||||||
#### 2.1.2. Aanpassing partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011; Overgangsrecht
|
#### 2.1.2. Aanpassing partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011; Overgangsrecht
|
||||||
|
|
||||||
Gelijktijdig met de introductie van een nieuw partnerbegrip in artikel 1.2 van de Wet IB 2001 zijn de bepalingen met het begrip ‘duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding’ aangepast aan het nieuwe partnerbegrip. Met ingang van 1 januari 2011 is ‘verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert’ vervangen door ‘verzekeringnemer of zijn partner’. Dit kan betekenen dat een KEW vanaf 1 januari 2011, na inwerkingtreding van het nieuwe partnerbegrip, niet aan de eisen van artikel 10bis.4 of 10bis.5 van de Wet IB 2001 voldoet. De partners zouden dan moeten afrekenen over het rentebestanddeel dat op 1 januari 2011 is begrepen in de waarde van de KEW. Ook zouden bepaalde versoepelingen voor partners in het vrijstellingsregime voor de KEW (artikelen 10bis.6 en 10bis.7 van de Wet IB 2001) niet meer gelden. Om dit te voorkomen geldt de volgende overgangsmaatregel.
|
Gelijktijdig met de introductie van een nieuw partnerbegrip in artikel 1.2 van de Wet IB 2001 zijn de bepalingen met het begrip ‘duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding’ aangepast aan het nieuwe partnerbegrip. Met ingang van 1 januari 2011 is ‘verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert’ vervangen door ‘verzekeringnemer of zijn partner’. Dit kan betekenen dat een KEW vanaf 1 januari 2011, na inwerkingtreding van het nieuwe partnerbegrip, niet aan de eisen van artikel 10bis.4 of 10bis.5 van de Wet IB 2001 voldoet. De partners zouden dan moeten afrekenen over het rentebestanddeel dat op 1 januari 2011 is begrepen in de waarde van de KEW. Ook zouden bepaalde versoepelingen voor partners in het vrijstellingsregime voor de KEW (artikelen 10bis.6 en 10bis.7 van de Wet IB 2001) niet meer gelden. Om dit te voorkomen geldt de volgende overgangsmaatregel.
|
||||||
|
|
||||||
Voor contracten die op basis van het tot 1 januari 2011 geldende partnerbegrip als KEW kwalificeren (dus inclusief het begrip duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding) en vanaf 1 januari 2011 niet meer, geldt eerbiedigende werking (artikel XXVIA van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010). Dergelijke contracten worden nog behandeld volgens de regels zoals die tot en met 31 december 2010 golden. Dit houdt in dat degene die tot en met 2010 voor de KEW partner was, dat na 2010 ook is. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving.
|
Voor contracten die op basis van het tot 1 januari 2011 geldende partnerbegrip als KEW kwalificeren (dus inclusief het begrip duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding) en vanaf 1 januari 2011 niet meer, geldt eerbiedigende werking (artikel XXVIA van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010). Dergelijke contracten worden nog behandeld volgens de regels zoals die tot en met 31 december 2010 golden. Dit houdt in dat degene die tot en met 2010 voor de KEW partner was, dat na 2010 ook is. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving.
|
||||||
|
|
||||||
#### 2.1.3. KEW-clausule
|
#### 2.1.3. KEW-clausule
|
||||||
|
|
||||||
Als in de polis van een kapitaalverzekering de volgende clausule is opgenomen, voldoet deze verzekering in ieder geval aan de formele eisen die op dit punt aan een KEW worden gesteld (artikel 10bis.4, tweede lid, onderdeel a, van de Wet IB 2001): ‘De begunstigde zal de verzekerde uitkering (...) aanwenden ter aflossing van de eigenwoningschuld in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de verzekeringnemer en/of zijn partner’. Zoals in paragraaf 2.1.2 is aangegeven is het fiscaal geen probleem als de clausule in de polis niet aan het gewijzigde partnerbegrip is aangepast en er nog verwezen wordt naar ‘de eigenwoningschuld (...) van de verzekeringnemer, van de echtgeno(o)t(e) of van degene met wie de verzekeringnemer duurzaam een gezamelijke huishouding voert’. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving.
|
Als in de polis van een kapitaalverzekering de volgende clausule is opgenomen, voldoet deze verzekering in ieder geval aan de formele eisen die op dit punt aan een KEW worden gesteld (artikel 10bis.4, tweede lid, onderdeel a, van de Wet IB 2001): ‘De begunstigde zal de verzekerde uitkering (...) aanwenden ter aflossing van de eigenwoningschuld in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de verzekeringnemer en/of zijn partner’. Zoals in paragraaf 2.1.2 is aangegeven is het fiscaal geen probleem als de clausule in de polis niet aan het gewijzigde partnerbegrip is aangepast en er nog verwezen wordt naar ‘de eigenwoningschuld (...) van de verzekeringnemer, van de echtgeno(o)t(e) of van degene met wie de verzekeringnemer duurzaam een gezamelijke huishouding voert’. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving.
|
||||||
|
|
||||||
Als in de voorwaarden van een spaarrekening of een beleggingsrecht de volgende clausule is opgenomen, voldoet deze spaarrekening of dit beleggingsrecht in ieder geval aan de formele eisen die op dit punt aan een SEW of BEW worden gesteld (artikel 10bis.5, tweede lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001): ‘De rekeninghouder zal het opgebouwde tegoed aanwenden ter aflossing van zijn eigenwoningschuld in de zin van de Wet IB 2001 of van zijn partner.’ Andere formuleringen waarin inhoudelijk dezelfde elementen worden genoemd, voldoen uiteraard ook.
|
Als in de voorwaarden van een spaarrekening of een beleggingsrecht de volgende clausule is opgenomen, voldoet deze spaarrekening of dit beleggingsrecht in ieder geval aan de formele eisen die op dit punt aan een SEW of BEW worden gesteld (artikel 10bis.5, tweede lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001): ‘De rekeninghouder zal het opgebouwde tegoed aanwenden ter aflossing van zijn eigenwoningschuld in de zin van de Wet IB 2001 of van zijn partner.’ Andere formuleringen waarin inhoudelijk dezelfde elementen worden genoemd, voldoen uiteraard ook.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -102,11 +102,11 @@ Eén van de voorwaarden die wordt gesteld aan een KEW is dat er een kapitaalsuit
|
||||||
|
|
||||||
De Nederlandsche Bank is belast met de uitvoering van de Wft en bepaalt de inhoud van het begrip levensverzekering.
|
De Nederlandsche Bank is belast met de uitvoering van de Wft en bepaalt de inhoud van het begrip levensverzekering.
|
||||||
|
|
||||||
In het rapport van de werkgroep levensverzekeringen WTV-Wet IB (van 4 juni 1993, gepubliceerd in FED 1993/525) zijn nadere criteria opgenomen over de inhoud van het begrip levensverzekering. Deze nadere criteria houden (samengevat) in dat van een levensverzekering pas sprake kan zijn als de verzekeringnemer/begunstigde een gerede kans heeft dat de overeenkomst hem substantieel meer oplevert dan de waarde van de betaalde premies vermeerderd met het door de verzekeraar behaalde rendement (de zogenoemde bonus). De nadere criteria hebben geleid tot rekenregels die in het rapport zijn opgenomen.
|
In het rapport van de werkgroep levensverzekeringen WTV-Wet IB (van 4 juni 1993, gepubliceerd in FED 1993/525) zijn nadere criteria opgenomen over de inhoud van het begrip levensverzekering. Deze nadere criteria houden (samengevat) in dat van een levensverzekering pas sprake kan zijn als de verzekeringnemer/begunstigde een gerede kans heeft dat de overeenkomst hem substantieel meer oplevert dan de waarde van de betaalde premies vermeerderd met het door de verzekeraar behaalde rendement (de zogenoemde bonus). De nadere criteria hebben geleid tot rekenregels die in het rapport zijn opgenomen.
|
||||||
|
|
||||||
De Nederlandsche Bank hanteert de nadere criteria voor overeenkomsten die zijn gesloten na 30 juni 1993 evenals voor overeenkomsten die na die datum zijn gewijzigd. Overeenkomsten die zijn afgesloten vóór 1 juli 1993 en die niet voldoen aan de nadere criteria merkt De Nederlandsche Bank ook aan als overeenkomsten van levensverzekering (eerbiedigende werking).
|
De Nederlandsche Bank hanteert de nadere criteria voor overeenkomsten die zijn gesloten na 30 juni 1993 evenals voor overeenkomsten die na die datum zijn gewijzigd. Overeenkomsten die zijn afgesloten vóór 1 juli 1993 en die niet voldoen aan de nadere criteria merkt De Nederlandsche Bank ook aan als overeenkomsten van levensverzekering (eerbiedigende werking).
|
||||||
|
|
||||||
Voor de toepassing van de Wet IB 2001 sluit ik aan bij de uitleg die De Nederlandsche Bank geeft aan het begrip levensverzekering. Dit standpunt brengt mee dat op of na 1 januari 2001 gesloten of omgezette overeenkomsten van levensverzekering dienen te voldoen aan de door De Nederlandsche Bank gehanteerde nadere criteria zoals opgenomen in het eerder genoemde rapport. Het is dus niet voldoende als de afhankelijkheid van leven en/of sterven (slechts) formeel in de overeenkomst wordt opgenomen.
|
Voor de toepassing van de Wet IB 2001 sluit ik aan bij de uitleg die De Nederlandsche Bank geeft aan het begrip levensverzekering. Dit standpunt brengt mee dat op of na 1 januari 2001 gesloten of omgezette overeenkomsten van levensverzekering dienen te voldoen aan de door De Nederlandsche Bank gehanteerde nadere criteria zoals opgenomen in het eerder genoemde rapport. Het is dus niet voldoende als de afhankelijkheid van leven en/of sterven (slechts) formeel in de overeenkomst wordt opgenomen.
|
||||||
|
|
||||||
### 2.3. Eenmalige kapitaalsuitkering
|
### 2.3. Eenmalige kapitaalsuitkering
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -128,7 +128,7 @@ Nadat een eerste uitkering heeft plaatsgevonden, wordt bij de volgende uitkering
|
||||||
|
|
||||||
In het algemeen hebben kapitaalverzekeringen die worden gesloten in verband met de financiering van de eigen woning, een verzekerde uitkering bij in leven zijn op een bepaalde datum en een verzekerde uitkering ten gevolge van eerder overlijden. Het overlijdensgedeelte van een dergelijke verzekering kan daarbij behoren tot de grondslag van box 3 (zie paragraaf 2.4.2), terwijl de uitkering bij leven een KEW vormt. De beide verzekerde uitkeringen moeten in dat geval worden vormgegeven als zelfstandige overeenkomsten, ook als beide verzekeringen worden opgenomen in één polis. Dit houdt in dat de premies in beginsel afzonderlijk moeten worden berekend.
