2024-05-29 | BWBR0047918 | Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid

This commit is contained in:
Coornhert 2024-05-29 12:00:00 +00:00
parent 0ecb92df12
commit 558dbaa604

View file

@ -20,12 +20,11 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
- *decentrale overheid:* de provincie of gemeente gelegen in Nederland die een specifieke uitkering ontvangt;
- *klimaat- en energiebeleid:* beleid gericht op het behalen van de doelstellingen genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Klimaatwet;
- *minister:* Minister voor Klimaat en Energie;
- *uitkeringsperiode:* de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025, een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 3, vijfde lid, van deze regeling.
- *uitkeringsperiode:* de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025;
- *uitvoeringsperiode:* de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025.
### Artikel 2
**1.**
Deze regeling heeft tot doel om gedurende de uitkeringsperiode de capaciteit (bemensing) te vergroten bij decentrale overheden voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid in de volgende sectoren:
a. gebouwde omgeving;
@ -36,7 +35,7 @@ e. overig klimaat- en energiebeleid.
### Artikel 3
**1.** Het bedrag dat voor de uitkeringsperiode van deze regeling beschikbaar is gesteld is € 1.037.612.596,- exclusief afdracht aan het BTW compensatiefonds.
**1.** Het bedrag dat voor de uitkeringsperiode van deze regeling beschikbaar is gesteld is € 1.115.534.526,76 exclusief afdracht aan het BTW compensatiefonds.
**2.** De minister verleent ten hoogste één specifieke uitkering per decentrale overheid en die bedraagt de optelsom van de bedragen voor de kalenderjaren 2023 tot en met 2025 zoals opgenomen in bijlage A bij deze regeling.
@ -44,7 +43,7 @@ e. overig klimaat- en energiebeleid.
**4.** De bevoorschotting van de specifieke uitkering aan een decentrale overheid geschiedt in de kalenderjaren 2023 tot en met 2025 jaarlijks en bedraagt voor het desbetreffende jaar ten hoogste het bedrag opgenomen in bijlage A bij deze regeling. De betaling van de voorschotten vindt plaats uiterlijk in mei 2023, januari 2024 en januari 2025.
**5.** De decentrale overheid kan 100% van een voorschot reserveren voor uitgaven in de twee kalenderjaren volgend op het jaar van uitbetaling van het voorschot.
**5.** De Minister kan voor een decentrale overheid op diens verzoek de uitvoeringsperiode van de specifieke uitkering verlengen met ten hoogste twee kalenderjaren.
### Artikel 4
@ -102,7 +101,9 @@ De minister stelt de specifieke uitkering ambtshalve overeenkomstig de verlening
a. aan het doel waarvoor de specifieke uitkering is verleend, niet of niet volledig is voldaan, of
b. niet is voldaan aan de aan de specifieke uitkering verbonden verplichtingen.
**2.** Indien ten aanzien van het jaar 2025 gebruik wordt gemaakt van de in artikel 3, vijfde lid bepaalde mogelijkheid wordt de specifieke uitkering overeenkomstig het eerste lid uiterlijk 31 december 2028 vastgesteld.
**2.** Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet in de in de verlening opgenomen periode volledig is besteed aan de uitvoeringsactiviteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister worden teruggevorderd. De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.
**3.** Indien ten aanzien van het jaar 2025 gebruik wordt gemaakt van de in artikel 3, vijfde lid bepaalde mogelijkheid wordt de specifieke uitkering overeenkomstig het eerste lid uiterlijk 31 december 2028 vastgesteld.
### Artikel 11
@ -116,4 +117,4 @@ Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte v
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid.
## Bijlage A. met de bedragen als bedoeld in
## Bijlage A. met de bedragen bedoeld in