diff --git a/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-walstroom-zeeschepen-klimaat-20242026/BWBR0049378/README.md b/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-walstroom-zeeschepen-klimaat-20242026/BWBR0049378/README.md index 8dc17267c12..a695a6078bd 100644 --- a/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-walstroom-zeeschepen-klimaat-20242026/BWBR0049378/README.md +++ b/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-walstroom-zeeschepen-klimaat-20242026/BWBR0049378/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024–2026 bwb_id: BWBR0049378 type: ministeriele-regeling status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2024-06-17' +datum_inwerkingtreding: '2024-03-26' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0049378 citeertitel: Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024–2026 --- @@ -26,7 +26,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder: - *ro-ro-passagiersschip:* schip dat over de nodige voorzieningen beschikt om weg- of spoorvoertuigen het vaartuig op en af te laten rijden en dat bestemd is voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers; - *RVO:* Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; - *subsidiabele kosten:* in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 56 ter, tweede lid bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; -- *walstroomvoorziening:* vaste of mobiele haveninfrastructuur, inclusief, indien aanwezig, een installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit ter plaatse dan wel opslageenheden voor de opslag van hernieuwbare elektriciteit als bedoeld in artikel 56 ter, lid 2 bis, van de Algemene vrijstellingsverordening, waarmee een haven vaartuigen die zijn aangemeerd aan de kade van elektrische stroom kan voorzien voor gebruik daarvan aan de kade; +- *walstroomvoorziening:* vaste of mobiele haveninfrastructuur waarmee een haven vaartuigen die zijn aangemeerd aan de kade van elektrische stroom kan voorzien voor gebruik daarvan aan de kade; - *zeehaven:* haven als bedoeld in artikel 2 van verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens (PbEU 2017, L 57); - *zeeschip:* schip als bedoeld in artikel 1 van de Scheepvaartverkeerswet, met uitzondering van pleziervaartuigen. @@ -60,45 +60,6 @@ Subsidie voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, subonderdeel **3.** Geen subsidie wordt verstrekt voor een walstroomvoorziening met hoogspanning die, inclusief het ontwerp, de installatie en het testen van de systemen, niet voldoet aan de technische specificaties van norm IEC/ISO/IEEE 80005-1:2019 voor walstroomvoorzieningen. -**4.** - -Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd: - -a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek; -b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of -c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten. - -### Artikel 3a - -**1.** Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, worden de directe en indirecte kosten per kostendrager in een tarief per eenheid van deze kostendrager berekend. - -**2.** De subsidiabele kosten worden berekend door het aantal eenheden van de kostendrager te vermenigvuldigen met het ingevolge het eerste lid berekende tarief, vermeerderd met de aan derden betaalde kosten voor zover deze geen deel uitmaken van het ingevolge het eerste lid vastgestelde tarief. - -### Artikel 3b - -**1.** Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, worden de directe loonkosten per uur vermenigvuldigd met het aantal uren dat direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt. - -**2.** - -De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid berekende bedrag te vermeerderen met: - -a. een vaste opslag voor indirecte kosten van 50 procent van de loonkosten; -b. kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en -c. aan derden betaalde kosten. - -**3.** Voor zover er geen loonkosten worden gemaakt, maar niettemin arbeid wordt verricht, wordt voor de berekening van de kosten van de arbeid uitgegaan van € 80,– per uur. - -### Artikel 3c - -**1.** Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel c, wordt een uurtarief gehanteerd van € 80,– per uur. - -**2.** - -De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid gehanteerde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt en te vermeerderen met: - -a. kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en -b. aan derden betaalde kosten. - ### Artikel 4 **1.** @@ -119,8 +80,6 @@ b. het bedrag van de subsidiabele kosten waarop de exploitatiewinst in mindering **4.** De subsidie wordt verleend met toepassing van artikel 56 ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening. -**5.** Subsidie die door de Commissie van de Europese Unie is verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt niet in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt. - ### Artikel 5 **1.** @@ -134,12 +93,7 @@ b. voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, **3.** Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, bedraagt voor 2024 € 10.000.000,00. -**4.** - -Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt voor activiteiten als bedoeld in: - -a. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, € 5.000.000,00. -b. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, € 5.031.271,00. +**4.** De Minister stelt de hoogte van de subsidieplafonds voor 2025 en 2026 vast voor aanvang van het tijdvak waarvoor deze worden vastgesteld en maakt dit bekend in de Staatscourant. **5.** De Minister verdeelt de in de betreffende jaar beschikbare subsidiebedragen op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. @@ -149,7 +103,7 @@ b. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, € 5.031.271,00. **2.** Voor 2024 kan de aanvraag bij RVO worden ingediend vanaf 26 maart 2024, 09.00 uur tot en met 15 oktober 2024, 17.00 uur. -**3.** Voor 2026 kan de aanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland worden ingediend vanaf 19 mei 2026, 9.00 uur tot en met 1 oktober 2026, 17.00 uur. +**3.** De Minister stelt de aanvraagperiode voor de daaropvolgende jaren vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld. **4.** Onverminderd artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit bevat de aanvraag de gegevens bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.