|
In het algemeen hebben kapitaalverzekeringen die worden gesloten in verband met de financiering van de eigen woning, een verzekerde uitkering bij in leven zijn op een bepaalde datum en een verzekerde uitkering ten gevolge van eerder overlijden. Het overlijdensgedeelte van een dergelijke verzekering kan daarbij behoren tot de grondslag van box 3 (zie paragraaf 2.4.2), terwijl de uitkering bij leven een KEW vormt. De beide verzekerde uitkeringen moeten in dat geval worden vormgegeven als zelfstandige overeenkomsten, ook als beide verzekeringen worden opgenomen in één polis. Dit houdt in dat de premies in beginsel afzonderlijk moeten worden berekend.
|
||||||
|
|
||||||
Omwille van de eenvoud en uitvoerbaarheid kan als alternatief ook worden uitgegaan van een premieberekening van het levengedeelte en van het overlijdensgedeelte die overeenkomt met een van de wijzen van premiesplitsing zoals voor de toepassing van de Successiewet is beschreven in het Besluit van 14 december 2010, DGB2010/873M (Successiewet. Fictieve verkrijging; levensverzekering en derdenbeding. Premiesplitsing).
|
Omwille van de eenvoud en uitvoerbaarheid kan als alternatief ook worden uitgegaan van een premieberekening van het levengedeelte en van het overlijdensgedeelte die overeenkomt met een van de wijzen van premiesplitsing zoals voor de toepassing van de Successiewet is beschreven in het Besluit van 14 december 2010, DGB2010/873M (Successiewet. Fictieve verkrijging; levensverzekering en derdenbeding. Premiesplitsing).
|
||||||
|
|
||||||
Bij de kapitaalsuitkering bij leven is het rentebestanddeel belast (behalve voor zover de vrijstelling van toepassing is). Het rentebestanddeel is het bedrag waarmee de uitkering de voor de verzekering betaalde premies overtreft. Bij fiscaal gesplitste verzekeringen zoals hiervóór beschreven, worden de premies die zijn betaald voor de uitkering bij overlijden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het belastbare rentebestanddeel in de uitkering bij leven.
|
Bij de kapitaalsuitkering bij leven is het rentebestanddeel belast (behalve voor zover de vrijstelling van toepassing is). Het rentebestanddeel is het bedrag waarmee de uitkering de voor de verzekering betaalde premies overtreft. Bij fiscaal gesplitste verzekeringen zoals hiervóór beschreven, worden de premies die zijn betaald voor de uitkering bij overlijden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het belastbare rentebestanddeel in de uitkering bij leven.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -148,7 +148,7 @@ De partner moet de instelling binnen een redelijke termijn mededelen dat hij de
|
||||||
|
|
||||||
### 2.6. Stroomlijning voorwaarden voor BEW
|
### 2.6. Stroomlijning voorwaarden voor BEW
|
||||||
|
|
||||||
Tussen 2008 en 1 april 2013 kon een belastingplichtige een nieuwe BEW aangaan (sindsdien is alleen nog oversluiten van een bestaande KEW, SEW of BEW mogelijk). De voorwaarden waaraan een BEW en de aanbieders daarvan moeten voldoen, zijn opgenomen in artikel 10bis.5, derde lid, van de Wet IB 2001. Over de uitleg van deze bepaling blijkt in de praktijk onduidelijkheid te bestaan. Dit kan belemmerend werken bij het aanbieden van BEW’s.
|
Tussen 2008 en 1 april 2013 kon een belastingplichtige een nieuwe BEW aangaan (sindsdien is alleen nog oversluiten van een bestaande KEW, SEW of BEW mogelijk). De voorwaarden waaraan een BEW en de aanbieders daarvan moeten voldoen, zijn opgenomen in artikel 10bis.5, derde lid, van de Wet IB 2001. Over de uitleg van deze bepaling blijkt in de praktijk onduidelijkheid te bestaan. Dit kan belemmerend werken bij het aanbieden van BEW’s.
|
||||||
|
|
||||||
Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat in aansluiting op artikel 1:1 van de Wft in de Wet IB 2001 onder beheerder van een beleggingsinstelling wordt verstaan iedere rechtspersoon die ingevolge de Wft bevoegd is rechten van deelneming aan te bieden in een door hem beheerde beleggingsinstelling in Nederland. Dit betekent dat de beheerder zelf geen beleggingsinstelling hoeft te zijn.
|
Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat in aansluiting op artikel 1:1 van de Wft in de Wet IB 2001 onder beheerder van een beleggingsinstelling wordt verstaan iedere rechtspersoon die ingevolge de Wft bevoegd is rechten van deelneming aan te bieden in een door hem beheerde beleggingsinstelling in Nederland. Dit betekent dat de beheerder zelf geen beleggingsinstelling hoeft te zijn.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -211,13 +211,13 @@ In een dergelijke situatie zijn de vrijstellingen voor een KEW uitsluitend van t
|
||||||
|
|
||||||
#### 3.1.5. Verlaging premie voor vrijstelling bij arbeidsongeschiktheid; wetswijziging 2004 (geldt niet voor SEW’s en BEW’s)
|
#### 3.1.5. Verlaging premie voor vrijstelling bij arbeidsongeschiktheid; wetswijziging 2004 (geldt niet voor SEW’s en BEW’s)
|
||||||
|
|
||||||
Vanaf 1 januari 2004 hebben werkgevers bij ziekte een loondoorbetalingverplichting van twee jaar (Wet verlenging loondoorbetalingverplichting bij ziekte 2003). Vóór 1 januari 2004 gold een termijn van één jaar. Door deze wetswijziging zijn premies voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid verlaagd. De premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van een kapitaalverzekering kan gekoppeld zijn aan de criteria van de WAO. Een verlaging van de premie voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid kan dan tevens leiden tot een verlaging van de premie voor de KEW (artikel 10bis.4, zevende lid, van de Wet IB 2001). De verlaging van de premie kan leiden tot overschrijding van de bandbreedte-eis voor de premies en daarmee zou het recht op vrijstelling van de uitkering verloren gaan.
|
Vanaf 1 januari 2004 hebben werkgevers bij ziekte een loondoorbetalingverplichting van twee jaar (Wet verlenging loondoorbetalingverplichting bij ziekte 2003). Vóór 1 januari 2004 gold een termijn van één jaar. Door deze wetswijziging zijn premies voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid verlaagd. De premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van een kapitaalverzekering kan gekoppeld zijn aan de criteria van de WAO. Een verlaging van de premie voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid kan dan tevens leiden tot een verlaging van de premie voor de KEW (artikel 10bis.4, zevende lid, van de Wet IB 2001). De verlaging van de premie kan leiden tot overschrijding van de bandbreedte-eis voor de premies en daarmee zou het recht op vrijstelling van de uitkering verloren gaan.
|
||||||
|
|
||||||
Omdat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de kapitaalverzekering betrokken partijen geen invloed hebben gehad, keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Een verlaging van de premie voor een KEW louter als gevolg van de bedoelde verlaging van de premie voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, leidt niet tot een in aanmerking te nemen overschrijding van de bandbreedte-eis (zie ook paragraaf 7.5.2).
|
Omdat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de kapitaalverzekering betrokken partijen geen invloed hebben gehad, keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Een verlaging van de premie voor een KEW louter als gevolg van de bedoelde verlaging van de premie voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, leidt niet tot een in aanmerking te nemen overschrijding van de bandbreedte-eis (zie ook paragraaf 7.5.2).
|
||||||
|
|
||||||
#### 3.1.6. Verlaging premie voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid; Invoering wetgeving (
|
#### 3.1.6. Verlaging premie voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid; Invoering wetgeving (
|
||||||
|
|
||||||
Als gevolg van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) worden vanaf 1 januari 2006 de op kapitaalverzekeringen meeverzekerde rechten van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid aangepast in verband met het verdwijnen van de WAO. Deze dekkingen worden in overeenstemming gebracht met de bepalingen van de WIA. De premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van een kapitaalverzekering is gekoppeld aan de criteria van de WAO. De aangehaalde wetswijziging leidt dan tot een verlaging van de premies voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Dit leidt tevens tot een verlaging van de premie voor de KEW. De verlaging van de premie kan leiden tot overschrijding van de bandbreedte-eis voor de premies en daarmee zou het recht op vrijstelling van de uitkering verloren gaan.
|
Als gevolg van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) worden vanaf 1 januari 2006 de op kapitaalverzekeringen meeverzekerde rechten van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid aangepast in verband met het verdwijnen van de WAO. Deze dekkingen worden in overeenstemming gebracht met de bepalingen van de WIA. De premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van een kapitaalverzekering is gekoppeld aan de criteria van de WAO. De aangehaalde wetswijziging leidt dan tot een verlaging van de premies voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Dit leidt tevens tot een verlaging van de premie voor de KEW. De verlaging van de premie kan leiden tot overschrijding van de bandbreedte-eis voor de premies en daarmee zou het recht op vrijstelling van de uitkering verloren gaan.
|
||||||
|
|
||||||
Omdat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de kapitaalverzekering betrokken partijen geen invloed hebben gehad, keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Een verlaging van de premie voor een KEW louter als gevolg van de invoering van de WIA, leidt niet tot een in aanmerking te nemen overschrijding van de bandbreedte-eis (zie ook paragraaf 7.5.2).
|
Omdat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de kapitaalverzekering betrokken partijen geen invloed hebben gehad, keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Een verlaging van de premie voor een KEW louter als gevolg van de invoering van de WIA, leidt niet tot een in aanmerking te nemen overschrijding van de bandbreedte-eis (zie ook paragraaf 7.5.2).
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -231,7 +231,7 @@ Ik keur goed dat in dergelijke situaties bijstelling van de totaalpremie van de
|
||||||
|
|
||||||
#### 3.1.8. Wijziging premies door sekseneutrale tarieven (geldt niet voor SEW’s en BEW’s)
|
#### 3.1.8. Wijziging premies door sekseneutrale tarieven (geldt niet voor SEW’s en BEW’s)
|
||||||
|
|
||||||
Met ingang van 21 december 2012 zijn aanbieders verplicht bij de vaststelling van premies uit te gaan van sekseneutrale tarieven. Ook voor bestaande KEW’s kan als gevolg daarvan de noodzaak ontstaan, bijvoorbeeld bij omzettingen, tot bijstelling van de premies. Als gevolg daarvan kan overschrijding van de bandbreedte plaatsvinden met ongewenste gevolgen. Ik vind het in deze situaties ongewenst dat het recht op de vrijstelling van de kapitaalsuitkering mogelijk verloren gaat. Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.
|
Met ingang van 21 december 2012 zijn aanbieders verplicht bij de vaststelling van premies uit te gaan van sekseneutrale tarieven. Ook voor bestaande KEW’s kan als gevolg daarvan de noodzaak ontstaan, bijvoorbeeld bij omzettingen, tot bijstelling van de premies. Als gevolg daarvan kan overschrijding van de bandbreedte plaatsvinden met ongewenste gevolgen. Ik vind het in deze situaties ongewenst dat het recht op de vrijstelling van de kapitaalsuitkering mogelijk verloren gaat. Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.
|
||||||
|
|
||||||
Goedkeuring
|
Goedkeuring
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -260,7 +260,7 @@ Als de depotvoorwaarden de beschikkingsmacht van de verzekeringnemer over de in
|
||||||
Er bestaat voor de verzekeringnemer voldoende beschikkingsmacht over het premiedepot als door de verzekeraar geen voorwaarden worden gesteld, of geen verdergaande voorwaarden dan één of meer van de volgende:
|
Er bestaat voor de verzekeringnemer voldoende beschikkingsmacht over het premiedepot als door de verzekeraar geen voorwaarden worden gesteld, of geen verdergaande voorwaarden dan één of meer van de volgende:
|
||||||
|
|
||||||
a. Voor opzegging van het premiedepot geldt een opzegtermijn van ten hoogste drie maanden;
|
a. Voor opzegging van het premiedepot geldt een opzegtermijn van ten hoogste drie maanden;
|
||||||
b. De vergoeding die de verzekeraar bij opzegging vraagt voor administratiekosten mag geen te hoge drempel opwerpen voor opname van het depot. Een vergoeding van bij voorbeeld 1% van de depotwaarde met een minimum van € 100 vormt geen te hoge drempel;
|
b. De vergoeding die de verzekeraar bij opzegging vraagt voor administratiekosten mag geen te hoge drempel opwerpen voor opname van het depot. Een vergoeding van bij voorbeeld 1% van de depotwaarde met een minimum van € 100 vormt geen te hoge drempel;
|
||||||
c. Bij opzegging in verband met wijziging van de rentestand kan een vergoeding in rekening wordt gebracht. Deze mag niet hoger zijn dan overeenkomt met het door de financiële instelling te lijden rentenadeel.
|
c. Bij opzegging in verband met wijziging van de rentestand kan een vergoeding in rekening wordt gebracht. Deze mag niet hoger zijn dan overeenkomt met het door de financiële instelling te lijden rentenadeel.
|
||||||
|
|
||||||
Ik merk premiedepots die slechts één of meer van de genoemde voorwaarden kennen, in ieder geval aan als reële premiedepots. De desbetreffende financiële instellingen hoeven hun depotvoorwaarden niet aan de inspecteur voor te leggen.
|
Ik merk premiedepots die slechts één of meer van de genoemde voorwaarden kennen, in ieder geval aan als reële premiedepots. De desbetreffende financiële instellingen hoeven hun depotvoorwaarden niet aan de inspecteur voor te leggen.
|
||||||
|
|
@ -327,7 +327,7 @@ Als de verzekeringnemer geen of te weinig premies heeft betaald, bestaat het her
|
||||||
|
|
||||||
Als de verzekeringnemer in het verzekeringsjaar een te hoge premie heeft betaald, kan de aanbieder in die situatie een (deel van een) premie terugstorten.
|
Als de verzekeringnemer in het verzekeringsjaar een te hoge premie heeft betaald, kan de aanbieder in die situatie een (deel van een) premie terugstorten.
|
||||||
|
|
||||||
Belanghebbende heeft een kapitaalverzekering met een verzekeringsjaar dat loopt van 1 mei tot en met 30 april. In het verzekeringsjaar 1 mei 2013 tot en met 30 april 2014 heeft hij € 1.000 te veel aan premie betaald gelet op de voor vrijstelling vereiste bandbreedte van de premies. Belanghebbende kan deze fout herstellen door de te veel betaalde premie uiterlijk 31 oktober 2015 (binnen 6 maanden na afloop van het verzekeringsjaar 1 mei 2014 tot en met 30 april 2015) door de aanbieder terug te laten betalen. Deze terugbetaling kan ook plaatsvinden door met de aanbieder een verrekening met een nog verschuldigde premie overeen te komen.
|
Belanghebbende heeft een kapitaalverzekering met een verzekeringsjaar dat loopt van 1 mei tot en met 30 april. In het verzekeringsjaar 1 mei 2013 tot en met 30 april 2014 heeft hij € 1.000 te veel aan premie betaald gelet op de voor vrijstelling vereiste bandbreedte van de premies. Belanghebbende kan deze fout herstellen door de te veel betaalde premie uiterlijk 31 oktober 2015 (binnen 6 maanden na afloop van het verzekeringsjaar 1 mei 2014 tot en met 30 april 2015) door de aanbieder terug te laten betalen. Deze terugbetaling kan ook plaatsvinden door met de aanbieder een verrekening met een nog verschuldigde premie overeen te komen.
|
||||||
|
|
||||||
## 4. Vrijstellingen
|
## 4. Vrijstellingen
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -367,15 +367,15 @@ Een beleggingsrekening kan onderdeel uitmaken van een SEW en is standaard bij ee
|
||||||
|
|
||||||
Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat de vrijstelling in deze situatie niet voor een deel verloren behoeft te gaan. De vrijstelling blijft in ieder geval van toepassing op het tegoed dat wordt gebruikt voor aflossing van de eigenwoningschuld. Als voorts het voor aflossing ontbrekende bedrag – als gevolg van de waardedaling – uit andere middelen wordt aangevuld is in zoverre ook de vrijstelling van toepassing. Op deze wijze wordt in totaal alsnog een bedrag ter grootte van het op overlijdensdatum aanwezige tegoed voor de aflossing van de eigenwoningschuld gebruikt en is vrijgesteld.
|
Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat de vrijstelling in deze situatie niet voor een deel verloren behoeft te gaan. De vrijstelling blijft in ieder geval van toepassing op het tegoed dat wordt gebruikt voor aflossing van de eigenwoningschuld. Als voorts het voor aflossing ontbrekende bedrag – als gevolg van de waardedaling – uit andere middelen wordt aangevuld is in zoverre ook de vrijstelling van toepassing. Op deze wijze wordt in totaal alsnog een bedrag ter grootte van het op overlijdensdatum aanwezige tegoed voor de aflossing van de eigenwoningschuld gebruikt en is vrijgesteld.
|
||||||
|
|
||||||
Op het tijdstip van overlijden bedraagt de waarde van het SEW tegoed € 100.000. Als twee maanden later de eigenwoningschuld wordt afgelost, is het tegoed als gevolg van koersdalingen nog maar € 95.000 waard. De belastingplichtige heeft nog niet eerder van de vrijstelling gebruik gemaakt.
|
Op het tijdstip van overlijden bedraagt de waarde van het SEW tegoed € 100.000. Als twee maanden later de eigenwoningschuld wordt afgelost, is het tegoed als gevolg van koersdalingen nog maar € 95.000 waard. De belastingplichtige heeft nog niet eerder van de vrijstelling gebruik gemaakt.
|
||||||
|
|
||||||
De vrijstelling is in ieder geval van toepassing op € 95.000 als daarmee de eigenwoningschuld wordt afgelost. Het rentebestanddeel in de ontbrekende € 5.000 is in beginsel belast. De belastingplichtige kan desgewenst € 5.000 aflossen uit andere middelen als gevolg waarvan € 100.000 is vrijgesteld. Als het tegoed van de SEW door koersstijgingen hoger wordt dan het tegoed op het tijdstip van overlijden, dan blijft de vrijstelling op het tegoed van € 100.000 van toepassing. Het hogere bedrag hoeft niet te worden aangewend voor de aflossing van de eigenwoningschuld en behoort tot box 3.
|
De vrijstelling is in ieder geval van toepassing op € 95.000 als daarmee de eigenwoningschuld wordt afgelost. Het rentebestanddeel in de ontbrekende € 5.000 is in beginsel belast. De belastingplichtige kan desgewenst € 5.000 aflossen uit andere middelen als gevolg waarvan € 100.000 is vrijgesteld. Als het tegoed van de SEW door koersstijgingen hoger wordt dan het tegoed op het tijdstip van overlijden, dan blijft de vrijstelling op het tegoed van € 100.000 van toepassing. Het hogere bedrag hoeft niet te worden aangewend voor de aflossing van de eigenwoningschuld en behoort tot box 3.
|
||||||
|
|
||||||
### 4.6. Vrijstelling KEW wegens vervallen goedkoperwonenregeling
|
### 4.6. Vrijstelling KEW wegens vervallen goedkoperwonenregeling
|
||||||
|
|
||||||
Met ingang van 1 januari 2010 is voor de bijleenregeling de goedkoperwonenregeling vervallen. Dit kan gevolgen hebben voor belastingplichtigen met een KEW die wat betreft de te bereiken hoogte was afgestemd op de voormalige, duurdere eigen woning. Het maximale bedrag waarvoor de vrijstelling geldt, kan lager zijn omdat door het vervallen van de goedkoperwonenregeling de eigenwoningschuld na de verhuizing lager is geworden (artikel 10bis.6 van de Wet IB 2001). Bepaalde gevolgen voor deze belastingplichtigen met een KEW acht ik niet gewenst. Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.
|
Met ingang van 1 januari 2010 is voor de bijleenregeling de goedkoperwonenregeling vervallen. Dit kan gevolgen hebben voor belastingplichtigen met een KEW die wat betreft de te bereiken hoogte was afgestemd op de voormalige, duurdere eigen woning. Het maximale bedrag waarvoor de vrijstelling geldt, kan lager zijn omdat door het vervallen van de goedkoperwonenregeling de eigenwoningschuld na de verhuizing lager is geworden (artikel 10bis.6 van de Wet IB 2001). Bepaalde gevolgen voor deze belastingplichtigen met een KEW acht ik niet gewenst. Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.
|
||||||
|
|
||||||
Ik keur onder de hierna vermelde voorwaarden goed dat voor de toepassing van artikel 10bis.6 van de Wet IB 2001 de op het tijdstip van de kapitaalsuitkering bestaande eigenwoningschuld voor zover nodig fictief wordt verhoogd. Die verhoging geldt voor de belastingplichtigen die na 1 januari 2010 goedkoper zijn gaan wonen. Van goedkoperwonen is sprake als zowel de eigenwoningschuld van de nieuwe eigen woning direct na de verwerving daarvan (A) als de verwervingskosten van de nieuwe eigen woning (C) lager zijn dan de eigenwoningschuld van de vorige eigen woning (B).
|
Ik keur onder de hierna vermelde voorwaarden goed dat voor de toepassing van artikel 10bis.6 van de Wet IB 2001 de op het tijdstip van de kapitaalsuitkering bestaande eigenwoningschuld voor zover nodig fictief wordt verhoogd. Die verhoging geldt voor de belastingplichtigen die na 1 januari 2010 goedkoper zijn gaan wonen. Van goedkoperwonen is sprake als zowel de eigenwoningschuld van de nieuwe eigen woning direct na de verwerving daarvan (A) als de verwervingskosten van de nieuwe eigen woning (C) lager zijn dan de eigenwoningschuld van de vorige eigen woning (B).
|
||||||
|
|
||||||
De fictieve verhoging van de eigenwoningschuld op grond van deze goedkeuring is gelijk aan het verschil tussen de eigenwoningschuld van de vorige eigen woning en de nieuwe eigenwoningschuld (B – A), maar niet meer dan het verschil tussen de verwervingskosten van de nieuwe woning en de nieuwe eigenwoningschuld (C – A).
|
De fictieve verhoging van de eigenwoningschuld op grond van deze goedkeuring is gelijk aan het verschil tussen de eigenwoningschuld van de vorige eigen woning en de nieuwe eigenwoningschuld (B – A), maar niet meer dan het verschil tussen de verwervingskosten van de nieuwe woning en de nieuwe eigenwoningschuld (C – A).
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -385,19 +385,19 @@ De fictieve verhoging van de eigenwoningschuld op grond van deze goedkeuring is
|
||||||
|
|
||||||
De totale vrijstelling kan uiteraard nooit hoger zijn dan het in het jaar geldende wettelijke maximum.
|
De totale vrijstelling kan uiteraard nooit hoger zijn dan het in het jaar geldende wettelijke maximum.
|
||||||
|
|
||||||
*In 2010 verkoopt X zijn woning voor € 200.000. Voor deze woning heeft hij een eigenwoningschuld van € 150.000 (B). De eigenwoningreserve bedraagt € 50.000. Ook in 2010 koopt X een nieuwe, goedkopere woning voor € 125.000 (C). Hij financiert deze woning geheel met geleend geld. Door de eigenwoningreserve wordt de eigenwoningschuld van X gekort tot € 75.000 (A). De rest van de schuld (€ 50.000) gaat tot box 3 behoren. X heeft bij de aankoop van zijn vorige woning een KEW met een verzekerd kapitaal van € 150.000 afgesloten.*
|
*In 2010 verkoopt X zijn woning voor € 200.000. Voor deze woning heeft hij een eigenwoningschuld van € 150.000 (B). De eigenwoningreserve bedraagt € 50.000. Ook in 2010 koopt X een nieuwe, goedkopere woning voor € 125.000 (C). Hij financiert deze woning geheel met geleend geld. Door de eigenwoningreserve wordt de eigenwoningschuld van X gekort tot € 75.000 (A). De rest van de schuld (€ 50.000) gaat tot box 3 behoren. X heeft bij de aankoop van zijn vorige woning een KEW met een verzekerd kapitaal van € 150.000 afgesloten.*
|
||||||
|
|
||||||
*Deze KEW komt in 2031 tot uitkering en X gebruikt dit kapitaal om de schuld af te lossen die hij is aangegaan voor het verkrijgen van de woning. De KEW-vrijstelling zou zonder de goedkeuring maar voor € 75.000 gelden. Het in de rest van de uitkering begrepen rente-bestanddeel zou belast zijn in box 1. Door de goedkeuring mag de eigenwoningschuld van € 75.000 fictief verhoogd worden met € 50.000 (C – A is kleiner dan B – A). De rente begrepen in de kapitaalsuitkering die ziet op € 25.000 wordt belast in box 1.*
|
*Deze KEW komt in 2031 tot uitkering en X gebruikt dit kapitaal om de schuld af te lossen die hij is aangegaan voor het verkrijgen van de woning. De KEW-vrijstelling zou zonder de goedkeuring maar voor € 75.000 gelden. Het in de rest van de uitkering begrepen rente-bestanddeel zou belast zijn in box 1. Door de goedkeuring mag de eigenwoningschuld van € 75.000 fictief verhoogd worden met € 50.000 (C – A is kleiner dan B – A). De rente begrepen in de kapitaalsuitkering die ziet op € 25.000 wordt belast in box 1.*
|
||||||
|
|
||||||
*Als voorbeeld 1, maar nu is de (geheel gefinancierde) aankoopprijs € 175.000 (C). De eigenwoningschuld wordt € 125.000 (A). De fictieve verhoging op grond van de goedkeuring bedraagt nu € 25.000 (B – A is kleiner dan C – A). De kapitaalsuitkering is geheel vrijgesteld.*
|
*Als voorbeeld 1, maar nu is de (geheel gefinancierde) aankoopprijs € 175.000 (C). De eigenwoningschuld wordt € 125.000 (A). De fictieve verhoging op grond van de goedkeuring bedraagt nu € 25.000 (B – A is kleiner dan C – A). De kapitaalsuitkering is geheel vrijgesteld.*
|
||||||
|
|
||||||
*X verkoopt zijn woning voor € 200.000. De eigenwoningschuld bedroeg € 110.000 (B) en hiervoor heeft hij een KEW met een verzekerd kapitaal van € 110.000 afgesloten. Hij koopt een nieuwe woning voor € 110.000 (C), waarvoor hij geen lening afsluit. De nieuwe eigenwoningschuld bedraagt nihil (A). De fictieve verhoging op grond van de goedkeuring bedraagt nu € 110.000 (B – A = C – A*). *De kapitaalsuitkering is geheel vrijgesteld.*
|
*X verkoopt zijn woning voor € 200.000. De eigenwoningschuld bedroeg € 110.000 (B) en hiervoor heeft hij een KEW met een verzekerd kapitaal van € 110.000 afgesloten. Hij koopt een nieuwe woning voor € 110.000 (C), waarvoor hij geen lening afsluit. De nieuwe eigenwoningschuld bedraagt nihil (A). De fictieve verhoging op grond van de goedkeuring bedraagt nu € 110.000 (B – A = C – A*). *De kapitaalsuitkering is geheel vrijgesteld.*
|
||||||
|
|
||||||
### 4.7. Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties
|
### 4.7. Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties
|
||||||
|
|
||||||
Voor het voordeel uit een KEW, SEW en BEW gelden twee vrijstellingen van inkomstenbelasting, een hoge en een lage vrijstelling. Eén van de voorwaarden voor de lage vrijstelling is dat een belastingplichtige ten minste 15 jaar jaarlijks premie heeft betaald voor de verzekering of een bedrag heeft ingelegd voor de spaarrekening of het beleggingsrecht. Na 20 jaar premiebetaling of inleg geldt de hoge vrijstelling. Als een KEW, SEW of BEW tot uitkering komt voordat een van deze termijnen is verstreken, is de belastingplichtige belasting verschuldigd over het rentebestanddeel in de uitkering. Voor de berekening van het rentebestanddeel wordt de uitkering verminderd met de in totaal betaalde premies of inleg. Er is dus geen inkomstenbelasting verschuldigd en er wordt geen vrijstelling benut als het bedrag van de betaalde premies of inleg hoger is dan de uitkering.
|
Voor het voordeel uit een KEW, SEW en BEW gelden twee vrijstellingen van inkomstenbelasting, een hoge en een lage vrijstelling. Eén van de voorwaarden voor de lage vrijstelling is dat een belastingplichtige ten minste 15 jaar jaarlijks premie heeft betaald voor de verzekering of een bedrag heeft ingelegd voor de spaarrekening of het beleggingsrecht. Na 20 jaar premiebetaling of inleg geldt de hoge vrijstelling. Als een KEW, SEW of BEW tot uitkering komt voordat een van deze termijnen is verstreken, is de belastingplichtige belasting verschuldigd over het rentebestanddeel in de uitkering. Voor de berekening van het rentebestanddeel wordt de uitkering verminderd met de in totaal betaalde premies of inleg. Er is dus geen inkomstenbelasting verschuldigd en er wordt geen vrijstelling benut als het bedrag van de betaalde premies of inleg hoger is dan de uitkering.
|
||||||
|
|
||||||
Eenzelfde systematiek is aan de orde bij op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekeringen waarvan voor het rentebestanddeel een vrijstelling zou gelden wanneer gedurende een minimaal aantal jaren premies zijn voldaan.
|
Eenzelfde systematiek is aan de orde bij op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekeringen waarvan voor het rentebestanddeel een vrijstelling zou gelden wanneer gedurende een minimaal aantal jaren premies zijn voldaan.
|
||||||
|
|
||||||
Een belastingplichtige die zijn eigen woning verkoopt en verhuist naar een huurwoning kan overigens onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van de vrijstellingen voor de KEW, SEW en BEW ook al voldoet hij niet aan de voorwaarde van 15 dan wel 20 jaar premiebetaling.
|
Een belastingplichtige die zijn eigen woning verkoopt en verhuist naar een huurwoning kan overigens onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van de vrijstellingen voor de KEW, SEW en BEW ook al voldoet hij niet aan de voorwaarde van 15 dan wel 20 jaar premiebetaling.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -407,11 +407,11 @@ Los van het fiscale gevolg, is het voor belastingplichtigen niet altijd gunstig
|
||||||
• waarin de verkoopprijs van de vorige woning onvoldoende is om de desbetreffende eigenwoningschuld volledig af te lossen; of
|
• waarin de verkoopprijs van de vorige woning onvoldoende is om de desbetreffende eigenwoningschuld volledig af te lossen; of
|
||||||
• waarin de belastingplichtige gebruik maakt van een vorm van schuldhulpverlening.
|
• waarin de belastingplichtige gebruik maakt van een vorm van schuldhulpverlening.
|
||||||
|
|
||||||
Vooruitlopend op wetgeving keur ik het volgende goed. Als in de hiervoor genoemde situaties de KEW, SEW, of BEW na 31 december 2012 vervroegd geheel of gedeeltelijk tot uitkering komt en niet tenminste 15 dan wel 20 jaar jaarlijks premies zijn voldaan of een bedrag is ingelegd, kan de hoge vrijstelling toch van toepassing zijn.
|
Vooruitlopend op wetgeving keur ik het volgende goed. Als in de hiervoor genoemde situaties de KEW, SEW, of BEW na 31 december 2012 vervroegd geheel of gedeeltelijk tot uitkering komt en niet tenminste 15 dan wel 20 jaar jaarlijks premies zijn voldaan of een bedrag is ingelegd, kan de hoge vrijstelling toch van toepassing zijn.
|
||||||
|
|
||||||
Deze goedkeuring geldt ook voor een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering waarvan voor het rentebestanddeel een vrijstelling zou gelden wanneer gedurende een minimaal aantal jaren premies zijn voldaan. Dit houdt in dat de vrijstelling in de hiervoor genoemde situaties van toepassing kan zijn als deze kapitaalverzekering na 31 december 2012 geheel of gedeeltelijk vervroegd tot uitkering komt. Het gaat hier om de vrijstelling die op grond van de Invoeringswet Wet IB 2001 juncto de Wet op de inkomstenbelasting 1964 op deze kapitaalverzekering van toepassing is.
|
Deze goedkeuring geldt ook voor een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering waarvan voor het rentebestanddeel een vrijstelling zou gelden wanneer gedurende een minimaal aantal jaren premies zijn voldaan. Dit houdt in dat de vrijstelling in de hiervoor genoemde situaties van toepassing kan zijn als deze kapitaalverzekering na 31 december 2012 geheel of gedeeltelijk vervroegd tot uitkering komt. Het gaat hier om de vrijstelling die op grond van de Invoeringswet Wet IB 2001 juncto de Wet op de inkomstenbelasting 1964 op deze kapitaalverzekering van toepassing is.
|
||||||
|
|
||||||
Ik stel hierbij de voorwaarde dat de overige eisen die de Wet IB 2001 en de Invoeringswet Wet IB 2001 juncto de Wet op de inkomstenbelasting 1964 stellen aan de vrijstellingen van toepassing blijven. Dat wil zeggen dat de belastingplichtige tot het tijdstip van gehele of gedeeltelijke uitkering jaarlijks binnen de vereiste bandbreedte premie of inleg heeft betaald. Daarnaast moet met de gehele afkoopsom de eigenwoningschuld zoveel mogelijk worden afgelost. Dit geldt zowel voor de KEW, SEW en BEW als voor de op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering waarvan voor het rentebestanddeel een vrijstelling zou gelden wanneer gedurende een minimaal aantal jaren premies zijn voldaan.
|
Ik stel hierbij de voorwaarde dat de overige eisen die de Wet IB 2001 en de Invoeringswet Wet IB 2001 juncto de Wet op de inkomstenbelasting 1964 stellen aan de vrijstellingen van toepassing blijven. Dat wil zeggen dat de belastingplichtige tot het tijdstip van gehele of gedeeltelijke uitkering jaarlijks binnen de vereiste bandbreedte premie of inleg heeft betaald. Daarnaast moet met de gehele afkoopsom de eigenwoningschuld zoveel mogelijk worden afgelost. Dit geldt zowel voor de KEW, SEW en BEW als voor de op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering waarvan voor het rentebestanddeel een vrijstelling zou gelden wanneer gedurende een minimaal aantal jaren premies zijn voldaan.
|
||||||
|
|
||||||
De belastingplichtige die met een beroep op dit besluit zijn kapitaalverzekering, KEW, SEW of BEW tot uitkering wil laten komen, moet aan de verzekeraar, bank of beheerder aannemelijk maken dat hij zich in een van de in dit besluit bedoelde situaties bevindt. De verzekeraar, bank of beheerder renseigneert de afkoopsom aan de Belastingdienst als een (mogelijk) onbelaste uitkering van een kapitaalverzekering, KEW, SEW of BEW.
|
De belastingplichtige die met een beroep op dit besluit zijn kapitaalverzekering, KEW, SEW of BEW tot uitkering wil laten komen, moet aan de verzekeraar, bank of beheerder aannemelijk maken dat hij zich in een van de in dit besluit bedoelde situaties bevindt. De verzekeraar, bank of beheerder renseigneert de afkoopsom aan de Belastingdienst als een (mogelijk) onbelaste uitkering van een kapitaalverzekering, KEW, SEW of BEW.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -419,13 +419,13 @@ In andere dan de in dit besluit genoemde situaties kan men zich wenden tot de Be
|
||||||
|
|
||||||
### 4.8. Dubbele begunstiging voor uitkering kapitaalverzekering bij leven
|
### 4.8. Dubbele begunstiging voor uitkering kapitaalverzekering bij leven
|
||||||
|
|
||||||
Met ingang van 1 januari 2016 is artikel 10bis.11a van de Wet IB 2001 in werking getreden. Dit artikel maakt het mogelijk voor fiscale partners om in de aangifte een gezamenlijk verzoek te doen op basis waarvan een uitkering uit een KEW wordt geacht voor de helft bij iedere partner op te komen. Vervolgens kan iedere partner voor zijn deel van de uitkering zijn life-time-vrijstelling benutten. Eenzelfde bepaling is per 1 januari 2016 opgenomen in hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel APa, van de Invoeringswet voor vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3.
|
Met ingang van 1 januari 2016 is artikel 10bis.11a van de Wet IB 2001 in werking getreden. Dit artikel maakt het mogelijk voor fiscale partners om in de aangifte een gezamenlijk verzoek te doen op basis waarvan een uitkering uit een KEW wordt geacht voor de helft bij iedere partner op te komen. Vervolgens kan iedere partner voor zijn deel van de uitkering zijn life-time-vrijstelling benutten. Eenzelfde bepaling is per 1 januari 2016 opgenomen in hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel APa, van de Invoeringswet voor vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3.
|
||||||
|
|
||||||
Het is mogelijk dat kapitaalverzekeringen al vóór 1 januari 2016 na het vereiste aantal jaren premiebetaling tot uitkering zijn gekomen. Dit zullen in eerste instantie kapitaalverzekeringen zijn die na 15 dan wel na 20 jaar looptijd tot uitkering zijn gekomen, maar dit kunnen ook kapitaalverzekeringen of KEW’s zijn die tot uitkering zijn gekomen na toepassing van de goedkeuring als bedoeld in onderdeel 4.7 van dit besluit (tijdklemmen). Ook in die situaties kon de benodigde dubbele begunstiging ontbreken. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2016 is toegezegd dat ook voor deze situaties via een beleidsbesluit een overeenkomstige tegemoetkoming zal worden ingevoerd1Kamerstukken II 2015/16, nr. 34 305, nr. 3, p.13..
|
Het is mogelijk dat kapitaalverzekeringen al vóór 1 januari 2016 na het vereiste aantal jaren premiebetaling tot uitkering zijn gekomen. Dit zullen in eerste instantie kapitaalverzekeringen zijn die na 15 dan wel na 20 jaar looptijd tot uitkering zijn gekomen, maar dit kunnen ook kapitaalverzekeringen of KEW’s zijn die tot uitkering zijn gekomen na toepassing van de goedkeuring als bedoeld in onderdeel 4.7 van dit besluit (tijdklemmen). Ook in die situaties kon de benodigde dubbele begunstiging ontbreken. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2016 is toegezegd dat ook voor deze situaties via een beleidsbesluit een overeenkomstige tegemoetkoming zal worden ingevoerd1Kamerstukken II 2015/16, nr. 34 305, nr. 3, p.13..
|
||||||
|
|
||||||
Daarom keur ik aansluitend op het per 1 januari 2016 ingevoerde artikel 10bis.11a van de Wet IB 2001 en het eveneens per 1 januari 2016 ingevoerde onderdeel APa van de Invoeringswet het volgende goed.
|
Daarom keur ik aansluitend op het per 1 januari 2016 ingevoerde artikel 10bis.11a van de Wet IB 2001 en het eveneens per 1 januari 2016 ingevoerde onderdeel APa van de Invoeringswet het volgende goed.
|
||||||
|
|
||||||
Ik keur onder voorwaarden goed dat als een vóór 2001 bestaande kapitaalverzekering in box 3 of een KEW vóór 1 januari 2016 tot uitkering is gekomen, de belastingplichtige en zijn fiscale partner2Dit hoeft niet dezelfde partner te zijn als de partner die de belastingplichtige had bij het aangaan van de kapitaalverzekering of de KEW. op verzoek geacht worden beiden recht te hebben op de helft van de uitkering, ook al bevat de polis slechts de begunstiging bij leven van één van de partners. Hierdoor kan iedere partner voor zijn deel van de uitkering zijn vrijstelling benutten.
|
Ik keur onder voorwaarden goed dat als een vóór 2001 bestaande kapitaalverzekering in box 3 of een KEW vóór 1 januari 2016 tot uitkering is gekomen, de belastingplichtige en zijn fiscale partner2Dit hoeft niet dezelfde partner te zijn als de partner die de belastingplichtige had bij het aangaan van de kapitaalverzekering of de KEW. op verzoek geacht worden beiden recht te hebben op de helft van de uitkering, ook al bevat de polis slechts de begunstiging bij leven van één van de partners. Hierdoor kan iedere partner voor zijn deel van de uitkering zijn vrijstelling benutten.
|
||||||
|
|
||||||
Als de definitieve aanslag over het jaar waarin de uitkering heeft plaatsgevonden onherroepelijk vaststaat, gelden de bijzondere regels voor ambtshalve vermindering zoals opgenomen in artikel 9.6 van de Wet IB 2001 met dien verstande dat artikel 45aa, onderdeel c, van de Uitv. Reg. IB 2001 geen toepassing vindt. Dit betekent dat de belastingplichtige een verzoek om ambtshalve vermindering op basis van dit besluit kan doen als er minder dan vijf jaren zijn verlopen na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft.
|
Als de definitieve aanslag over het jaar waarin de uitkering heeft plaatsgevonden onherroepelijk vaststaat, gelden de bijzondere regels voor ambtshalve vermindering zoals opgenomen in artikel 9.6 van de Wet IB 2001 met dien verstande dat artikel 45aa, onderdeel c, van de Uitv. Reg. IB 2001 geen toepassing vindt. Dit betekent dat de belastingplichtige een verzoek om ambtshalve vermindering op basis van dit besluit kan doen als er minder dan vijf jaren zijn verlopen na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -436,7 +436,7 @@ Ik stel hierbij de volgende voorwaarden:
|
||||||
• Op het verzoek kan niet worden teruggekomen;
|
• Op het verzoek kan niet worden teruggekomen;
|
||||||
• De kapitaalverzekering of de KEW voldoet overigens aan de voorwaarden die de Wet IB 2001, de Invoeringswet en de Wet IB 1964 aan de vrijstelling stellen.
|
• De kapitaalverzekering of de KEW voldoet overigens aan de voorwaarden die de Wet IB 2001, de Invoeringswet en de Wet IB 1964 aan de vrijstelling stellen.
|
||||||
|
|
||||||
Als de kapitaalverzekering of de KEW in het kader van de beëindiging van het partnerschap tot uitkering komt of is gekomen, kunnen de gewezen partners zich wenden tot de Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen/Team Brieven en beleidsbesluiten. Ik zal dan beoordelen of in die situatie ook de hiervoor genoemde tegemoetkoming kan worden verleend. Dit geldt ook voor een kapitaalverzekering of een KEW die na 1 januari 2016 tot uitkering komt of is gekomen.
|
Als de kapitaalverzekering of de KEW in het kader van de beëindiging van het partnerschap tot uitkering komt of is gekomen, kunnen de gewezen partners zich wenden tot de Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen/Team Brieven en beleidsbesluiten. Ik zal dan beoordelen of in die situatie ook de hiervoor genoemde tegemoetkoming kan worden verleend. Dit geldt ook voor een kapitaalverzekering of een KEW die na 1 januari 2016 tot uitkering komt of is gekomen.
|
||||||
|
|
||||||
## 5. Omzetting KEW
|
## 5. Omzetting KEW
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -472,33 +472,33 @@ Bij omzetting van een KEW in een SEW geldt het volgende. Gelet op doel en strekk
|
||||||
|
|
||||||
Voor de vaststelling of bij de omzetting van een KEW in een SEW het overgangsrecht van hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001 behouden blijft, geldt dat de overeengekomen totaalpremies van de KEW mogen worden vergeleken met de in totaal overeen te komen inleg op de SEW.
|
Voor de vaststelling of bij de omzetting van een KEW in een SEW het overgangsrecht van hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001 behouden blijft, geldt dat de overeengekomen totaalpremies van de KEW mogen worden vergeleken met de in totaal overeen te komen inleg op de SEW.
|
||||||
|
|
||||||
## 6. Omzetting van vóór 1 januari 2001 bestaande kapitaalverzekering in KEW (
|
## 6. Omzetting van vóór 1 januari 2001 bestaande kapitaalverzekering in KEW (
|
||||||
|
|
||||||
### 6.1. Omzetting van bestaande kapitaalverzekering in KEW
|
### 6.1. Omzetting van bestaande kapitaalverzekering in KEW
|
||||||
|
|
||||||
Als een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering is omgezet in een KEW, dan zijn er over de dan verstreken looptijd ook premies betaald. Deze premiebetalingen tellen mee – evenals voor de toepassing van de saldomethode van artikel 10bis.4, zesde lid, van de Wet IB 2001 – voor de vaststelling gedurende hoeveel jaren voor de KEW premies zijn voldaan. Er wordt met andere woorden geen onderscheid gemaakt tussen premiebetalingen die vóór 1 januari 2001 hebben plaatsgevonden en premiebetalingen die zijn gedaan op of na die datum.
|
Als een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering is omgezet in een KEW, dan zijn er over de dan verstreken looptijd ook premies betaald. Deze premiebetalingen tellen mee – evenals voor de toepassing van de saldomethode van artikel 10bis.4, zesde lid, van de Wet IB 2001 – voor de vaststelling gedurende hoeveel jaren voor de KEW premies zijn voldaan. Er wordt met andere woorden geen onderscheid gemaakt tussen premiebetalingen die vóór 1 januari 2001 hebben plaatsgevonden en premiebetalingen die zijn gedaan op of na die datum.
|
||||||
|
|
||||||
### 6.2. Kew voortgekomen uit pré brede herwaarderingverzekering
|
### 6.2. Kew voortgekomen uit pré brede herwaarderingverzekering
|
||||||
|
|
||||||
Door een verzoek bij de aangifte over het kalenderjaar 2001 kon een kapitaalverzekering die tot stand is gekomen vóór 1 januari 1992 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 zijn aangemerkt als een KEW. Het bedrag van de vrijstellingen is dan verhoogd met de waarde van die kapitaalverzekering op 1 januari 2001 (hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AO, eerste lid, van de Invoeringswet). Deze verhoging geldt uitsluitend als het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet is verhoogd. De wettekst is niet beperkt tot verhogingen die hebben plaatsgevonden vóór 2001 en er is ook geen grond om een dergelijke beperking te hanteren. Ook een verhoging van het verzekerd kapitaal na het jaar 2000 leidt tot verlies van de verhoging van de vrijstellingen, tenzij deze plaatsvond op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule.
|
Door een verzoek bij de aangifte over het kalenderjaar 2001 kon een kapitaalverzekering die tot stand is gekomen vóór 1 januari 1992 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 zijn aangemerkt als een KEW. Het bedrag van de vrijstellingen is dan verhoogd met de waarde van die kapitaalverzekering op 1 januari 2001 (hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AO, eerste lid, van de Invoeringswet). Deze verhoging geldt uitsluitend als het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet is verhoogd. De wettekst is niet beperkt tot verhogingen die hebben plaatsgevonden vóór 2001 en er is ook geen grond om een dergelijke beperking te hanteren. Ook een verhoging van het verzekerd kapitaal na het jaar 2000 leidt tot verlies van de verhoging van de vrijstellingen, tenzij deze plaatsvond op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule.
|
||||||
|
|
||||||
Als het verzoek tot terugwerkende kracht niet is gedaan, behoort een bestaande kapitaalverzekering per 1 januari 2001 tot box 3, tot het tijdstip waarop daadwerkelijk omzetting in een KEW heeft plaatsgevonden. Voor deze kapitaalverzekering geldt de verhoging van de vrijstelling niet. Als een KEW waarvoor recht bestaat op de beschreven verhoging van de vrijstelling van het KEW-regime, op enig tijdstip wordt omgezet in een SEW of een BEW, komt het recht op die verhoging als gevolg van die omzetting niet te vervallen. De SEW of BEW wordt immers geacht een voortzetting te zijn van de KEW (artikel 10bis.8 van de Wet IB 2001). Uiteraard geldt voor het behoud van die verhoging van de vrijstelling dat gegarandeerde kapitaal niet mag zijn verhoogd.
|
Als het verzoek tot terugwerkende kracht niet is gedaan, behoort een bestaande kapitaalverzekering per 1 januari 2001 tot box 3, tot het tijdstip waarop daadwerkelijk omzetting in een KEW heeft plaatsgevonden. Voor deze kapitaalverzekering geldt de verhoging van de vrijstelling niet. Als een KEW waarvoor recht bestaat op de beschreven verhoging van de vrijstelling van het KEW-regime, op enig tijdstip wordt omgezet in een SEW of een BEW, komt het recht op die verhoging als gevolg van die omzetting niet te vervallen. De SEW of BEW wordt immers geacht een voortzetting te zijn van de KEW (artikel 10bis.8 van de Wet IB 2001). Uiteraard geldt voor het behoud van die verhoging van de vrijstelling dat gegarandeerde kapitaal niet mag zijn verhoogd.
|
||||||
|
|
||||||
In de Invoeringswet zijn nog enkele bepalingen opgenomen voor de fiscale behandeling van de omzetting van vóór 1 januari 2001 gesloten kapitaalverzekeringen in een KEW per 1 januari 2001 of op een later tijdstip. Zo kon een Pré Brede Herwaarderingkapitaalverzekering met een premiebandbreedte die hoger is dan 10:1 toch worden omgezet in een KEW. In die situatie kunnen ook de vrijstellingen van het regime van de KEW van toepassing zijn (onderdeel AO, tweede lid, onderdelen b en c, van de Invoeringswet). Deze fiscale behandeling blijft in stand als een dergelijke KEW is omgezet in een SEW of BEW. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat deze fiscale behandeling ook gold als een kapitaalverzekering die niet eerst is omgezet in een KEW, maar tot box 3 behoort, is omgezet in een SEW of BEW. Voor de toepassing van onderdeel AO, tweede lid, onderdeel a, van de Invoeringswet geldt mutatis mutandis dezelfde systematiek.
|
In de Invoeringswet zijn nog enkele bepalingen opgenomen voor de fiscale behandeling van de omzetting van vóór 1 januari 2001 gesloten kapitaalverzekeringen in een KEW per 1 januari 2001 of op een later tijdstip. Zo kon een Pré Brede Herwaarderingkapitaalverzekering met een premiebandbreedte die hoger is dan 10:1 toch worden omgezet in een KEW. In die situatie kunnen ook de vrijstellingen van het regime van de KEW van toepassing zijn (onderdeel AO, tweede lid, onderdelen b en c, van de Invoeringswet). Deze fiscale behandeling blijft in stand als een dergelijke KEW is omgezet in een SEW of BEW. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat deze fiscale behandeling ook gold als een kapitaalverzekering die niet eerst is omgezet in een KEW, maar tot box 3 behoort, is omgezet in een SEW of BEW. Voor de toepassing van onderdeel AO, tweede lid, onderdeel a, van de Invoeringswet geldt mutatis mutandis dezelfde systematiek.
|
||||||
|
|
||||||
De omzetting van een vóór 1 januari 2001 gesloten kapitaalverzekering in een KEW, SEW of BEW na 31 maart 2013 is niet meer mogelijk.
|
De omzetting van een vóór 1 januari 2001 gesloten kapitaalverzekering in een KEW, SEW of BEW na 31 maart 2013 is niet meer mogelijk.
|
||||||
|
|
||||||
### 6.3. Geruisloze beëindiging KEW tot en met 31 december 2003
|
### 6.3. Geruisloze beëindiging KEW tot en met 31 december 2003
|
||||||
|
|
||||||
Na de invoering van de Wet IB 2001 had een groot aantal belastingplichtigen op grond van verkeerde veronderstellingen hun kapitaalverzekering omgezet in een KEW. Omdat de overgangsmaatregelen voor kapitaalverzekeringen complex zijn, heb ik goedgekeurd dat een belastingplichtige zijn keuze voor omzetting van een kapitaalverzekering in een KEW kon herzien. Daarbij moest de belastingplichtige uiterlijk op 31 december 2003 de verzekeraar verzoeken om die kapitaalverzekering eenmalig zodanig te wijzigen dat geen sprake meer is van een KEW. Aan deze wijziging werden dan niet de reguliere fiscale gevolgen verbonden (artikel10bis.4, derde lid, van de Wet IB 2001). Het gevolg was dat de desbetreffende kapitaalverzekering fiscaal geruisloos over kon gaan naar box 3.
|
Na de invoering van de Wet IB 2001 had een groot aantal belastingplichtigen op grond van verkeerde veronderstellingen hun kapitaalverzekering omgezet in een KEW. Omdat de overgangsmaatregelen voor kapitaalverzekeringen complex zijn, heb ik goedgekeurd dat een belastingplichtige zijn keuze voor omzetting van een kapitaalverzekering in een KEW kon herzien. Daarbij moest de belastingplichtige uiterlijk op 31 december 2003 de verzekeraar verzoeken om die kapitaalverzekering eenmalig zodanig te wijzigen dat geen sprake meer is van een KEW. Aan deze wijziging werden dan niet de reguliere fiscale gevolgen verbonden (artikel10bis.4, derde lid, van de Wet IB 2001). Het gevolg was dat de desbetreffende kapitaalverzekering fiscaal geruisloos over kon gaan naar box 3.
|
||||||
|
|
||||||
Deze goedkeuring geldt niet als het verzoek of de wijziging van de polis heeft plaatsgevonden na afloop van de hiervoor gestelde termijn. Verzoeken om daarna met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) de KEW fiscaal geruisloos om te zetten met terugwerkende kracht wijs ik af.
|
Deze goedkeuring geldt niet als het verzoek of de wijziging van de polis heeft plaatsgevonden na afloop van de hiervoor gestelde termijn. Verzoeken om daarna met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) de KEW fiscaal geruisloos om te zetten met terugwerkende kracht wijs ik af.
|
||||||
|
|
||||||
### 6.4. Beëindiging KEW; voortzetting in box 3 met bijzondere waardevrijstelling
|
### 6.4. Beëindiging KEW; voortzetting in box 3 met bijzondere waardevrijstelling
|
||||||
|
|
||||||
Als een KEW niet langer voldoet aan de wettelijke voorwaarden, moet over de waarde daarvan in box 1 worden afgerekend. De KEW wordt geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen. In een aantal gevallen kan daarbij een vrijstelling van het regime van de KEW worden benut. Na afrekening gaat de kapitaalverzekering tot de grondslag van box 3 behoren indien de waarde daarvan niet wordt uitgekeerd. Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt gezamenlijk in box 3 de bijzondere waardevrijstelling van ten hoogste € 123.428 (onderdeel AN van de Invoeringswet) mits aan de voorwaarden van het vierde lid van die bepaling wordt voldaan.
|
Als een KEW niet langer voldoet aan de wettelijke voorwaarden, moet over de waarde daarvan in box 1 worden afgerekend. De KEW wordt geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen. In een aantal gevallen kan daarbij een vrijstelling van het regime van de KEW worden benut. Na afrekening gaat de kapitaalverzekering tot de grondslag van box 3 behoren indien de waarde daarvan niet wordt uitgekeerd. Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt gezamenlijk in box 3 de bijzondere waardevrijstelling van ten hoogste € 123.428 (onderdeel AN van de Invoeringswet) mits aan de voorwaarden van het vierde lid van die bepaling wordt voldaan.
|
||||||
|
|
||||||
Op grond van de letterlijke wettekst geldt deze bijzondere waardevrijstelling ook voor rechten op kapitaalsuitkeringen van een uiterlijk op 14 september 1999 tot stand gekomen kapitaalverzekering die op enig tijdstip is omgezet in een KEW en waarover op de hiervóór beschreven wijze is afgerekend in box 1 en die vervolgens is gaan behoren tot de grondslag van box 3.
|
Op grond van de letterlijke wettekst geldt deze bijzondere waardevrijstelling ook voor rechten op kapitaalsuitkeringen van een uiterlijk op 14 september 1999 tot stand gekomen kapitaalverzekering die op enig tijdstip is omgezet in een KEW en waarover op de hiervóór beschreven wijze is afgerekend in box 1 en die vervolgens is gaan behoren tot de grondslag van box 3.
|
||||||
|
|
||||||
Voor rechten op tegoeden van een SEW waarover is afgerekend en die is overgegaan naar box 3, geldt de bijzondere waardevrijstelling op grond van de wettekst niet.
|
Voor rechten op tegoeden van een SEW waarover is afgerekend en die is overgegaan naar box 3, geldt de bijzondere waardevrijstelling op grond van de wettekst niet.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -508,40 +508,40 @@ Voor rechten op tegoeden van een SEW waarover is afgerekend en die is overgegaan
|
||||||
|
|
||||||
Spaarbeleg Kas NV (hierna: Spaarbeleg) heeft een regeling getroffen met een groep houders van zogenoemde spaarkascontracten (hierna: spaarders). Spaarbeleg heeft gedurende een zekere periode spaarkasproducten verkocht zonder op de polis expliciet de premie voor de in het product aanwezige overlijdensrisicoverzekering te vermelden. Een dergelijke vermelding was echter wel verplicht. Begin 1999 is deze fout gesignaleerd en is er een stichting opgericht, de Stichting Spaardersbelangen, om op te komen voor een ieder die hierdoor zou zijn benadeeld. Met deze partijen heeft Spaarbeleg een schikking bereikt. Onderdeel van die schikking maken de volgende punten uit:
|
Spaarbeleg Kas NV (hierna: Spaarbeleg) heeft een regeling getroffen met een groep houders van zogenoemde spaarkascontracten (hierna: spaarders). Spaarbeleg heeft gedurende een zekere periode spaarkasproducten verkocht zonder op de polis expliciet de premie voor de in het product aanwezige overlijdensrisicoverzekering te vermelden. Een dergelijke vermelding was echter wel verplicht. Begin 1999 is deze fout gesignaleerd en is er een stichting opgericht, de Stichting Spaardersbelangen, om op te komen voor een ieder die hierdoor zou zijn benadeeld. Met deze partijen heeft Spaarbeleg een schikking bereikt. Onderdeel van die schikking maken de volgende punten uit:
|
||||||
|
|
||||||
1. Alle spaarders die hun polis vóór 1 januari 1996 hebben afgesloten, ontvangen aan het eind van de volledige looptijd van hun polis een extra uitkering, waarvan de hoogte afhankelijk is van hun leeftijd en van de looptijd van de polis.
|
1. Alle spaarders die hun polis vóór 1 januari 1996 hebben afgesloten, ontvangen aan het eind van de volledige looptijd van hun polis een extra uitkering, waarvan de hoogte afhankelijk is van hun leeftijd en van de looptijd van de polis.
|
||||||
2. Spaarders die een polis hebben afgesloten vóór 1 januari 1996 en die na 1 januari 1996 hun inleg hebben verhoogd, ontvangen bovendien voor het verhoogde deel van de inleg een extra uitkering als hun polis afloopt.
|
2. Spaarders die een polis hebben afgesloten vóór 1 januari 1996 en die na 1 januari 1996 hun inleg hebben verhoogd, ontvangen bovendien voor het verhoogde deel van de inleg een extra uitkering als hun polis afloopt.
|
||||||
|
|
||||||
De deelnemers gaan niet meer betalen, hun maandelijkse inleg blijft gelijk. Er is van de zijde van de deelnemer dus geen sprake van een tegenprestatie.
|
De deelnemers gaan niet meer betalen, hun maandelijkse inleg blijft gelijk. Er is van de zijde van de deelnemer dus geen sprake van een tegenprestatie.
|
||||||
|
|
||||||
Deze schikking is tot stand gekomen in verband met het herstel van een fout in de oorspronkelijke overeenkomsten. De in verband met de schikking gewijzigde aanspraak op een uitkering bij leven heeft vanaf het sluiten van de spaarkasovereenkomst in het contract besloten gelegen. Op grond hiervan is er geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal bij leven. Bij uitvoering van de schikking zoals hiervoor omschreven is dus geen sprake van een zodanige verhoging van het verzekerde kapitaal dat de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964 voor de desbetreffende kapitaalverzekeringen verloren gaat. Ook voor de toepassing van onderdeel AN van de Invoeringswet is geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal.
|
Deze schikking is tot stand gekomen in verband met het herstel van een fout in de oorspronkelijke overeenkomsten. De in verband met de schikking gewijzigde aanspraak op een uitkering bij leven heeft vanaf het sluiten van de spaarkasovereenkomst in het contract besloten gelegen. Op grond hiervan is er geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal bij leven. Bij uitvoering van de schikking zoals hiervoor omschreven is dus geen sprake van een zodanige verhoging van het verzekerde kapitaal dat de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964 voor de desbetreffende kapitaalverzekeringen verloren gaat. Ook voor de toepassing van onderdeel AN van de Invoeringswet is geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal.
|
||||||
|
|
||||||
### 7.2. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 op grond van optieclausule
|
### 7.2. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 op grond van optieclausule
|
||||||
|
|
||||||
Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt een bijzondere waardevrijstelling in box 3 van in totaal € 123.428 (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). De vrijstelling geldt uitsluitend als aan de voorwaarden van het vierde lid is voldaan waaronder de eis dat het verzekerd kapitaal daarvan na 13 september 1999 niet is verhoogd (onderdeel AN, vierde lid, onderdeel a, van de Invoeringswet). Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerd kapitaal is verhoogd of nog kan worden verhoogd op grond van een indexclausule of optieclausule.
|
Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt een bijzondere waardevrijstelling in box 3 van in totaal € 123.428 (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). De vrijstelling geldt uitsluitend als aan de voorwaarden van het vierde lid is voldaan waaronder de eis dat het verzekerd kapitaal daarvan na 13 september 1999 niet is verhoogd (onderdeel AN, vierde lid, onderdeel a, van de Invoeringswet). Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerd kapitaal is verhoogd of nog kan worden verhoogd op grond van een indexclausule of optieclausule.
|
||||||
|
|
||||||
De bepaling over de verhoging van het verzekerde kapitaal moet zoveel mogelijk worden toegepast in overeenstemming met artikel 76 van de Wet IB 1964, zoals die bepaling luidde op 31 december 2000. Dit betekent onder meer dat verhogingen op grond van indexclausules of ‘normale en gebruikelijke’ optieclausules niet leiden tot het verlies van de vrijstelling in box 3. Voorwaarde hierbij is dat die clausules al vóór 14 september 1999 deel uitmaakten van de overeenkomst.
|
De bepaling over de verhoging van het verzekerde kapitaal moet zoveel mogelijk worden toegepast in overeenstemming met artikel 76 van de Wet IB 1964, zoals die bepaling luidde op 31 december 2000. Dit betekent onder meer dat verhogingen op grond van indexclausules of ‘normale en gebruikelijke’ optieclausules niet leiden tot het verlies van de vrijstelling in box 3. Voorwaarde hierbij is dat die clausules al vóór 14 september 1999 deel uitmaakten van de overeenkomst.
|
||||||
|
|
||||||
### 7.3. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 als gevolg van verhoging maximum werknemersspaarregeling
|
### 7.3. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 als gevolg van verhoging maximum werknemersspaarregeling
|
||||||
|
|
||||||
Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerde kapitaal na 13 september 1999 is verhoogd door het benutten van de wettelijke ruimte van de werknemersspaarregelingen. Het gaat dan om situaties waar in de overeenkomst geen index- of optieclausule is opgenomen.
|
Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerde kapitaal na 13 september 1999 is verhoogd door het benutten van de wettelijke ruimte van de werknemersspaarregelingen. Het gaat dan om situaties waar in de overeenkomst geen index- of optieclausule is opgenomen.
|
||||||
|
|
||||||
Goedkeuring
|
Goedkeuring
|
||||||
|
|
||||||
Ik keur op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed dat in een dergelijk geval de vrijstelling in box 3 voor de kapitaalverzekering niet verloren gaat (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). Voorwaarde hierbij is dat de werknemer in een dergelijke situatie uiterlijk op 14 september 1999 in het kader van zijn werknemersspaarregeling de overeenkomst inzake de kapitaalverzekering moet hebben gesloten.
|
Ik keur op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed dat in een dergelijk geval de vrijstelling in box 3 voor de kapitaalverzekering niet verloren gaat (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). Voorwaarde hierbij is dat de werknemer in een dergelijke situatie uiterlijk op 14 september 1999 in het kader van zijn werknemersspaarregeling de overeenkomst inzake de kapitaalverzekering moet hebben gesloten.
|
||||||
|
|
||||||
### 7.4. Terugdraaien verhoging verzekerd kapitaal en verlenging looptijd na 13 september 1999
|
### 7.4. Terugdraaien verhoging verzekerd kapitaal en verlenging looptijd na 13 september 1999
|
||||||
|
|
||||||
Ik heb in 2001 goedgekeurd dat een verhoging van het verzekerd kapitaal die leidt tot het verlies van de vrijstelling in box 3 ongedaan kon worden gemaakt. Dit kon door de extra premie door de verzekeraar te laten terugstorten aan de verzekeringnemer en tevens de overeenkomst aan te passen. Deze verhoging moest vóór 1 juli 2001 ongedaan zijn gemaakt. Dezelfde goedkeuring gold voor de verlenging van de looptijd van de verzekering. Verzoeken om met toepassing van de hardheidsclausule de verhoging van het verzekerd kapitaal of de verlenging van de looptijd buiten de termijn van deze goedkeuring terug te draaien, wijs ik af.
|
Ik heb in 2001 goedgekeurd dat een verhoging van het verzekerd kapitaal die leidt tot het verlies van de vrijstelling in box 3 ongedaan kon worden gemaakt. Dit kon door de extra premie door de verzekeraar te laten terugstorten aan de verzekeringnemer en tevens de overeenkomst aan te passen. Deze verhoging moest vóór 1 juli 2001 ongedaan zijn gemaakt. Dezelfde goedkeuring gold voor de verlenging van de looptijd van de verzekering. Verzoeken om met toepassing van de hardheidsclausule de verhoging van het verzekerd kapitaal of de verlenging van de looptijd buiten de termijn van deze goedkeuring terug te draaien, wijs ik af.
|
||||||
|
|
||||||
### 7.5. Omzetting kapitaalverzekeringen; behoud eerbiedigende werking
|
### 7.5. Omzetting kapitaalverzekeringen; behoud eerbiedigende werking
|
||||||
|
|
||||||
#### 7.5.1. Inleiding
|
#### 7.5.1. Inleiding
|
||||||
|
|
||||||
Voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór de invoering van de Wet IB 2001 bestaan twee regelingen met eerbiedigende werking. In de eerste plaats de regeling voor kapitaalverzekeringen die zijn gesloten vóór 1 januari 1992 om de werking van het regime van de Wet IB 1964 te behouden (artikel 76 van de Wet IB 1964). In de tweede plaats gaat het om de bijzondere waardevrijstelling die in box 3 kan gelden voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór 15 september 1999 (onderdeel AN van de Invoeringswet).
|
Voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór de invoering van de Wet IB 2001 bestaan twee regelingen met eerbiedigende werking. In de eerste plaats de regeling voor kapitaalverzekeringen die zijn gesloten vóór 1 januari 1992 om de werking van het regime van de Wet IB 1964 te behouden (artikel 76 van de Wet IB 1964). In de tweede plaats gaat het om de bijzondere waardevrijstelling die in box 3 kan gelden voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór 15 september 1999 (onderdeel AN van de Invoeringswet).
|
||||||
|
|
||||||
Vanaf 2013 zijn dezelfde aspecten ook relevant voor het overgangsrecht KEW op grond van hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001.
|
Vanaf 2013 zijn dezelfde aspecten ook relevant voor het overgangsrecht KEW op grond van hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001.
|
||||||
|
|
||||||
Bij de omzetting van een kapitaalverzekering in een andere kapitaalverzekering mag het verzekerde kapitaal niet worden verhoogd als men het regime van de Wet IB 1964 wil behouden. Dezelfde voorwaarde geldt voor het behoud van het recht op de bijzondere waardevrijstelling van € 123.428 in box 3 voor de omgezette kapitaalverzekering.
|
Bij de omzetting van een kapitaalverzekering in een andere kapitaalverzekering mag het verzekerde kapitaal niet worden verhoogd als men het regime van de Wet IB 1964 wil behouden. Dezelfde voorwaarde geldt voor het behoud van het recht op de bijzondere waardevrijstelling van € 123.428 in box 3 voor de omgezette kapitaalverzekering.
|
||||||
|
|
||||||
Als een verzekerd kapitaal ontbreekt − bijvoorbeeld bij een unit-linked-verzekering − geldt als voorwaarde dat het bedrag van de premies niet is verhoogd. Een verhoging van het verzekerd kapitaal, dan wel een verhoging van de premies, die plaatsvindt op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule wordt hierbij niet beschouwd als een verhoging.
|
Als een verzekerd kapitaal ontbreekt − bijvoorbeeld bij een unit-linked-verzekering − geldt als voorwaarde dat het bedrag van de premies niet is verhoogd. Een verhoging van het verzekerd kapitaal, dan wel een verhoging van de premies, die plaatsvindt op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule wordt hierbij niet beschouwd als een verhoging.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -553,7 +553,7 @@ Bij wijzigingen en omzettingen van kapitaalverzekeringen – al dan niet bij een
|
||||||
|
|
||||||
Aanpassingen kunnen ook noodzakelijk zijn bij wijziging van wetgeving waardoor de premie voor een andere dekking dan de uitkering bij leven moet worden verlaagd (zie bijvoorbeeld paragraaf 3.1.4 en 3.1.5).
|
Aanpassingen kunnen ook noodzakelijk zijn bij wijziging van wetgeving waardoor de premie voor een andere dekking dan de uitkering bij leven moet worden verlaagd (zie bijvoorbeeld paragraaf 3.1.4 en 3.1.5).
|
||||||
|
|
||||||
Ook vinden aanpassingen van de dekking bij leven en bij overlijden en van andere dekkingen plaats omdat aanbieders in het huidige tijdsgewricht ertoe (moeten) overgaan om de klanten betere voorwaarden, gunstigere tarieven en lagere kosten aan te bieden. Daarnaast bieden aanbieders klanten betere combinaties van verzekeringen aan, bij voorbeeld door nu minder noodzakelijke dekkingen te laten vervallen. Een en ander kan plaatsvinden in het kader van een collectieve compensatieregeling – zie hierover het Besluit Collectieve compensatieregelingen voor beleggingsverzekeringen, besluit van 20 december 2011, nr. BLKB 2011/1954M – maar ook daarbuiten kunnen bijstellingen van kapitaalverzekeringen wenselijk zijn.
|
Ook vinden aanpassingen van de dekking bij leven en bij overlijden en van andere dekkingen plaats omdat aanbieders in het huidige tijdsgewricht ertoe (moeten) overgaan om de klanten betere voorwaarden, gunstigere tarieven en lagere kosten aan te bieden. Daarnaast bieden aanbieders klanten betere combinaties van verzekeringen aan, bij voorbeeld door nu minder noodzakelijke dekkingen te laten vervallen. Een en ander kan plaatsvinden in het kader van een collectieve compensatieregeling – zie hierover het Besluit Collectieve compensatieregelingen voor beleggingsverzekeringen, besluit van 20 december 2011, nr. BLKB 2011/1954M – maar ook daarbuiten kunnen bijstellingen van kapitaalverzekeringen wenselijk zijn.
|
||||||
|
|
||||||
Als gevolg van deze bijstellingen (verlagingen) kunnen binnen de totaalpremie voor een kapitaalverzekering zodanige verschuivingen plaatsvinden dat per saldo een groter deel van die totaalpremie kan worden aangewend voor de uitkeringen bij leven. Het gevolg hiervan kan zijn dat voor het verzekerde deel bij leven de eerbiedigende werkingen verloren gaan omdat hetzij de premie voor de levendekking wordt verhoogd, hetzij omdat sprake is van een verhoging van het verzekerde kapitaal bij leven.
|
Als gevolg van deze bijstellingen (verlagingen) kunnen binnen de totaalpremie voor een kapitaalverzekering zodanige verschuivingen plaatsvinden dat per saldo een groter deel van die totaalpremie kan worden aangewend voor de uitkeringen bij leven. Het gevolg hiervan kan zijn dat voor het verzekerde deel bij leven de eerbiedigende werkingen verloren gaan omdat hetzij de premie voor de levendekking wordt verhoogd, hetzij omdat sprake is van een verhoging van het verzekerde kapitaal bij leven.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
@ -609,9 +609,9 @@ Ik verbind aan deze goedkeuring de volgende voorwaarden. Beide (ex-) echtgenoten
|
||||||
|
|
||||||
De volgende besluiten zijn met ingang van de dagtekening van dit besluit ingetrokken:
|
De volgende besluiten zijn met ingang van de dagtekening van dit besluit ingetrokken:
|
||||||
|
|
||||||
– Besluit van 29 december 2001, nr. CPP2001/1681M; (Vragen en antwoorden verzekeringen; inkomensvoorzieningen);
|
– Besluit van 29 december 2001, nr. CPP2001/1681M; (Vragen en antwoorden verzekeringen; inkomensvoorzieningen);
|
||||||
– Besluit van 28 mei 2001, nr. CPP2001/803M (Inkomsten uit vermogen. Verkoop levensverzekering aan binnenlands belastingplichtige particulier met compensabel verlies. Belaste afkoop) en
|
– Besluit van 28 mei 2001, nr. CPP2001/803M (Inkomsten uit vermogen. Verkoop levensverzekering aan binnenlands belastingplichtige particulier met compensabel verlies. Belaste afkoop) en
|
||||||
– Besluit van 28 april 2009, nr. CPP2008/1118M, (Kapitaalverzekeringen, KEW, SEW en BEW).
|
– Besluit van 28 april 2009, nr. CPP2008/1118M, (Kapitaalverzekeringen, KEW, SEW en BEW).
|
||||||
|
|
||||||
De standpunten uit deze besluiten bevatten geen beleid of zijn in het huidige besluit opgenomen.
|
De standpunten uit deze besluiten bevatten geen beleid of zijn in het huidige besluit opgenomen.
|
||||||
|
|
||||||
|
|
|
||||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue