diff --git a/amvb/besluit-bezoldiging-politie/BWBR0006517/README.md b/amvb/besluit-bezoldiging-politie/BWBR0006517/README.md index ec38bf4dbbf..7f1b79b66fb 100644 --- a/amvb/besluit-bezoldiging-politie/BWBR0006517/README.md +++ b/amvb/besluit-bezoldiging-politie/BWBR0006517/README.md @@ -51,25 +51,26 @@ x. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998; y. deskundige persoon: een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet; z. beroepsziekte: een ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; aa. dienstongeval: een ongeval, welke in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; -bb. herplaatsen: het op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opdragen van een andere functie of de eigen functie onder andere voorwaarden; -cc. herplaatsingstoelage: een herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het Pensioenreglement; -dd. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Pensioenreglement; -ee. medisch advies: een advies van de deskundige persoon of de arbodienst dat ten aanzien van de ambtenaar is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 50 van het Besluit algemene rechtspositie politie; -ff. gewezen ambtenaar: een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden; -gg. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; -hh. passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd; -ii. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; -jj. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; -kk. AFUP-opbouwreglement: het reglement bedoeld in artikel 2.4b, tweede lid, van het pensioenreglement; -ll. AFUP: de in het AFUP-opbouwreglement neergelegde regeling; -mm. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; -nn. WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO; -oo. ZW: de Ziektewet; -pp. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet; -qq. zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de Ziektewet; -rr. initiële opleiding: een door Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Justitie aangewezen opleiding, gericht op de voorbereiding van de uitvoering van algemene politietaken waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, competentiegerichte eindtermen zijn vastgesteld; -ss. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant aan een opleidingsinstituut in het kader van de initiële opleiding onderwijs volgt; -tt. praktisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant de politietaak bij een regionaal politiekorps of bij het Korps landelijke politiediensten uitvoert in het kader van de initiële opleiding. +bb. beroepsincident: een dienstongeval of een beroepsziekte voortvloeiend uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van zijn taak waaraan de ambtenaar zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken; +cc. herplaatsen: het op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opdragen van een andere functie of de eigen functie onder andere voorwaarden; +dd. herplaatsingstoelage: een herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het Pensioenreglement; +ee. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Pensioenreglement; +ff. medisch advies: een advies van de deskundige persoon of de arbodienst dat ten aanzien van de ambtenaar is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 50 van het Besluit algemene rechtspositie politie; +gg. gewezen ambtenaar: een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden; +hh. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; +ii. passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd; +jj. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; +kk. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; +ll. AFUP-opbouwreglement: het reglement bedoeld in artikel 2.4b, tweede lid, van het pensioenreglement; +mm. AFUP: de in het AFUP-opbouwreglement neergelegde regeling; +nn. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; +oo. WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO; +pp. ZW: de Ziektewet; +qq. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet; +rr. zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de Ziektewet; +ss. initiële opleiding: een door Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Justitie aangewezen opleiding, gericht op de voorbereiding van de uitvoering van algemene politietaken waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, competentiegerichte eindtermen zijn vastgesteld; +tt. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant aan een opleidingsinstituut in het kader van de initiële opleiding onderwijs volgt; +uu. praktisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant de politietaak bij een regionaal politiekorps of bij het Korps landelijke politiediensten uitvoert in het kader van de initiële opleiding. **2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de niet-gehuwde ambtenaar die met een levenspartner samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de achtergebleven levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. @@ -126,10 +127,6 @@ d. in het jaar 2004 40% van de premie voor het algemeen deel van de AFUP. **3.** Op de bezoldiging van de ambtenaar, bedoeld in artikel 88, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt in de periode voorafgaand aan de dag waarop zijn ontslag ingaat, een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het gedeelte van de voor het algemeen deel van de AFUP verschuldigde pensioenpremie dat op hem verhaald zou zijn als hij deelnemer zou zijn geweest in het AFUP-opbouwreglement. -### Artikel 4b - -Op het salaris van de ambtenaar, met uitzondering van de ambtenaar op wie artikel 88 van het Besluit algemene rechtspositie politie van toepassing is, wordt door het bevoegd gezag de helft van de voor het PartnerPlusPensioen Politie, bedoeld in artikel 1 van bijlage C van het Pensioenreglement, verschuldigde premie ingehouden. - ### Artikel 5 De ambtenaar ontvangt geen bezoldiging over de tijd gedurende welke hij opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten. @@ -154,11 +151,23 @@ Het vijfde lid is niet van toepassing indien: a. bij de bepaling van de salarisschaal, bedoeld in het tweede lid, tevens is bepaald dat de functie van de ambtenaar een tijdelijk karakter heeft en de salarisschaal in verband daarmee slechts tijdelijk zal gelden; b. indien de ambtenaar in verband met ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte wordt herplaatst in een andere functie; -c. het salaris van de ambtenaar na het succesvol afronden van de opleiding wordt vastgesteld, met toepassing van artikel 3, vierde lid. +c. het salaris van de ambtenaar na het succesvol afronden van de opleiding wordt vastgesteld, met toepassing van artikel 3, vierde lid; +d. indien de ambtenaar, die is aangewezen als herplaatsingkandidaat als bedoeld in hoofdstuk VII.B van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt herplaatst in een andere functie. -**7.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om, indien de feitelijk opgedragen werkzaamheden gedurende langere tijd wezenlijk afwijken van zijn functie, de werkzaamheden en de functie met elkaar in overeenstemming te brengen. Het bevoegd gezag stelt regels vast over de behandeling van deze aanvraag. +**7.** -**8.** Voor de ambtenaar die in het kader van een detachering, bedoeld in artikel 62 van het Besluit algemene rechtspositie politie, tijdelijk een andere functie uitoefent waaraan op grond van artikel 6, tweede lid, een hogere salarisschaal is verbonden, geldt deze hogere salarisschaal, tenzij artikel 17b van toepassing is. +De lagere salarisschaal op grond van het zesde lid, onderdeel d, gaat niet eerder voor de ambtenaar gelden dan vijf jaar nadat hij is herplaatst. Afhankelijk van het aantal dienstjaren van de ambtenaar wordt de termijn van vijf jaar verlengd overeenkomstig de hierna volgende tabel: + +| dienstjaren: | verlenging: | +| --- | --- | +| 25 of meer dienstjaren | één jaar | +| 30 of meer dienstjaren | twee jaren | +| 35 of meer dienstjaren | drie jaren | +| 40 of meer dienstjaren | vier jaren | + +**8.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om, indien de feitelijk opgedragen werkzaamheden gedurende langere tijd wezenlijk afwijken van zijn functie, de werkzaamheden en de functie met elkaar in overeenstemming te brengen. Het bevoegd gezag stelt regels vast over de behandeling van deze aanvraag. + +**9.** Voor de ambtenaar die in het kader van een detachering, bedoeld in artikel 62 van het Besluit algemene rechtspositie politie, tijdelijk een andere functie uitoefent waaraan op grond van artikel 6, tweede lid, een hogere salarisschaal is verbonden, geldt deze hogere salarisschaal, tenzij artikel 17b van toepassing is. ### Artikel 6a @@ -206,105 +215,6 @@ Het salaris van de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekk Bij bijzondere prestaties kan een gratificatie worden toegekend. -## Hoofdstuk 3a. Bijdrage levensloopregeling - -### Artikel 12a - -In dit hoofdstuk en hoofdstuk 3b wordt onder «berekeningsgrondslag» verstaan: de uitkomst van het pensioengevend inkomen, berekend zonder de toelagen, bedoeld in de artikelen 12b, 12c en 12d, en uitgaand van een volledige betrekkingsomvang, gedeeld door twaalf. - -### Artikel 12b - -**1.** De ambtenaar heeft recht op een maandelijkse toelage inhoudende een algemene levensloopbijdrage van 0,75% van de berekeningsgrondslag. Bij een deelbetrekking wordt de levensloopbijdrage berekend naar rato van de betrekkingsomvang. - -**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het in het eerste lid genoemde percentage in 2006 0,45%. - -**3.** De ambtenaar op wie de artikelen 88 en 88a van het Besluit algemene rechtspositie politie van toepassing zijn, heeft geen recht op de toelage bedoeld in het eerste lid. - -## Hoofdstuk 3b. Toelage bezwarende functies - -### Artikel 12c - -**1.** - -Aan de volgende ambtenaren, voor wie een salarisschaal geldt die lager is dan salarisschaal 12 van bijlage I, wordt maandelijks een toelage bezwarende functie toegekend: - -a. de aspirant, met uitzondering van de aspirant, aangesteld op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie; -b. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; -c. de ambtenaar, aangesteld voor administratieve, technische en andere taken ten dienste van de politie in een functie als bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie. - -**2.** Voor de ambtenaar in de functie van vlieger bij de landelijke eenheid wordt maandelijks de toelage bezwarende functie toegekend ongeacht de salarisschaal. - -**3.** De toelage bezwarende functie wordt toegekend voor de duur van maximaal 25 jaar en uiterlijk tot de eerste dag van de maand volgend op die waarin de ambtenaar de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Op de maximale duur van 25 jaar wordt in mindering gebracht de periode waarover, voorafgaand aan de invoering van de toeslag bezwarende functie, rechten zijn genoten of opgebouwd waarvoor de toelage bezwarende functie in de plaats is gekomen. - -**4.** De toelage bezwarende functie bedraagt 1,8% van de berekeningsgrondslag. Bij een deelbetrekking wordt de toelage berekend naar rato van de betrekkingsomvang. - -**5.** In afwijking van het vierde lid bedraagt de toelage bezwarende functie in 2006 1,6% van de berekeningsgrondslag. Bij een deelbetrekking wordt de toelage berekend naar rato van de betrekkingsomvang. - -**6.** Bij een onderbreking van het dienstverband en een nieuwe aanstelling in politiedienst wordt een eventueel bestaand recht op de toelage bezwarende functie voortgezet. Er ontstaat geen recht op een nieuwe termijn van 25 jaar. - -**7.** De ambtenaar op wie de artikelen 88 en 88a van het Besluit algemene rechtspositie politie van toepassing zijn, heeft geen recht op de toelage bedoeld in het eerste of tweede lid. - -### Artikel 12d - -**1.** - -Aan de ambtenaar wordt maandelijks een inhaaltoelage bezwarende functie toegekend, indien de ambtenaar: - -a. op 12 maart 1999 en op 31 december 2000 een functie vervulde waarvoor tot 1 januari 2001 een leeftijdsgrens gold op grond van artikel 88, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, zoals dat luidde direct voor die datum; -b. op 1 januari 2001 jonger was dan 50 jaar; en -c. vanaf 1 januari 2001 ononderbroken is aangesteld door een bevoegd gezag of opeenvolgend door meer dan één bevoegd gezag. - -**2.** - -Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt niet als onderbreking aangemerkt: - -a. een onderbreking van maximaal twee maanden; -b. een onderbreking van maximaal vijf jaren gelegen tussen het tijdstip van ontslag in verband met arbeidsongeschiktheid en het tijdstip waarop de ambtenaar wederom de hoedanigheid van ambtenaar heeft verworven; -c. een onderbreking van maximaal achttien maanden gelegen tussen een tijdstip met ingang waarvan de ambtenaar, al dan niet na ontslag, recht op een ontslaguitkering of een wachtgelduitkering of een uitkering op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie, heeft verkregen en het tijdstip waarop die ambtenaar opnieuw de hoedanigheid van ambtenaar heeft verworven; -d. een onderbreking van maximaal vier jaren gelegen tussen het tijdstip van ontslag in verband met zorgtaken en het tijdstip waarop de ambtenaar opnieuw de hoedanigheid van ambtenaar heeft verworven. - -**3.** De inhaaltoelage bezwarende functie wordt toegekend tot de eerste dag van de maand volgend op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt. - -**4.** De inhaaltoelage bezwarende functie bedraagt een percentage van de berekeningsgrondslag. Het percentage wordt bepaald door het bevoegd gezag die daartoe wordt geadviseerd door de Stichting pensioenfonds ABP. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de berekeningsgrondslag. - -**5.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die bij eerste indiensttreding in een functie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, 35 jaar of ouder was, komt in aanmerking voor een aanvullend percentage bovenop het percentage, bedoeld in vierde lid. Het aanvullende percentage wordt bepaald door het bevoegd gezag die daartoe wordt geadviseerd door de Stichting pensioenfonds ABP. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld. - -**6.** In het geval de ambtenaar niet of niet volledig in het genot is van zijn volledige bezoldiging, heeft dit geen gevolgen voor de toekenning van de inhaaltoelage bezwarende functie. - -**7.** Eenmaal vastgesteld loopt de inhaaltoelage bezwarende functie door tot het moment dat de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt dan wel de politie vóór die leeftijd verlaat. Veranderingen van functie, betrekkingsomvang, status of salarisschaal hebben geen effect op de duur en het vastgestelde percentage. - -## Hoofdstuk 3c. Te gelde maken algemene levensloopbijdrage, toelage bezwarende functie en inhaaltoelage bezwarende functie - -### Artikel 12e - -De ambtenaar kan het bevoegd gezag verzoeken de bijdrage en toelagen, bedoeld in de artikelen 12b tot en met 12d, aan te wenden voor de ingevolge artikel 47a Besluit algemene rechtspositie politie getroffen levensloopvoorziening. Bij het uitblijven van een dergelijk verzoek keert het bevoegd gezag deze bijdragen en toelagen uit als onderdeel van de maandelijkse salarisbetaling. - -### Artikel 12f - -**1.** Onder ambtenaar in dit artikel wordt verstaan de ambtenaar, die op 1 januari 2006 recht heeft op een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of die in de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari 2008 recht heeft verkregen op een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. - -**2.** - -De ambtenaar kan het bevoegd gezag melden de bijdrage en toelagen, bedoeld in de artikelen 12b tot en met 12d, in afwijking van artikel 12e, te willen besteden, door: - -a. geheel of gedeeltelijk verlof op te nemen; -b. de waarde van de levensloopbijdrage geheel of ten dele uit te laten betalen; -c. geheel of ten dele af te zien van de levensloopbijdrage; of -d. een combinatie van onderdelen a, b en c te kiezen. - -**3.** Indien de ambtenaar kiest voor besteding van de bijdrage en toelagen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, merkt het bevoegd gezag op zijn verzoek de levensloopbijdrage bij uitbetaling eenmalig niet als pensioengevend inkomen aan. - -**4.** - -De in het tweede lid vermelde keuzes worden: - -a. eenmalig gemaakt, waar het de uitvoering betreft over de periode 2006 tot en met 2013, en -b. jaarlijks gemaakt ten aanzien van de uitvoering vanaf het kalenderjaar 2014. - -**5.** Indien de levensloopbijdragen, bedoeld in de artikelen 12b tot en met 12d, die betrekking hebben op de in het vierde lid, onder a genoemde periode, reeds zijn uitbetaald of zijn aangewend voor de ingevolge artikel 47a Besluit algemene rechtspositie politie getroffen levensloopvoorziening, is het tweede lid niet van toepassing. - -**6.** Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld over de melding, bedoeld in het tweede lid. - ## Hoofdstuk 4. Inconveniëntentoelage ### Artikel 13 @@ -315,9 +225,14 @@ Vervallen **1.** Aan de ambtenaar wordt een operationele toelage toegekend. -**2.** De operationele toelage wordt berekend per periode van vier weken over uren in het tijdvak van 22.00 tot 07.00 en op zaterdag en zondag en bedraagt € 3,82 voor elk uur waarop de ambtenaar werkelijke dienst verricht dan wel werkelijke dienst zou hebben verricht indien de ambtenaar niet binnen een tijdvak van vier dagen direct daaraan voorafgaande door het bevoegd gezag tot dienstverrichting op andere tijdstippen geroepen was. +**2.** -**3.** Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van dienst op zaterdag en zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van dienst op de Nieuwjaarsdag, de tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd. +De operationele toelage wordt berekend per periode van vier weken en bedraagt voor elk uur waarop de ambtenaar werkelijke dienst verricht dan wel werkelijke dienst zou hebben verricht indien de ambtenaar niet binnen een tijdvak van vier dagen direct daaraan voorafgaande door het bevoegde gezag tot dienstverrichting op andere tijdstippen geroepen was: + +a. over uren in het tijdvak van maandag tot en met donderdag van 22.00 tot 07.00 uur en op zaterdag en zondag van 07.00 tot 22.00 uur, € 3,82; en +b. over uren in het tijdvak van 22.00 tot 07.00 uur in de weekeindnachtdiensten, € 5,73. + +**3.** Hetgeen in het tweede lid ten aanzien van het verrichten van dienst op zaterdag en zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van dienst op de Nieuwjaarsdag, de tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd. **4.** De operationele toelage wordt in gevallen van zwangerschap en ziekte van de ambtenaar gesteld op het bedrag dat de ambtenaar in de drie perioden van vier weken, onmiddellijk voorafgaande aan de periode van vier weken waarin de ziekte is aangevangen, gemiddeld aan toelage op grond van dit artikel heeft genoten. @@ -501,7 +416,7 @@ b. in het jaar 2002 recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van 5,25% van h ### Artikel 26 -**1.** Aan de ambtenaar kan een uitkering worden toegekend om redenen van werving of behoud tot een maximum van € 45 400,- per kalenderjaar. +**1.** Aan de ambtenaar kan een uitkering worden toegekend om redenen van werving of behoud tot een maximum van € 45 400,- per kalenderjaar. **2.** De uitkering wordt toegekend aan het einde van een tijdvak dat tevoren is vastgesteld door het bevoegd gezag. @@ -620,9 +535,14 @@ d. Reglement FPU: het Reglement flexibel pensioen en uittreden ter zake van basi **3.** Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte blijft de korting op de berekeningsbasis, bedoeld in artikel 29c, eerste lid, onverminderd van kracht. -**4.** In afwijking van het derde lid, wordt de vermindering van de berekeningsbasis, bedoeld in artikel 29c, eerste lid, de eerste 18 maanden dat de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet toegepast indien de ongeschiktheid aanvangt binnen een maand na het tijdstip waarop de periode van non-activiteit is ingegaan. +**4.** -**5.** Indien de periode van non-activiteit direct vooraf wordt gegaan door een periode waarin vakantie of verlof wordt genoten, is het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vermindering van de berekeningsbasis niet plaatsvindt zolang vakantie of verlof wordt genoten. +Indien ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte aanvangt binnen een maand na het tijdstip waarop de periode van non-activiteit is ingegaan, vindt in afwijking van het derde lid, de eerste 52 weken van deze ongeschiktheid de vermindering van de berekeningsbasis, bedoeld in artikel 29c; eerste lid, plaats overeenkomstig de volgende tabel: + +1° de eerste 26 weken geen vermindering op de berekeningsbasis; +2° de tweede 26 weken een vermindering van 10% op de berekeningsbasis. + +**5.** Indien de periode van non-activiteit direct vooraf wordt gegaan door een periode waarin vakantie of verlof wordt genoten, is het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vermindering van de bezoldiging niet plaatsvindt zolang vakantie of verlof wordt genoten. ### Artikel 29g @@ -769,88 +689,78 @@ c. de ambtenaar die op grond van een andere bijzondere verbintenis in werkelijke ### Artikel 38 -**1.** De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van zijn bezoldiging. +**1.** -**2.** Voor het bepalen van het einde van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld, indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. +De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een tijdvak van 104 weken recht op de doorbetaling van zijn bezoldiging overeenkomstig de volgende tabel: -**3.** +1° de eerste 26 weken 100% van de bezoldiging; +2° de tweede 26 weken 90% van de bezoldiging; +3° de derde 26 weken 80% van de bezoldiging; +4° vervolgens 70% van de bezoldiging. -Het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd: +**2.** In afwijking van het eerste lid, behoudt de ambtenaar, indien de ziekte uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, is veroorzaakt door een beroepsincident, zijn aanspraak op doorbetaling van 100% van zijn bezoldiging. + +**3.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. + +**4.** + +Het tijdvak van 104 weken, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd: a. met de duur van de vertraging, indien het bevoegd gezag de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de ZW, later doet dan op grond van dat artikel is voorgeschreven; -b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, zoals dat artikel luidde op 31 december 2003, indien de wachttijd met toepassing van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd; -c. met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 71a van de WAO heeft vastgesteld. +b. met de duur van de vertraging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, zoals dat artikel luidde op 31 december 2003, indien de wachttijd met toepassing van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd; +c. met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 71a, negende lid, van de WAO heeft vastgesteld. -**4.** Ingeval van verlenging op grond van het derde lid, kan het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, niet méér dan 104 weken belopen. +**5.** Ingeval van verlenging op grond van het vierde lid, kan het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, niet méér dan 156 weken belopen. -**5.** De ambtenaar die na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, op grond van zijn aanstelling aanspraak heeft op een WAO-uitkering, heeft aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. - -**6.** - -De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt: - -a. gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering; en -b. daarna het verschil tussen 80% van zijn bezoldiging en de WAO-uitkering. +**6.** De ambtenaar die langer dan 26 weken ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte en die loonvormende arbeid of reintegratieactiviteiten verricht, ontvangt over deze uren een beloning naast de bezoldiging bij ziekte als bedoeld in het eerste lid. **7.** -Het tijdvak van 26 weken, bedoeld in het zesde lid, eindigt na 26 weken, vermeerderd met de perioden waarin de ambtenaar gerekend vanaf de eerste ziektedag: +De beloning, bedoeld in het zesde lid, tezamen met de doorbetaling van de bezoldiging bij ziekte bedraagt: -a. zijn arbeid voor ten minste 45% heeft verricht; -b. in het belang van zijn genezing door de deskundige persoon of de arbodienst wenselijk geachte andere arbeid heeft verricht, voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur. +a. 35% van de bezoldiging en 65% van de bezoldiging bij ziekte als bedoeld in het eerste lid indien de ambtenaar maximaal 35% van zijn betrekkingsomvang arbeid of activiteiten verricht als bedoeld in het zesde lid; +b. 80% van de bezoldiging en 20% van de bezoldiging bij ziekte als bedoeld in het eerste lid indien de ambtenaar meer dan 35% en maximaal 80% van zijn betrekkingsomvang arbeid of activiteiten verricht als bedoeld in het zesde lid; +c. 100% van de bezoldiging indien de ambtenaar meer dan 80% van zijn betrekkingsomvang arbeid of activiteiten verricht als bedoeld in het zesde lid. **8.** -De ambtenaar geniet ook na afloop van het tijdvak van 26 weken de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering: - -a. voor zolang hij zijn arbeid voor ten minste 45% verricht; dan wel -b. indien hij in het belang van zijn genezing door de deskundige persoon of de arbodienst wenselijk geachte andere arbeid verricht voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidstijd; dan wel -c. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte. - -**9.** - -De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigen in ieder geval: +De doorbetaling van de bezoldiging eindigt in ieder geval: a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie passende arbeid verricht en daartoe is herplaatst; b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. -**10.** +**9.** De ambtenaar die op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie passende arbeid verricht en daartoe is herplaatst, voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 94, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie is verstreken, heeft tot het eind van genoemde termijn aanspraak op een aanvullende uitkering, indien zijn bezoldiging als gevolg van zijn herplaatsing vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil tussen: a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van dit artikel recht zou hebben gehad indien hem geen andere betrekking zou zijn opgedragen, maar in plaats daarvan voor dezelfde arbeidstijd zijn eigen betrekking; en b. de som van zijn bezoldiging na herplaatsing, een uit zijn arbeidsongeschiktheid voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage. +**10.** + +De ambtenaar die op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie passende arbeid verricht en daartoe is herplaatst, heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van 104 weken is verstreken, indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen: + +a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantieuitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en +b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditieitspensioen en een herplaatsingstoelage. + **11.** -De ambtenaar die op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie passende arbeid verricht en daartoe is herplaatst, heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar is verstreken, indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen: +Het percentage, bedoeld in het tiende lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: -a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en -b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage. +| 80% of meer: | 90,02%; | +| --- | --- | +| 65 tot 80%: | 65,26%; | +| 55 tot 65%: | 54,01%; | +| 45 tot 55%: | 45,01%; | +| 35 tot 45%: | 36,01%; | +| 25 tot 35%: | 27,01%; | +| 15 tot 25%: | 18,00%. | **12.** -Het percentage, bedoeld in het elfde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: - -80% of meer: 90,02%; - -65 tot 80%: 65,26%; - -55 tot 65%: 54,01%; - -45 tot 55%: 45,01%; - -35 tot 45%: 36,01%; - -25 tot 35%: 27,01%; - -15 tot 25%: 18,00%. - -**13.** - -De aanvullende uitkering, bedoeld in het tiende en elfde lid, eindigt in ieder geval: +De aanvullende uitkering, bedoeld in het negende en tiende lid, eindigt in ieder geval: a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelleden genoemde voorwaarden; b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; @@ -865,60 +775,39 @@ d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. ### Artikel 38b -**1.** De ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, heeft, indien de ziekte is veroorzaakt door een dienstongeval of indien het een beroepsziekte betreft, recht op een aanvullende uitkering nadat het tijdvak van 104 weken, bedoeld in artikel 38, eerste lid, is verstreken. +**1.** De ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wegens een dienstongeval of een beroepsziekte doch niet door een beroepsincident, wordt op zijn aanvraag voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met de ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wegens een beroepsincident. -**2.** De uitkering voor de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de WIA, wordt aangevuld tot 95% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken. +**2.** De gewezen ambtenaar van wie de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval of een beroepsziekte doch niet door een beroepsincident, wordt op zijn aanvraag voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met de gewezen ambtenaar van wie de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een beroepsincident. -**3.** De uitkering voor de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die gedeeltelijk arbeidsgeschikt is als bedoeld in artikel 5 van de WIA en slechts in staat is met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 1 van de WIA, per uur, wordt aangevuld tot 90,02% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken. - -**4.** - -De in het eerste lid bedoelde aanvullende uitkering voor de ambtenaar die 35 tot 80% arbeidsongeschikt is, bedraagt: - -a. gedurende de looptijd van de loongerelateerde uitkering, in geval de verdiencapaciteit volledig wordt benut, 90% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen; -b. gedurende de looptijd van de loongerelateerde uitkering, in geval de verdiencapaciteit niet volledig wordt benut, 80% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen; -c. gedurende de looptijd van de loonaanvulling, waarbij de verdiencapaciteit voor 50% of meer wordt benut, 90% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen dat de ambtenaar bij volledige benutting van zijn restverdiencapaciteit zou verdienen; -d. gedurende de looptijd van de vervolguitkering, waarbij de verdiencapaciteit voor minder dan voor 50% wordt benut, gedurende maximaal tien jaar, 75% van het oude inkomen maal het arbeidsongeschiktheidspercentage. - -**5.** Onder het oude inkomen, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan de som van de laatstgenoten bezoldiging, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering voor de herplaatsing. Onder het nieuwe inkomen, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan de som van de bezoldiging, de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering, de WIA-uitkering en het arbeidsongeschiktheidspensioen na de herplaatsing. - -**6.** De in het eerste lid bedoelde aanvullende uitkering voor de ambtenaar die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, bedraagt 70% van het inkomensverlies, bedoeld in artikel 38, tiende lid. - -**7.** - -De aanvullende uitkering eindigt in ieder geval: - -a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste tot en met het vierde, dan wel het zesde lid genoemde voorwaarden; -b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; -c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of -d. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden. - -**8.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het tweede en het derde lid, wordt herberekend overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie. +**3.** De ambtenaar en de gewezen ambtenaar worden geacht een aanvraag te hebben ingediend als bedoeld in het eerste en tweede lid indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens een dienstongeval of een beroepsziekte is gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 mei 2006. ### Artikel 39 **1.** -De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, niet zijnde een ontslag op grond van artikel 87a, artikel 88 , artikel 88a, artikel 88b dan wel artikel 94, eerste lid, aanhef, onderdelen e of f, van het Besluit algemene rechtspositie politie nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft: +De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, niet zijnde een ontslag op grond van artikel 87a, artikel 88, artikel 88a, artikel 88b dan wel artikel 94, eerste lid, aanhef, onderdelen e of f, van het Besluit algemene rechtspositie politie nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 78 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging overeenkomstig de volgende tabel: -a) zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en -b) indien hij na het tijdvak van 52 weken op grond van zijn arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op een WAO-uitkering, zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte maar niet langer dan een tijdvak van 26 weken, aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen: +a. de eerste 26 weken 100% van de bezoldiging; +b. de tweede 26 weken 90% van de bezoldiging; +c. de derde 26 weken 80% van de bezoldiging. -i) zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en -ii) de WAO-uitkering en in voorkomend geval een invaliditeitspensioen. +**2.** -**2.** De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag ongeschikt wordt wegens ziekte een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang betrokkene ongeschikt is tot werken wegens ziekte, maar niet langer dan 52 weken, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest. +De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag ongeschikt wordt wegens ziekte een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang betrokkene ongeschikt is tot werken wegens ziekte, maar niet langer dan 52 weken, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest overeenkomstig de volgende tabel: -**3.** Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld, indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. +a. de eerste 26 weken 100% van de bezoldiging; +b. de tweede 26 weken 90% van de bezoldiging. + +**3.** Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 78 weken, bedoeld in het eerste lid, en het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het tweede lid, worden perioden van ongeschiktheid samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. **4.** -De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid, eindigen na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: +De doorbetaling van de bezoldiging bedoeld in het eerste en tweede lid, eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt; of b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. -**5.** De gewezen ambtenaar die aanspraak heeft op een WAO-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft aanspraak op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte. +**5.** De gewezen ambtenaar die aanspraak heeft op een WAO-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft aanspraak op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door beroepsincident. **6.** @@ -953,7 +842,7 @@ a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in b. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. -**9.** De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 87a van het Besluit algemene rechtspositie politie met het oog op een uitkering op grond van een vut-overeenkomst als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, heeft slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor zover deze tezamen met de aanvullende uitkering in artikel 8.4 van het Pensioenreglement de laatstelijk genoten bezoldiging niet overschrijdt. +**9.** De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 87a van het Besluit algemene rechtspositie politie met het oog op een uitkering op grond van een vut-overeenkomst als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, heeft slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging voor zover deze tezamen met de aanvullende uitkering in artikel 8.4 van het Pensioenreglement de laatstelijk genoten bezoldiging niet overschrijdt. **10.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de voorgaande leden, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie. @@ -989,37 +878,6 @@ b) eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. **10.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de voorgaande leden, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie. -### Artikel 39b - -**1.** De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, veroorzaakt door een dienstongeval of een beroepsziekte, ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, heeft recht op een aanvullende uitkering nadat het tijdvak van 104 weken, bedoeld in artikel 38, eerste lid, is verstreken. - -**2.** De uitkering voor de gewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die volledig en duurzaam ongeschikt is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de WIA, wordt aangevuld tot 95% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn ontslag indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van arbeid. - -**3.** De uitkering voor de gewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die gedeeltelijk arbeidsgeschikt is als bedoeld in artikel 5 van de WIA en slechts in staat is met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 1 van de WIA, per uur, wordt aangevuld tot 90,02% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn ontslag indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van arbeid. Indien de gewezen ambtenaar op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie voor zijn ontslag passende arbeid heeft verricht en daartoe is herplaatst, gelden voor de toepassing van de vorige volzin de bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van arbeid. - -**4.** - -De aanvullende uitkering voor de gewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die 35 tot 80% arbeidsongeschikt is bedraagt: - -a. gedurende de looptijd van de loongerelateerde uitkering, in geval de verdiencapaciteit volledig wordt benut, 90% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen; -b. gedurende de looptijd van de loongerelateerde uitkering, in geval de verdiencapaciteit niet volledig wordt benut, 80% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen; -c. gedurende de looptijd van de loonaanvulling, waarbij de verdiencapaciteit voor 50% of meer wordt benut, 90% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen dat de ambtenaar bij volledige benutting van zijn restverdiencapaciteit zou verdienen; -d. gedurende de looptijd van de vervolguitkering, waarbij de verdiencapaciteit voor minder dan voor 50% wordt benut, gedurende maximaal tien jaar, 75% van het oude inkomen maal het arbeidsongeschiktheidspercentage. - -**5.** Onder het oude inkomen, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan de laatstgenoten bezoldiging, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. Onder het nieuwe inkomen, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan de nieuwe structurele bruto inkomsten uit arbeid, de WIA-uitkering en het arbeidsongeschiktheidspensioen. - -**6.** De aanvullende uitkering voor de gewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, bedraagt 70% van het inkomensverlies, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, tweede volzin. - -**7.** - -De aanvullende uitkering eindigt in ieder geval: - -a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden; -b. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of -d. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. - -**8.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het tweede en het derde lid, wordt herberekend overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector Politie. - ### Artikel 40 Vervallen @@ -1032,13 +890,13 @@ Vervallen **1.** -De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging of een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering: +De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging: a) indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen; b) indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt; c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c respectievelijk artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit algemene rechtspositie politie en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid voor de desbetreffende functie ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. -**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon of bezoldiging, dan wel op een ZW-uitkering. +**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon of bezoldiging, dan wel op een ZW-uitkering. ### Artikel 41a @@ -1065,7 +923,7 @@ Vervallen **1.** -De aanspraken van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op grond van dit hoofdstuk gedurende de eerste 52 weken van ongeschiktheid tot werken, vervallen indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar: +De aanspraken van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op grond van dit hoofdstuk gedurende de eerste 104 weken van ongeschiktheid tot werken, vervallen indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar: a) niet binnen redelijke termijn gezondheidskundige hulp inroept; b) zich niet gedurende het gehele verloop van de ziekte onder gezondheidskundige behandeling blijft stellen; @@ -1087,33 +945,31 @@ q) zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door het bevoegd gezag of r) zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO; s) zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk. -**2.** De aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging, de bovenwettelijke ziekte-uitkering of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard in het geval de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de regels heeft overtreden die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld. +**2.** De aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging of de bovenwettelijke ziekte-uitkering, kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard in het geval de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de regels heeft overtreden die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld. **3.** De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraken herleven met ingang van het tijdstip waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de betreffende verplichting op grond van dat lid. -**4.** Het bevoegd gezag kan op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat de aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging, de bovenwettelijke ziekte-uitkering of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering niet vervalt maar geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar zal worden uitbetaald. +**4.** Het bevoegd gezag kan op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat de aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging of de bovenwettelijke ziekte-uitkering niet vervalt maar geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar zal worden uitbetaald. **5.** Voor zover het bevoegd gezag van de bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, worden de niet uitbetaalde bezoldiging of de bovenwettelijke ziekte-uitkering alsnog aan de ambtenaar uitbetaald, indien de in artikel 51, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie bedoelde commissie van artsen ten gunste van de ambtenaar heeft geoordeeld. -**6.** Voor zover het bevoegd gezag van de bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering alsnog aan de ambtenaar of gewezen ambtenaar uitbetaald, indien het in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, bedoelde oordeel ten gunste van de ambtenaar of gewezen ambtenaar uitvalt. - ### Artikel 45 **1.** -De aanspraken van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op grond van dit hoofdstuk na de eerste 52 weken van ongeschiktheid tot werken, vervallen indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar: +De aanspraken van de ambtenaar op grond van dit hoofdstuk na de eerste 104 weken van ongeschiktheid tot werken, vervallen indien de ambtenaar: a) weigert aangeboden passende arbeid, waartoe de deskundige persoon of de arbodienst hem in staat acht, te verkrijgen of te aanvaarden; b) zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verzuimbegeleiding en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedure; -c) geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van artikel 25 of 28, onder a of b, van de WAO. +c) geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van artikel 25 of 28, onder a of b, van de WAO. -**2.** De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraken herleven met ingang van het tijdstip waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de betreffende verplichting op grond van dat lid. +**2.** De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraken herleven met ingang van het tijdstip waarop de ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de betreffende verplichting op grond van dat lid. -**3.** Na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in de artikelen 38 en 39, is op de aanspraak die de ambtenaar en de gewezen ambtenaar heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, het verplichtingen- en sanctieregime van de WAO van overeenkomstige toepassing. +**3.** Na het tijdvak van 104 weken, bedoeld in de artikelen 38 en 39, is op de aanspraak die de ambtenaar heeft op doorbetaling van de bezoldiging, het verplichtingen- en sanctieregime van de WAO van overeenkomstige toepassing. -**4.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar en de gewezen ambtenaar, de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten. +**4.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar, de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel 38, eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten. -**5.** Indien ten aanzien van de WAO-uitkering die de ambtenaar en de gewezen ambtenaar genieten een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het bevoegd gezag zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben. +**5.** Indien ten aanzien van de WAO-uitkering die de ambtenaar genieten een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het bevoegd gezag zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op doorbetaling van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel 38, eerste lid waarop de ambtenaar aanspraak hebben. ### Artikel 45a @@ -1125,9 +981,7 @@ a) een tegemoetkoming of een vergoeding die vergelijkbaar is met de tegemoetkomi b) een ZW-uitkering ingeval van meer dan een betrekking. In dat geval wordt de ZW-uitkering naar rato van de bezoldiging toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan zijn bezoldiging wordt doorbetaald krachtens dit hoofdstuk en de andere betrekking of betrekkingen. c) een WAO-uitkering ingeval van meer dan één betrekking. In dat geval wordt de WAO-uitkering naar rato van de bezoldiging toegerekend aan de betrekking ter zake waarvan zijn bezoldiging wordt doorbetaald krachtens dit hoofdstuk en de andere betrekking of betrekkingen. -**2.** De inkomsten die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de deskundige persoon of de arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging, de bovenwettelijke ziekte-uitkering of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voorzover deze tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging, de ZW-uitkering of de WAO-uitkering, vermeerderd met de bovenwettelijke ziekte-uitkering of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, de bezoldiging te boven gaan. - -**3.** +**2.** Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden op het bedrag, waarop de gewezen ambtenaar ingevolge dit hoofdstuk recht heeft, in mindering gebracht, tenzij: @@ -1140,13 +994,13 @@ Vervallen ### Artikel 45c -**1.** De aanspraak van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op de bovenwettelijke ziekte-uitkering of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt zoveel mogelijk op gelijke wijze gewijzigd als een aan hem toegekende ZW-uitkering of een WAO-uitkering. +**1.** De aanspraak van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op de bovenwettelijke ziekte-uitkering of de doorbetaling van de bezoldiging na afloop van de termijn als bedoeld in artikel 38, eerste lid, wordt zoveel mogelijk op gelijke wijze gewijzigd als een aan hem toegekende ZW-uitkering of een WAO-uitkering. **2.** Het eerste lid vindt geen toepassing indien de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak op een ZW-uitkering of een WAO-uitkering hebben wegens ongeschiktheid tot werken voor een betrekking die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar heeft vervuld naast zijn betrekking ter zake waarvan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar op een uitkering krachtens dit hoofdstuk aanspraak heeft, voor zover de ZW-uitkering of de WAO-uitkering naar de inkomsten uit die andere betrekking wordt berekend of geacht kan worden te zijn berekend. ### Artikel 45d -**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen van hoofdstuk X van dit besluit van toepassing zoals deze luidden op 31 december 2005. +**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen van hoofdstuk X van dit besluit van toepassing zoals deze luidden op 31 december 2005. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3.1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg of een uitkering op grond van artikel 3:8, of 3:10, eerste lid, van die wet, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. @@ -1236,7 +1090,7 @@ Wijzigt dit besluit. ### Artikel 49c -Artikel 6, zesde lid, onderdeel d, en zevende lid, is tot en met 31 december 2006 niet van toepassing op een reorganisatie, anders dan een reorganisatie aangaande bovenregionale samenwerkingen, een voorziening tot samenwerking als bedoeld in de artikelen 47 en 47a van de Politiewet (Stb. 2005, 242) of veranderingen in de landelijke organisatie van de politie. +Artikel 6, zesde lid, onderdeel d, en zevende lid, is tot en met 31 december 2006 niet van toepassing op een reorganisatie, anders dan een reorganisatie aangaande bovenregionale samenwerkingen, een voorziening tot samenwerking als bedoeld in de artikelen 47 en 47a van de Politiewet (Stb. 2005, 242) of veranderingen in de landelijke organisatie van de politie. ### Artikel 50