2002-09-11 | BWBR0006536 | Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
This commit is contained in:
parent
0e9b110363
commit
5572fc192b
1 changed files with 14 additions and 19 deletions
|
|
@ -14,14 +14,17 @@ citeertitel: Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
|
||||
b. inwonertal: het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari;
|
||||
c. lid van de raad: een lid van de raad, dat niet tevens lid van het college van burgemeester en wethouders is;
|
||||
d. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie waarin de gemeente is gelegen;
|
||||
e. tijdstip van beëindiging van het raadslidmaatschap: het tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap, bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en vijfde lid van de Kieswet;
|
||||
f. lid van een commissie: een lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 91 en 92 van de Gemeentewet, dat niet tevens lid van de raad is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
|
||||
- Onze minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
- inwonertal: het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari;
|
||||
- gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie waarin de gemeente is gelegen;
|
||||
- tijdstip van beëindiging van het raadslidmaatschap: het tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap, bedoeld in de artikelen C 4, tweede lid, X 1, eerste en derde lid, X 6 en X 8, tweede, derde en vijfde lid van de Kieswet;
|
||||
- lid van een commissie: een lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens lid van de raad is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
|
||||
|
||||
**2.** Dit besluit is niet van toepassing op raadsleden die het ambt van wethouder bekleden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Vergoeding voor werkzaamheden en tegemoetkoming in de kosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -84,12 +87,6 @@ De gemeente kan, naar bij verordening te stellen regels, aan het lid van de raad
|
|||
|
||||
**3.** Het lid van de raad dat in de loop van een kalenderjaar is beëdigd dan wel het lidmaatschap van de raad heeft beëindigd, ontvangt de vergoeding voor de werkzaamheden en de onkostenvergoeding naar evenredigheid met de periode van uitoefening van het lidmaatschap in bedoeld kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** Een lid van de raad dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan dertig dagen onafgebroken het voorzitterschap van de raad waarneemt, ontvangt voor die tijd voor die waarneming een toeslag van 8% van zijn vergoeding als lid van de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in tabel II en III.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Secundaire voorzieningen
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
|
@ -126,11 +123,9 @@ De raad kan bij verordening bepalen dat een lid van de raad, naar in de verorden
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De raad kan bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximum-bedrag, genoemd in tabel IV, behorende bij dit besluit. De artikelen 2, tweede en vierde lid, en 7 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** De raad kan bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximumbedrag, genoemd in tabel IV, bij dit besluit. De artikelen 2, tweede lid, 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid kan artikel 6 van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
|
||||
|
||||
**3.** Indien ten aanzien van een gemeente toepassing is gegeven aan artikel 7 van het Rechtspositiebesluit wethouders, kan de gemeenteraad, al dan niet voor een bepaald tijdvak, de indeling van de commissieleden in een van de klassen, genoemd in tabel IV, aanpassen.
|
||||
**2.** Indien ten aanzien van een gemeente toepassing is gegeven aan artikel 7 van het Rechtspositiebesluit wethouders, kan de gemeenteraad, al dan niet voor een bepaald tijdvak, de indeling van de commissieleden in een van de klassen, genoemd in tabel IV, aanpassen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -141,9 +136,9 @@ b. een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan w
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De raad kan bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie als bedoeld in artikel 87 van de Gemeentewet, een vaste vergoeding voor de werkzaamheden en een onkostenvergoeding wordt toegekend. De artikelen 2 tot en met 4 en 7a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** De raad kan bij verordening bepalen dat aan een lid van een deelraad als bedoeld in artikel 87 van de Gemeentewet, een vaste vergoeding voor de werkzaamheden en een onkostenvergoeding wordt toegekend. De artikelen 2 tot en met 4 en 7a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De raad kan bij verordening bepalen dat aan een lid van het dagelijks bestuur van een commissie als bedoeld in artikel 87 van de Gemeentewet, een bezoldiging wordt toegekend. De artikelen 3 tot en met 5 van het Rechtspositiebesluit wethouders zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de raad voor de voorzitter van het dagelijks bestuur de tijdbestedingsnorm kan verhogen tot maximaal 100%.
|
||||
**2.** De raad kan bij verordening bepalen dat aan een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente als bedoeld in artikel 87 van de Gemeentewet, een bezoldiging wordt toegekend. De artikelen 3 tot en met 5 van het Rechtspositiebesluit wethouders zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de raad voor de voorzitter van het dagelijks bestuur de tijdbestedingsnorm kan verhogen tot maximaal 100%.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -161,7 +156,7 @@ Het koninklijk besluit van 23 november 1976 tot uitvoering van de artikelen 64*f
|
|||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
|
||||
|
||||
## Bijlage I. Vergoeding van de werkzaamheden raadsleden
|
||||
## Bijlage I. Vergoeding voor de werkzaamheden
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue