2009-12-01 | BWBR0004044 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

This commit is contained in:
Coornhert 2009-12-01 12:00:00 +00:00
parent ab8823fec9
commit 556bff71be

View file

@ -103,7 +103,7 @@ c. startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2
**1.**
Recht op uitkering hebben, indien het inkomen per maand minder bedraagt dan de overeenkomstig het derde, vierde en vijfde lid vastgestelde grondslag:
Recht op uitkering hebben, indien het inkomen per maand minder bedraagt dan de overeenkomstig het derde tot en met zesde lid en het negende lid vastgestelde grondslag:
a. de werkloze werknemer en de echtgenoot met of zonder kinderen;
b. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer met een of meer kinderen;
@ -136,9 +136,23 @@ b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of me
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 628,00;
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 344,82.
**6.** De in het derde lid, onderdeel a, vierde lid, onderdeel a en b, en vijfde lid, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt met het percentage van deze wijziging.
**6.**
**7.** De in het vierde lid, onderdeel c en d, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumjeugdloon wijzigt met het percentage van deze wijziging.
Indien dat lager is dan de grondslag, vastgesteld op grond van het derde tot en met vijfde lid, bedraagt de grondslag, bedoeld in het eerste lid, 10/7 x A + B, waarbij:
A staat voor de uitkeringen ontvangen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in de kalendermaand voorafgaande aan de dag waarop de geldende uitkeringsduur op grond van de Werkloosheidswet is verstreken;
B staat voor het loon uit dienstbetrekking dat de uitkeringsgerechtigde in die kalendermaand verdiende, waarbij A wordt herzien op de wijze als bedoeld in artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
**7.** Voor de toepassing van het zesde lid wordt onder uitkering op grond van de Werkloosheidswet tevens verstaan inkomen dat op grond van artikel 34 van de Werkloosheidswet geheel in mindering is gebracht op de uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
**8.** Voor de toepassing van het zesde lid worden de uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet en de Ziektewet vermenigvuldigd met 21,75 en vervolgens gedeeld door het aantal werkdagen in die betreffende kalendermaand.
**9.** Het zesde lid is niet van toepassing, voor zover de uitkomst van de berekening op grond van dat lid minder bedroeg dan de van toepassing zijnde grondslag op grond van het derde tot en met vijfde lid, als gevolg van een gedeeltelijke eindiging van een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet door het verrichten van werkzaamheden als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend orgaan van een publiekrechtelijk lichaam dat bij rechtstreekse verkiezing wordt samengesteld, of van een algemeen bestuur van een waterschap.
**10.** De in het derde lid, onderdeel a, vierde lid, onderdeel a en b, en vijfde lid, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt met het percentage van deze wijziging.
**11.** De in het vierde lid, onderdeel c en d, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumjeugdloon wijzigt met het percentage van deze wijziging.
### Artikel 6
@ -187,10 +201,6 @@ b. voor de alleenstaande en de thuisinwonende werkloze werknemer: zijn inkomen u
**3.** Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt gewijzigd, wordt de in het tweede lid genoemde verhouding dienovereenkomstig aangepast.
**4.** Indien de hoogte van de uitkering vastgesteld op grond van artikel 47 van de Werkloosheidswet en de toeslag op grond van artikel 8, vierde lid, van de Toeslagenwet, gezamenlijk minder bedroeg dan de uitkering bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de uitkering vastgesteld op dat lagere bedrag.
**5.** Het vierde lid is niet van toepassing, voor zover het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend orgaan van een publiekrechtelijk lichaam dat bij rechtstreekse verkiezing wordt samengesteld, of van een algemeen bestuur van een waterschap.
### Artikel 10
**1.** Op de uitkering wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het bedrag van de premie dat een werkgever op grond van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is op grond van die wet, inhoudt.
@ -421,7 +431,7 @@ Vervallen
**2.** Indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd inmiddels bijstand of uitkering als bedoeld in het eerste lid ontvangt van een andere gemeente dan de gemeente waarvan het college de bestuurlijke boete heeft opgelegd, betaalt die andere gemeente het bedrag van die bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor machtiging nodig is van de belanghebbende, op verzoek van het college aan de gemeente die de bestuurlijke boete heeft opgelegd.
**3.** Indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet arbeid en zorg, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet of de Algemene nabestaandenwet, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank het bedrag van die bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op verzoek van het college aan de gemeente die de bestuurlijke boete heeft opgelegd.
**3.** Indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeid en zorg, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet of de Algemene nabestaandenwet, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank het bedrag van die bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op verzoek van het college aan de gemeente die de bestuurlijke boete heeft opgelegd.
**4.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd.
@ -1055,7 +1065,11 @@ De artikelen 2 en 9 zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van artik
### Artikel 63c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 9, vierde en vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet tot invoering en wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (Stb. PM), blijft van toepassing met betrekking tot:
a. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan;
b. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan, daarna is geëindigd en na 1 december 2009 op grond van artikel 7 van die wet is herleefd, of;
c. personen die voor 1 december 2009 voldoen aan artikel 2 maar die voor die datum geen recht hebben op een uitkering.
## Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen