2015-01-01 | BWBR0035948 | Besluit langdurige zorg
This commit is contained in:
parent
9bb6a7a9ae
commit
5607d3d7a6
1 changed files with 176 additions and 257 deletions
|
|
@ -21,13 +21,11 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
1°. indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: over dat jaar verschuldigde inkomstenbelasting, bedoeld in artikel 2.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
|
||||
2°. in de overige gevallen: in dat jaar ingehouden loonbelasting, bedoeld in artikel 20 van de Wet op de loonbelasting 1964, vermeerderd met de in dat jaar ingehouden premie voor de volksverzekeringen bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
|
||||
- *beschermd wonen:* beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
|
||||
- *budgetplan:* overzicht van de door de verzekerde of diens wettelijk vertegenwoordiger voorgenomen besteding van een aan te vragen persoonsgebonden budget;
|
||||
- *dag:* kalenderdag;
|
||||
- *deeltijdverblijf:* verblijf in een instelling zonder behandeling van gemiddeld zeven etmalen gedurende een periode van veertien aaneengesloten etmalen overeenkomstig van tevoren vastgestelde tijdsperioden;
|
||||
- *eigen bijdrage:* bijdrage van de verzekerde in de kosten van zorg;
|
||||
- *gebruikelijke zorg:* normale, dagelijkse zorg die ouders geacht worden te bieden aan inwonende kinderen;
|
||||
- * grondslag sparen en beleggen:* grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
- *grondslag sparen en beleggen:* grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
- *inkomen:*
|
||||
|
||||
1°. indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 1°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
|
||||
|
|
@ -35,12 +33,9 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *modulair pakket thuis:* modulair pakket thuis als bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
|
||||
- *palliatief terminale zorg:* zorg die betrekking heeft op de levensfase waarin de levensverwachting van de verzekerde naar het oordeel van de behandelend arts korter is dan drie maanden;
|
||||
- *peiljaar:* tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de verzekerde zijn recht op zorg tot gelding brengt;
|
||||
- *pensioengerechtigde leeftijd:* pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
|
||||
- *preventieve maatregel:* maatregel als bedoeld in artikel 4.2.4, zesde lid, van de wet;
|
||||
- *rendementsgrondslag:* rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
- *pensioengerechtigde leeftijd:* pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
|
||||
- *standaardpremie:* bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag;
|
||||
- *vermogen:* vermogen, bedoeld in artikel 3.3.1.2;
|
||||
- *vermogensinkomensbijtelling:* bijtelling van het vermogen als bedoeld in artikel 3.3.1.2a;
|
||||
- *volledig pakket thuis:* integraal en volledig pakket thuis als bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
|
||||
- *wet:*
|
||||
Wet langdurige zorg;
|
||||
|
|
@ -76,10 +71,6 @@ Indien het Zorginstituut met toepassing van artikel 35, derde lid, van de Zorgve
|
|||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste en tweede lid, beëindigt een Wlz-uitvoerder de inschrijving van een verzekerde met ingang van de dag waarop artikel 2.2.1, eerste lid, van de wet ten aanzien van de verzekerde is toegepast of indien inschrijving bij die Wlz-uitvoerder bij of krachtens de wet niet of niet langer is toegestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.5
|
||||
|
||||
Als regio als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt aangewezen Utrecht.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. De inhoud van de verzekering
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Het verzekerde pakket en het recht op zorg
|
||||
|
|
@ -107,18 +98,9 @@ b. in de lokale omgeving ten behoeve van het aangaan of onderhouden van sociale
|
|||
|
||||
### Artikel 3.1.3
|
||||
|
||||
**1.** Logeeropvang als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel g, van de wet omvat het gedurende maximaal 156 etmalen per kalenderjaar door verzekerde die zorg in natura of een persoonsgebonden budget ontvangt logeren in een voor hem beschermende woonomgeving, geboden door een zorgaanbieder die daarbij tevens voorziet in samenhangende zorg.
|
||||
**1.** Logeeropvang als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel g, van de wet omvat het gedurende maximaal 104 etmalen per kalenderjaar logeren in een gecontracteerde instelling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid kan een verzekerde met een zeer complexe zorgbehoefte die een persoonsgebonden budget ontvangt, voor de logeeropvang vanuit het persoonsgebonden budget zelf:
|
||||
|
||||
a. voorzien in een passende zorglocatie in een voor hem beschermende woonomgeving met inbegrip van voorzieningen als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet, en
|
||||
b. de gedurende het logeren benodigde zorg inkopen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt nader omschreven wanneer sprake is van een verzekerde als bedoeld in het tweede lid, aanhef, en een passende zorglocatie als bedoeld in het tweede lid, onder a.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een indicatiebesluit gedurende een deel van een kalenderjaar geldig is, wordt het maximum aantal etmalen, bedoeld in het eerste lid, berekend door het aantal weken in dat kalenderjaar gedurende welke het indicatiebesluit geldig is, te vermenigvuldigen met drie.
|
||||
**2.** Indien een indicatiebesluit gedurende een deel van een kalenderjaar geldig is, wordt het maximumaantal etmalen, bedoeld in het eerste lid, berekend door het aantal weken in dat kalenderjaar gedurende welke het indicatiebesluit geldig is, te vermenigvuldigen met twee.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -126,21 +108,19 @@ b. de gedurende het logeren benodigde zorg inkopen.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt aangemerkt een woonsituatie waarbij:
|
||||
Als een kleinschalige wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt aangemerkt een woonsituatie waarbij:
|
||||
|
||||
a. minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet of de Zorgverzekeringswet ontvangen voor zorg en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de zorg inkopen, en
|
||||
b. de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten.
|
||||
a. minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget ontvangen, en
|
||||
b. de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten.
|
||||
|
||||
**3.** Een verzekerde die inwoont bij een ouder, pleegouder of pleegoudervoogd als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet wordt niet aangemerkt als bewoner van een kleinschalig wooninitiatief.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kan het recht op woningaanpassingen nader worden geregeld en afhankelijk worden gesteld van daarbij te stellen voorwaarden.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan het recht op woningaanpassingen nader worden geregeld en afhankelijk worden gesteld van daarbij te stellen voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.5
|
||||
|
||||
De verzekerde heeft geen recht op zorg ingevolge de wet indien hij:
|
||||
|
||||
a. krachtens zijn zorgverzekering recht heeft op verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 of artikel 2.12, van het Besluit zorgverzekering, die noodzakelijk is in verband met palliatief terminale zorg, tenzij die zorg wordt verleend als voortzetting van zorg ingevolge de wet;
|
||||
b. minderjarig is en voornamelijk in verband met complexe somatische problematiek of een lichamelijke handicap is aangewezen op verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering;
|
||||
a. krachtens zijn zorgverzekering recht heeft op verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, of artikel 2.12, van het Besluit zorgverzekering, die noodzakelijk is in verband met palliatief terminale zorg, tenzij die zorg wordt verleend als voortzetting van zorg ingevolge de wet;
|
||||
b. minderjarig is en krachtens zijn zorgverzekering recht heeft op de verzorging vanwege complexe somatische problematiek of vanwege een lichamelijke handicap als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;
|
||||
c. minderjarig is en in verband met een verstandelijke beperking is aangewezen op zorg en ondersteuning in een veilige en vertrouwde leef- en woonomgeving, gericht op opvoeding en het waar mogelijk deelnemen aan het maatschappelijk leven zoals bedoeld in het zorgprofiel voor wonen met begeleiding en verzorging.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Bepalingen over indicatiebesluiten
|
||||
|
|
@ -166,7 +146,7 @@ Indien de verzekerde is aangewezen op zorg, vermeldt het indicatiebesluit:
|
|||
a. de resultaten van het voorbereidend onderzoek, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid;
|
||||
b. aandoeningen, beperkingen, stoornissen of handicaps als gevolg waarvan hij op de zorg is aangewezen;
|
||||
c. het zorgprofiel waarop hij is aangewezen;
|
||||
d. bij ministeriële regeling te bepalen kenmerken van de verzekerde of van zijn zorgbehoefte die aanleiding kunnen geven tot de toekenning van meer zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid;
|
||||
d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
|
||||
e. voorwaarden en beperkingen die aan het geïndiceerde recht op zorg verbonden zijn;
|
||||
f. de datum met ingang waarvan hij recht heeft op zorg; en
|
||||
g. de geldigheidsduur van het indicatiebesluit.
|
||||
|
|
@ -175,7 +155,7 @@ g. de geldigheidsduur van het indicatiebesluit.
|
|||
|
||||
**1.** Het CIZ neemt zo snel mogelijk, doch binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing op de aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een verzekerde wegens bijzondere omstandigheden reeds in een instelling verblijft, wordt een indicatiebesluit uiterlijk binnen twee weken genomen. Indien de verzekerde ingevolge het indicatiebesluit is aangewezen op in de wet geregeld zorg, werkt het indicatiebesluit terug tot en met de dag waarop het verblijf is aangevangen met een maximale periode van twee weken.
|
||||
**2.** Indien een verzekerde wegens bijzondere omstandigheden reeds zorg ontvangt, wordt een indicatiebesluit uiterlijk binnen twee weken genomen. Indien de verzekerde ingevolge het indicatiebesluit is aangewezen op in de wet geregelde zorg, werkt het indicatiebesluit terug tot en met de dag waarop de zorg is aangevangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -191,19 +171,23 @@ Een indicatiebesluit geldt voor onbepaalde tijd, tenzij het indicatiebesluit beh
|
|||
|
||||
### Artikel 3.3.1.2
|
||||
|
||||
**1.** Het vermogen van een persoon is zijn vermogensgrondslag, bedoeld in het tweede of derde lid, waarvan op aanvraag van de verzekerde wordt afgetrokken het bedrag ter grootte van door de verzekerde in het peiljaar of enig eerder jaar ontvangen eenmalige uitkeringen die bij ministeriële regeling van Onze Minister of Onze Minister van Financiën krachtens artikel 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen zijn aangewezen, met dien verstande dat het vermogen ten minste nihil bedraagt.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De vermogensgrondslag van een persoon is zijn rendementsgrondslag aan het begin van het peiljaar voor zover die rendementsgrondslag meer bedraagt dan het voor dat jaar van toepassing zijnde bedrag in artikel 9.4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
Het vermogen van een persoon is zijn vermogensgrondslag, bedoeld in het tweede of derde lid, waarvan de volgende vermogensbestanddelen worden afgetrokken:
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon in geval artikel 3.3.2.3, tweede lid, of artikel 3.3.2.4, tweede lid, van toepassing is, de te verwachten rendementsgrondslag over het lopende jaar voor zover die rendementsgrondslag meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag in artikel 9.4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
a. op aanvraag van de verzekerde, het bedrag ter grootte van door de verzekerde in het peiljaar of enig eerder jaar ontvangen eenmalige uitkeringen die krachtens artikel 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen zijn aangewezen;
|
||||
b. voor de toepassing van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel c, en artikel 3.3.2.4, eerste lid, een bedrag van € 10.000 voor de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en van € 10.000 voor zijn echtgenoot die:
|
||||
|
||||
**4.** Het deel van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, dat de vermogensgrondslag van de persoon overtreft, wordt voor zijn echtgenoot als vermindering toegepast.
|
||||
1°. de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, of
|
||||
2°. de pensioengerechtigde leeftijd niet heeft bereikt en geen bijdrage als bedoeld in artikel 3.3.2.1, eerste lid, of artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid, dan wel artikel 3.11, eerste lid, of artikel 3.12, eerste of tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 verschuldigd is,
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kan een periode worden vastgesteld gedurende welke het bedrag van een uitkering als bedoeld in het eerste lid, kan worden afgetrokken, welke periode kan verschillen per uitkering.
|
||||
met dien verstande dat het vermogen ten minste nihil bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.1.2a
|
||||
**2.** De vermogensgrondslag van een persoon is zijn grondslag sparen en beleggen, over het peiljaar, of indien over het peiljaar artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 op de persoon van toepassing is, het aan hem toegerekende gedeelte van de toepasselijke gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in dat lid.
|
||||
|
||||
De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, dan wel de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon bij toepassing jegens hem van artikel 3.3.2.3, tweede lid, artikel 3.3.2.4, tweede lid, of artikel 3.3.2.5, de te verwachten grondslag sparen en beleggen over het lopende jaar, of indien artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 vermoedelijk op de persoon van toepassing zal zijn, het te verwachten aan hem toe te rekenen deel van de toepasselijke te verwachten gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**4.** Het deel van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dat de vermogensgrondslag van de persoon overtreft, wordt voor zijn echtgenoot als vermindering toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.1.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -213,12 +197,7 @@ De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde ver
|
|||
|
||||
**3.** Het CAK is bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens de wet van of op de verzekerde met vorderingen van of op de verzekerde krachtens de wet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het CAK maakt voor de vaststelling van de eigen bijdrage gebruik van:
|
||||
|
||||
a. het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en van andere door de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, verstrekte gegevens;
|
||||
b. gegevens van het zorgkantoor over het verstrekken van zorg als bedoeld bij of krachtens de wet aan een verzekerde waaronder, indien van toepassing, de ingangsdatum van de periode waarover een persoonsgebonden budget wordt verleend.
|
||||
**4.** Het CAK maakt voor de vaststelling van de eigen bijdrage gebruik van het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van andere door de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, verstrekte gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.1.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -228,53 +207,29 @@ b. gegevens van het zorgkantoor over het verstrekken van zorg als bedoeld bij of
|
|||
|
||||
### Artikel 3.3.1.5
|
||||
|
||||
**1.** De eigen bijdrage wordt zo spoedig mogelijk vastgesteld nadat de gegevens, bedoeld in artikel 3.3.1.3, vierde lid, onderdelen a en b, door het CAK zijn ontvangen.
|
||||
**1.** De eigen bijdrage wordt zo spoedig mogelijk vastgesteld, maar uiterlijk 24 maanden na het tijdstip waarop het CAK ervan in kennis is gesteld dat ten aanzien van de verzekerde zorg als bedoeld bij of krachtens de wet wordt verleend. De ingangsdatum van de periode waarover de eigen bijdrage is verschuldigd, wordt niet gesteld op een datum die is gelegen meer dan 36 maanden voor de dag waarop het besluit waarin de eigen bijdrage is vastgesteld, aan de verzekerde is verzonden.
|
||||
|
||||
**2.** De eigen bijdrage is verschuldigd met ingang van de maand waarin de verzekerde zorg is verleend of, indien het een persoonsgebonden budget betreft, met ingang van de eerste maand waarover dat is verleend, doch ten hoogste over de 12 maanden die voorafgaan aan de maand waarin het besluit, waarmee de eigen bijdrage is vastgesteld, aan de verzekerde is verzonden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Uit eigen beweging door het CAK of op aanvraag van de verzekerde kan, in afwijking van het tweede lid, de termijn waarover de bijdrage is verschuldigd worden verkort tot ten hoogste een maand of worden besloten dat de bijdrage niet verschuldigd is, indien het CAK van oordeel is dat het verzuim om de bijdrage op te leggen:
|
||||
|
||||
a. het gevolg is van een ernstige tekortkoming of vertraging in de gegevensuitwisseling of verwerking daarvan die noodzakelijk is voor het vaststellen van de bijdrage;
|
||||
b. de tekortkoming of vertraging, bedoeld onder a, niet aan de verzekerde te wijten is; en
|
||||
c. zich bijzondere of verzwarende omstandigheden voordoen voor de verzekerde.
|
||||
**2.** Indien het CAK heeft verzuimd de eigen bijdrage vast te stellen binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, kan de eigen bijdrage op een later tijdstip alsnog worden vastgesteld, met dien verstande dat de ingangsdatum van de periode waarover de eigen bijdrage door de verzekerde moet worden betaald, niet wordt gesteld op een datum die is gelegen meer dan 24 maanden voor de dag waarop het besluit waarin de eigen bijdrage is vastgesteld, aan de verzekerde is verzonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.1.6
|
||||
|
||||
**1.** De eigen bijdrage wordt zo spoedig mogelijk herzien na het tijdstip waarop het CAK in kennis is gesteld van de omstandigheid die aanleiding geeft tot de wijziging.
|
||||
**1.** De eigen bijdrage wordt herzien uiterlijk 24 maanden na het tijdstip waarop het CAK in kennis is gesteld van de omstandigheid die aanleiding geeft tot de wijziging. De ingangsdatum van de periode waarover de herziene eigen bijdrage is verschuldigd, wordt niet gesteld op een datum die is gelegen meer dan 36 maanden voor de dag waarop het besluit waarin de eigen bijdrage is herzien, aan de verzekerde is verzonden.
|
||||
|
||||
**2.** De eigen bijdrage is verschuldigd of wordt gerestitueerd over ten hoogste 36 maanden voor de maand waarin het besluit, waarmee de bijdrage is herzien, aan de verzekerde is verzonden.
|
||||
**2.** De herziene eigen bijdrage wordt voor zover mogelijk verrekend met de eerder vastgestelde bijdrage.
|
||||
|
||||
**3.** De herziene eigen bijdrage wordt voor zover mogelijk verrekend met de eerder vastgestelde bijdrage.
|
||||
**3.** Indien het CAK heeft verzuimd de eigen bijdrage te herzien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, kan de eigen bijdrage op een later tijdstip alsnog worden herzien, met dien verstande dat de ingangsdatum van de periode waarvoor de herziene eigen bijdrage door de verzekerde moet worden betaald, niet wordt gesteld op een datum die is gelegen meer dan 24 maanden voor de dag waarop het besluit waarin de eigen bijdrage is herzien, aan de verzekerde is verzonden.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd het zevende lid, wordt voor zover de bevoegdheid tot herziening van de bijdrage over een maand is vervallen op grond van het tweede tot en met zesde lid, de over die periode eerder vastgestelde bijdrage van rechtswege definitief.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De termijn van 36 maanden als bedoeld in het tweede lid, waarover een eigen bijdrage verschuldigd is, kan worden verkort naar 12 maanden indien het CAK van oordeel is dat het verzuim om de bijdrage te herzien voorafgaand aan de laatstgenoemde termijn:
|
||||
|
||||
a. het gevolg is van een ernstige tekortkoming of vertraging in de gegevensuitwisseling of verwerking daarvan die noodzakelijk is voor het herzien van de bijdrage; en
|
||||
b. de tekortkoming of vertraging, bedoeld onder a, niet aan de verzekerde te wijten is.
|
||||
|
||||
**6.** Uit eigen beweging of op aanvraag van de verzekerde kan, bij het voordoen van de situatie, bedoeld in het vijfde lid, het CAK de termijn verkorten tot ten hoogste een maand of besluiten dat de herziene bijdrage niet verschuldigd is in bijzondere of voor de verzekerde verzwarende omstandigheden.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het tweede lid kan het CAK uit eigen beweging of op aanvraag van de verzekerde een eigen bijdrage herzien en restitueren over meer dan 36 maanden, indien het CAK van oordeel is dat het verzuim om de bijdrage te herzien:
|
||||
|
||||
a. het gevolg is van een ernstige tekortkoming of vertraging in de gegevensuitwisseling of verwerking daarvan die noodzakelijk is voor het herzien van de bijdrage; en
|
||||
b. de tekortkoming of vertraging, niet aan de verzekerde te wijten is.
|
||||
|
||||
**8.** De aanvraag, bedoeld in het zevende lid, wordt gedaan uiterlijk vijf jaar na het bekend worden bij de verzekerde van een omstandigheid die aanleiding geeft tot herziening van de bijdrage.
|
||||
**4.** Voor zover de bevoegdheid tot herziening van de eigen bijdrage over een periode is vervallen op grond van het eerste lid, wordt de over die periode eerder vastgestelde eigen bijdrage van rechtswege definitief.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.1.7
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de artikelen 3.3.2.1, tweede lid, 3.3.2.2, derde en vierde lid en 3.3.2.4, eerste, tweede en vierde lid, jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de artikelen 3.3.2.1, tweede lid, 3.3.2.2, derde en vierde lid, 3.3.2.4, tweede en vierde lid, 3.3.3.1, eerste lid en tweede lid, voor zover het betreft de in dat lid genoemde bedragen per bijdrageperiode, en 3.3.3.2, tweede en vierde lid, jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, worden de bedragen voor de toepassing van de artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid, 3.3.2.4, tweede en vierde lid, en 3.3.2.6 afzonderlijk vastgesteld voor zowel het peiljaar als het lopende kalenderjaar.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.3.1.2, eerste lid, onderdeel b, jaarlijks gewijzigd aan de hand van het indexcijfer waarmee het bedrag, genoemd in artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, jaarlijks wordt gewijzigd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen van het bijdrageplichtig inkomen, genoemd in artikel 3.3.3.1, tweede lid, jaarlijks gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.2. Eigen bijdrage voor zorg met verblijf in een instelling, volledig pakket thuis en persoonsgebonden budget
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.2.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -284,9 +239,9 @@ De eigen bijdrage bedraagt per maand een twaalfde gedeelte van het bijdrageplich
|
|||
|
||||
a. de ongehuwde verzekerde die in een instelling verblijft,
|
||||
b. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden in een instelling verblijven,
|
||||
c. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen of een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen is verleend.
|
||||
c. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen.
|
||||
|
||||
**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 3.061,80 per maand.
|
||||
**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 2.284,60 per maand.
|
||||
|
||||
**3.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen slechts eenmaal de eigen bijdrage, berekend overeenkomstig het eerste en tweede lid, verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,77 +249,44 @@ c. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en wiens echtgenoot ver
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 3.3.2.1 bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor:
|
||||
In afwijking van artikel 3.3.2.1 geldt een eigen bijdrage per maand van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor:
|
||||
|
||||
a. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste vier maanden van verblijf in een instelling;
|
||||
b. de gehuwde verzekerden tezamen, zolang niet ten aanzien van elk van hen een periode van vier maanden is verstreken;
|
||||
a. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste zes maanden van verblijf in een instelling;
|
||||
b. de gehuwde verzekerden tezamen, zolang niet ten aanzien van elk van hen een periode van zes maanden is verstreken;
|
||||
c. de ongehuwde verzekerde die moet of gehuwde verzekerden tezamen die moeten voorzien in de kosten van onderhoud van eigen, aangehuwde of pleegkinderen, mits voor die kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet recht op een uitkering bestaat of aan die kinderen, voor zover ze de leeftijd van 27 jaar nog niet hebben bereikt, studiefinanciering is toegekend krachtens de Wet studiefinanciering 2000;
|
||||
d. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de Wlz-uitvoerder het waarschijnlijk acht dat het verblijf in de instelling voor de ongehuwde verzekerde, voor beide of voor een van beide gehuwde verzekerden binnen vier maanden kan worden beëindigd en terugkeer naar de maatschappij mogelijk is en zal worden bewerkstelligd;
|
||||
e. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de Wlz-uitvoerder aan elk van hen deeltijdverblijf in een instelling heeft toegekend.
|
||||
d. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de Wlz-uitvoerder het waarschijnlijk acht dat het verblijf in de instelling voor de ongehuwde verzekerde, voor beide of voor een van beide gehuwde verzekerden binnen een half jaar kan worden beëindigd en terugkeer naar de maatschappij mogelijk is en zal worden bewerkstelligd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor:
|
||||
De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde gedeelte van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor:
|
||||
|
||||
a. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en wiens echtgenoot geen zorg in natura of persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
b. de gehuwde verzekerden tezamen van wie één in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en de ander een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
c. de ongehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
d. de gehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt dan wel deeltijd in een instelling verblijft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen dan wel daarvoor een persoonsgebonden budget is verleend, met dien verstande dat de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen de eigen bijdrage slechts eenmaal verschuldigd zijn.
|
||||
a. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en wiens echtgenoot geen zorg in natura of persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
b. de gehuwde verzekerden tezamen van wie één in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en de ander een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
c. de ongehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
d. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden een volledig pakket thuis of beiden een persoonsgebonden budget ontvangen;
|
||||
e. de gehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen, met dien verstande dat de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen de eigen bijdrage slechts eenmaal verschuldigd zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten minste € 212,60 en niet meer dan € 1.115,80 per maand.
|
||||
**3.** De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten minste € 158,60 en niet meer dan € 832,60 per maand.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De eigen bijdrage wordt verminderd met € 182,20 per maand voor:
|
||||
De eigen bijdrage wordt verminderd met € 136 per maand voor:
|
||||
|
||||
a. de ongehuwde verzekerde die een persoonsgebonden budget of een modulair pakket thuis ontvangt;
|
||||
b. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangen of van wie één een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
c. de ongehuwde verzekerde en de gehuwde verzekerde die een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt indien hij of zijn echtgenoot een maatwerkvoorziening, anders dan voor beschermd wonen, dan wel een persoonsgebonden budget, anders dan voor beschermd wonen, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ontvangt.
|
||||
a. de ongehuwde verzekerde die een persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
b. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden een persoonsgebonden budget ontvangen of van wie de één een persoonsgebonden budget en de ander een modulair pakket thuis ontvangt;
|
||||
c. de ongehuwde verzekerde en de gehuwde verzekerde die een persoonsgebonden budget ontvangt indien hij of zijn echtgenoot een maatwerkvoorziening, anders dan voor beschermd wonen, dan wel een persoonsgebonden budget, anders dan voor beschermd wonen, als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ontvangt.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste tot en met vierde lid wordt de eigen bijdrage voorlopig vastgesteld op het minimumbedrag, genoemd in het derde lid, en verminderd met het kortingsbedrag, genoemd in de aanhef van het vierde lid, indien de verzekerde per maand twintig uur of minder aan zorg in natura via een modulair pakket thuis ontvangt, indien:
|
||||
|
||||
a. de ongehuwde verzekerde niet tevens een persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
b. de gehuwde verzekerden tezamen beiden een modulair pakket thuis ontvangen of van wie één een modulair pakket thuis ontvangt, maar één of beiden geen persoonsgebonden budget of anderszins zorg in natura ontvangen;
|
||||
c. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerde die niet tevens een persoonsgebonden budget ontvangt, indien hij of zijn echtgenoot een maatwerkvoorziening, anders dan voor beschermd wonen, dan wel een persoonsgebonden budget, anders dan voor beschermd wonen, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ontvangt;
|
||||
d. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerde niet tevens deeltijd in een instelling verblijft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het vijfde lid is toegepast, vindt uiterlijk zes maanden na de voorlopige vaststelling, bedoeld in het vijfde lid, de definitieve vaststelling plaats. Indien uit de definitieve gegevens over de ontvangen zorg blijkt dat de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden ieder meer dan twintig uur aan zorg in natura via een modulair pakket thuis heeft of hebben ontvangen, vindt definitieve vaststelling plaats op grond van dit besluit zonder toepassing van het vijfde lid.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De onderdelen a en b van het eerste lid zijn niet van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. het een verzekerde betreft van wie het recht op verblijf en de daarbij behorende medisch noodzakelijke geneeskundige zorg in verband met een psychische stoornis krachtens zijn zorgverzekering is geëindigd omdat de krachtens de Zorgverzekeringswet geldende maximumduur voor die zorg is bereikt, of
|
||||
b. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 3.3.2.1 verschuldigd was of waren, of
|
||||
c. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling voor beschermd wonen waarvoor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen een bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 verschuldigd was of waren.
|
||||
b. het verblijf aanvangt binnen zes maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 3.3.2.1 verschuldigd was of waren, of
|
||||
c. het verblijf aanvangt binnen zes maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling voor beschermd wonen waarvoor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen een bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 verschuldigd was of waren.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de berekening van de periode van vier maanden, bedoeld in het zevende lid, worden perioden van verblijf in instellingen of waarover een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen wordt verleend samengeteld, tenzij tussen twee zodanige perioden meer dan zestig dagen zijn verlopen. De eerste volzin is niet van toepassing op verzekerden die maximaal twee weken per twee maanden in een instelling verblijven dan wel aan die verzekerden gedurende die perioden een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen is verleend.
|
||||
**6.** Voor de berekening van de periode van zes maanden, bedoeld in het vijfde lid, worden perioden van verblijf in instellingen samengeteld, tenzij tussen twee zodanige perioden meer dan zestig dagen zijn verlopen. De eerste volzin is niet van toepassing op verzekerden die maximaal twee weken per twee maanden in een instelling verblijven.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Uit eigen beweging door het CAK of op aanvraag van de verzekerde is de eigen bijdrage niet verschuldigd indien de verzekerde die in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt:
|
||||
|
||||
a. een inkomen heeft dat gelijk is aan of lager is dan de in artikel 23, eerste en tweede lid, van de Participatiewet, genoemde normbedragen, die gelden voor de verzekerden in de daarbij genoemde burgerlijke staat, waarbij die normbedragen opgehoogd worden met de voor de verzekerde op grond van het derde, vierde of vijfde lid, vastgestelde minimale eigen bijdrage; of
|
||||
b. op grond van artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet geen uitkering ontvangt.
|
||||
|
||||
**10.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de verschillende tijdsaanduidingen die per zorgvorm worden gehanteerd en de wijze waarop die meetellen voor de berekening van de urengrens, bedoeld in het vijfde en zesde lid.
|
||||
|
||||
**11.** De aanvraag, bedoeld in het negende lid, wordt gedaan uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk vier maanden na de datum waarop de bijdrage op basis van het bijdrageplichtig inkomen wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.2.2a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In geval aan een verzekerde of gehuwde verzekerden tezamen meerdere leveringsvormen zijn toegekend, wordt met het oog op de samenloop van bijdragen bij de toepassing van de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 de volgende rangorde in acht genomen bij de verschuldigdheid van bijdragen door de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen:
|
||||
|
||||
1°. verblijf in een instelling;
|
||||
2°. een volledig pakket thuis;
|
||||
3°. een persoonsgebonden budget; of
|
||||
4°. een modulair pakket thuis.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de verzekerde meerdere leveringsvormen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen 1° tot en met 4°, ontvangt, is telkens enkel de bijdrage voor de bovenstaande leveringsvorm in de rangorde, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd.
|
||||
**7.** Op aanvraag van de verzekerde is de eigen bijdrage niet verschuldigd indien de verzekerde een uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet ontvangt of indien hij op grond van artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van die wet geen uitkering ontvangt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.2.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -378,11 +300,11 @@ b. op het met toepassing van onderdeel a berekende bedrag worden in mindering ge
|
|||
1°. 15% van de netto-opbrengst van in het voorafgaande kalenderjaar verrichte arbeid van een loon- of salarisdoorbetaling wegens ziekte of van een uitkering ingevolge de Ziektewet dan wel, indien dit onbekend of niet beschikbaar is, 15% van de redelijkerwijs te verwachten netto-opbrengst van in het lopende kalenderjaar verrichte arbeid, van een loon- of salarisdoorbetaling wegens ziekte of van een uitkering ingevolge de Ziektewet;
|
||||
2°. het in het peiljaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag, een aftrekpost die verschillend kan zijn voor een verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en een verzekerde die die leeftijd nog niet heeft bereikt of extra vrijlatingen, een en ander volgens bij ministeriële regeling te bepalen regels;
|
||||
3°. op aanvraag van de verzekerde, de in het peiljaar geldende uitkering op grond van artikel 14 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 of op grond van artikel 20 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;
|
||||
c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling over het peiljaar.
|
||||
c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
|
||||
|
||||
**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en c, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen, vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling van het verwachte vermogen, en de over dat kalenderjaar te verwachten belasting indien toepassing van het eerste lid, onderdelen a en c, ertoe zou leiden dat na afdracht van de bijdrage maandelijks gemiddeld minder over zou blijven dan het zak- en kleedgeld, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar, alsmede een bedrag in verband met de standaardpremie, vermeerderd met de inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, en verminderd met de zorgtoeslag, zoals deze bedragen gelden in het lopende kalenderjaar. Het aldus berekende bijdrageplichtig inkomen wordt, om de per maand verschuldigde bijdrage vast te stellen, gedeeld door twaalf.
|
||||
**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en c, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen, 8% van het te verwachten vermogen, en de over dat kalenderjaar te verwachten belasting indien toepassing van het eerste lid, onderdelen a en c, ertoe zou leiden dat na afdracht van de bijdrage maandelijks gemiddeld minder over zou blijven dan het zak- en kleedgeld, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar, alsmede een bedrag in verband met de standaardpremie, vermeerderd met de inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, en verminderd met de zorgtoeslag, zoals deze bedragen gelden in het lopende kalenderjaar. Het aldus berekende bijdrageplichtig inkomen wordt, om de per maand verschuldigde bijdrage vast te stellen, gedeeld door twaalf.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk vier maanden na de datum waarop de bijdrage op basis van het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld.
|
||||
**3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk drie maanden na de datum waarop de bijdrage op basis van het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens de definitieve vaststelling plaats. Indien daaruit blijkt dat niet voldaan is aan het tweede lid, vindt definitieve vaststelling plaats met toepassing van het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -390,38 +312,35 @@ c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met de
|
|||
|
||||
### Artikel 3.3.2.4
|
||||
|
||||
**1.** Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 7.727,60, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
|
||||
**1.** Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
|
||||
|
||||
**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 3.293,60 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt.
|
||||
**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.540 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk vier maanden na de datum waarop de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.
|
||||
**3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk drie maanden na de datum waarop de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar minder dan € 3.293,60 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
|
||||
**4.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar minder dan € 2.540 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. Op aanvraag van de verzekerde wordt daarop de in het buitenland verschuldigde belasting in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.2.4a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.2.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet wordt, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a, of artikel 3.3.2.4, eerste lid, uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het desbetreffende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar volgende op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a, of artikel 3.3.2.4, eerste lid, uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het dan lopende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het tweede jaar volgend op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt uitgegaan van de in het tweede lid bedoelde bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.2.6
|
||||
|
||||
Indien artikel 3.3.2.3, tweede lid, van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, twaalf maal het in het lopende kalenderjaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag en, indien van toepassing, de algemene korting voor wie de pensioensgerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt onderscheidenlijk de algemene korting voor wie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, in mindering gebracht.
|
||||
**1.** Indien artikel 3.3.2.3, tweede lid, of artikel 3.3.2.5, eerste of tweede lid, voor zover het betreft de afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, twaalf maal het in het lopende kalenderjaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag en, indien van toepassing, de algemene korting voor wie de pensioensgerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt onderscheidenlijk de algemene korting voor wie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien artikel 3.3.2.5, eerste lid, voor zover het betreft de afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, van toepassing is en de werkzaamheden in de loop van het kalenderjaar aanvangen, worden de bedragen, bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, naar rato van het deel van het kalenderjaar waarover de inkomsten worden verworven, in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.2.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen gegevens inzake het inkomen of de grondslag sparen en beleggen beschikbaar zijn, wordt de eigen bijdrage vastgesteld op het minimumbedrag, genoemd in artikel 3.3.2.2, derde lid.
|
||||
|
||||
Indien ten aanzien van de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerde en diens echtgenoot geen voor de vaststelling van de eigen bijdrage benodigde gegevens inzake het inkomen en de rendementsgrondslag beschikbaar zijn:
|
||||
|
||||
a. wordt de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.1, eerste lid, vastgesteld op € 0 per maand;
|
||||
b. wordt de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, vastgesteld op het minimumbedrag, genoemd in het derde lid van dat artikel, en is het vierde lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit alsnog beschikbaar gekomen gegevens inzake het inkomen of de rendementsgrondslag of uit een wijziging van deze gegevens, blijkt dat de eigen bijdrage op een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de eigen bijdrage met inachtneming van de beschikbaar gekomen gegevens dan wel van die wijziging.
|
||||
**2.** Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit alsnog beschikbaar gekomen gegevens inzake het inkomen of de grondslag sparen en beleggen of uit een wijziging van deze gegevens, blijkt dat de eigen bijdrage op een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de eigen bijdrage met inachtneming van de beschikbaar gekomen gegevens dan wel van die wijziging.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.2.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -431,7 +350,7 @@ b. wordt de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, va
|
|||
|
||||
### Artikel 3.3.2.9
|
||||
|
||||
**1.** Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt afwezigheid uit de instelling, anders dan in verband met beëindiging van de zorgverlening, buiten beschouwing gelaten.
|
||||
**1.** Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt afwezigheid uit de instelling, anders dan in verband met beëindiging van de zorgverlening, buiten beschouwing gelaten
|
||||
|
||||
**2.** Over een gedeelte van een maand is de eigen bijdrage gelijk aan het vastgestelde bedrag per maand, vermenigvuldigd met twaalf maal het aantal dagen waarover de bijdrage binnen die maand verschuldigd is en gedeeld door 365.
|
||||
|
||||
|
|
@ -441,19 +360,56 @@ b. wordt de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, va
|
|||
|
||||
### Artikel 3.3.3.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De eigen bijdrage bedraagt € 14,20 per uur of, indien de zorg wordt verleend in groepsverband, per dagdeel van maximaal vier uur, voor de verzekerde die een modulair pakket thuis ontvangt. Indien er sprake is van zorgverlening, niet zijnde zorg in groepsverband, gedurende een deel van een uur, wordt de eigen bijdrage naar evenredigheid berekend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor de ongehuwde verzekerde, niet meer dan € 19,40 per bijdrageperiode met dien verstande dat dit bedrag, indien zijn bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.3.2:
|
||||
|
||||
1°. meer bedraagt dan € 22.331 en hij de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 22.331;
|
||||
2°. meer bedraagt dan € 16.634 en hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 16.634;
|
||||
b. voor de gehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen, niet meer dan € 27,60 per bijdrageperiode, met dien verstande dat dit bedrag, indien het gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.3.2:
|
||||
|
||||
1°. meer bedraagt dan € 27.917 en een van beiden of beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt of nog niet hebben bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 27.917;
|
||||
2°. meer bedraagt dan € 23.046 en beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 23.046.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt overeenkomstig de weeknummers volgens de internationale standaard ISO 8601 uitgegaan van twaalf bijdrageperioden van vier weken en een bijdrageperiode die vier of vijf weken bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.** De eigen bijdrage, berekend op grond van het eerste en tweede lid, wordt verminderd met de bijdragen in de kosten van een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 die verzekerde of zijn echtgenoot in dezelfde bijdrageperiode verschuldigd zijn, tenzij de bijdrage betrekking heeft op verblijf in een instelling voor beschermd wonen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De eigen bijdrage is niet verschuldigd:
|
||||
|
||||
a. indien de verzekerde of de echtgenoot van de verzekerde een eigen bijdrage als bedoeld in de artikelen 3.3.2.1 of 3.3.2.2 verschuldigd is dan wel de echtgenoot een bijdrage voor verblijf in een instelling voor beschermd wonen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verschuldigd is;
|
||||
b. door de verzekerde over de bijdrageperiode waarin hij of zijn echtgenoot twee of meer nachten aaneengesloten verblijft in een voorziening voor opvang als bedoeld inde Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
|
||||
c. inden de zorgverzekeraar, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de kinderbescherming of het AMHK, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding of ontwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.3.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in artikel 3.3.3.1, tweede lid, bedraagt het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
|
||||
|
||||
**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen en 8% van het te verwachten vermogen in het lopende jaar, indien het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.540 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk drie maanden na de datum waarop de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar minder dan € 2.540 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. Op aanvraag van de verzekerde wordt daarop de in het buitenland verschuldigde belasting in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.3.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen gegevens inzake het inkomen of de grondslag sparen en beleggen beschikbaar zijn, wordt de eigen bijdrage vastgesteld op het bedrag per bijdrageperiode, genoemd in artikel 3.3.3.2, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit alsnog beschikbaar gekomen gegevens inzake het inkomen of de grondslag sparen en beleggen, of uit een wijziging van deze gegevens, blijkt dat de eigen bijdrage op een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de bijdrage met inachtneming van de beschikbaar gekomen gegevens dan wel van die wijziging.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.3.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De hoogte van de maximale eigen bijdrage per bijdrageperiode welke op grond van artikel 3.3.3.1, tweede lid, verschuldigd is, wordt jaarlijks opnieuw berekend voor de periode van de eerste dag van januari tot en met de eenendertigste dag van de daaropvolgende maand december.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 3.3.3.3, eerste lid, geldt, indien het inkomen bij de jaarlijkse herberekening nog moet worden vastgesteld, als eigen bijdrage, de eigen bijdrage die over de laatste maand in het vorige kalenderjaar verschuldigd was.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Wachttijd
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,18 +457,16 @@ Een persoonsgebonden budget wordt per kalenderjaar verstrekt.
|
|||
|
||||
Het zorgkantoor verleent geen persoonsgebonden budget indien:
|
||||
|
||||
a. de verzekerde krachtens een indicatiebesluit is aangewezen op een bij ministeriële regeling genoemd zorgprofiel;
|
||||
a. een verzekerde krachtens een indicatiebesluit is aangewezen op een bij ministeriële regeling genoemd zorgprofiel;
|
||||
b. de verzekerde weigert om het budgetplan met het zorgkantoor te bespreken of, na daartoe door het zorgkantoor te zijn opgeroepen, niet verschijnt;
|
||||
c. de verzekerde het door het zorgkantoor vastgestelde aanvraagformulier niet volledig en juist heeft ingevuld;
|
||||
d. de verzekerde, gelet op de door hem verstrekte gegevens of bescheiden, voornemens is om het persoonsgebonden budget uitsluitend te besteden aan de inkoop van zorg bij zorgaanbieders die gecontracteerd zijn door de Wlz-uitvoerder.
|
||||
d. de verzekerde, gelet op de door hem verstrekte gegevens of bescheiden, voornemens is om het persoonsgebonden budget uitsluitend te besteden aan de inkoop van zorg bij gecontracteerde zorgaanbieders.
|
||||
|
||||
**2.** Het zorgkantoor kan besluiten de verleningsbeschikking niet in te trekken indien de verzekerde het persoonsgebonden budget geheel besteedt aan de inkoop van zorg bij een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.4, tweede lid, dat nadat het kleinschalig wooninitiatief aan betreffende verzekerde zorg heeft verleend ten laste van een persoonsgebonden budget op grond van deze wet, inmiddels gecontracteerd is door de Wlz-uitvoerder.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verlening of weigering van een persoonsgebonden budget.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verlening of weigering van een persoonsgebonden budget.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6.3
|
||||
|
||||
Een persoonsgebonden budget bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. Bij deze regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de:
|
||||
Een persoonsgebonden budget bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling bepalen bedrag. Bij deze regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de:
|
||||
|
||||
a. vermindering van het bedrag voor de bestanddelen behandeling, kapitaallasten, kosten voor verblijf of andere bestanddelen,
|
||||
b. vermeerdering van het bedrag voor verzekerden die wonen in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.3, tweede lid,
|
||||
|
|
@ -520,17 +474,17 @@ c. de hoogte van het bedrag indien de verzekerde naast het persoonsgebonden budg
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6.4
|
||||
|
||||
**1.** De verzekerde sluit een schriftelijke overeenkomst met iedere zorgaanbieder of mantelzorger die hij ten laste van zijn persoonsgebonden budget zorg wenst te laten verlenen.
|
||||
**1.** De verzekerde sluit een schriftelijke overeenkomst met iedere zorgaanbieder of mantelzorger die hij ten laste van zijn persoongebonden budget zorg wenst te laten verlenen. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de overeenkomst overeenstemt met een daarvoor door de Sociale verzekeringsbank vast te stellen model.
|
||||
|
||||
**2.** De verzekerde laat de betalingen verrichten door de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over in de overeenkomst op te nemen bedingen of voorwaarden en over het model, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de ontbinding van de overeenkomst indien het persoonsgebonden budget wordt ingetrokken of gewijzigd.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste en het tweede lid kan de verzekerde zelf betalingen verrichten ten laste van zijn persoonsgebonden budget indien het gaat om kosten verbonden aan vervoer als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel f, van de wet waarvoor de verzekerde geen schriftelijke overeenkomst heeft gesloten.
|
||||
**3.** De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het zorgkantoor en de Sociale verzekeringsbank. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van de uitvoerbaarheid van het persoonsgebonden budget en van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 3.3.3, zevende lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6.5
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden maximumtarieven vastgesteld voor de verlening van zorg die vanuit het persoonsgebonden budget kan worden bekostigd.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden maximumtarieven vastgesteld voor de verlening van zorg die vanuit het persoonsgebonden budget kunnen worden bekostigd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,7 +498,7 @@ b. een andere zorgaanbieder dan een zorgaanbieder als bedoeld in onderdeel a of
|
|||
Van het tweede lid, onder a, is sprake indien de zorg is verleend door:
|
||||
|
||||
1°. een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d of e, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg;
|
||||
2°. een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel;
|
||||
2°. een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel waaraan een geldige beschikking als bedoeld in artikel 3.156 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is afgegeven;
|
||||
3°. een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van zorg.
|
||||
|
||||
**4.** Indien onderdeel a en onderdeel b, van het tweede lid, gelijktijdig van toepassing zijn op een mantelzorger, dan geldt het tarief voor mantelzorgers bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
|
@ -553,10 +507,10 @@ Van het tweede lid, onder a, is sprake indien de zorg is verleend door:
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Sociale verzekeringsbank voert het budgetbeheer uit:
|
||||
De Sociale verzekeringsbank verricht ten behoeve van de verzekerde uitsluitend betalingen uit het persoonsgebonden budget en voert het budgetbeheer:
|
||||
|
||||
a. overeenkomstig de beschikking tot verlening van het persoonsgebonden budget, bedoeld in artikel 3.3.3, eerste lid, van de wet;
|
||||
b. overeenkomstig de door de verzekerde met de zorgaanbieder of mantelzorger gesloten, geldige overeenkomst die voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde regels en voorwaarden als bedoeld in artikel 3.6.4, derde lid;
|
||||
b. overeenkomstig de door de verzekerde met de zorgaanbieder of mantelzorger gesloten, geldige overeenkomst die is goedgekeurd door het zorgkantoor en de Sociale verzekeringsbank;
|
||||
c. tot afdracht van eventuele loonheffing, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen op grond van de Zorgverzekeringswet;
|
||||
d. ter verkrijging door de verzekerde van gelden voor het verrichten van betalingen vanuit een bij ministeriële regeling te bepalen verantwoordingsvrij bedrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -566,13 +520,11 @@ d. ter verkrijging door de verzekerde van gelden voor het verrichten van betalin
|
|||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van het persoonsgebonden budget. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de hulp van een vertegenwoordiger en beperkingen aan de kring van vertegenwoordigers;
|
||||
b. de inhoud, intrekking en wijziging van de beschikking tot verlening en van de beschikking tot vaststelling van het persoonsgebonden budget;
|
||||
c. de verantwoording en de controle;
|
||||
d. het budgetplan;
|
||||
e. de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank van het budgetbeheer, de werkgeverstaken daaronder begrepen;
|
||||
f. de betaling van bijkomende zorgkosten voor zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van de wet;
|
||||
g. de situaties waarin of de voorwaarden waaronder een persoonsgebonden budget kan worden besteed aan kosten van vervoer.
|
||||
a. de hulp van een vertegenwoordiger en beperkingen aan de kring van vertegenwoordigers,
|
||||
c. de inhoud, intrekking en wijziging van de beschikking tot verlening en van de beschikking tot vaststelling van het persoonsgebonden budget,
|
||||
d. de verantwoording en de controle,
|
||||
e. het budgetplan,
|
||||
f. de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank van het budgetbeheer, de werkgeverstaken daaronder begrepen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Levering buiten Nederland
|
||||
|
||||
|
|
@ -582,8 +534,8 @@ g. de situaties waarin of de voorwaarden waaronder een persoonsgebonden budget k
|
|||
|
||||
Aan een verzekerde wordt een vergoeding verstrekt voor kosten van zorg, indien die zorg buiten Nederland is verleend en anders dan op de in artikel 3.3.1, eerste of tweede lid, van de wet omschreven wijze is verkregen als gevolg van de navolgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
a. *voortzetting van reeds in Nederland aangevangen zorg bij verblijf buiten de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland:* een verzekerde aan wie zorg wordt verleend, behoudt dit recht buiten een van de staten van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland gedurende ten hoogste dertien weken per kalenderjaar;
|
||||
b. * voortzetting van palliatief terminale zorg:* in afwijking van onderdeel a geldt bij voortzetting van palliatief terminale zorg een periode van in totaal ten hoogste één jaar;
|
||||
a. *voortzetting van reeds in Nederland aangevangen zorg:* een verzekerde aan wie zorg wordt verleend, behoudt dit recht gedurende ten hoogste dertien weken per kalenderjaar buiten Nederland;
|
||||
b. *voortzetting van palliatief terminale zorg:* in afwijking van het bepaalde in onderdeel a geldt een periode van in totaal ten hoogste één jaar indien het palliatief terminale zorg betreft;
|
||||
c. *onvoldoende binnenlands zorgaanbod:* een verzekerde kan met voorafgaande toestemming van de Wlz-uitvoerder gedurende een periode van ten hoogste één jaar zorg buiten Nederland inroepen, indien, gezien de gezondheidstoestand van betrokkene en het te verwachten verloop daarvan, de noodzakelijke zorg binnen Nederland niet of niet tijdig kan worden verkregen, in welk geval de in rekening gebrachte kosten vergoed, met dien verstande dat voor zover deze kosten die welke in de Nederlandse marktomstandigheden passend zijn te achten overschrijden, wordt het meerdere vergoed voor zover dit naar het oordeel van de Wlz-uitvoerder in redelijkheid in rekening is gebracht;
|
||||
d. *verblijf buiten Nederland wegens uitoefening van bedrijf of beroep of uitsluitend wegens studieredenen:* een verzekerde die in verband met de uitoefening van bedrijf of beroep al dan niet in dienstbetrekking of uitsluitend wegens studieredenen buiten Nederland verblijft, kan zolang deze omstandigheid voortduurt en de betrokkene ingevolge de wet verzekerd blijft, buiten Nederland zorg inroepen;
|
||||
e. *gezinsleden:* onderdeel d is van overeenkomstige toepassing op een verzekerde die met de verzekerde, bedoeld in dat onderdeel, deel uitmaakt van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in de wet;
|
||||
|
|
@ -595,13 +547,13 @@ f. *spoedeisende zorg bij tijdelijk verblijf:* een verzekerde die gedurende een
|
|||
|
||||
**4.** Het eerste lid is slechts van toepassing indien door een onafhankelijke arts is vastgesteld dat en in welke omvang de verzekerde op de desbetreffende zorg is aangewezen.
|
||||
|
||||
**5.** De verzekerde heeft gedurende het reizen of het tijdelijk verblijven buiten Nederland geen recht op zorg of op een vergoeding van de kosten daarvan, indien de zorg aan de verzekerde wordt verleend door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel 1°, van de wet die tevens zorg verleent in het Europese deel van Nederland.
|
||||
**5.** De verzekerde heeft gedurende het reizen of het tijdelijk verblijven buiten Nederland geen recht op zorg of op een vergoeding van de kosten daarvan, indien de zorg aan de verzekerde wordt verleend door een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.7.2
|
||||
|
||||
**1.** De verzekerde kan een aan hem verleend persoonsgebonden budget voor ten hoogste dertien weken per kalenderjaar tijdens verblijf buiten een van de staten van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland gebruiken voor betaling van zorg, indien die zorg is verkregen als voortzetting van reeds binnen Nederland aangevangen zorg.
|
||||
**1.** De verzekerde kan een aan hem verleend persoonsgebonden budget voor ten hoogste dertien weken per kalenderjaar tijdens verblijf buiten Nederland gebruiken voor betaling van zorg, indien die zorg is verkregen als voortzetting van reeds binnen Nederland aangevangen zorg.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de verzekerde voor ten hoogste een jaar tijdens verblijf buiten een van de staten van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte of Zwitserland een persoonsgebonden budget gebruiken voor betaling van voortzetting van palliatief terminale zorg.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de verzekerde voor ten hoogste een jaar tijdens verblijf buiten Nederland een persoonsgebonden budget gebruiken voor betaling van voortzetting van palliatief terminale zorg.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -613,7 +565,7 @@ A: het aantal weken dat de verzekerde binnen Nederland verblijft;
|
|||
B: het getal 52;
|
||||
C: het aan de verzekerde verleende persoonsgebonden budget;
|
||||
D: het aantal weken dat de verzekerde buiten Nederland verblijft;
|
||||
E: het voor het desbetreffende land bij ministeriële regeling vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage.
|
||||
E: het voor het desbetreffende land ministeriële regeling vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
|
||||
|
||||
|
|
@ -717,9 +669,10 @@ De regio’s, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet zijn:
|
|||
– Amstelland en de Meerlanden
|
||||
– Zuid-Holland Noord
|
||||
– Haaglanden
|
||||
– Westland Schieland Delfland
|
||||
– Delft Westland Oostland
|
||||
– Midden-Holland
|
||||
– Rotterdam
|
||||
– Nieuwe Waterweg Noord
|
||||
– Zuid-Hollandse Eilanden
|
||||
– Waardenland
|
||||
– Zeeland
|
||||
|
|
@ -773,15 +726,29 @@ b. het beheer van de standaarden, bedoeld in onderdeel a.
|
|||
|
||||
**1.** Het CIZ beoordeelt of een verzekerde op grond van artikel 10.1.4, van de wet, in aanmerking komt voor ADL-assistentie.
|
||||
|
||||
**2.** Het CIZ stelt de aanspraak op zorg vast voor in het buitenland wonende personen die verzekerd zijn of met toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels dan wel toepassing daarvan krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid tijdens een verblijf in Nederland recht hebben op verstrekkingen overeenkomst de Nederlandse wetgeving.
|
||||
**2.** Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor de vormen van zorg, bedoeld in artikel 11.1.5, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** Het besluit, bedoeld in het tweede lid, houdt rekening met de verwachte verblijfsduur van de zorgvrager in Nederland en heeft een maximale geldigheidsduur van zes maanden, welke eenmalig kan worden verlengd met maximaal zes maanden.
|
||||
**3.** Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor medisch noodzakelijk kortdurend verblijf als bedoeld in artikel 11.1.5, derde lid, onderdeel c, van de wet.
|
||||
|
||||
**4.** Indien daartoe aanleiding bestaat, verzoekt het CIZ de zorgvrager, bedoeld in het tweede lid, zich te behoeve van het onderzoek in persoon te melden. De daaraan verbonden reis- en verblijfskosten zijn voor rekening van de zorgvrager.
|
||||
**4.** Het CIZ stelt de aanspraak op zorg vast voor in het buitenland wonende personen die verzekerd zijn of met toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels dan wel toepassing daarvan krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid tijdens een verblijf in Nederland recht hebben op verstrekkingen overeenkomst de Nederlandse wetgeving.
|
||||
|
||||
**5.** Het besluit, bedoeld in het vierde lid, houdt rekening met de verwachte verblijfsduur van de zorgvrager in Nederland en heeft een maximale geldigheidsduur van zes maanden, welke eenmalig kan worden verlengd met maximaal zes maanden.
|
||||
|
||||
**6.** Indien daartoe aanleiding bestaat, verzoekt het CIZ de zorgvrager, bedoeld in het vierde lid, zich te behoeve van het onderzoek in persoon te melden. De daaraan verbonden reis- en verblijfskosten zijn voor rekening van de zorgvrager.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het CIZ wordt, voor zover het betreft opneming en verder verblijf in een verpleeg- of zwakzinnigeninrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, aangewezen als commisssie als bedoeld in artikel 60, derde lid, van die wet.
|
||||
|
||||
**2.** Voordat het CIZ een besluit neemt waaruit blijkt dat opneming en verder verblijf in een instelling als bedoeld in het eerste lid noodzakelijk is, wordt de zorgvrager, tenzij gebleken is dat hij de nodige bereidheid bezit tot zodanige opneming en verder verblijf, schriftelijk en mondeling medegedeeld dat hij bedenkingen kan inbrengen tegen de opneming en het verdere verblijf.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, wordt, tenzij gebleken is dat de zorgvrager de nodige bereidheid bezit tot de daar bedoelde opneming en het verdere verblijf, in dat besluit melding gemaakt van:
|
||||
|
||||
a. de aard van de stoornis van de geestvermogens;
|
||||
b. de omstandigheden die meebrengen dat hij zich ten gevolge van die stoornis niet buiten een inrichting als bedoeld in het eerste lid kan handhaven; en
|
||||
c. de wijze waarop aan hem is meegedeeld dat hij bedenkingen kan inbrengen tegen de opneming en het verdere verblijf en zijn reactie daarop.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -822,39 +789,6 @@ d. die voldoende sociaal zelfredzaam zijn om zelfstandig te wonen en om zelfstan
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de subsidieverlening voor ADL-assistentie, met inbegrip van de uitvoering daarvan, van wat onder ADL-woningen kan worden verstaan en de controle.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.2
|
||||
|
||||
Een zorgkantoor zorgt voorafgaand aan het deelnemen aan een project voor preventieve maatregelen voor een projectplan waarin worden opgenomen:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop het project naar verwachting bijdraagt aan de voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte van zorg op grond van de wet en daarbij de kwaliteit van leven van verzekerden verbetert;
|
||||
b. de bij het opstellen van dat plan betrokken vertegenwoordigers of mantelzorgers van verzekerden en de wijze waarop die betrokkenheid heeft plaatsgevonden;
|
||||
c. de geraamde kosten van het project die niet het op grond van de wet verzekerde pakket betreffen;
|
||||
d. de op aannemelijke en navolgbare wijze onderbouwde verwachte besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket, en voor zover die aanwezig is, de verwachte besparing van kosten voor prestaties als bedoeld in artikel 11 van de Zorgverzekeringswet en voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet forensische zorg;
|
||||
e. de financiële bijdrage van het zorgkantoor en van elk van de andere betrokken partijen bij het project;
|
||||
f. een aannemelijke en navolgbare onderbouwing dat het bedrag van de verwachte besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket ten minste overeenkomt met de financiële bijdrage van het zorgkantoor.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.3
|
||||
|
||||
De financiële bijdrage van het zorgkantoor aan het project voor preventieve maatregelen bedraagt niet meer dan de in het projectplan aannemelijk en navolgbaar onderbouwde verwachte besparing van kosten van het op grond van de wet verzekerde pakket.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.4
|
||||
|
||||
**1.** Het zorgkantoor zorgt jaarlijks voor 1 juli voor de monitoring van het project over het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de monitoring worden opgenomen:
|
||||
|
||||
a. de gerealiseerde bijdrage van het project aan de voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte van zorg op grond van de wet en aan de verbetering van de kwaliteit van leven van verzekerden;
|
||||
b. de wijze waarop vertegenwoordigers of mantelzorgers van de deelnemende verzekerden zijn betrokken;
|
||||
c. de gerealiseerde financiële bijdrage van het zorgkantoor en van elk van de andere betrokken andere partijen bij het project;
|
||||
d. het aantal verzekerden dat heeft deelgenomen aan dat project;
|
||||
e. de op aannemelijke en navolgbare wijze onderbouwde gerealiseerde besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket, en voor zover die aanwezig is, de gerealiseerde besparing van kosten voor prestaties als bedoeld in artikel 11 van de Zorgverzekeringswet en voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet forensische zorg;
|
||||
f. een aannemelijke en navolgbare onderbouwing van eventuele negatieve verschillen tussen de gerealiseerde bijdrage van het zorgkantoor en gerealiseerde besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket;
|
||||
g. het uitvoering geven aan de conclusies van de monitoring door het zorgkantoor.
|
||||
|
||||
**3.** Het zorgkantoor verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens en inlichtingen uit de jaarlijkse monitoring.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
|
||||
|
|
@ -871,6 +805,8 @@ Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG.
|
|||
|
||||
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WTZi.
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.4
|
||||
|
||||
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz.
|
||||
|
|
@ -981,36 +917,6 @@ Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Innovatie
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Experiment integraal budget
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 10.1
|
||||
|
|
@ -1049,15 +955,28 @@ Na de inwerkingtreding van de wet berust het Besluit uitbreiding en beperking kr
|
|||
|
||||
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2016/484.
|
||||
|
||||
Tot uiterlijk 1 mei 2015 is het derde lid van artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering niet van toepassing op de verzekerde aan wie onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een persoonsgebonden budget op grond van die wet was verleend voor persoonlijke verzorging als bedoeld in artikel 4 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ of voor verpleging als bedoeld in artikel 5 van dat besluit.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 10.10
|
||||
|
||||
Een zorgkantoor zorgt in afwijking van artikel 7.1.2 voor een project voor preventieve maatregelen waaraan het deelneemt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 4 februari 2026 tot wijziging van het Besluit langdurige zorg in verband met regels inzake maatregelen van zorgkantoren gericht op voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte aan zorg op grond van de Wet langdurige zorg en tot wijziging van het Besluit Wfsv (Stb. 2026, 24), binnen drie maanden na dat tijdstip, voor een projectplan dat voldoet aan artikel 7.1.2.
|
||||
**1.** Hoofdstuk 3, § 3.1 tot en met § 3.3 en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op verzekerden als bedoeld in artikel 11.1.1, eerste en tweede lid, en 11.1.3 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.10a
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Een verzekerde die op grond van artikel 11.1.2, eerste lid, zijn aanspraken of persoonsgebonden budget voortzet waarop hij bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten recht had, draagt bij in de kosten van de zorg, waarbij geldt dat:
|
||||
|
||||
a. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in § 3.2 van dit besluit, indien hij een persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
b. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in hoofdstuk III van het Bijdragebesluit zorg AWBZ, zoals dat hoofdstuk luidde onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, indien hij de extramurale zorg in natura voortzet, anders dan met een volledig pakket thuis;
|
||||
c. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in hoofdstuk II, § 3, van het Bijdragebesluit zorg AWBZ, zoals die paragraaf luidde onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, indien hij de zorg voortzet met een volledig pakket thuis.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De verzekerde, genoemd in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet, draagt bij in de kosten van de zorg, waarbij geldt dat:
|
||||
|
||||
a. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in § 3.2 van dit besluit indien hij zorg met verblijf in een instelling of een volledig pakket thuis ontvangt, dan wel indien hij op grond van artikel 11.1.2, zevende lid, een persoonsgebonden budget ontvangt;
|
||||
b. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in hoofdstuk III van het Bijdragebesluit zorg AWBZ, zoals dat hoofdstuk luidde onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, indien hij op grond van deze wet een modulair pakket thuis ontvangt;
|
||||
|
||||
**4.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2016.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.11
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue