2004-01-01 | BWBR0004045 | Werkloosheidswet
This commit is contained in:
parent
3300a92133
commit
566d7d7f62
1 changed files with 114 additions and 114 deletions
|
|
@ -19,26 +19,24 @@ citeertitel: Werkloosheidswet
|
|||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
|
||||
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
c. wachtgeldfonds: een fonds als bedoeld in artikel 102;
|
||||
d. Algemeen Werkloosheidsfonds: het fonds, bedoeld in artikel 103;
|
||||
e. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
|
||||
f. sector: een sector als bedoeld in artikel 97k;
|
||||
g. onbetaald verlof: een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen verlof, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht;
|
||||
h. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
i. vervallen;
|
||||
j. vervallen;
|
||||
k. overheidswerkgever:
|
||||
i. overheidswerkgever:
|
||||
|
||||
1°. het orgaan van een publiekrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de WPA, dan wel een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b tot en met e, van die wet, zoals die bepalingen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, dat de overheidswerknemer rechtstreeks ten laste van dat lichaam bezoldigt of beloont;
|
||||
2°. een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de WPA of artikel 2, derde lid, van die wet, zoals die bepalingen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, dat zowel op die dag als op dat tijdstip op grond van een van die bepalingen is aangewezen als lichaam waarvan de werknemers deelnemen in de Stichting Pensioenfonds ABP, en dat de overheidswerknemer rechtstreeks ten laste van dat lichaam bezoldigt of beloont;
|
||||
3°. Onze Minister van Defensie in relatie tot de in artikel 2, tweede lid, onderdeel f, van de WPA uitgezonderde personen, zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen;
|
||||
l. overheidswerknemer:
|
||||
j. overheidswerknemer:
|
||||
|
||||
1°. de overheidswerknemer in de zin van artikel 2 van de WPA zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, jonger dan 65 jaar;
|
||||
2°. de beroepsmilitair in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, jonger dan 65 jaar;
|
||||
3°. degene die door de Koning in dienst is genomen om bij de Koninklijke Hofhouding werkzaam te zijn en die uit dien hoofde onder de Pensioenregeling van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau valt, jonger dan 65 jaar;
|
||||
m. Uitvoeringsfonds voor de overheid: het fonds, bedoeld in artikel 104.
|
||||
k. Uitvoeringsfonds voor de overheid: het fonds, bedoeld in artikel 104.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -164,7 +162,7 @@ d. die directeur-grootaandeelhouder is.
|
|||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
**1.** De beschikking, bedoeld in artikel 3.157 van de Wet inkomstenbelasting 2001, dat de werkzaamheden, die voortvloeien uit een arbeidsrelatie of uit arbeidsrelaties waarin sprake is van hetzelfde soort van werkzaamheden die onder overeenkomstige condities worden verricht, worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend verricht voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige aanmerkelijk belanghouder is, heeft voor de termijn waarvoor deze beschikking geldt als gevolg dat de directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, met betrekking tot die arbeidsrelaties, voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, onder a, en de regels bij of krachtens artikel 5, wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
|
||||
**1.** De beschikking, bedoeld in artikel 3.157 van de Wet inkomstenbelasting 2001, dat de werkzaamheden, die voortvloeien uit een arbeidsrelatie of uit arbeidsrelaties waarin sprake is van hetzelfde soort van werkzaamheden die onder overeenkomstige condities worden verricht, worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend verricht voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige aanmerkelijk belanghouder is, heeft voor de termijn waarvoor deze beschikking geldt als gevolg dat de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, met betrekking tot die arbeidsrelaties, voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, onder a, en de regels bij of krachtens artikel 5, wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van de artikelen 81, vijfde lid, 97b, tweede lid, 97c, eerste lid, 97d, vierde lid, en 127b wordt de beschikking, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een beschikking als bedoeld in artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin de directeur-grootaandeelhouder wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van die wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -221,15 +219,17 @@ b. in de gevallen, bedoeld in artikel 5, onderdeel:
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen, waarin ziekengeld wordt betaald op grond van de verplichte verzekering krachtens de Ziektewet, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat het ziekengeld betaalbaar stelt.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen, waarin uitkering op grond van de verplichte verzekering of hoofdstuk IV krachtens deze wet wordt betaald, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat deze uitkering betaalbaar stelt.
|
||||
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt als werkgever beschouwd in de gevallen waarin:
|
||||
|
||||
**3.** Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen, waarin uitkering op grond van de verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt betaald, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat deze uitkering betaalbaar stelt.
|
||||
a. ziekengeld wordt betaald op grond van de verplichte verzekering krachtens de Ziektewet;
|
||||
b. uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering of hoofdstuk IV van deze wet;
|
||||
c. uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
d. uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet;
|
||||
e. geen ziekengeld wordt betaald op grond van artikel 29, eerste lid, maar wel een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
|
||||
|
||||
**4.** Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen, waarin uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**5.** Ingeval het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12, teneinde deze uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid, deze in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.
|
||||
**2.** Ingeval het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering of toeslag, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12, teneinde deze uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste lid, deze in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -253,15 +253,15 @@ De werkgever is verplicht de werknemer de gelegenheid te geven tot het uitoefene
|
|||
|
||||
**3.** Loon, door verschillende personen te zamen onverdeeld ontvangen, wordt, voor zover niet blijkt van een andere verdeling, geacht door ieder van hen voor een gelijk deel te zijn ontvangen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IIA. De verplichte verzekering van loongerelateerde uitkering en vervolguitkering bij werkloosheid
|
||||
## Hoofdstuk IIA. De verplichte verzekering van loongerelateerde uitkering bij werkloosheid
|
||||
|
||||
### Afdeling I. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. De voorwaarden voor het recht op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering
|
||||
#### Paragraaf 1. De voorwaarden voor het recht op loongerelateerde uitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Met inachtneming van de artikelen 16 tot en met 21 en de daarop berustende bepalingen heeft de werknemer die werkloos is recht op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering.
|
||||
Met inachtneming van de artikelen 16 tot en met 21 en de daarop berustende bepalingen heeft de werknemer die werkloos is recht op loongerelateerde uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -419,8 +419,7 @@ b. ter zake van de aanwijzing van de verzorgende persoon bedoeld in het vierde l
|
|||
Geen recht op uitkering heeft de werknemer die:
|
||||
|
||||
a. een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet of een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt;
|
||||
b. 1°. een uitkering ontvangt op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 80%, of een uitkering ontvangt die naar aard en strekking met een van de genoemde uitkeringen overeenkomt; of
|
||||
2°. een uitkering ontvangt op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 80%, tenzij de werknemer werkloos is geworden uit een dienstbetrekking die hij, voorafgaand aan het intreden van de arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, vervulde naast de werkzaamheden uit hoofde waarvan hij verzekerd was op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
|
||||
b. een uitkering ontvangt op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een uitkering ontvangt die naar aard en strekking met die uitkering overeenkomt;
|
||||
c. een uitkering ontvangt op grond van de Liquidatiewet ongevallenwetten, berekend naar volledige arbeidsongeschiktheid;
|
||||
d. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die, al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, 70% of meer bedraagt van het dagloon waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
|
||||
e. vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken, bestemd voor bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst aangewezen feestdagen en verplichte snipperdagen, heeft verkregen, over die dagen, tenzij deze vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken zijn verstrekt als een deel van een uitkering op grond van dit hoofdstuk, dan wel naast een uitkering op grond van de Ziektewet, indien de ziekengeldverzekering is ontleend aan artikel 7 van die wet;
|
||||
|
|
@ -530,7 +529,7 @@ c. wegens een combinatie van de hier bedoelde omstandigheden, kan, ook indien de
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kan worden geregeld dat het derde lid buiten toepassing blijft voor categorieën van werknemers.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Het geldend maken van het recht op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering
|
||||
#### Paragraaf 2. Het geldend maken van het recht op loongerelateerde uitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -613,16 +612,16 @@ a. uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij de
|
|||
b. binnen één week na het intreden van zijn werkloosheid bij de Centrale organisatie werk en inkomen een aanvraag om een uitkering in te dienen;
|
||||
c. de voorschriften op te volgen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van een doelmatige controle stelt;
|
||||
d. zich als werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en inkomen te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 25, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
e. mee te werken aan de activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid, bedoeld in artikel 69, en de hoofdstukken VI en XA;
|
||||
f. mee te werken aan een scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, beschikbaar te zijn voor de voorzieningen van de Wet inschakeling werkzoekenden en mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen;
|
||||
e. mee te werken aan de activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid, bedoeld in de hoofdstukken VI en XA;
|
||||
f. mee te werken aan een scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, beschikbaar te zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand en mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen;
|
||||
g. mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn arbeidsgeschiktheid door een arts, een psycholoog of een beroepskeuze-adviseur;
|
||||
h. te voldoen aan de andere voorwaarden die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 101, tweede lid, stelt;
|
||||
i. de hem op grond van hoofdstuk VI opgelegde verplichtingen na te komen; en
|
||||
j. de voorschriften op te volgen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd regels te stellen met betrekking tot het tijdstip van registratie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *d*.
|
||||
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd regels te stellen met betrekking tot het tijdstip van registratie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdelen *d*, *f *of *g*, opgelegd.
|
||||
**3.** Onze Minister is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdelen d, f of g, opgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het een aangifte van werkloosheid betreft als bedoeld in artikel 18 of artikel 61 dan wel aangifte van werkloosheid die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, wordt, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, de aangifte gedaan bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -630,19 +629,19 @@ j. de voorschriften op te volgen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzeker
|
|||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel *a*, of onderdeel *b*, onder 3° opgelegd, niet is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering blijvend geheel, tenzij het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering over een periode van 26 weken gedeeltelijk door het uitkeringspercentage te verlagen van 70 naar 35.
|
||||
**1.** Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, onder 3° opgelegd, niet is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering blijvend geheel, tenzij het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering over een periode van 26 weken gedeeltelijk door het uitkeringspercentage te verlagen van 70 naar 35.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel *b*, onder 2°, opgelegd, niet is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering blijvend over het aantal uren waarover het recht op uitkering zou zijn geëindigd of niet zou zijn ontstaan indien de werknemer de betreffende arbeid zou hebben aanvaard of verkregen.
|
||||
**2.** Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, opgelegd, niet is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering blijvend over het aantal uren waarover het recht op uitkering zou zijn geëindigd of niet zou zijn ontstaan indien de werknemer de betreffende arbeid zou hebben aanvaard of verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 4°, of zesde lid, of artikel 26 opgelegd, of de verplichtingen bedoeld in artikel 28, tweede lid, 29, eerste lid of 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting bedoeld in artikel 25 niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
|
||||
**3.** Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 4°, of zesde lid, of 26 of artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen opgelegd, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 25 of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
|
||||
|
||||
**4.** Een maatregel als bedoeld in het derde lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 28, tweede lid of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of indien de werknemer zich niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdelen a, b of d, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
**5.** Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of indien de werknemer zich niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdelen a, b of d, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
|
||||
**6.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien.
|
||||
|
||||
**7.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een boete als bedoeld in artikel 27*a* wordt opgelegd.
|
||||
**7.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een boete als bedoeld in artikel 27a wordt opgelegd.
|
||||
|
||||
**8.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt nadere regels met betrekking tot het derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -706,7 +705,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd uitkering ontvangt op grond van deze wet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenof de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die uitkering of toeslag.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt, of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het tweede of derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -740,7 +739,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. De betaling van de loongerelateerde uitkering en van de vervolguitkering
|
||||
#### Paragraaf 3. De betaling van de loongerelateerde uitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -858,7 +857,7 @@ b. de bedrijfstak of bedrijfstakken waarin de werknemer werkzaam was en die waar
|
|||
|
||||
### Artikel 35c
|
||||
|
||||
Indien tegelijkertijd recht bestaat op meerdere vervolguitkeringen, op meerdere kortdurende uitkeringen of op een of meer vervolguitkeringen in combinatie met een of meer kortdurende uitkeringen, en de som van de bedragen die aan deze uitkeringen zou moeten worden betaald groter is dan 70% van het minimumloon, wordt van elk van deze uitkeringen 70% van het minimumloon betaald, vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren terzake waarvan het betrokken recht bestaat gedeeld door het totaal aantal arbeidsuren terzake waarvan recht op vervolguitkering of kortdurende uitkering bestaat.
|
||||
Indien tegelijkertijd recht bestaat op meer kortdurende uitkeringen en de som van de bedragen die aan deze uitkeringen zou moeten worden betaald groter is dan 70% van het minimumloon, wordt van elk van deze uitkeringen 70% van het minimumloon betaald, vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren terzake waarvan het betrokken recht bestaat gedeeld door het aantal arbeidsuren terzake waarvan recht op kortdurende uitkering bestaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -914,7 +913,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Indien degene, aan wie een uitkering is toegekend, in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, van de desbetreffende inrichting of van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om de uitkering aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het eerste lid toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van de uitkering, dat niet aan het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet wordt uitbetaald.
|
||||
**3.** Indien het eerste lid toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van de uitkering, dat niet aan het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet, wordt uitbetaald.
|
||||
|
||||
**4.** Op de herziening van een beschikking op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1031,45 +1030,25 @@ De uitkering op grond van deze afdeling wordt berekend naar het dagloon.
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
De vervolguitkering gaat in zodra het einde van de duur van de loongerelateerde uitkering is bereikt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
De duur van de vervolguitkering is voor de werknemer die op de eerste dag van werkloosheid:
|
||||
|
||||
jonger is dan 57,5 jaar, twee jaar;
|
||||
|
||||
57,5 jaar of ouder is, drieënhalf jaar.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Telkens nadat het recht op uitkering na gehele eindiging van dat recht is herleefd op grond van artikel 21, eindigt de vervolguitkering met inachtneming van het tweede lid, zoveel later dan de in artikel 49 genoemde periode als de periode tussen de eindiging en de herleving van het recht op uitkering heeft geduurd.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 43, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de resterende duur van de vervolguitkering bij herleving korter is dan zes maanden en zich tevens de situatie, bedoeld in artikel 52*b*, derde lid, eerste volzin, voordoet, wordt de resterende duur van de vervolguitkering zodanig verlengd dat deze gelijk is aan zes maanden.
|
||||
|
||||
**4.** Herhaalde toepassing van het derde lid vindt slechts plaats indien ter zake van sinds de herleving, bedoeld in het derde lid, verrichte arbeid opnieuw is voldaan aan artikel 52*b*, eerste lid. Artikel 17*a* en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. De hoogte van de uitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** De uitkering bedraagt per dag 70% van het minimumloon.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de werknemer die bij het ontstaan van zijn recht op uitkering zijn arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, uit de dienstbetrekking waaruit hij werkloos werd niet volledig heeft verloren of wiens verlies van arbeidsuren tijdens de duur van de uitkering wijziging ondergaat, bedraagt de uitkering 70% van het minimumloon, vermenigvuldigd met het aantal uren werkloosheid per kalenderweek, gedeeld door het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar zijn recht is berekend. Het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het verlies van arbeidsuren wordt bepaald met toepassing van artikel 16.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de werknemer, bedoeld in artikel 45, vierde lid, bedraagt de uitkering per dag 70% van een percentage van het minimumloon. Het percentage, bedoeld in de eerste volzin, is gelijk aan het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse, waarin de werknemer is ingedeeld.
|
||||
|
||||
**4.** Op de herziening van de uitkering als gevolg van een wijziging van het minimumloon zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Indien de uitkering op grond van afdeling II berekend was naar een dagloon lager dan het minimumloon, bedraagt de uitkering per dag 70% van het dagloon.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 45 en 46 en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 51, tweede lid, is van toepassing, met dien verstande dat in plaats van het minimumloon het dagloon in aanmerking wordt genomen. Artikel 47, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IIB. De verplichte verzekering van kortdurende uitkering bij werkloosheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -1083,11 +1062,11 @@ Met inachtneming van de artikelen 16 en 52*b* tot en met 52*d* en de daarop beru
|
|||
|
||||
### Artikel 52b
|
||||
|
||||
**1.** Recht op uitkering ontstaat voor de werknemer die in 39 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid in ten minste 26 weken als werknemer arbeid heeft verricht, doch die geen recht op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering heeft omdat hij noch aan de voorwaarde van artikel 17, onderdeel *b*, onder 1°, noch aan de voorwaarde van artikel 17, onderdeel *b*, onder 2°, voldoet.
|
||||
**1.** Recht op uitkering ontstaat voor de werknemer die in 39 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid in ten minste 26 weken als werknemer arbeid heeft verricht, doch die geen recht op loongerelateerde uitkering heeft omdat hij noch aan de voorwaarde van artikel 17, onderdeel *b*, onder 1°, noch aan de voorwaarde van artikel 17, onderdeel *b*, onder 2°, voldoet.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een werknemer die terzake van werkloosheid uitsluitend als gevolg van vorst, sneeuwval, hoog water of andere buitengewone omstandigheden op grond van artikel 18 recht op uitkering heeft, terzake van dezelfde werkloosheid geen recht op kortdurende uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid ontstaat geen recht op uitkering voor het aantal arbeidsuren waarover een recht op uitkering ingevolge hoofdstuk II*a* herleeft, dan wel, indien een recht ingevolge hoofdstuk II*a* na herleving nogmaals herleeft, voor het totaal aantal uren van dat recht na de laatste herleving. Tevens ontstaat geen recht op uitkering indien, na toepassing van de vorige volzin, het recht op uitkering dat zou ontstaan een omvang zou hebben van minder dan vijf arbeidsuren per kalenderweek en minder dan de helft van de arbeidsuren per kalenderweek.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid ontstaat geen recht op uitkering voor het aantal arbeidsuren waarover een recht op uitkering ingevolge hoofdstuk IIa herleeft, dan wel, indien een recht ingevolge hoofdstuk IIa na herleving nogmaals herleeft, voor het totaal aantal uren van dat recht na de laatste herleving. Indien de resterende duur van het recht op uitkering op grond van hoofdstuk IIa bij herleving korter is dan zes maanden, ontstaat, nadat de geldende duur van die uitkering is verstreken en met inachtneming van de overige voorwaarden daarvoor, recht op uitkering voor het aantal arbeidsuren waarover het recht op uitkering op grond van hoofdstuk IIa is geëindigd, en bedraagt de duur van die uitkering zes maanden verminderd met de duur van de herleefde uitkering op grond van hoofdstuk IIa. Geen recht op uitkering ontstaat indien, na toepassing van de eerste of tweede zin, het recht op uitkering dat zou ontstaan een omvang zou hebben van minder dan vijf arbeidsuren per kalenderweek en minder dan de helft van de arbeidsuren per kalenderweek.
|
||||
|
||||
### Artikel 52c
|
||||
|
||||
|
|
@ -1099,17 +1078,17 @@ De artikelen 17a, 17c, 19, 20, en de daarop berustende bepalingen, zijn van over
|
|||
|
||||
**2.** Artikel 21, tweede en vierde lid, en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien ter zake van na het ontstaan van het recht op kortdurende uitkering verrichte arbeid recht op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering is ontstaan nadat het recht op kortdurende uitkering is herleefd, eindigt het recht op kortdurende uitkering voor zover het aantal arbeidsuren waarnaar beide rechten samen zijn berekend, vermeerderd met het resterende aantal arbeidsuren per kalenderweek, groter is dan het aantal arbeidsuren bedoeld in artikel 52*c* in verbinding met artikel 16, voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar het eerstgenoemde recht is berekend.
|
||||
**3.** Indien ter zake van na het ontstaan van het recht op kortdurende uitkering verrichte arbeid recht op loongerelateerde uitkering is ontstaan nadat het recht op kortdurende uitkering is herleefd, eindigt het recht op kortdurende uitkering voor zover het aantal arbeidsuren waarnaar beide rechten samen zijn berekend, vermeerderd met het resterende aantal arbeidsuren per kalenderweek, groter is dan het aantal arbeidsuren bedoeld in artikel 52*c* in verbinding met artikel 16, voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar het eerstgenoemde recht is berekend.
|
||||
|
||||
**4.** Indien na het ontstaan van het recht op kortdurende uitkering aansluitend of na verrichte arbeid het recht op loongerelateerde uitkering of vervolguitkering is herleefd, eindigt het recht op kortdurende uitkering voor zover het aantal arbeidsuren waarnaar beide rechten zijn berekend, vermeerderd met het resterende aantal arbeidsuren per kalenderweek, groter is dan het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 52a in verbinding met artikel 16, voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren op grond waarvan het recht op kortdurende uitkering is ontstaan.
|
||||
**4.** Indien na het ontstaan van het recht op kortdurende uitkering aansluitend of na verrichte arbeid het recht op loongerelateerde uitkering is herleefd, eindigt het recht op kortdurende uitkering voor zover het aantal arbeidsuren waarnaar beide rechten zijn berekend, vermeerderd met het resterende aantal arbeidsuren per kalenderweek, groter is dan het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 52a in verbinding met artikel 16, voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren op grond waarvan het recht op kortdurende uitkering is ontstaan.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk eindigen van rechten op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering enerzijds en op kortdurende uitkering anderzijds, bij samenloop van deze rechten.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk eindigen van rechten op loongerelateerde uitkering enerzijds en op kortdurende uitkering anderzijds, bij samenloop van deze rechten.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Het geldend maken van het recht op kortdurende uitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 52e
|
||||
|
||||
De artikelen 22 tot en met 27g, 28, eerste en derde lid,,“lid,,” moet zijn “lid,”. en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing.
|
||||
De artikelen 22 tot en met 27g, 28, eerste en derde lid, en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. De betaling van de kortdurende uitkering
|
||||
|
||||
|
|
@ -1162,7 +1141,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering toe de persoon, jonger dan 65 jaar, die op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, tweede, derde en vierde lid, niet als werknemer wordt beschouwd, en
|
||||
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering toe de persoon, jonger dan 65 jaar, die op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid, niet als werknemer wordt beschouwd, en
|
||||
|
||||
a. wiens werknemerschap is geëindigd en die buiten Nederland woont, aldaar direct aansluitend op de beëindiging van zijn werknemerschap een dienstbetrekking vervult voor de duur van maximaal vijf jaar en wiens werkgever binnen Nederland woont of gevestigd is;
|
||||
b. die Nederlander is en die is uitgezonden om door de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan te wijzen werkzaamheden in het kader van ontwikkelingssamenwerking te verrichten;
|
||||
|
|
@ -1170,9 +1149,9 @@ c. die Nederlander is en die is uitgezonden om, in of buiten Nederland, werkzaam
|
|||
d. die in Nederland woont, en buiten Nederland een dienstbetrekking vervult; of
|
||||
e. die Nederlander is en buiten Nederland werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie.
|
||||
|
||||
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering toe de persoon, jonger dan 65 jaar, wiens arbeidsverhouding op grond van artikel 6, onderdeel *c*, niet als dienstbetrekking wordt beschouwd.
|
||||
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering toe de persoon, jonger dan 65 jaar, wiens arbeidsverhouding op grond van artikel 6, onderdeel c, niet als dienstbetrekking wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
**3.** Voorafgaand aan het vervullen van een dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, dient de persoon gedurende een aaneengesloten periode van tenminste één jaar de hoedanigheid van werknemer te bezitten.
|
||||
**3.** Voorafgaand aan het vervullen van een dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dient de persoon gedurende een aaneengesloten periode van tenminste één jaar de hoedanigheid van werknemer te bezitten.
|
||||
|
||||
**4.** Met de Nederlander, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en e, wordt gelijkgesteld de persoon, die onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Gemeenschap of onderdaan is van een Staat, waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, mits hij voor hij werd uitgezonden in Nederland woonde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1330,7 +1309,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak de inschakeling in de arbeid te bevorderen van werknemers die recht op uitkering hebben op grond van hoofdstuk IIa of IIb.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan onder in die algemene maatregel van bestuur vastgestelde voorwaarden worden bepaald, dat het eerste lid op verzoek van een gemeente die aan de werknemer, bedoeld in het eerste lid, een uitkering verstrekt niet van toepassing is op in die algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van werknemers.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op werknemers als bedoeld in het eerste lid, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met burgemeester en wethouders van een gemeente overeenkomen dat op die werknemers artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en bijstand van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat de werkzaamheden waarmee de in het eerste lid bedoelde taak wordt uitgevoerd, verrichten door een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1362,9 +1341,7 @@ c. de door de overheidswerkgever in verband met de uitvoering van dit artikel ui
|
|||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft mede tot taak de werknemers die recht hebben op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb met toepassing van de Wet inschakeling werkzoekenden in aanmerking te laten komen voor de voorzieningen op grond van die wet, voorzover het instituut aan de werknemers die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten niet al voorzieningen toekent, die overeenkomen met die voorzieningen.
|
||||
|
||||
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt voor iedere werknemer, jonger dan 23 jaar, die recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb een plan op of laat dit opstellen gericht op de inschakeling in het arbeidsproces. Bij de uitvoering van dit plan is paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wet inschakeling werkzoekenden van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
|
|
@ -1391,11 +1368,9 @@ b. met betrekking tot een bij de aanvang van de werkzaamheden gehuwde werknemer,
|
|||
|
||||
**9.** Voor de toepassing van dit artikel wordt gelijkgesteld met gehuwd, ongehuwd en echtgenoot, hetgeen daarmee gelijk wordt gesteld op grond van artikel 1 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
|
||||
|
||||
**10.** Vervallen.
|
||||
**10.** Dit artikel is niet van toepassing op de werknemer op wie artikel 22a van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten van toepassing is.
|
||||
|
||||
**11.** Dit artikel is niet van toepassing op de werknemer op wie artikel 22a van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten van toepassing is.
|
||||
|
||||
**12.** De artikelen 34 tot en met 37,, ‘,,’ moet zijn ‘,’45 tot en met 47 en 53 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**11.** De artikelen 34 tot en met 37, 45 tot en met 47 en 53 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
|
|
@ -1456,27 +1431,29 @@ b. het de werkgever niet redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de werknemer tot
|
|||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 81 is de premie geheel door de werkgever verschuldigd ten aanzien van de werknemer, wiens loon geheel bestaat in verstrekkingen in natura, huisvesting en onderricht.
|
||||
|
||||
**2.** De werkgever wordt, op diens aanvraag, ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten op het totaal van zijn premieplichtige loonsom een korting toegekend van € 1021 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.
|
||||
**2.** De werkgever wordt, op diens aanvraag, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een korting toegekend van € 1021 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.
|
||||
**3.** De werkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het tweede en derde lid is slechts van toepassing voorzover de werknemer aanspraak heeft op ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van € 227 per jaar. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de korting over de premies op grond van artikel 79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dit artikel en de artikelen 82a of 97c. Onverminderd het tweede en derde lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.
|
||||
**4.** Het tweede en derde lid zijn slechts van toepassing indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar tenminste 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de werknemer wiens loon minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon bedraagt, geldt een bedrag van € 227. Onverminderd het tweede en derde lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.
|
||||
|
||||
**5.** Een aanvraag als bedoeld in het derde lid, wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van het tweede en derde lid wel premie verschuldigd is.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het tweede en derde lid.
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het tweede, derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling kan het bedrag, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, worden gewijzigd.
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling kunnnen de bedragen, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**9.** Indien de toepassing van dit artikel er toe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 82a
|
||||
|
||||
**1.** De werkgever wordt, op diens aanvraag , ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een korting toegekend van € 1021 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 81, eerste en derde lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.
|
||||
**1.** De werkgever wordt, op diens aanvraag, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een korting toegekend van € 1021 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 81, eerste en derde lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** De werkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 81, eerste en derde lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.
|
||||
**2.** De werkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 81, eerste en derde lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid is slechts van toepassing voorzover de werknemer aanspraak heeft op ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van € 227 per jaar. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de korting over de premies op grond van artikel 79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dit artikel en de artikelen 82 of 97c. Onverminderd het eerste en tweede lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.
|
||||
**3.** Het tweede en derde lid zijn slechts van toepassing indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar tenminste 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de werknemer wiens loon minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon bedraagt, geldt een bedrag van € 227. Onverminderd het eerste en tweede lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1484,9 +1461,11 @@ b. het de werkgever niet redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de werknemer tot
|
|||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van het eerste en tweede lid wel premie verschuldigd is.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het eerste en tweede lid.
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het eerste, tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling kan het bedrag, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden gewijzigd.
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**9.** Indien de toepassing van dit artikel er toe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
|
|
@ -1538,10 +1517,10 @@ Ten gunste van een wachtgeldfonds komen:
|
|||
|
||||
a. de premies op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 85, met uitzondering van de premies die op grond van het derde en het vijfde lid van dat artikel ten gunste komen van het Algemeen Werkloosheidsfonds;
|
||||
b. de bedragen, die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de toepassing van artikel 36 voor zover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
|
||||
c. de bedragen, die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 93, onderdeel* d*, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds brengt;
|
||||
d. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van de artikelen 63, negende lid, 63a, derde tot en met vijfde lid, en 63b, tweede lid, van de Ziektewet.
|
||||
e. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van artikel 27*a*;
|
||||
f. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van artikel 38, vierde lid, van de Ziektewet;
|
||||
c. de bedragen, die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 93, onderdeel d, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds brengt;
|
||||
d. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van de artikelen 63, negende lid, 63a, derde tot en met vijfde lid, en 63b, tweede lid, van de Ziektewet;
|
||||
e. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van artikel 27a;
|
||||
f. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van de artikelen 38, vierde lid, en 39a van de Ziektewet;
|
||||
g. de bijdragen van de werkgever of werknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f en g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
h. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van artikel 45a van de Ziektewet, voor zover deze verband houden met op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet te betalen uitkeringen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1553,17 +1532,17 @@ Ten laste van een wachtgeldfonds komen:
|
|||
|
||||
a. de op grond van deze wet over de eerste zes maanden vanaf de eerste werkloosheidsdag te betalen uitkering aan de werknemer, die in de kalenderweek onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies in de sector werkzaam is geweest waarvoor het wachtgeldfonds is ingesteld, waarbij, voor de bepaling van de periode van zes maanden, perioden waarin de werknemer geen recht op uitkering heeft, buiten beschouwing worden gelaten;
|
||||
b. de op grond van artikel 18 te betalen uitkeringen;
|
||||
c. de op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel *a*, *b* en *c*, van de Ziektewet te betalen uitkeringen;
|
||||
d. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in onderdelen *a*, *b* en *c* bedoelde uitkeringen;
|
||||
e. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel *a*, *b* en *c*, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
|
||||
c. de op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet te betalen uitkeringen;
|
||||
d. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in onderdelen a, b en c bedoelde uitkeringen;
|
||||
e. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a, b en c, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
|
||||
f. de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, vierde en vijfde lid, van de Ziektewet alsmede de schade, bedoeld het zesde lid van dat artikel, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 63 van die wet en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
|
||||
g. de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f en g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
h. de premies voor de betaling waarvan aan werkgevers op grond van artikel 5 van de Wet premieregime bij marginale arbeid vrijstelling is verleend;
|
||||
i. de uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van de artikelen 38, vierde lid, en 39 van de Ziektewet en niet reeds op grond van onderdeel d ten laste van een wachtgeldfonds worden gebracht, alsmede de uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
i. de uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van de artikelen 38, vierde lid, 39 en 39a van de Ziektewet en niet reeds op grond van onderdeel d ten laste van een wachtgeldfonds worden gebracht, alsmede de uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
|
||||
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere gevallen voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel *a*, werkzaamheden in de ene sector gelijk te stellen met werkzaamheden in een andere sector.
|
||||
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere gevallen voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, werkzaamheden in de ene sector gelijk te stellen met werkzaamheden in een andere sector.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 21 en 52*d* zijn met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel *a*, bedoelde periode waarover de uitkering ten laste van een wachtgeldfonds komt, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 21 en 52d zijn met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde periode waarover de uitkering ten laste van een wachtgeldfonds komt, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen brengt hetgeen ten laste van het wachtgeldfonds komt, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds voor zoveel dit meer bedraagt dan het voor het wachtgeldfonds op grond van artikel 94, eerste lid, vastgestelde maximum.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1600,8 +1579,9 @@ f. de subsidies op grond van de Wet tijdelijke bijdrage herstructurering arbeids
|
|||
g. de premies voor de betaling waarvan aan werkgevers op grond van artikel 5 van de Wet premieregime bij marginale arbeid vrijstelling is verleend, voorzover deze niet ten laste komen van een wachtgeldfonds;
|
||||
h. het op grond van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;
|
||||
i. de financiële tegemoetkomingen op grond van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg en de daaraan verbonden uitvoeringskosten, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 97f ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid;
|
||||
j. de financiering van, en de tegemoetkoming in de kosten van, kinderopvang, bedoeld in artikel 74, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 97f ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
|
||||
j. abusievelijk is door Stb. 2001/568 een tweede onderdeel j toegevoegd. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 97f, onderdeel o, ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
|
||||
j. de financiering van, en de tegemoetkoming in de kosten van, kinderopvang, bedoeld in artikel 74, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 97f ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid;
|
||||
k. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 97f, onderdeel o, ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid;
|
||||
l. de kosten in verband met de uitvoering van artikel 72.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
|
|
@ -1609,12 +1589,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 93b
|
||||
|
||||
**1.** De vergoedingen aan de gemeenten voor de voorzieningen op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden, waarvoor werknemers, woonachtig in die gemeenten, die recht op uitkering hebben op grond van hoofdstuk IIa en IIb als bedoeld in artikel 73, eerste lid, in aanmerking worden gebracht komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
|
||||
**1.** Vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 72, tweede lid, komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidies, bedoeld in artikel 73a, en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt het budget bepaald, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, voor de uitvoering van het eerste lid, en kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de besteding.
|
||||
|
||||
### Artikel 94
|
||||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt elk jaar voor elk wachtgeldfonds afzonderlijk een maximum vast dat in een boekjaar op grond van artikel 90 ten laste van dat wachtgeldfonds komt.
|
||||
|
|
@ -1675,11 +1653,11 @@ b. waarvan het de overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat
|
|||
|
||||
**5.** Indien de overheidswerkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid onder overheidswerkgever verstaan de rechtsopvolger van die overheidswerkgever. De eerste zin is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement.
|
||||
|
||||
**6.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies en tegemoetkomingen worden verhaald, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moeten worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig het zesde tot en met achtste lid zal worden ten uitvoer gelegd.
|
||||
**6.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moeten worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig het zesde tot en met achtste lid zal worden ten uitvoer gelegd.
|
||||
|
||||
**7.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies en tegemoetkomingen worden verhaald, levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het achtste lid.
|
||||
**7.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het achtste lid.
|
||||
|
||||
**8.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies en tegemoetkomingen worden verhaald, wordt bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op kosten van de overheidswerkgever of diens rechtsopvolger betekend en ten uitvoer gelegd.
|
||||
**8.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, wordt bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op kosten van de overheidswerkgever of diens rechtsopvolger betekend en ten uitvoer gelegd.
|
||||
|
||||
**9.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt het te verhalen bedrag verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1703,7 +1681,7 @@ b. waarvan het de overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat
|
|||
|
||||
**7.** De overheidswerkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de overheidswerknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de overheidswerknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.
|
||||
|
||||
**8.** Het zesde en zevende lid is slechts van toepassing voorzover de werknemer aanspraak heeft op ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van € 227 per jaar. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de korting over de premies op grond van artikel 79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dit artikel en de artikelen 82 of 82a. Onverminderd het zesde en zevende lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.
|
||||
**8.** Het zesde en zevende lid zijn slechts van toepassing indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar tenminste 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de werknemer wiens loon minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon bedraagt, geldt een bedrag van € 227. Onverminderd het zesde en zevende lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.
|
||||
|
||||
**9.** Een aanvraag als bedoeld in het zevende lid, wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1711,13 +1689,15 @@ b. waarvan het de overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat
|
|||
|
||||
**11.** Bij ministeriële regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van het zesde en zevende lid wel premie verschuldigd is.
|
||||
|
||||
**12.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het zesde en zevende lid.
|
||||
**12.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het zesde, zevende en achtste lid.
|
||||
|
||||
**13.** Bij ministeriële regeling kan het bedrag, bedoeld in het zesde, zevende en achtste lid, worden gewijzigd.
|
||||
**13.** Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, bedoeld in het zesde, zevende en achtste lid, worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**14.** Indien de toepassing van dit artikel er toe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 97d
|
||||
|
||||
**1.** De overheidswerkgever mag op het loon van de overheidswerknemer, met uitzondering van de overheidswerknemer, bedoeld in het vierde lid, een bedrag inhouden overeenkomstig hetgeen op grond van de artikelen 81, derde lid, 84 en 86 verschuldigd zou zijn door de overheidswerknemer indien die artikelen op hem van toepassing zouden zijn.
|
||||
**1.** De overheidswerkgever mag op het loon van de overheidswerknemer, met uitzondering van de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 97c, eerste lid, een bedrag inhouden overeenkomstig hetgeen op grond van de artikelen 81, derde lid, 84 en 86 verschuldigd zou zijn door de overheidswerknemer indien die artikelen op hem van toepassing zouden zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Over een uitkering op grond van deze wet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en over een toeslag op grond van de Toeslagenwet aan een persoon als bedoeld in artikel 78a wordt premie geheven overeenkomstig de artikelen 81, derde lid, 83, 84, 85, derde en vierde lid, en artikel 86, eerste, derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1742,7 +1722,7 @@ d. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt doo
|
|||
e. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de uitoefening van zijn bevoegdheid op grond van artikel 66 indien de in dat artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
|
||||
f. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de toepassing van artikel 45a van de Ziektewet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
|
||||
g. vervallen;
|
||||
h. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van artikel 38, vierde lid, van de Ziektewet, indien de in dat artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
|
||||
h. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van de artikelen 38, vierde lid, en 39a van de Ziektewet, indien de in het toegepaste artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
|
||||
i. de bijdragen van de overheidswerkgever of overheidswerknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f en g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
j. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de toepassing van de artikelen 7:11, derde lid, en 7:13 van de Wet arbeid en zorg, voorzover deze bedragen betrekking hebben op tegemoetkomingen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
|
||||
k. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van de artikelen 63, negende lid, 63a, derde tot en met vijfde lid, en 63b, tweede lid, van de Ziektewet.
|
||||
|
|
@ -1758,8 +1738,8 @@ b. de op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a tot en met f, van de Ziek
|
|||
c. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a en b bedoelde uitkeringen;
|
||||
d. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a en b, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
|
||||
e. de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f en g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, indien dat op verzoek van een overheidswerkgever of overheidswerknemer is ingesteld;
|
||||
f. de uitvoeringskosten, voorzover betrekking hebbend op de uitvoering van de artikelen 38, vierde lid, en 39 van de Ziektewet ten aanzien van overheidswerkgevers en overheidswerknemers, die niet reeds op grond van onderdeel c ten laste van dat fonds worden gebracht, voorzover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
g. vervallen;
|
||||
f. de uitvoeringskosten, voorzover betrekking hebbend op de uitvoering van de artikelen 38, vierde lid, 39 en 39a van de Ziektewet ten aanzien van overheidswerkgevers en overheidswerknemers, die niet reeds op grond van onderdeel c ten laste van dat fonds worden gebracht, voorzover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
g. de korting op de door de overheidswerkgever verschuldigde premie, bedoeld in artikel 97c, zesde lid;
|
||||
h. het op grond van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;
|
||||
i. de financiële tegemoetkomingen op grond van artikel 7:6 van de Wet arbeid en zorg en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
|
||||
j. de op diens aanvraag aan de werkgever door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te verlenen vergoeding van de schade, die de werkgever lijdt door toepassing van artikel 22b, eerste lid, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
|
||||
|
|
@ -1767,18 +1747,17 @@ k. de uitvoeringskosten verbonden aan werkzaamheden gericht op het ontvangen van
|
|||
l. de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, vierde en vijfde lid, van de Ziektewet alsmede de schade, bedoeld het zesde lid van dat artikel, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 63 van die wet en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
|
||||
m. de vergoedingen op grond van artikel 72a, vierde lid, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
|
||||
n. de financiering van, en de tegemoetkoming in de kosten van, kinderopvang, bedoeld in artikel 74;
|
||||
o. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.
|
||||
o. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
|
||||
p. de kosten in verband met de uitvoering van artikel 72 ten behoeve van personen als bedoeld in artikel 78a, die recht hebben op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen b, c en d, komen de uitkeringen, die worden betaald door een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 63 van de Ziektewet of een werkgever die een onderneming verkrijgt als bedoeld in artikel 63b, derde lid, van die wet, en de door hem gemaakte kosten ter zake van de betaling van die uitkeringen en van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van die wet, alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, niet ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 97g
|
||||
|
||||
**1.** De vergoedingen aan de gemeenten voor de voorzieningen op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden, waarvoor personen als bedoeld in artikel 78a, woonachtig in die gemeenten, die recht op uitkering hebben op grond van hoofdstuk IIa en IIb als bedoeld in artikel 73, eerste lid, in aanmerking worden gebracht komen ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
|
||||
**1.** Vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 72, tweede lid, voor zover dat artikel wordt toegepast ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 78a, komen ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidies, bedoeld in artikel 73a en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel komen, voor zover dat artikel wordt toegepast ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 78a, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt het budget bepaald, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, voor de uitvoering van het eerste lid, en kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de besteding.
|
||||
|
||||
### Artikel 97h
|
||||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vergoedt, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, aan het Rijk bijdragen die vanwege het Rijk worden verleend aan uit het buitenland afkomstige werknemers, die geen Nederlander zijn en die terugkeren naar hun land van herkomst of emigreren naar een ander land en tot het tijdstip van vertrek uitkering op grond van deze wet ontvangen.
|
||||
|
|
@ -1795,7 +1774,7 @@ Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenla
|
|||
|
||||
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan regels stellen omtrent de verrekening tussen het Uitvoeringsfonds voor de overheid enerzijds en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen anderzijds van ontvangen premies en overige ontvangsten enerzijds en van verstrekte uitkeringen en gemaakte kosten anderzijds.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Sectorindeling.
|
||||
### Paragraaf 3. Sectorindeling
|
||||
|
||||
### Artikel 97k
|
||||
|
||||
|
|
@ -2154,6 +2133,27 @@ De voordracht voor een krachtens dit hoofdstuk vast te stellen algemene maatrege
|
|||
|
||||
**3.** Zo nodig in afwijking van de artikelen 82, tweede, derde en vierde lid, 82a, eerste, tweede en derde lid, of 97c, zesde, zevende en achtste lid, kan het bedrag dat in mindering wordt gebracht op de door de werkgever verschuldigde premie en de premiekorting met betrekking tot het jaar 2002, in 2003 worden vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit lid nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 130h
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Hoofdstuk IIA, Afdeling III, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 19 december 2003 tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering (Stb. 546), blijft van toepassing op een recht op uitkering:
|
||||
|
||||
a. waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 11 augustus 2003;
|
||||
b. ontstaan als gevolg van eindiging van de dienstbetrekking door opzegging, indien de aanzegging van de opzegging heeft plaatsgevonden voor de in onderdeel a genoemde datum;
|
||||
c. ontstaan als gevolg van ontbinding door de rechter van de dienstbetrekking, indien de datum waarop de ontbinding is uitgesproken is gelegen voor de in onderdeel a genoemde datum.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De artikelen 48, 51 en 52, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet, blijven van toepassing op de persoon:
|
||||
|
||||
a. die voor 11 augustus 2003 recht op uitkering op grond van deze wet had, welk recht eindigt of is geëindigd op grond van het verrichten van werkzaamheden als werknemer, en die terzake van de verrichte werkzaamheden op of na 11 augustus 2003 een nieuw recht op uitkering krijgt, tot aan het moment waarop dat eerste recht zonder toepassing van de artikelen 43 en 50 zou hebben geduurd;
|
||||
b. op wie het eerste lid, onderdeel b of c van toepassing is, en wiens recht als bedoeld in dat lid eindigt of is geëindigd op grond van het verrichten van werkzaamheden als werknemer, en die terzake van de verrichte werkzaamheden op of na 11 augustus 2003 een nieuw recht op uitkering krijgt, tot aan het moment waarop dat eerste recht zonder toepassing van de artikelen 43 en 50 zou hebben geduurd.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 15, 35c, 52b, derde lid, en 52d, derde tot en met vijfde lid, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet, blijven van toepassing op de in het eerste en tweede lid bedoelde rechten respectievelijk personen.
|
||||
|
||||
**4.** Met opzegging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gelijkgesteld, ontslag als bedoeld in de artikelen 93 en 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of een overeenkomstige bepaling van een soortgelijke regeling.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue