2007-04-21 | BWBR0021730 | Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2007-04-21 12:00:00 +00:00
parent 74390137e4
commit 563a1da3d3

View file

@ -0,0 +1,93 @@
---
titel: Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit
bwb_id: BWBR0021730
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2007-04-21'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0021730
citeertitel: Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit
---
# Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit
### Artikel 1
**1.** Bij de berekening van een boete als bedoeld in artikel 10:5 van de Arbeidstijdenwet wordt voor alle beboetbare feiten als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die gelden voor de onderscheiden onderwerpen in de Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet die als bijlage 1 bij deze beleidsregel is gevoegd.
**2.**
Bij de toepassing hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen:
a. feiten waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven of een eis wordt gesteld en pas in tweede instantie, nadat nogmaals is geconstateerd dat een bepaling van dezelfde categorie niet is nageleefd of dat de betreffende tekortkoming niet is opgeheven, wordt overgegaan tot boeteoplegging;
b. direct beboetbare feiten die worden genoemd in de lijst die is opgenomen als bijlage 2 bij deze beleidsregel.
**3.** Van deze beleidsregel zijn uitgezonderd alle beboetbare feiten die als zodanig in de Arbeidstijdenwet zijn aangemerkt en die betrekking hebben op arbeid verricht door personen als bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, en arbeid in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op arbeid verricht in of op motorrijtuigen als bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, onderdeel a, van de Arbeidstijdenwet.
### Artikel 2
**1.** De in bijlage 1 genoemde boetenormbedragen zijn uitgangspunt voor de berekening van op te leggen boetes voor een werkgever die 50 of meer, maar minder dan 100 werknemers in dienst heeft (middelgroot bedrijf).
**2.**
Voor de werkgever die een van het eerste lid afwijkend aantal werknemers in dienst heeft, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de berekening van op te leggen boetes:
a. van 0,5 maal het boetenormbedrag voor de werkgever die minder dan 10 werknemers in dienst heeft (kleinbedrijf);
b. van 0,75 maal het boetenormbedrag voor de werkgever die 10 of meer, maar minder dan 50 werknemers in dienst heeft (middenbedrijf);
c. van 1,5 maal het boetenormbedrag voor de werkgever die 100 of meer werknemers in dienst heeft (grootbedrijf).
**3.** Een al dan niet op het aantal werknemers dat in dienst is van de werkgever gecorrigeerd normbedrag, is het uitgangsbedrag voor de eventuele verdere berekening van de boete.
### Artikel 3
Voor beboetbare feiten die zijn begaan door een persoon die, zonder werkgever of werknemer te zijn als bedoeld in artikel 2:7 van de Arbeidstijdenwet wordt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen boete de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gegeven correctiefactor gehanteerd.
### Artikel 4
Voor een verantwoordelijk persoon, niet zijnde een werkgever als bedoeld in de artikelen 3:2, eerste en vierde lid, en 3:5 eerste lid, van de Arbeidstijdenwet wordt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen boete gehanteerd: 0,25 maal het boetenormbedrag.
### Artikel 5
Het maximaal in het boeterapport op te nemen aantal werknemers terzake waarvan een of meer beboetbare feiten is vastgesteld, bedraagt, afhankelijk van het aantal werknemers dat bij de betreffende werkgever in dienst is:
a. 3 (kleinbedrijf),
b. 6 (middenbedrijf),
c. 9 (middelgroot bedrijf),
d. 12 (grootbedrijf).
### Artikel 6
Het op grond van voorgaande artikelen bepaalde boetebedrag wordt met anderhalf vermenigvuldigd, indien er sprake is van een direct beboetbaar feit zoals genoemd in de lijst die is opgenomen als bijlage 2 bij deze beleidsregel.
### Artikel 7
**1.** De totale bij een boetebeschikking op te leggen boete bestaat, in geval er sprake is van meerdere beboetbare feiten, uit de som van de per beboetbaar feit berekende boetebedragen.
**2.**
De boete die per boetebeschikking aan een werkgever of een persoon die, zonder werkgever of werknemer te zijn, bedoeld in artikel 3, of de verantwoordelijke persoon, bedoeld in artikel 4, kan worden opgelegd, bedraagt:
a. minimaal € 25,;
b. voor de werkgever als natuurlijk persoon maximaal € 11.250,;
c. voor de werkgever als rechtspersoon maximaal € 45.000,;
d. voor de persoon die noch werkgever noch werknemer is, bedoeld in artikel 3, maximaal € 11.250,;
e. voor de verantwoordelijke persoon, bedoeld in artikel 4, maximaal € 2250,.
### Artikel 8
Voor de toepassing van artikel 11:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet gelden de boetes die een werkgever in een onderneming onherroepelijk zijn opgelegd.
### Artikel 9
De Beleidsregels boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit van 7 september 2004 (Stcrt. 174) worden ingetrokken.
### Artikel 10
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
### Artikel 11
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit.
## Bijlage 1. Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete
## Bijlage 2. Lijst direct beboetbare feiten