2018-09-01 | BWBR0002844 | Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945

This commit is contained in:
Coornhert 2018-09-01 12:00:00 +00:00
parent a1917f975b
commit 565e9cdf89

View file

@ -17,7 +17,7 @@ citeertitel: Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. de Raad: de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in artikel 3 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen;
b. de Raad: de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in artikel 3 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen;
c. de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
### Artikel 1a
@ -166,8 +166,8 @@ c. uit het laatstelijk voor de vervolging door hem uitgeoefende beroep of bedrij
De in de vorige leden bedoelde grondslag wordt bepaald op:
a. tenminste een bedrag van € 1.867,87 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2018: € 2.195,11 en
b. ten hoogste een bedrag van € 3.877,64 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2018: € 4.557,06.
a. tenminste een bedrag van € 1.867,87 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2018: € 2.195,11 en
b. ten hoogste een bedrag van € 3.877,64 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2018: € 4.557,06.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf, als bedoeld in het tweede lid, moet worden verstaan.
@ -187,8 +187,8 @@ a. 85% voor de gehuwde vervolgde, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is;
b. 75% voor de gehuwde vervolgde, indien het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 8, zevende lid, onder b;
c. 80% voor de ongehuwde vervolgde met minderjarige kinderen;
d. 75% voor de alleenstaande vervolgde;
e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.533,89 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2018: € 2.977,84;
f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.357,75 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2018: € 2.770,87.
e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.533,89 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2018: € 2.977,84;
f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.357,75 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2018: € 2.770,87.
**2.**
@ -298,11 +298,11 @@ b. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde 20% van het bedrag van het bruto-oude
**2.** De grondslagen, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede en zesde lid, en de bedragen genoemd in artikel 8, zevende lid, onder a en b, en artikel 10, eerste lid, onder e en f, worden door Onze Minister aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ingevolge artikel 14 van die wet wordt herzien.
**3.** Bij de aanpassing van een uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde dan wel overeenkomstig die leden aangepaste uitkering, waarbij de toeslagen, bedoeld in de artikelen 14, tweede en derde lid, en 15, eerste en tweede lid, buiten beschouwing worden gelaten.
**3.** Bij de aanpassing van een uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde dan wel overeenkomstig die leden aangepaste uitkering, waarbij de toeslagen, bedoeld in de artikelen 14, tweede en derde lid, en 15, eerste en tweede lid, buiten beschouwing worden gelaten.
**4.** De aanpassing van een uitkering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
**4.** De aanpassing van een uitkering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
**5.** De aangepaste uitkering, bedoeld in het vierde lid, wordt betaald bij de eerstvolgende betaling nadat de aanpassing heeft plaatsgevonden.
**5.** De aangepaste uitkering, bedoeld in het vierde lid, wordt betaald bij de eerstvolgende betaling nadat de aanpassing heeft plaatsgevonden.
**6.** Het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, wordt door Onze Minister telkens herzien met ingang van 1 januari, voor zover de ontwikkeling van de consumentenprijsindex in de periode 1 november tot en met 31 oktober daaraan voorafgaande, daartoe aanleiding geeft.
@ -329,7 +329,7 @@ d. de overige inkomsten, met uitzondering van inkomsten van de echtgenoot van de
**4.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 11 worden de inkomsten uit arbeid in beroep of bedrijf in mindering gebracht voorzover de som van de uitkering en die inkomsten de grondslag, bedoeld in artikel 8, overtreft.
**5.** De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden op jaarbasis bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2018: € 880,43 per jaar wordt vrijgelaten.
**5.** De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden op jaarbasis bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2018: € 880,43 per jaar wordt vrijgelaten.
**6.** Bij bedrijfsbeëindiging vindt het bepaalde in het eerste lid, onder *c* en het vijfde lid, van dat tijdstip af overeenkomstige toepassing.