2024-01-01 | BWBR0044212 | Wet voortgezet onderwijs 2020

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 46d3a4c5b1
commit 5593f2bae2

View file

@ -5080,115 +5080,35 @@ c. de plaatsing van leerlingen op een tijdelijke nieuwkomersvoorziening.
### Artikel 9.4
**1.**
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- *leerplichtige ontheemde jongere:* jongere als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Leerplichtwet 1969 op wie artikel 5 van die wet niet van toepassing is en op wie de tijdelijke bescherming van toepassing is van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit, of artikel 7 van de Richtlijn van toepassing is of is geweest;
- *Richtlijn:* Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212);
- *tijdelijke onderwijsvoorziening:* tijdelijke school of tijdelijke uitbreiding van een school, niet zijnde een school voor praktijkonderwijs, gericht op het geven of doen geven van onderwijs aan leerplichtige ontheemde jongeren met als doel een zo spoedig mogelijke doorstroom van leerlingen naar een school voor voortgezet onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, niet zijnde een tijdelijke onderwijsvoorziening;
- *Uitvoeringsbesluit:* Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071).
**2.** Deze paragraaf is niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Vervallen
### Artikel 9.5
**1.** Het bevoegd gezag kan een tijdelijke onderwijsvoorziening inrichten.
**2.** Het bevoegd gezag meldt de inrichting van een tijdelijke onderwijsvoorziening onverwijld bij Onze Minister.
**3.** Na een melding als bedoeld in het tweede lid, stelt het bevoegd gezag binnen twee maanden een inrichtingsplan op voor de tijdelijke onderwijsvoorziening en zendt het plan aan Onze Minister.
**4.**
Het inrichtingsplan, bedoeld in het derde lid, bevat in ieder geval een beschrijving van:
a. de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening zal worden ingericht;
b. de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening voortgezet onderwijs geeft met als doel een zo spoedig mogelijke doorstroom van leerlingen naar een school voor voortgezet onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs of school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, niet zijnde het onderwijs gegeven in een tijdelijke onderwijsvoorziening;
c. de wijze waarop ten aanzien van de tijdelijke onderwijsvoorziening zal worden voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in artikel 3.40;
d. het personeelsbeleid, bedoeld in artikel 2.90 voor zover dat betrekking heeft op de tijdelijke onderwijsvoorziening;
e. de invulling van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 9.6.
**5.** Bij de inrichting van het onderwijs wijkt het bevoegd gezag niet af van het inrichtingsplan.
**6.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van het inrichtingsplan.
**7.** Het eerste lid is niet van toepassing op een school waarvan de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het tweede lid, en over het inrichtingsplan bedoeld in het vierde lid.
Vervallen
### Artikel 9.6
**1.**
Het bevoegd gezag stelt voor de tijdelijke onderwijsvoorziening de inhoud van het onderwijs vast in een onderwijsprogramma, dat in ieder geval:
a. het ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerlingen bevordert en borgt dat zij kunnen doorstromen naar een school voor voortgezet onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, niet zijnde een tijdelijke onderwijsvoorziening;
b. actief burgerschap en sociale cohesie bevordert, als bedoeld in artikel 2.2;
c. zo veel mogelijk gericht is op de kerndoelen, bedoeld in artikel 2.13, waarbij in ieder geval altijd aandacht wordt besteed aan:
1°. Nederlandse taal;
2°. wiskunde;
3°. lichamelijke opvoeding;
d. het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevordert.
**2.** Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens over de invulling en spreiding van de uren in de tijdelijke onderwijsvoorziening
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het onderwijsprogramma, waarbij kan worden afgeweken van hoofdstuk 2, paragrafen 1 tot en met 3.
Vervallen
### Artikel 9.7
**1.** Een tijdelijke onderwijsvoorziening kan geen nevenvestiging zijn als bedoeld in artikel 4.14.
**2.**
Een tijdelijke onderwijsvoorziening kan een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, zijn, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 4.16:
a. de tijdelijke nevenvestiging gelegen kan zijn op een afstand van meer dan drie kilometer van de hoofdvestiging of nevenvestiging;
b. het bevoegd gezag van een school binnen vier weken na de ingebruikname van de tijdelijke nevenvestiging voor een tijdelijke onderwijsvoorziening van die ingebruikname kennis dient te geven aan Onze Minister.
**3.** In afwijking van artikel 4.17 blijft de aanspraak op bekostiging van een tijdelijke onderwijsvoorziening die tevens een tijdelijke nevenvestiging is ook bestaan als de afstand als bedoeld in dit artikel groter is dan drie kilometer.
Vervallen
### Artikel 9.8
**1.** Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke onderwijsvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming van een bevoegde leraar als bedoeld in artikel 7.9, kan het onderwijs niet langer dan strikt noodzakelijk en voor ten hoogste twee jaren, in afwijking van artikel 7.9, ook worden gegeven door iemand die voor dat onderwijs niet bevoegd is.
**2.** Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt verklaard dat betrokkene zich inspant om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de eisen opgenomen in hoofdstuk 7, paragrafen 2 en 3.
**3.**
Het eerste lid is niet van toepassing op het onderwijs in:
1° Nederlands;
2° wiskunde;
3° lichamelijke opvoeding;
4° actief burgerschap en sociale cohesie.
**4.** Het bevoegd gezag legt ten aanzien van elke leraar in een tijdelijke onderwijsvoorziening vast over welke opleiding en ervaring degene die benoemd wordt beschikt.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
Vervallen
### Artikel 9.9
**1.** Het onderwijs aan een tijdelijke onderwijsvoorziening kan op afstand worden verzorgd.
**2.** Voor zover de aard van het afstandsonderwijs zich daar niet tegen verzet, is het bepaalde bij of krachtens deze wet ook van toepassing op het afstandsonderwijs
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het afstandsonderwijs.
Vervallen
### Artikel 9.10
Bij ministeriële regeling kunnen, zo nodig in afwijking van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, voor een tijdelijke onderwijsvoorziening regels worden gesteld over:
a. het doorstroomperspectief;
b. het schoolplan, als bedoeld in artikel 2.88;
c. de schoolgids, als bedoeld in artikel 2.92;
d. activiteiten voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal;
e. de plaatsing van leerlingen op een tijdelijke onderwijsvoorziening.
Vervallen
### Artikel 9.11
Een krachtens deze paragraaf vast te stellen ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Vervallen
## Hoofdstuk 10. Sancties