2010-10-10 | BWBR0005904 | Wet op het specifiek cultuurbeleid
This commit is contained in:
parent
65c97a4710
commit
55856b6253
1 changed files with 11 additions and 3 deletions
|
|
@ -21,12 +21,20 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
|
||||
b. cultuuruitingen: de cultuuruitingen op de terreinen van de cultuur waarover het beleid van Onze Minister zich uitstrekt;
|
||||
c. fonds: een privaatrechtelijke rechtspersoon die is opgericht op grond van de machtiging van artikel 9;
|
||||
d. openbare bibliotheek: een voor ieder bestemde en toegankelijke bibliotheek die in overwegende mate door het Rijk, een provincie of een gemeente wordt bekostigd dan wel in stand wordt gehouden;
|
||||
d. openbare bibliotheek: een voor ieder bestemde en toegankelijke bibliotheek die in overwegende mate door het Rijk, een provincie, een gemeente of het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt bekostigd dan wel in stand wordt gehouden;
|
||||
e. provinciale bibliotheekcentrale: een voorziening van bibliotheekwerk, bekostigd of in stand gehouden door een of meer provincies en werkzaam ten behoeve van openbare bibliotheken in die provincie of provincies;
|
||||
f. de Raad: de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 4 tot en met 8 zijn niet van toepassing op het verstrekken van subsidies ten behoeve van cultuuruitingen voorzover daarvoor bij of krachtens een andere wet regels zijn gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
**1.** Met uitzondering van de hoofdstukken IA en IVA is deze wet mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
|
||||
|
||||
**2.** Hoofdstuk IA is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 11a is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Onze Minister is belast met het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden van cultuuruitingen; hij laat zich daarbij leiden door overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid.
|
||||
|
|
@ -164,7 +172,7 @@ e. ten behoeve van behoud van het cultureel erfgoed.
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Onze Minister kan op aanvraag ten behoeve van cultuuruitingen specifieke uitkeringen verstrekken van tenminste € 4 500 aan derden indien die subsidies gebaseerd zijn op een tussen Onze Minister en een provincie of een gemeente gemaakte bestuursovereenkomst.
|
||||
Onze Minister kan op aanvraag ten behoeve van cultuuruitingen specifieke uitkeringen verstrekken van tenminste € 4 500 aan derden indien die subsidies gebaseerd zijn op een tussen Onze Minister en een provincie, een gemeente of het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba gemaakte bestuursovereenkomst.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -235,7 +243,7 @@ Het bestuur van een fonds verstrekt subsidies als bedoeld in artikel 9, eerste l
|
|||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
Voor het uitlenen van gedrukte werken in openbare bibliotheken aan personen beneden de leeftijd van achttien jaren wordt slechts een contributie of andere geldelijke bijdrage geheven, indien het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders dat de openbare bibliotheek bekostigt of in stand houdt daartoe heeft besloten. De contributie of andere geldelijke bijdrage bedraagt ten hoogste de helft van de contributie of andere geldelijke bijdrage die wordt geheven van personen die achttien jaren of ouder zijn.
|
||||
Voor het uitlenen van gedrukte werken in openbare bibliotheken aan personen beneden de leeftijd van achttien jaren wordt slechts een contributie of andere geldelijke bijdrage geheven, indien het college van gedeputeerde staten, het college van burgermeester en wethouders of het bestuurscollege dat de openbare bibliotheek bekostigt of in stand houdt daartoe heeft besloten. De contributie of andere geldelijke bijdrage bedraagt ten hoogste de helft van de contributie of andere geldelijke bijdrage die wordt geheven van personen die achttien jaren of ouder zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 11b
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue