2009-01-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
36fa0facbc
commit
566008776c
1 changed files with 15 additions and 42 deletions
|
|
@ -62,7 +62,8 @@ z. persoonsgebonden nummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, der
|
|||
aa. personeel:
|
||||
|
||||
1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven;
|
||||
2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 3.1.2, 3.2.1, 3.3.1, 4.1.1, 4.1.2 tot en met 4.1.6, 4.3.1 tot en met 4.3.5, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen.
|
||||
2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 3.1.2, 3.2.1, 3.3.1, 4.1.1, 4.1.2 tot en met 4.1.6, 4.3.1 tot en met 4.3.5, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
|
||||
bb. uitkering: uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet participatiebudget.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -467,33 +468,25 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 3. Rijksbijdrage ten behoeve van de educatie
|
||||
### Titel 3. Uitkering ten behoeve van de educatie
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.1
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt ten behoeve van de educatie jaarlijks aan de gemeenten een rijksbijdrage. De bijdrage wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, berekend aan de hand van voor elke gemeente gelijkelijk geldende maatstaven, neergelegd in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op het aantal volwassen inwoners van de desbetreffende gemeenten, waarbij rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau en de etnische achtergrond van die inwoners.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op gemeenten die op grond van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid een brede doeluitkering in het kader van het Grotestedenbeleid ontvangen. Voorzover de brede doeluitkering wordt aangewend voor educatie, zijn de artikelen 2.3.3, 2.3.4 en 2.3.6 tot en met 2.3.6d daarop van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
Mede ten behoeve van opleidingen educatie ontvangt de gemeente op grond van de Wet participatiebudget een uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.2
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt aan de gemeentebesturen jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor de gemeente voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
|
||||
|
||||
**2.** De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste en tweede lid, wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.3
|
||||
|
||||
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente waaraan een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.3.1 is verstrekt, besluit jaarlijks voor 1 november ten behoeve van het daaropvolgende jaar welke bedragen zullen worden bestemd voor de educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
|
||||
De gemeente waaraan een uitkering is verstrekt op grond van de Wet participatiebudget waaruit een bedrag moet worden besteed bij regionale opleidingencentra als bedoeld in artikel 12 van de Wet participatiebudget, besluit voor 1 november 2009 ten behoeve van het kalenderjaar 2010 welk deel van die uitkering zal worden bestemd voor educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.4
|
||||
|
||||
**1.** Bedragen die Onze Minister op grond van artikel 2.3.1 ten behoeve van de educatie aan een gemeente verstrekt, worden door het college van burgemeester en wethouders betaald aan een of meer regionale opleidingencentra. In afwijking van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht berust de betaling van de bedragen aan die instelling of regionale opleidingencentra op een door de gemeente met het bevoegd gezag gesloten overeenkomst. De titels 4.1 en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.
|
||||
**1.** Tot 1 januari 2011 berust in afwijking van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht de betaling van de bedragen aan de regionale opleidingencentra voor opleidingen educatie op een door het college met het bevoegd gezag van het desbetreffende regionale opleidingencentrum gesloten overeenkomst of overeenkomsten. De titels 4.1 en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De rijksbijdrage per gemeente wordt aan de gemeente verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende het jaar waarvoor de middelen worden toegekend, een of meer overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid van kracht zijn op grond waarvan die gemeente jegens het desbetreffende bevoegd gezag gehouden is tot betaling van het totale bedrag van de rijksbijdrage gedurende de looptijd van die overeenkomst of overeenkomsten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft ten minste betrekking op:
|
||||
|
||||
|
|
@ -502,21 +495,17 @@ b. het aantal deelnemers, in voorkomende gevallen onderscheiden naar doelgroepen
|
|||
c. de periode,
|
||||
d. de omvang van het bedrag, dan wel de wijze waarop dit berekend wordt,
|
||||
e. de wijze waarop het bedrag ter beschikking wordt gesteld, en
|
||||
f. de wijze waarop verantwoording jegens het college van burgemeester en wethouders wordt afgelegd.
|
||||
f. de wijze waarop verantwoording jegens het gemeentebestuur wordt afgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Ten aanzien van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, bevat een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen bepalingen omtrent de combinaties van vakken waarop de diploma’s betrekking dienen te hebben.
|
||||
**3.** Ten aanzien van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, bevat een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen bepalingen omtrent de combinaties van vakken waarop de diploma’s betrekking dienen te hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.5
|
||||
|
||||
**1.** Op de gezamenlijke aanvraag van samenwerkende gemeenten wordt de rijksbijdrage aan een door die gemeenten uit hun midden aangewezen gemeente of aan een rechtspersoon als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de middelen aan de gemeenten worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Titel 3 van dit hoofdstuk en de artikelen 11.3 en 11.4 zijn van overeenkomstige toepassing op de volgens het eerste lid aangewezen gemeente of de in dat lid bedoelde rechtspersoon.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.6
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 2.3.1 bedoelde colleges van burgemeester en wethouders en de instellingen dragen er zorg voor dat zij beschikken over geordende gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot de educatie en verlenen desgevraagd medewerking aan door of namens Onze Minister uit te voeren onderzoek dat geheel of mede op deze gegevens is gebaseerd.
|
||||
**1.** De instellingen dragen er zorg voor dat zij beschikken over geordende gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot de educatie en verlenen desgevraagd medewerking aan door of namens Onze Minister uit te voeren onderzoek dat geheel of mede op deze gegevens is gebaseerd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld over de wijze van beschikbaarstelling van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
|
|
@ -782,9 +771,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.5.9a
|
||||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders legt verantwoording af over de besteding van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.4, eerste lid, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
|
||||
|
||||
**2.** Indien activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.4, derde lid, onder a, waarvoor het college van burgemeester en wethouders zich heeft verplicht, niet of niet volledig zijn verricht en het college van burgemeester en wethouders uit dien hoofde in enig jaar aanspraken heeft jegens de instelling, besteedt het college van burgemeester en wethouders de uit die aanspraken voortvloeiende middelen uiterlijk in het jaar volgend op het jaar waarin die middelen zijn terugontvangen, en verantwoordt het college van burgemeester en wethouders die middelen in het jaar volgend op het jaar waarin de middelen zijn besteed.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
|
||||
|
||||
|
|
@ -2241,21 +2228,11 @@ Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 10.1 strekt tot ondersc
|
|||
|
||||
### Artikel 11.3
|
||||
|
||||
**1.** Indien de gemeente de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6, dan wel de verantwoording, bedoeld in artikel 2.5.9a, eerste lid, binnen de bij of krachtens die artikelen vastgestelde termijnen niet of niet volledig heeft verstrekt, kan Onze Minister besluiten de betaling van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk op te schorten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de rijksbijdrage wederom toekennen indien hem blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste lid is vervallen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de rijksbijdrage per gemeente, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, binnen een periode van vijf jaren na de vaststelling op de volgende gronden intrekken of ten nadele van de gemeente wijzigen:
|
||||
|
||||
a. handelen in strijd met wettelijke voorschriften dan wel met aan de rijksbijdrage op grond van wettelijke regels verbonden verplichtingen of voorwaarden;
|
||||
b. handelen in strijd met het controleprotocol, bedoeld in artikel 2.5.9a, tweede lid, of met de doelstelling van de educatie, bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid;
|
||||
c. indien de vaststelling van de rijksbijdrage onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan een uit het eerste lid volgende vordering op een gemeente verrekenen met de betaling aan die gemeente, voortvloeiend uit een in een later jaar toegekende rijksbijdrage.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2332,10 +2309,6 @@ Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet
|
|||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.4
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue