2011-01-01 | BWBR0025044 | Besluit participatiebudget
This commit is contained in:
parent
12eca6f6ac
commit
5533343673
1 changed files with 7 additions and 7 deletions
|
|
@ -186,6 +186,12 @@ c. behaalde examens, bedoeld in artikel 9, onderdeel e,
|
|||
|
||||
op grond waarvan het aandeel van dat college in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het bedrag dat door Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie beschikbaar is gesteld voor een participatiebudget voor alle colleges betrekking heeft, is berekend.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3a. Gemeenschappelijke regelingen
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
Indien artikel 6 van de wet van toepassing is, zijn de artikelen 6 en 10 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de situatie waarin het bestuur van het openbaar lichaam de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 6, onderdeel a, van de wet, niet op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, heeft verstrekt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Gemeentelijke herindeling
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
|
@ -247,13 +253,7 @@ Dit hoofdstuk alsmede de definities van «inactieve» en van «startkwalificatie
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Iedere maand wordt op of omstreeks de vijftiende dag van die maand een twaalfde deel van het voor dat kalenderjaar vastgestelde participatiebudget betaald. Bij regeling van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie kan de betaling van het in artikel 8, tweede lid, bedoelde tweede deel op een andere wijze worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet niet door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen uiterlijk op 15 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, schort Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de betaling van het participatiebudget voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van 15 augustus van dat jaar, doch niet gedurende de periode waarover Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitstel heeft verleend dan wel Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën de betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de desbetreffende gemeente geheel of gedeeltelijk hebben opgeschort.
|
||||
|
||||
**3.** De betaling van het participatiebudget wordt hervat op of omstreeks de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het tweede lid, is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, maar niet eerder dan 15 september van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop deze verantwoordingsinformatie betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het college in gebreke blijft om binnen een door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgestelde termijn een beeld van de uitvoering in te dienen dan wel aanvullende informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor het financieel beheer van de wet.
|
||||
Iedere maand wordt op of omstreeks de vijftiende dag van die maand een twaalfde deel van het voor dat kalenderjaar vastgestelde participatiebudget betaald. Bij regeling van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie kan de betaling van het in artikel 8, tweede lid, bedoelde tweede deel op een andere wijze worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Wijziging van andere besluiten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue