diff --git a/amvb/bijdragebesluit-zorg/BWBR0008253/README.md b/amvb/bijdragebesluit-zorg/BWBR0008253/README.md index b501659b33f..420b20a13a4 100644 --- a/amvb/bijdragebesluit-zorg/BWBR0008253/README.md +++ b/amvb/bijdragebesluit-zorg/BWBR0008253/README.md @@ -29,11 +29,10 @@ g. belasting: 1°. indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: de over dat jaar verschuldigde inkomstenbelasting, bedoeld in artikel 2.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen; 2°. in de overige gevallen: de in dat jaar ingehouden loonbelasting, bedoeld in artikel 20 van de Wet op de loonbelasting 1964, vermeerderd met de in dat jaar ingehouden premie voor de volksverzekeringen bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen; -h. centraal administratiekantoor: het centraal administratiekantoor, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering; -i. door vernummering vervallen; -j. zorgverzekering: een verzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet; -k. zorgtoeslag: een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de zorgtoeslag; -l. standaardpremie: het bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag. +h. grondslag sparen en beleggen: de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; +i. zorgverzekering: een verzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet; +j. zorgtoeslag: een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de zorgtoeslag; +k. standaardpremie: het bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag. ## Hoofdstuk II. Bijdrage bij verblijf in een instelling @@ -45,13 +44,19 @@ l. standaardpremie: het bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt afwezigheid uit de instelling, anders dan in verband met beëindiging van de zorgverlening, buiten beschouwing gelaten. -**3.** Een wijziging in de burgerlijke staat van de verzekerde en het bereiken van een voor de toepassing van dit besluit van belang zijnde leeftijd door de verzekerde of zijn echtgenoot wordt in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop de bijdrage wordt vastgesteld, met dien verstande dat bij de jaarlijkse herziening, bedoeld in artikel 5 of 15, derde lid, een verzekerde als 65 jaar wordt beschouwd indien hij uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop de herziening betrekking heeft, de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. +**3.** Een wijziging in de burgerlijke staat van de verzekerde en het bereiken van een voor de toepassing van dit besluit van belang zijnde leeftijd door de verzekerde of zijn echtgenoot wordt in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop de bijdrage wordt vastgesteld, met dien verstande dat bij de jaarlijkse herziening, bedoeld in artikel 5 of 15, derde lid, een verzekerde als pensioengerechtigde wordt beschouwd indien hij uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop de herziening betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt. ### Artikel 3 -**1.** De verzekerde is de bijdrage, bedoeld in artikel 2, verschuldigd aan het centraal administratiekantoor. +**1.** De verzekerde is de bijdrage, bedoeld in artikel 2, verschuldigd aan het CAK. -**2.** Indien aan een verzekerde zorg wordt verleend met toepassing van artikel 6, vijfde lid, van de wet, is hij de bijdrage, in afwijking van het eerste lid verschuldigd aan Onze Minister van Justitie. +**2.** De verzekerde betaalt de eigen bijdrage binnen dertig dagen nadat de beschikking is bekend gemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt. + +### Artikel 3a + +**1.** De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 2, wordt vastgesteld uiterlijk 24 maanden na het tijdstip waarop het CAK ervan in kennis is gesteld dat ten aanzien van de verzekerde zorg als bedoeld bij of krachtens de wet wordt verleend. + +**2.** Indien het CAK heeft verzuimd de eigen bijdrage vast te stellen binnen de in het eerste lid bedoelde periode, kan op een later tijdstip alsnog de eigen bijdrage worden vastgesteld, met dien verstande dat de ingangsdatum van de periode waarover de eigen bijdrage door de verzekerde moet worden betaald niet kan worden gesteld op een datum die is gelegen meer dan 24 maanden voor de dag waarop het besluit waarin de eigen bijdrage wordt vastgesteld, aan de verzekerde is verzonden. ### Paragraaf 2. Inkomensafhankelijke bijdrage @@ -59,22 +64,25 @@ l. standaardpremie: het bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, **1.** De bijdrage bedraagt per maand voor de ongehuwde verzekerde die gedurende het etmaal in een instelling verblijft en voor de gehuwde verzekerden die beiden gedurende het etmaal in een instelling verblijven tezamen, een twaalfde gedeelte van het bijdrageplichtig inkomen, met dien verstande dat de uitkomst daarvan vervolgens wordt verhoogd met twee procent. -**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 2 081,60 per 1 januari 2012: € 2 136,40 per maand. +**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 2 189,20 per maand. **3.** Over een gedeelte van een maand is de bijdrage gelijk aan het vastgestelde bedrag per maand, vermenigvuldigd met twaalf maal het aantal dagen waarover de bijdrage binnen die maand verschuldigd is en gedeeld door 365. -**4.** Van de voor gehuwde verzekerden gezamenlijk berekende bijdrage is ieder van de echtgenoten een gedeelte verschuldigd naar rato van ieders aandeel in het bijdrageplichtig inkomen. +**4.** Van de voor gehuwde verzekerden gezamenlijk berekende bijdrage is ieder van de echtgenoten een gedeelte verschuldigd naar rato van ieders aandeel in het inkomen. **5.** De met toepassing van het eerste tot en met het vierde lid vastgestelde bijdrage wordt verlaagd met: -a. 16% voor een ongehuwde verzekerde jonger dan 65 jaar, voor gehuwde verzekerden die beiden jonger zijn dan 65 jaar en voor gehuwde verzekerden indien een van beiden jonger is dan 65 jaar; +a. 16% voor: + +1°. een ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt; +2°. de gehuwde verzekerden indien beiden of een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet hebben of heeft bereikt; b. 8% voor de overige verzekerden. ### Artikel 5 -De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks opnieuw berekend voor de periode van de eerste dag van januari tot en met de eenendertigste dag van de daaropvolgende maand december. +Vervallen ### Artikel 6 @@ -87,21 +95,24 @@ b. op het met toepassing van onderdeel a berekende bedrag worden in mindering ge 1°. 15% van de redelijkerwijs te verwachten netto-opbrengst van in het lopende kalenderjaar verrichte arbeid, van een loon- of salarisdoorbetaling wegens ziekte of van een uitkering ingevolge de Ziektewet; 2°. zak- en kleedgeld, premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag, een jonggehandicaptenkorting, een ouderenkorting of extra vrijlatingen, een en ander volgens bij ministeriële regeling te bepalen regels; -3°. op aanvraag van de verzekerde, de uitkering op grond van artikel 14 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 of de uitkering op grond van artikel 20 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945. +3°. op aanvraag van de verzekerde, de uitkering op grond van artikel 14 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 of de uitkering op grond van artikel 20 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945; +c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met 8% van de grondslag sparen en beleggen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk 8% van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, over het peiljaar van de gehuwde verzekerden. **2.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. Op aanvraag van de verzekerde wordt daarop de in het buitenland verschuldigde belasting in mindering gebracht. -**3.** De verzekerde meldt aan het centraal administratiekantoor wijzigingen als bedoeld in artikel 2, derde lid. +**3.** De verzekerde meldt aan het CAK wijzigingen als bedoeld in artikel 2, derde lid. ### Artikel 7 -De jaarlijkse herziening, bedoeld in artikel 5, geschiedt met toepassing van artikel 6. +**1.** Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen inkomen beschikbaar is, wordt de bijdrage vastgesteld op het minimumbedrag, bedoeld in artikel 14, eerste lid. + +**2.** Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit een alsnog beschikbaar gekomen inkomen of uit een wijziging van een inkomen blijkt dat de eigen bijdrage op een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de eigen bijdrage met inachtneming van het beschikbaar gekomen inkomen dan wel van die wijziging. ### Artikel 8 -**1.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt niet van het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, uitgegaan, maar wordt uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het desbetreffende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting. +**1.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet wordt, in afwijking van artikel 6, eerste lid, uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het desbetreffende kalenderjaar naar verwachting zal genieten alsmede van de te verwachten grondslag sparen en beleggen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting. -**2.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar volgende op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt niet van het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, uitgegaan, maar wordt uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het lopende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting. +**2.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar volgende op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet wordt, in afwijking van artikel 6, eerste lid, uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het dan lopende kalenderjaar naar verwachting zal genieten alsmede van de te verwachten grondslag sparen en beleggen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting. **3.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het tweede jaar volgend op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt niet van het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, uitgegaan, maar wordt uitgegaan van de in het tweede lid bedoelde bedragen. @@ -113,17 +124,31 @@ De jaarlijkse herziening, bedoeld in artikel 5, geschiedt met toepassing van art ### Artikel 10 -**1.** In afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, vindt op aanvraag van de verzekerde een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen en de over dat kalenderjaar te verwachten belasting indien toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, ertoe zou leiden dat na afdracht van de bijdrage maandelijks gemiddeld minder over zou blijven dan het van toepassing zijnde bedrag, vermeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar, alsmede een bedrag in verband met de standaardpremie gecorrigeerd met de zorgtoeslag. Het aldus berekende bijdrageplichtig inkomen wordt, om de per maand verschuldigde bijdrage vast te stellen, gedeeld door twaalf. +**1.** In afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdelen a en c, vindt op aanvraag van de verzekerde een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen, de te verwachten grondslag sparen en beleggen, en de over dat kalenderjaar te verwachten belasting indien toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdelen a en c, ertoe zou leiden dat na afdracht van de bijdrage maandelijks gemiddeld minder over zou blijven dan het van toepassing zijnde bedrag, vermeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar, alsmede een bedrag in verband met de standaardpremie gecorrigeerd met de zorgtoeslag. Het aldus berekende bijdrageplichtig inkomen wordt, om de per maand verschuldigde bijdrage vast te stellen, gedeeld door twaalf, met dien verstande dat de uitkomst daarvan vervolgens wordt verhoogd met twee procent. -**2.** Indien het eerste lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling plaats. Indien daaruit blijkt dat niet voldaan is aan het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats met toepassing van artikel 6. +**2.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. + +**3.** Indien het eerste lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling plaats. Indien daaruit blijkt dat niet voldaan is aan het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats met toepassing van artikel 6. ### Artikel 11 -Vervallen +**1.** De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks opnieuw berekend voor de periode van de eerste dag van januari tot en met de eenendertigste dag van de daaropvolgende maand december. + +**2.** In afwijking van artikel 7, eerste lid, geldt, indien het inkomen bij de jaarlijkse herziening nog moet worden vastgesteld, als eigen bijdrage, de bijdrage die over de laatste maand in het vorige kalenderjaar verschuldigd was. + +### Artikel 11a + +**1.** De eigen bijdrage wordt herzien uiterlijk 24 maanden na het tijdstip waarop het CAK in kennis is gesteld van de omstandigheid die aanleiding geeft tot de wijziging. + +**2.** De herziene bijdrage wordt voor zover mogelijk verrekend met de eerder vastgestelde bijdrage. + +**3.** Indien het CAK heeft verzuimd de eigen bijdrage te herzien binnen de in het eerste lid bedoelde periode, kan op een later tijdstip alsnog de eigen bijdrage worden herzien, met dien verstande dat de ingangsdatum van de periode waarvoor de herziene eigen bijdrage door de verzekerde moet worden betaald niet kan worden gesteld op een datum die is gelegen meer dan 24 maanden voor de dag waarop het besluit waarin de eigen bijdrage is herzien, aan de verzekerde is verzonden. + +**4.** Voor zover de bevoegdheid tot herziening van de eigen bijdrage over een periode is vervallen op grond van het eerste lid, wordt de over die periode eerder vastgestelde eigen bijdrage van rechtswege definitief. ### Artikel 12 -Op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 15, derde lid, wordt beslist door het centraal administratiekantoor. +Op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 15, derde lid, wordt beslist door het CAK. ### Artikel 13 @@ -135,13 +160,13 @@ Vervallen **1.** -In afwijking van artikel 4 bedraagt de bijdrage 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen met een minimum van € 148,20 en een maximum van € 778,60 per maand voor: +In afwijking van artikel 4 bedraagt de bijdrage 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen met een minimum van € 152 en een maximum van € 797,80 per maand voor: a. de gehuwde verzekerde wiens echtgenoot niet verblijft in een instelling; b. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste zes maanden van verblijf in een instelling; -c. de gehuwde verzekerden die beiden in een instelling verblijven, zolang niet ten aanzien van elk van hen een periode van zes maanden of de periode, bedoeld in artikel 17, eerste lid, is verstreken, tezamen; +c. de gehuwde verzekerden die beiden in een instelling verblijven, zolang niet ten aanzien van elk van hen een periode van zes maanden is verstreken, tezamen; d. de ongehuwde verzekerde die moet of gehuwde verzekerden tezamen die moeten voorzien in de kosten van onderhoud van eigen, aangehuwde of pleegkinderen, mits voor die kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet recht op een uitkering bestaat of aan die kinderen, voor zover ze de leeftijd van 27 jaar nog niet hebben bereikt, studiefinanciering is toegekend krachtens de Wet studiefinanciering 2000; -e. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de zorgverzekeraar het waarschijnlijk acht dat het verblijf in de instelling voor de ongehuwde verzekerde, voor beide of voor een van de beide gehuwde verzekerden kan worden beëindigd en terugkeer naar de maatschappij mogelijk is en zal worden bewerkstelligd; +e. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de zorgverzekeraar het waarschijnlijk acht dat het verblijf in de instelling voor de ongehuwde verzekerde, voor beide of voor een van de beide gehuwde verzekerden binnen een half jaar kan worden beëindigd en terugkeer naar de maatschappij mogelijk is en zal worden bewerkstelligd; f. de ongehuwde verzekerde en de gehuwde verzekerde, ten aanzien van wie artikel 14 van het Besluit toepassing vindt; g. de gehuwde verzekerden tezamen, indien artikel 14 van het Besluit ten aanzien van beiden toepassing vindt dan wel indien artikel 14 van het Besluit toepassing vindt ten aanzien van een van hen en de ander in een instelling verblijft. @@ -149,15 +174,19 @@ g. de gehuwde verzekerden tezamen, indien artikel 14 van het Besluit ten aanzien **3.** Voor de berekening van de periode van zes maanden worden perioden van verblijf in instellingen samengeteld, tenzij tussen twee zodanige perioden meer dan zestig dagen zijn verlopen. De eerste volzin is niet van toepassing op verzekerden die maximaal twee weken per twee maanden in een instelling verblijven. +**4.** Op aanvraag van de verzekerde is de bijdrage niet verschuldigd indien hij een uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en bijstand ontvangt. + ### Artikel 15 -**1.** Voor de toepassing van artikel 14 is het bijdrageplichtig inkomen gelijk aan het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen. +**1.** Voor de toepassing van artikel 14 bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met 8% van de grondslag sparen en beleggen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde dan wel 8% van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen over het peiljaar van de gehuwde verzekerden, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. -**2.** De artikelen 4, derde en vierde lid, 5 en 12 zijn van toepassing en de artikelen 4, vijfde lid, en 8 zijn van overeenkomstige toepassing. +**2.** De artikelen 4, derde en vierde lid, 7, 11 en 11a zijn van toepassing en de artikelen 4, vijfde lid, en 8 zijn van overeenkomstige toepassing. -**3.** In afwijking van het eerste lid vindt op aanvraag van de verzekerde een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen, indien het inkomen in dat jaar ten minste € 1816 lager is dan het inkomen over het peiljaar dan wel algemene bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand betreft. +**3.** Op aanvraag van de verzekerde vindt, in afwijking van het eerste lid, een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op grond van het inkomen en de grondslag sparen en beleggen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 1816 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel algemene bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand betreft. -**4.** Indien het derde lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling plaats. Indien daaruit blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen minder dan € 1816 lager is geweest dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. +**4.** De aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. + +**5.** Indien het derde lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar minder dan € 1816 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. ## Hoofdstuk III. Bijdrage in andere gevallen @@ -169,39 +198,34 @@ Vervallen ### Artikel 16a -**1.** De verzekerde van 18 jaar of ouder draagt bij in de kosten van de zorg, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit, voor zover voor die zorg niet reeds op grond van de artikelen 4 of 14 een bijdrage is verschuldigd. - -**2.** De bijdrageplicht, bedoeld in het eerste lid, geldt ook gedurende perioden van onderbreking van zorg anders dan in verband met beëindiging van de zorgverlening. - -**3.** - -De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt niet opgelegd voor zover: - -a. binnen twee jaar na aanvang van de zorg voor de te betalen eigen bijdrage geen beschikking dan wel voorlopige beschikking tot vaststelling van deze bijdrage is verzonden; -b. binnen een jaar nadat de zorgaanbieder de naam, het adres en de woonplaats alsmede het aantal zorguren heeft aangeleverd bij het centraal administratiekantoor, het centraal administratiekantoor de naam, het adres en de woonplaats niet heeft teruggevonden in de gemeentelijke basisadministratie. +De verzekerde van 18 jaar of ouder draagt bij in de kosten van de zorg, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit, voor zover voor die zorg niet reeds op grond van de artikelen 4 of 14 een bijdrage is verschuldigd. ### Artikel 16b -De verzekerde is de bijdrage, bedoeld in artikel 16a, verschuldigd aan het centraal administratiekantoor. +**1.** De verzekerde is de bijdrage, bedoeld in artikel 16a, verschuldigd aan het CAK. -### Paragraaf 2. Bijdragen voor persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding, indien er geen sprake is van verblijf +**2.** De verzekerde betaalt de eigen bijdrage binnen dertig dagen nadat de beschikking is bekend gemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt. ### Artikel 16c -Vervallen +**1.** De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 16a, wordt vastgesteld uiterlijk 24 maanden na het tijdstip waarop het CAK ervan in kennis is gesteld dat ten aanzien van de verzekerde zorg als bedoeld bij of krachtens de wet wordt verleend. + +**2.** Indien het CAK heeft verzuimd de eigen bijdrage vast te stellen binnen de in het eerste lid bedoelde periode, kan op een later tijdstip alsnog de eigen bijdrage worden vastgesteld, met dien verstande dat de ingangsdatum van de periode waarover de eigen bijdrage door de verzekerde moet worden betaald niet kan worden gesteld op een datum die is gelegen meer dan 24 maanden voor de dag waarop het besluit waarin de eigen bijdrage wordt vastgesteld, aan de verzekerde is verzonden. + +### Paragraaf 2. Bijdragen voor persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding, indien er geen sprake is van verblijf ### Artikel 16d -**1.** De bijdrage voor de zorg, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit, bedraagt € 13,40 per uur of per dagdeel van maximaal vier uur, indien de zorg, bedoeld in artikel 6, wordt verleend in groepsverband. Indien er sprake is van zorgverlening, niet zijnde zorg in groepsverband, gedurende een deel van een uur, wordt de bijdrage naar evenredigheid berekend. +**1.** De bijdrage voor de zorg, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit, bedraagt € 13,60 per uur of per dagdeel van maximaal vier uur, indien de zorg, bedoeld in artikel 6, wordt verleend in groepsverband. Indien er sprake is van zorgverlening, niet zijnde zorg in groepsverband, gedurende een deel van een uur, wordt de bijdrage naar evenredigheid berekend. **2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan: -a. voor de ongehuwde verzekerde jonger dan 65 jaar € 18 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 22 905 het bedrag van € 18 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 22 905; -b. voor de ongehuwde verzekerde van 65 jaar of ouder € 18 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 16 007 het bedrag van € 18 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 16 007; -c. voor de gehuwde verzekerden indien een van beiden jonger is dan 65 jaar of beiden jonger zijn dan 65 jaar € 25,80 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 28 306 het bedrag van € 25,80 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 28 306; -d. voor de gehuwde verzekerden die beiden 65 jaar of ouder zijn € 25,80 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 22 319 het bedrag van € 25,80 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 22 319. +a. voor de ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt € 18,60 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 23 208 het bedrag van € 18,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 23 208; +b. voor de ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt € 18,60 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 16 257 het bedrag van € 18,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 16 257; +c. voor de gehuwde verzekerden indien een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt of beiden die leeftijd nog niet hebben bereikt € 26,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 28 733 het bedrag van € 26,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 28 733; +d. voor de gehuwde verzekerden die beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt € 26,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 22 676 het bedrag van € 26,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 22 676. **3.** Bij de toepassing van het tweede lid wordt per kalenderjaar uitgegaan van twaalf perioden van vier weken en een periode die, afhankelijk van resterende dagen, vier of vijf weken bedraagt. @@ -220,23 +244,25 @@ d. door de verzekerde die in de periode, bedoeld in het derde lid, meer dan een ### Artikel 16e -**1.** Voor de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in artikel 16d, tweede lid, wordt uitgegaan van het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen. +**1.** Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in artikel 16d, tweede lid, bedraagt het inkomen over het peiljaar, vermeerderd met 8% van de grondslag sparen en beleggen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk 8% van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, over het peiljaar van de gehuwde verzekerden. **2.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. -**3.** In afwijking van het eerste lid vindt op aanvraag van de verzekerde een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het inkomen in het lopende jaar ten minste € 1816 lager zal zijn dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid. +**3.** Op aanvraag van de verzekerde vindt, in afwijking van het eerste lid, een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op grond van het inkomen en de grondslag sparen en beleggen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 1816 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid. -**4.** Indien het derde lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen over dat jaar plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen minder dan € 1816 lager is geweest dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. +**4.** De aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. -### Paragraaf 3. Andere bijdragen +**5.** Indien het derde lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen over dat jaar plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar minder dan € 1816 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. ### Artikel 16f -Vervallen +**1.** Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen inkomen beschikbaar is, wordt de bijdrage vastgesteld op het bedrag per vier weken, genoemd in artikel 16d, tweede lid. + +**2.** Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit een alsnog beschikbaar gekomen inkomen of uit een wijziging van een inkomen, blijkt dat de eigen bijdrage tot een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de eigen bijdrage met inachtneming van het beschikbaar gekomen inkomen dan wel van die wijziging. ### Artikel 16g -Vervallen +Op bijdragen ingevolge deze paragraaf is artikel 11a van overeenkomstige toepassing. ## Hoofdstuk IV. Slot- en overgangsbepalingen @@ -250,7 +276,7 @@ Vervallen ### Artikel 19 -**1.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de artikelen 4, eerste lid, 14 en 16d, voor zover het betreft de bedragen van € 17,20 en € 24,60, jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. +**1.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de artikelen 4, tweede lid, 14, eerste lid, en 16d, eerste en tweede lid, voor zover het betreft de in dat lid genoemde bedragen per vier weken, jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. **2.** De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. @@ -264,15 +290,15 @@ Voor de berekening van enige in dit besluit genoemde periode worden zodanige per ### Artikel 21 -Het centraal administratiekantoor verlaagt ambtshalve de voor de verzekerde vastgestelde bijdrage indien in verband met structurele wijzigingen in het niveau van uitkeringen in het kader van regelingen inzake de sociale zekerheid zonder zodanige wijziging na afdracht van de bijdrage maandelijks voor persoonlijke uitgaven gemiddeld minder zou overblijven dan het van toepassing zijnde bedrag, vermeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar. +Vervallen ### Artikel 22 -In geval van artikel 3, eerste lid, is het centraal administratiekantoor bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens de wet van of op de verzekerde met vorderingen van of op de verzekerde krachtens deze wet of de Wet maatschappelijke ondersteuning. +In geval van artikel 3, eerste lid, en artikel 16b, eerste lid, is het CAK bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens de wet van of op de verzekerde met vorderingen van of op de verzekerde krachtens deze wet of de Wet maatschappelijke ondersteuning. ### Artikel 23 -Vervallen +Het CAK maakt voor de vaststelling van de bijdrage, bedoeld in de artikelen 4, 14 en 16d, gebruik van het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen en van andere door de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, verstrekte gegevens. ### Artikel 23a