2002-09-13 | BWBR0007816 | Inkomstenbesluit militairen

This commit is contained in:
Coornhert 2002-09-13 12:00:00 +00:00
parent 6692ce2a24
commit 552de9e35b

View file

@ -61,8 +61,6 @@ b. bij of ten behoeve van een bondgenootschappelijk orgaan of bondgenootschappel
c. ten behoeve van operaties in het kader van internationale overeenkomsten of andere verplichtingen door Nederland aangegaan;
d. buiten het Ministerie van Defensie anders dan in de gevallen, bedoeld onder a, b en c.
**3.** Bij ministeriële regeling kan voor de militair die verblijft buiten Nederland worden afgeweken van hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald, voor zover het betreft de aanspraak op voor gehuwde militairen geldende voorzieningen.
### Artikel 3
**1.** Voor zover in dit besluit niet anders is bepaald, heeft de militair aanspraak op inkomsten voor elke dag dat hij in werkelijke dienst is; daarbij wordt een gedeelte van een dag aangemerkt als een volle dag.
@ -73,11 +71,11 @@ d. buiten het Ministerie van Defensie anders dan in de gevallen, bedoeld onder a
### Artikel 3a
Betalingen op grond van dit besluit of op grond van andere regelingen inzake beloningen van de militair, waarop vóór 1 januari 2001 aanspraak is ontstaan maar die in 2001 worden uitbetaald en waarover loonheffing is verschuldigd, worden verhoogd met 1,9%.
Vervallen
### Artikel 3b
Voor de berekening van het pensioen gevend inkomen worden aanspraken op grond van dit besluit of op grond van andere regelingen inzake beloningen van de militair, vermenigvuldigd met een factor 1/1,019 met inachtneming van een maximale vermindering van het pensioen gevend inkomen van f 139,84.
Voor de berekening van het pensioen gevend inkomen worden aanspraken op grond van dit besluit of op grond van andere regelingen inzake beloningen van de militair, vermenigvuldigd met een factor 1/1,019 met inachtneming van een maximale vermindering van het pensioen gevend inkomen van  63,46.
## Hoofdstuk 2. Bezoldiging
@ -97,20 +95,6 @@ c. zijn salarisnummer.
**2.** De militair van de Koninklijke landmacht die behoort tot het Korps Nationale Reserve heeft aanspraak op 50 procent van het salaris dat op grond van het eerste lid wordt vastgesteld, indien hij werkelijke dienst verricht ter zake van bij ministeriële regeling vastgestelde activiteiten.
**3.**
De militair heeft in de volgende gevallen aanspraak op een verhoging van zijn salaris met een in bijlage C van dit besluit in tabel 2 opgenomen bedrag boven het maximum van zijn salarisschaal:
a. indien hij behoort tot de Koninklijke marine:
1°. met de rang van matroos der eerste klasse: met ingang van de maand waarin zes, acht, tien of achttien jaren zijn verstreken sinds bedoeld schaalmaximum is bereikt, met dien verstande dat op het bedrag behorende bij achttien jaren of meer niet vóór 1 april 1996 aanspraak bestaat;
2°. met de rang van korporaal: met ingang van de maand waarin zes of acht jaren zijn verstreken sinds bedoeld schaalmaximum is bereikt;
b. indien hij behoort tot de Koninklijke landmacht of de Koninklijke luchtmacht:
1°. met de rang van korporaal: met ingang van de maand waarin zes, acht of tien jaren zijn verstreken sinds bedoeld schaalmaximum is bereikt;
2°. met de rang van korporaal der eerste klasse: met ingang van de maand waarin zes, acht, tien of veertien jaren zijn verstreken sinds bedoelde schaalmaximum is bereikt, met dien verstande dat op het bedrag behorende bij veertien jaren of meer niet vóór 1 april 1996 aanspraak bestaat;
3°. met de rang van sergeant: met ingang van de maand waarin zes of acht jaren zijn verstreken sinds bedoeld schaalmaximum is bereikt.
### Artikel 5a
Voor de militair van 18 tot en met 23 jaar met de stand van matroos der derde klasse, matroos der tweede klasse, soldaat en soldaat der eerste klasse, voor wie op 31 maart 1998 een salaris gold als vermeld in de bijlagen A en B van dit besluit, zoals deze luidden op bedoelde dag, geldt, in afwijking van artikel 5, eerste lid, het hieronder vermelde salaris:
@ -139,6 +123,8 @@ Voor de militair van 18 tot en met 23 jaar met de stand van matroos der derde kl
**3.** Indien de in het tweede lid bedoelde militair tijdelijk is bevorderd en de rang herkrijgt die hij had voordat hij tijdelijk werd bevorderd, vervalt de in het vorige lid bedoelde verhoging van het salarisnummer.
**4.** Het salarisnummer van de korporaal van de Koninklijke Landmacht of van de Koninklijke Luchtmacht, die na 1 oktober 2001 wordt bevorderd tot korporaal der eerste klasse, wordt met één verhoogd. Deze verhoging is niet van invloed op de datum van de jaarlijkse verhoging van het salarisnummer, bedoeld in artikel 7, vierde lid, of artikel 8a, tweede lid.
### Artikel 8a
**1.**
@ -224,7 +210,7 @@ a. geschenk;
b. geldelijke beloning;
c. functioneringsgratificatie.
**2.** De minister kan de beloningen, genoemd in het eerste lid, toekennen aan een militair met de rang van luitenant-generaal, vice-admiraal, generaal of luitenant-admiraal, of aan de commandant van het wapen der Koninklijke marechaussee.
**2.** Onze minister kan de beloningen, genoemd in het eerste lid, toekennen aan een militair met de rang van luitenant-generaal, vice-admiraal, generaal of luitenant-admiraal, of aan de commandant van het wapen der Koninklijke marechaussee.
**3.** De commandant kan de beloningen, genoemd in het eerste lid, toekennen aan een militair niet bedoeld in het tweede lid.
@ -247,26 +233,28 @@ h. de toelage Huis van Hare Majesteit de Koningin.
**2.**
Het minimumbedrag van de vakantie-uitkering is voor de militair:
Het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair:
a. met salarisnummer 0: f 195,57;
b. met salarisnummer 1: f 223,51;
c. met salarisnummer 2: f 251,45;
d. met salarisnummer 3 of hoger: f 279,39.
a. met salarisnummer 0:  92,29;
b. met salarisnummer 1:  105,48;
c. met salarisnummer 2:  118,66;
d. met salarisnummer 3 of hoger:  131,85.
**3.** Ten aanzien van de militair op wie artikel 17, eerste lid, van toepassing is, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de inkomsten waarop die militair aanspraak zou hebben, indien de verhindering tot dienstverrichting niet was ingetreden.
**4.** Indien de militair - anders dan op grond van artikel 17 - aanspraak heeft op een gedeelte van de voor hem geldende inkomsten, wordt het in het tweede lid, onder *a*, bedoelde bedrag naar evenredigheid verminderd.
**4.** Indien de militair - anders dan op grond van artikel 17 - aanspraak heeft op een gedeelte van de voor hem geldende inkomsten, wordt het in het tweede lid bedoelde bedrag naar evenredigheid verminderd.
### Artikel 15
**1.** De militair respectievelijk de gewezen militair met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,3% van de door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf. Bij ministeriële regeling kan de eindejaarsuitkering worden verhoogd met een nominaal bedrag, overeenkomstig de desbetreffende vaststelling bij overige overheidssectoren.
**2.** De militair respectievelijk de gewezen militair met een lagere rang dan die van vice-admiraal of luitenant-generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,6% van de door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
De militair respectievelijk de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,8% van de door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld of uitkering als bedoeld in artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
### Artikel 15a
In afwijking van artikel 15, eerste lid, bedraagt het percentage van de eindejaarsuitkering in 2000 voor de militair met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal 1%.
**1.** De militair respectievelijk de gewezen militair met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,4% van de door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld of uitkering als bedoeld in artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
**2.** Bij ministeriële regeling kan de eindejaarsuitkering, bedoeld in het eerste lid, worden verhoogd met een nominaal bedrag overeenkomstig de desbetreffende vaststelling bij overige overheidssectoren.
**3.** De in het eerste lid genoemde militair die op 1 december 2001 in werkelijke dienst is, heeft op die datum aanspraak op een eenmalige uitkering van f1000,= (€ 453,78).
### Artikel 16
@ -291,32 +279,45 @@ f. een toelage dan wel een toeslag, uitsluitend indien de militair is aangesteld
**1.** De militair die wegens ziekte verhinderd is dienst te verrichten, heeft, zodra die verhindering achttien maanden heeft geduurd, aanspraak op 80 procent van de inkomsten waarop hij aanspraak zou hebben, indien die verhindering tot dienstverrichting niet was ingetreden.
**2.** Indien de militair tijdens de in het eerste lid genoemde termijn gedurende zekere tijd voor ten minste 45 procent van de voor hem normaal geldende arbeidsduur dienst verricht, wordt die termijn voor toepassing van het eerste lid met die tijd verlengd.
**2.** Indien de militair tijdens de in het eerste lid genoemde termijn gedurende zekere tijd voor ten minste 45% van de voor hem normaal geldende arbeidsduur dienst verricht, dan wel zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, wordt die termijn voor de toepassing van het eerste lid met die tijd, dan wel dat verlof verlengd.
**3.** Voor het bepalen van de in het eerste lid genoemde termijn - in voorkomend geval verlengd ingevolge het tweede lid - wordt een opnieuw ingetreden verhindering tot dienstverrichting als voortzetting van de voorgaande verhindering beschouwd, indien niet meer dan vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop de militair de dienst volledig heeft hervat.
**3.** Voor het bepalen van de in het eerste lid genoemde termijn in voorkomend geval verlengd ingevolge het tweede lid wordt een opnieuw ingetreden verhindering tot dienstverrichting als voortzetting van de voorgaande verhindering beschouwd, indien niet meer dan vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop de militair de dienst volledig heeft hervat. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschapsof bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
**4.**
In afwijking van het eerste lid heeft de militair ook na afloop van de in dat lid genoemde termijn - in voorkomend geval verlengd ingevolge het tweede lid - aanspraak op de inkomsten waarop hij aanspraak zou hebben, indien die verhindering tot dienstverrichting niet was ingetreden:
a. zolang hij voor ten minste 45 procent van de voor hem normaal geldende arbeidsduur dienst verricht;
b. als de ziekte waardoor hij verhinderd is dienst te verrichten naar het oordeel van de bevelhebber in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of diensten of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moeten worden verricht, en - rekening houdend met die werkzaamheden of diensten en omstandigheden - niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten.
b. als de ziekte waardoor hij verhinderd is dienst te verrichten naar het oordeel van de bevelhebber in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of diensten of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moeten worden verricht, en - rekening houdend met die werkzaamheden of diensten en omstandigheden - niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
c. gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg.
**5.**
De militair die wegens ziekte verhinderd is dienst te verrichten, heeft geen aanspraak op inkomsten, indien hij naar het oordeel van de bevelhebber:
- de ziekte heeft voorgewend, althans zodanig overdreven heeft voorgesteld, dat verhindering tot dienstverrichting niet kan worden aangenomen;
- de verhindering tot dienstverrichting opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
- weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek door of vanwege de militair geneeskundige dienst of, ná voor zo'n onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
- zonder voldoende gronden nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen of zich niet houdt aan de hem door de behandelend arts gegeven voorschriften, met dien verstande dat hij geen medewerking behoeft te verlenen aan een ingreep van heelkundige aard;
- zich zodanig gedraagt dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd;
- tijdens de verhindering tot dienstverrichting voor zichzelf of voor derden arbeid verricht, tenzij dit door de militair geneeskundige dienst in het belang van zijn genezing wordt geacht;
- in gebreke blijft op het door de commandant op advies van de militair geneeskundige dienst bepaalde tijdstip en in de door hem bepaalde mate de dienst te hervatten, tenzij de militair daarvoor een inmiddels opgekomen, door de commandant als geldig erkende reden heeft opgegeven.
**6.** De aanspraak op doorbetaling van inkomsten ingevolge dit artikel vervalt, indien de militair zonder deugdelijke grond weigert de hem door de bevelhebber aangeboden passende, dan wel gangbare arbeid, waartoe de militair geneeskundige dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
**7.** In bijzondere gevallen kan de bevelhebber in de situaties, genoemd in het vijfde en zesde lid, bepalen dat de niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 102 van het Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn voordeel is beslist.
**8.** Het vijfde tot en met zevende lid is niet van toepassing indien sprake is van samenloop, bedoeld in artikel 17a, met een uitkering op grond van en werknemersverzekering of de Wet arbeid en zorg.
### Artikel 17a
**1.** Indien de militair, bedoeld in artikel 17, recht heeft op een uitkering op grond van een werknemersverzekering die berust op de dienstbetrekking waaraan de inkomsten zijn verbonden, wordt die uitkering op het bedrag daarvan in mindering gebracht.
**1.** Indien de militair, bedoeld in artikel 17, ter zake van de betrekking waaruit het recht op doorbetaling van bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een of meerdere uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering(en) in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge artikel 17 recht heeft.
**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door die militair geen uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt toegekend, wordt voor de toepassing van het eerste lid uitgegaan van een uitkering op grond van die wet, zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de militair de uitkering ingevolge een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg, dan wel de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die onverminderd is genoten. Indien het een uitkering betreft op grond van de WAO die in het geheel niet wordt toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering op grond van de WAO zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
**3.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door die militair het bedrag van de uitkering op grond van de in het eerste lid bedoelde werknemersverzekering of een bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt deze uitkering voor de toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die onverminderd is genoten.
**3.** Indien ten aanzien van de wettelijke uitkering een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door de bevelhebber zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd, dan wel een overeenkomstige sanctie toegepast op het bedrag aan inkomsten waarop de militair ingevolge het eerste lid aanspraak heeft.
**4.** Indien die militair over een periode ter zake van de dienstbetrekking waaraan de inkomsten zijn verbonden aanspraak heeft of had kunnen hebben op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is het verplichtingen- en sanctieregime van die wet over die periode van overeenkomstige toepassing.
**5.** Indien ten aanzien van die wettelijke uitkering een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door de bevelhebber zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomstige sanctie toegepast op het bedrag aan inkomsten waarop de militair ingevolge het eerste lid aanspraak heeft.
**6.** De aanspraak op doorbetaling van inkomsten ingevolge artikel 17 vervalt, indien de militair zonder deugdelijke grond weigert de hem door de bevelhebber aangeboden gangbare arbeid, waartoe de militair geneeskundige dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
**7.** In bijzondere gevallen kan de bevelhebber bepalen dat de ingevolge dit artikel niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 102 van het Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn voordeel is beslist.
**4.** In bijzondere gevallen kan de bevelhebber bepalen dat de niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 102 van het Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn voordeel is beslist.
### Artikel 17b
@ -430,46 +431,6 @@ c. eventuele andere inkomsten of baten die door de militair of zijn gezinsleden
**7.** De militair, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, is gehouden de geldelijke inkomsten of uitkeringen uit of in verband met arbeid of bedrijf, dan wel de vaste vergoedingen in verband met een functie in een publiekrechtelijk college te melden aan de bevelhebber onder overlegging van een gespecificeerde opgave van die inkomsten, uitkeringen of vergoedingen.
## Hoofdstuk 4a. Inhoudingen en berekeningsgrondslagen pensioenen
### Artikel 23a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 23b
**1.** De eigen bijdrage van de militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge artikel 4, vijfde lid van de Wet privatisering ABP van een overheidswerknemer, die met die militair kan worden gelijkgesteld, door de sectorwerkgever wordt geheven.
**2.** De eigen bijdrage van de gewezen militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge artikel 4, vijfde lid, van de Wet privatisering ABP van een gewezen overheidswerknemer, die met die gewezen militair kan worden gelijkgesteld, door de voor de ontslaguitkering zorgdragende instantie wordt geheven.
**3.** De tijdelijke aanvullende eigen bijdrage van de militair en de gewezen militair aan het ouderdoms- en nabestaandenpensioen bedraagt een door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP ingevolge de Kaderwet militaire pensioenen vast te stellen extra bijdrage in de jaren 2004 tot en met 2006. Deze bijdrage wordt geheven over de bijdragegrondslag die geldt voor het pensioenbijdrageverhaal voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen in de desbetreffende jaren.
### Artikel 23c
**1.** Op de inkomsten van de militair bedoeld in artikel 39a, onder a ten 1°, b ten 1°, c en e ten 1° van het AMAR wordt een pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn indien op basis van artikel 23a, onderdeel n, de vaste vergoeding voor extra beslaglegging voor zover hij deze na 31 december 2001 heeft genoten, tot zijn pensioengrondslag zou behoren.
**2.** De pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging wordt op de datum dat hij met leeftijdsontslag gaat gerestitueerd aan de militair, uitgezonderd de militair bedoeld in het derde en vierde lid.
**3.** Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december 2002 de leeftijd bereikt waarop hij twee jaren ouder is dan de voor hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld in artikel 39a AMAR wordt de pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging op de datum van eerstbedoelde leeftijd omgezet in een pensioenbijdrage en wordt de vaste vergoeding voor extra beslaglegging tot de berekeningsgrondslag voor het pensioen gerekend.
**4.** Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december 2002 met leeftijdsontslag gaat en op de ontslagdatum twee jaar ouder is dan de op die datum voor hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld in artikel 39a AMAR, wordt de pseudo-pensioenpremie vergoeding voor extra beslaglegging op de datum van ontslag omgezet in een pensioenbijdrage en wordt de vaste vergoeding voor extra beslaglegging tot de berekeningsgrondslag voor het pensioen gerekend.
**5.** Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien deze militair komt te overlijden voordat hij is ontslagen, te rekenen naar de overlijdensdatum.
### Artikel 23d
**1.** Over de toelage bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, wordt, zolang niet is uitgesloten dat aan de in dat onderdeel bedoelde voorwaarde zal worden voldaan, een pseudo-pensioenpremie ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn, indien die toelage tot zijn pensioengrondslag zou behoren.
**2.** De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie is verschuldigd, totdat blijkt dat aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan.
**3.** De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie over de toelage wordt aan de militair gerestitueerd, zodra die toelage niet meer wordt genoten en is uitgesloten dat aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde zal worden voldaan.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de militair komt te overlijden en niet aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan.
**5.** Ter voldoening aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde, wordt voor de militair die vóór 1 juni 2006 met leeftijdsontslag gaat mede onder de toelage officieren-medisch specialist begrepen: de bijzondere tegemoetkoming, toegekend aan de officieren-medisch specialist op grond van artikel 115 van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement.
**6.** Indien de in het vijfde lid bedoelde militair op de ontslagdatum ten minste twee jaar ouder is dan de op die datum voor hem geldende ontslagleeftijd, bedoeld in artikel 39a van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement, wordt de toelage aangemerkt als toelage die aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde voldoet.
## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 24
@ -506,4 +467,4 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomstenbesluit militairen.
## Bijlage B. (IBM, artikel 4, eerste lid)
## Bijlage C. (IBM, artikelen 4, 5 en 24)
## Bijlage C. (IBM, artikel 24)