2003-02-19 | BWBR0005416 | Gemeentewet
This commit is contained in:
parent
35ee04096d
commit
568580340d
1 changed files with 78 additions and 54 deletions
|
|
@ -36,8 +36,7 @@ In deze wet wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. gemeentebestuur: ieder bevoegd orgaan van de gemeente;
|
||||
b. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
c. college: het college van burgemeester en wethouders;
|
||||
d. rekenkamer: een rekenkamer als bedoeld in hoofdstuk IVa .
|
||||
c. college: college van burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
## Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
|
||||
|
||||
|
|
@ -149,7 +148,7 @@ o. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan onderges
|
|||
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder k, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of
|
||||
b. aanvangt op de dag van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op de dag waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.
|
||||
b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -167,7 +166,7 @@ Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de ver
|
|||
|
||||
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
|
||||
|
||||
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het gemeentebestuur naar eer en geweten zal vervullen.
|
||||
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.
|
||||
|
||||
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"
|
||||
|
||||
|
|
@ -247,6 +246,8 @@ De leden van het gemeentebestuur en andere personen die deelnemen aan de beraads
|
|||
|
||||
**4.** Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad anders beslist.
|
||||
|
||||
**5.** De raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 25 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
|
||||
|
|
@ -260,7 +261,7 @@ d. de benoeming en het ontslag van wethouders.
|
|||
|
||||
**1.** De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (*Stb.* 1991, 703), omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft.
|
||||
|
||||
**2.** Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
|
||||
**2.** Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -403,7 +404,7 @@ q. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het g
|
|||
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder j, kan een wethouder tevens lid zijn van de raad van de gemeente waar hij wethouder is gedurende het tijdvak dat:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of
|
||||
b. aanvangt op de dag van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op de dag waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.
|
||||
b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -443,7 +444,7 @@ Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets uit dit ambt te doen of te laten,
|
|||
|
||||
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen.
|
||||
|
||||
Zo waarlijk helpe mij God almachtig!»
|
||||
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!»
|
||||
|
||||
(«Dat verklaar en beloof ik!»)
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,7 +502,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** Indien een wethouder een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de raad.
|
||||
**1.** Indien een wethouder niet langer voldoet aan de vereisten voor het wethouderschap, bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 46, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -581,6 +582,8 @@ De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29 en 30 zijn ten aanzien van de v
|
|||
|
||||
**2.** Het college laat de kennisgeving of terinzagelegging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.
|
||||
|
||||
**3.** Het college maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. Het college laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 55 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk IV. De burgemeester
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
|
@ -823,7 +826,7 @@ De raad stelt het aantal leden van de rekenkamer vast.
|
|||
|
||||
**2.** Indien de rekenkamer uit twee of meer leden bestaat, benoemt de raad uit de leden de voorzitter.
|
||||
|
||||
**3.** De raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Indien de rekenkamer uitéé n lid bestaat, benoemt de raad in ieder geval een plaatsvervangend lid. Deze paragraaf is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Indien de rekenkamer uit één lid bestaat, benoemt de raad in ieder geval een plaatsvervangend lid. Deze paragraaf is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De raad kan een lid herbenoemen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -835,7 +838,7 @@ Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen:
|
|||
|
||||
a. op eigen verzoek;
|
||||
b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap;
|
||||
c. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
|
||||
c. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
|
||||
d. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
|
||||
e. indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -843,7 +846,7 @@ e. indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in h
|
|||
|
||||
Een lid van de rekenkamer kan door de raad worden ontslagen:
|
||||
|
||||
a. wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;
|
||||
a. indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;
|
||||
b. indien hij handelt in strijd met artikel 81h.
|
||||
|
||||
### Artikel 81d
|
||||
|
|
@ -907,7 +910,7 @@ Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, r
|
|||
|
||||
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen.
|
||||
|
||||
Zo waarlijk helpe mij God almachtig!»
|
||||
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!»
|
||||
|
||||
(«Dat verklaar en beloof ik!»)
|
||||
|
||||
|
|
@ -939,9 +942,7 @@ De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgesteld
|
|||
|
||||
### Artikel 81l
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 81a kan de raad met de raad of de raden van een of meer andere gemeenten met toepassing van de artikelen 1 en 8, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen een gemeenschappelijke rekenkamer instellen. De artikelen 10, tweede en derde lid, 10a, 11, 15, 16, 17, 20, derde lid, 21, 22, 23, 30 en 33 van die wet zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van het vaststellen van de begroting en de rekening zijn van overeenkomstige toepassing de regels welke bij of krachtens de wet zijn gesteld voor het toezicht daarop, zoals die gelden voor de deelnemende gemeenten afzonderlijk.
|
||||
In afwijking van artikel 81a kan de raad met de raad of de raden van een of meer andere gemeenten met toepassing van de artikelen 1 en 8, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen een gemeenschappelijke rekenkamer instellen. De artikelen 10, tweede en derde lid, 10a, 11, 15, 16, 17, 20, derde lid, 21, 22, 23, en 30 van die wet zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 81m
|
||||
|
||||
|
|
@ -956,6 +957,10 @@ In de regeling waarbij de gemeenschappelijke rekenkamer wordt ingesteld, worden
|
|||
a. de benoeming, op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer, van de ambtenaren die nodig zijn voor een goede uitoefening van de werkzaamheden van de rekenkamer;
|
||||
b. de vergoeding die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen en de tegemoetkoming in de kosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 81o
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk IVb. De rekenkamerfunctie
|
||||
|
||||
### Artikel 81o
|
||||
|
|
@ -972,25 +977,25 @@ b. de vergoeding die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen
|
|||
|
||||
### Artikel 82
|
||||
|
||||
**1.** De raad kan raadscommissies instellen, die besluitvorming van de raad kunnen voorbereiden en met het college of de burgemeester kunnen overleggen. Hij regelt daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop de leden van de raad inzage hebben in stukken waaromtrent door een raadscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.
|
||||
**1.** De raad kan raadscommissies instellen die besluitvorming van de raad kunnen voorbereiden en met het college of de burgemeester kunnen overleggen. Hij regelt daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop de leden van de raad inzage hebben in stukken waaromtrent door een raadscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.
|
||||
|
||||
**2.** De burgemeester en de wethouder zijn geen lid van een raadscommissie.
|
||||
**2.** De burgemeester en de wethouders zijn geen lid van een raadscommissie.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de samenstelling van een raadscommissie zorgt de raad, voor zover het de benoeming betreft van leden van de raad, voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen.
|
||||
|
||||
**4.** Een lid van de raad is voorzitter van een raadscommissie.
|
||||
|
||||
**5.** De artikelen 19, tweede lid, 21, tweede lid, 22 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing op een vergadering van een raadscommissie, met dien verstande dat in artikel 19, tweede lid, voor «de burgemeester» wordt gelezen «de voorzitter van een raadscommissie» en in artikel 21, tweede lid, voor «Een wethouder» wordt gelezen «De burgemeester of een wethouder».
|
||||
**5.** De artikelen 19, tweede lid, 21, tweede lid, 22 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing op een vergadering van een raadscommissie, met dien verstande dat in artikel 19, tweede lid, voor «de burgemeester» wordt gelezen «de voorzitter van een raadscommissie», in artikel 21, tweede lid, voor «Een wethouder» wordt gelezen «De burgemeester of een wethouder» en in artikel 23, vijfde lid, voor «artikel 25» wordt gelezen «artikel 86».
|
||||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
**1.** De raad, het college of de burgemeester kan bestuurscommissies instellen, die bevoegdheden uitoefenen die hun door de raad, het college, onderscheidenlijk de burgemeester zijn overgedragen. Hij regelt daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop hij inzage heeft in de stukken waaromtrent door een bestuurscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.
|
||||
**1.** De raad, het college of de burgemeester kan bestuurscommissies instellen die bevoegdheden uitoefenen die hun door de raad, het college, onderscheidenlijk de burgemeester zijn overgedragen. Hij regelt daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop hij inzage heeft in de stukken waaromtrent door een bestuurscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.
|
||||
|
||||
**2.** De burgemeester en de wethouders zijn geen lid van een door de raad ingestelde bestuurscommissie. Leden van de raad zijn geen lid van een door het college of de burgemeester ingestelde bestuurscommissie.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 139, tweede lid, 140 en 141 zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit tot instelling van een bestuurscommissie.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 19, tweede lid, 22 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vergadering van een door de raad ingestelde bestuurscommissie, met dien verstande dat in artikel 19, tweede lid, voor «de burgemeester» wordt gelezen: de voorzitter van een bestuurscommissie.
|
||||
**4.** De artikelen 19, tweede lid, 22 en 23, eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vergadering van een door de raad ingestelde bestuurscommissie, met dien verstande dat in artikel 19, tweede lid, voor «de burgemeester» wordt gelezen: de voorzitter van een bestuurscommissie.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover zulks in verband met de aard en omvang van de overgedragen bevoegdheden nodig is, regelt het college of de burgemeester de openbaarheid van vergaderingen van een door hem ingestelde bestuurscommissie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -998,7 +1003,7 @@ b. de vergoeding die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen
|
|||
|
||||
**1.** De raad, het college of de burgemeester kan andere commissies dan bedoeld in de artikelen 82, eerste lid, en 83, eerste lid, instellen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 83, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een andere commissie.
|
||||
**2.** Artikel 83, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een andere commissie, met uitzondering van een commissie die is ingesteld om te adviseren over de beslissing op ingediende bezwaarschriften en een commissie belast met de behandeling van en de advisering over klachten.
|
||||
|
||||
**3.** De raad, het college onderscheidenlijk de burgemeester regelt ten aanzien van een door hem ingestelde andere commissie de openbaarheid van de vergaderingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1042,7 +1047,7 @@ b. de vergoeding die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen
|
|||
|
||||
**1.** De raad, het college of de burgemeester kan besluiten en andere, niet-schriftelijke, beslissingen gericht op enig rechtsgevolg van een deelraad, een dagelijks bestuur van een deelgemeente, onderscheidenlijk een voorzitter van het dagelijks bestuur, vernietigen. De raad kan zijn bevoegdheid tot schorsing overdragen aan het college. Ten aanzien van de vernietiging van niet-schriftelijke beslissingen van een deelraad of een dagelijks bestuur gericht op enig rechtsgevolg zijn de afdelingen 10.2.2. en 10.2.3. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening bevat een regeling over het overig toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door een deelraad of het dagelijks bestuur van een deelgemeente. Dit overig toezicht kan de goedkeuring van de raad of het college bevatten van beslissingen van een deelraad, onderscheidenlijk dagelijks bestuur. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Ten aanzien van de goedkeuring van niet-schriftelijke beslissingen gericht op enig rechtsgevolg is afdeling 10.2.1. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening bevat een regeling over het overig toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door een deelraad of het dagelijks bestuur van een deelgemeente. Dit overig toezicht kan de goedkeuring van de raad of het college bevatten van beslissingen van een deelraad, onderscheidenlijk dagelijks bestuur. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Ten aanzien van de goedkeuring van andere beslissingen dan besluiten is afdeling 10.2.1. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 88
|
||||
|
||||
|
|
@ -1079,7 +1084,12 @@ b. ambtenaar van de burgerlijke stand;
|
|||
c. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;
|
||||
d. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.
|
||||
|
||||
**3.** In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder n, een lid van een deelraad tevens lid van het dagelijks bestuur van de betrokken deelgemeente kan zijn vanaf de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad tot uiterlijk zes weken na de eerste vergadering van de deelraad in nieuwe samenstelling na de periodieke verkiezing van zijn leden.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder n, een lid van een deelraad tevens lid van het dagelijks bestuur van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of
|
||||
b. aanvangt op de dag van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente en eindigt op de dag waarop zijn opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan worden benoemd. In dat geval bepaalt de verordening tevens dat hij geacht wordt ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van de dag waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur aanvaardt en dat artikel X 6 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
|
|
@ -1112,19 +1122,24 @@ b. ambtenaar van de burgerlijke stand;
|
|||
c. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;
|
||||
d. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.
|
||||
|
||||
**3.** In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder n, een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente tevens lid van de deelraad van de betrokken deelgemeente kan zijn vanaf de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad tot uiterlijk zes weken na de eerste vergadering van de deelraad in nieuwe samenstelling na de periodieke verkiezing van zijn leden.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder n, een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente tevens lid van een deelraad van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of
|
||||
b. aanvangt op de dag van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente en eindigt op de dag waarop zijn opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan worden benoemd. In dat geval bepaalt de verordening tevens dat hij geacht wordt ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van de dag waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur aanvaardt en dat artikel X 6 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 36a is van overeenkomstige toepassing op de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
De artikelen 14, 15, 22 en 49 zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het deelgemeentebestuur.
|
||||
De artikelen 14, 15, 49 en 50 zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het deelgemeentebestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 92
|
||||
|
||||
**1.** Een deelraad brengt dag, tijdstip en plaats van zijn vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij horende voorstellen, met uitzondering van de in artikel 86, tweede lid, bedoelde stukken, worden gelijktijdig met de oproeping voor de vergadering en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 23, 24 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing op een vergadering van een deelraad.
|
||||
**2.** De artikelen 22, 23, 24 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing op een deelraad.
|
||||
|
||||
### Artikel 93
|
||||
|
||||
|
|
@ -1183,7 +1198,9 @@ De verordeningen bedoeld in de artikelen 95 tot en met 97 worden aan gedeputeerd
|
|||
|
||||
### Artikel 100
|
||||
|
||||
In iedere gemeente is een secretaris en een griffier.
|
||||
**1.** In iedere gemeente is een secretaris en een griffier.
|
||||
|
||||
**2.** Een secretaris is niet tevens griffier.
|
||||
|
||||
### Artikel 101
|
||||
|
||||
|
|
@ -1388,7 +1405,7 @@ De bepalingen van gemeentelijke verordeningen in wier onderwerp door een wet, ee
|
|||
|
||||
**1.** Wanneer de raad of, indien aan een bestuurscommissie, een deelraad of het dagelijks bestuur van een deelgemeente bevoegdheden van de raad of van het college zijn overgedragen, deze commissie, die deelraad of dat dagelijks bestuur bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissingen niet of niet naar behoren neemt, voorziet het college daarin.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer aan een bestuurscommissie of de voorzitter van het dagelijks bestuur van een deelgemeente bevoegdheden van de burgemeester zijn overgedragen en die commissie of die voorzitter bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde besluiten niet of niet naar behoren neemt, voorziet de burgemeester daarin.
|
||||
**2.** Wanneer aan een bestuurscommissie of de voorzitter van het dagelijks bestuur van een deelgemeente bevoegdheden van de burgemeester zijn overgedragen en die commissie of die voorzitter bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissingen niet of niet naar behoren neemt, voorziet de burgemeester daarin.
|
||||
|
||||
### Artikel 124
|
||||
|
||||
|
|
@ -1672,19 +1689,21 @@ c. wordt, in afwijking van artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuur
|
|||
|
||||
**1.** Personen als bedoeld in artikel 155b, eerste lid, zijn verplicht te voldoen aan een oproep van de onderzoekscommissie om als getuige of deskundige te worden gehoord.
|
||||
|
||||
**2.** Een getuige of deskundige die door de onderzoekscommissie wordt gehoord, kan niet tevens lid zijn van de onderzoekscommissie.
|
||||
**2.** Een getuige of deskundige die door de onderzoekscommissie wordt gehoord, is niet tevens lid van de onderzoekscommissie.
|
||||
|
||||
**3.** De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen, de deskundigen zijn verplicht hun diensten onpartijdig en naar beste weten als zodanig te verlenen, een en ander behoudens verschoning wegens ambts- of beroepsgeheim.
|
||||
**3.** De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen.
|
||||
|
||||
**4.** De onderzoekscommissie kan besluiten dat getuigen uitsluitend worden verhoord na het afleggen van een eed of belofte. Zij leggen dan in de vergadering van de onderzoekscommissie, in handen van de voorzitter, de eed of belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen.
|
||||
**4.** De deskundigen zijn verplicht hun diensten onpartijdig en naar beste weten als zodanig te verlenen.
|
||||
|
||||
**5.** De getuigen en deskundigen worden in een openbare zitting van de onderzoekscommissie gehoord. Plaats en tijd van de openbare zitting worden door de voorzitter tijdig ter openbare kennis gebracht.
|
||||
**5.** De onderzoekscommissie kan besluiten dat getuigen uitsluitend worden verhoord na het afleggen van een eed of belofte. Zij leggen dan in de vergadering van de onderzoekscommissie, in handen van de voorzitter, de eed of belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen.
|
||||
|
||||
**6.** De onderzoekscommissie kan om gewichtige redenen besluiten een verhoor of een gedeelte daarvan niet in het openbaar af te nemen. De leden en plaatsvervangende leden van de commissie bewaren geheimhouding over hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter kennis komt.
|
||||
**6.** De getuigen en deskundigen worden in een openbare zitting van de onderzoekscommissie gehoord. Plaats en tijd van de openbare zitting worden door de voorzitter tijdig ter openbare kennis gebracht.
|
||||
|
||||
**7.** Een getuige is gerechtigd zich tijdens het verhoor te laten bijstaan. Om gewichtige redenen kan de commissie besluiten, dat een getuige zonder bijstand wordt gehoord.
|
||||
**7.** De onderzoekscommissie kan om gewichtige redenen besluiten een verhoor of een gedeelte daarvan niet in het openbaar af te nemen. De leden en plaatsvervangende leden van de commissie bewaren geheimhouding over hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter kennis komt.
|
||||
|
||||
**8.** Verklaringen die zijn afgelegd voor de onderzoekscommissie, of op haar vordering afgelegd, kunnen, behalve in het geval van artikel 207, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, niet als bewijs in rechte gelden.
|
||||
**8.** Een getuige is gerechtigd zich tijdens het verhoor te laten bijstaan. Om gewichtige redenen kan de commissie besluiten, dat een getuige zonder bijstand wordt gehoord.
|
||||
|
||||
**9.** Verklaringen die zijn afgelegd voor de onderzoekscommissie kunnen, behalve in het geval van artikel 207, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, niet als bewijs in rechte gelden.
|
||||
|
||||
### Artikel 155d
|
||||
|
||||
|
|
@ -1700,6 +1719,10 @@ c. wordt, in afwijking van artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuur
|
|||
|
||||
**2.** Zij die uit hoofde van hun ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen getuigenis af te leggen, doch uitsluitend met betrekking tot hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zodanig is toevertrouwd. Zij kunnen inzage, afschrift of kennisneming anderszins weigeren van bescheiden of gedeelten daarvan tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** De burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente, leden en gewezen leden van een door het college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen ambtenaren, door of vanwege het college aangesteld of daaraan ondergeschikt, zijn niet verplicht aan artikel 155b, eerste en derde lid, en artikel 155c, derde lid, te voldoen, indien het verstrekken van de inlichtingen in strijd is met het openbaar belang.
|
||||
|
||||
**4.** De onderzoekscommissie kan verlangen dat een beroep als bedoeld in het derde lid op strijd met het openbaar belang wordt bevestigd door het college, of, voor zover de inlichtingen betrekking hebben op het door de burgemeester gevoerde bestuur, door de burgemeester.
|
||||
|
||||
### Artikel 155f
|
||||
|
||||
Het college neemt de door de raad geraamde kosten voor een onderzoek in een bepaald jaar op in de ontwerp-begroting.
|
||||
|
|
@ -1712,20 +1735,19 @@ Het college neemt de door de raad geraamde kosten voor een onderzoek in een bepa
|
|||
|
||||
De raad kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot:
|
||||
|
||||
a. de instelling van een onderzoek, bedoeld in artikel 155a, eerste lid.
|
||||
a. de instelling van een onderzoek, bedoeld in artikel 155a, eerste lid;
|
||||
b. de vaststelling of wijziging van de begroting, bedoeld in artikel 189;
|
||||
c. de vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 198;
|
||||
d. het stellen van straf op overtreding van de gemeentelijke verordeningen;
|
||||
e. de vaststelling van de verordening, bedoeld in artikel 212, eerste lid;
|
||||
f. de vaststelling van de verordening, bedoeld in artikel 213, eerste lid;
|
||||
g. de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in artikel 213, tweede lid;
|
||||
h. de heffing van andere belastingen dan de belastingen, genoemd in artikel 225, de precariobelasting, de rechten, genoemd in artikel 229, de rechten waarvan de heffing geschiedt krachtens andere wetten dan deze wet en de heffing, bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
|
||||
e. de vaststelling van de verordeningen, bedoeld in de artikelen 212, eerste lid, 213, eerste lid, en 213a, eerste lid;
|
||||
f. de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in artikel 213, tweede lid;
|
||||
g. de heffing van andere belastingen dan de belastingen, genoemd in artikel 225, de precariobelasting, de rechten, genoemd in artikel 229, de rechten waarvan de heffing geschiedt krachtens andere wetten dan deze wet en de heffing, bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**3.** De bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen, door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven, kan de raad slechts overdragen voor zover het betreft de vaststelling van nadere regels met betrekking tot bepaalde door hem in zijn verordeningen aangewezen onderwerpen.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 139, tweede lid, 140 en 141 zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit dat wordt genomen op grond van het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Het tweede lid, aanhef en onder d, en het derde lid zijn niet van toepassing op een deelraad.
|
||||
**5.** Het tweede lid, aanhef en onder d, en het derde lid zijn niet van toepassing op de overdracht van bevoegdheden aan een deelraad.
|
||||
|
||||
### Artikel 157
|
||||
|
||||
|
|
@ -1757,8 +1779,8 @@ a. het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren, voor zover niet bij of krach
|
|||
b. beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast;
|
||||
c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie;
|
||||
d. ambtenaren, niet zijnde de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren, te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
|
||||
e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten en deze te verrichten;
|
||||
f. rechtsgedingen namens de gemeente of het gemeentebestuur te voeren, handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, alsmede namens de gemeente of het gemeentebestuur bezwaar te maken, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
|
||||
e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten;
|
||||
f. te besluiten rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures namens de gemeente of het gemeentebestuur te voeren, of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
|
||||
g. ten aanzien van de voorbereiding van de civiele verdediging;
|
||||
h. jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1820,6 +1842,8 @@ Het college kan een in de gemeente dienstdoende ambtenaar van politie machtigen
|
|||
|
||||
**4.** Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen terzake ter kennis van het college heeft kunnen brengen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan leiden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit.
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk XI. De bevoegdheid van de burgemeester
|
||||
|
||||
### Artikel 170
|
||||
|
|
@ -1986,11 +2010,11 @@ c. andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voo
|
|||
|
||||
**1.** De rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.
|
||||
|
||||
**2.** De rekenkamer deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan de betrokken rechtspersoon of het betrokken gemeenschappelijk orgaan, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen.
|
||||
**2.** De rekenkamer deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen.
|
||||
|
||||
**3.** De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar.
|
||||
|
||||
**4.** De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken rechtspersoon of het betrokken openbaar lichaam.
|
||||
**4.** De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling.
|
||||
|
||||
**5.** De rapporten en de verslagen van de rekenkamer zijn openbaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2080,7 +2104,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 198
|
||||
|
||||
**1.** De raad stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het begrotingsjaar.
|
||||
**1.** De raad stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het begrotingsjaar. De jaarrekening betreft alle baten en lasten van de gemeente.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de raad tot het oordeel komt dat uitgaven die in de jaarrekening zijn opgenomen niet rechtmatig zijn gedaan, wordt dit standpunt terstond ter kennis gebracht van het college met vermelding van de gerezen bedenkingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2094,7 +2118,7 @@ Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling va
|
|||
|
||||
### Artikel 200
|
||||
|
||||
Het college zendt de vastgestelde jaarrekening, vergezeld van de overige in artikel 197 bedoelde stukken binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor 15 juli van het jaar, volgend op het begrotingsjaar, aan gedeputeerde staten. Het college voegt daarbij, indien van toepassing, het besluit van de raad over een voorstel voor een indemniteitsbesluit met de reactie, bedoeld in artikel 198, derde lid.
|
||||
Het college zendt de vastgestelde jaarrekening, vergezeld van de overige in artikel 197 bedoelde stukken binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar, volgend op het begrotingsjaar, aan gedeputeerde staten. Het college voegt daarbij, indien van toepassing, het besluit van de raad over een voorstel voor een indemniteitsbesluit met de reactie, bedoeld in artikel 198, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 201
|
||||
|
||||
|
|
@ -2188,9 +2212,9 @@ c. regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en lim
|
|||
|
||||
### Artikel 213
|
||||
|
||||
**1.** De raad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening dient te waarborgen dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.
|
||||
**1.** De raad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.
|
||||
|
||||
**2.** De raad wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van de bevindingen.
|
||||
**2.** De raad wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2202,7 +2226,7 @@ c. de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bij of krachtens algem
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het verslag van de bevindingen bevat in ieder geval bevindingen over:
|
||||
Het verslag van bevindingen bevat in ieder geval bevindingen over:
|
||||
|
||||
a. de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken en
|
||||
b. onrechtmatigheden in de jaarrekening.
|
||||
|
|
@ -2219,7 +2243,7 @@ b. onrechtmatigheden in de jaarrekening.
|
|||
|
||||
**2.** Het college brengt schriftelijk verslag uit aan de raad van de resultaten van de onderzoeken.
|
||||
|
||||
**3.** Het college stelt de rekenkamer tijdig op de hoogte van de onderzoeken die hij doet instellen en zendt hem een afschrift van een verslag als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
**3.** Het college stelt de rekenkamer of, indien geen rekenkamer is ingesteld, personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, tijdig op de hoogte van de onderzoeken die hij doet instellen en zendt haar, onderscheidenlijk hen, een afschrift van een verslag als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 214
|
||||
|
||||
|
|
@ -2811,7 +2835,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Beslissingen van gemeentebesturen kunnen slechts aan goedkeuring worden onderworpen in bij de wet of krachtens de wet bij provinciale verordening bepaalde gevallen.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de goedkeuring van andere beslissingen dan besluiten is afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Ten aanzien van de goedkeuring van andere beslissingen dan besluiten zijn artikel 266 alsmede afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 260
|
||||
|
||||
|
|
@ -2855,7 +2879,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Een besluit dan wel een niet-schriftelijke beslissing gericht op enig rechtsgevolg van het gemeentebestuur kan bij koninklijk besluit worden vernietigd.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de vernietiging van een niet-schriftelijke beslissing zijn de afdelingen 10.2.2 en 10.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Ten aanzien van de vernietiging van een niet-schriftelijke beslissing gericht op enig rechtsgevolg zijn de artikelen 273 tot en met 281a alsmede de afdelingen 10.2.2 en 10.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 269
|
||||
|
||||
|
|
@ -2919,7 +2943,7 @@ Het gemeentebestuur neemt opnieuw een besluit omtrent het onderwerp van het vern
|
|||
|
||||
### Artikel 281a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 8:4, onderdeel *a*, van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen een koninklijk besluit als bedoeld in artikel 268, eerste lid, dan wel tegen een vernietigingsbesluit als bedoeld in de artikelen 83, tweede lid, en 84, tweede lid, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 8:4, onderdeel *a*, van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen een koninklijk besluit als bedoeld in artikel 268, eerste lid, dan wel tegen een vernietigingsbesluit als bedoeld in de artikelen 85, tweede lid, en 87a, eerste lid, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 6:2 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep worden ingesteld tegen de weigering om de vernietiging te bevorderen en tegen het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue