From 56877661c6bb3018e874255c51fde5f1b08bbbf7 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2018 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2018-01-01 | BWBR0017745 | Wet financiering sociale verzekeringen --- .../BWBR0017745/README.md | 252 +++++------------- 1 file changed, 71 insertions(+), 181 deletions(-) diff --git a/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md b/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md index 160624faf1f..8ae7b403438 100644 --- a/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md +++ b/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md @@ -143,7 +143,7 @@ Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financi ### Artikel 14 -**1.** Bij ministeriële regeling kunnen bedragen worden vastgesteld die als rijksbijdrage ten gunste komen van het Nabestaandenfonds en het Ouderdomsfonds. +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen bedragen worden vastgesteld die als rijksbijdrage ten gunste komen van het Ouderdomsfonds. **2.** Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan jaarlijks bedragen vaststellen die als rijksbijdrage ten gunste komen van het Fonds langdurige zorg. @@ -269,9 +269,9 @@ Het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds w ### Artikel 28 -**1.** Het deel van de premie dat ten gunste komt van een sectorfonds wordt door het UWV vastgesteld op een percentage van het loon dat voor categorieën van werkgevers en werknemers die behoren tot verschillende sectoren en sectoronderdelen als bedoeld in artikel 95 kan verschillen, en mede kan worden bepaald door de mate waarin door die werkgevers maatregelen zijn getroffen gericht op bevordering van de duurzame arbeidsparticipatie van de werknemers. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld, waaronder het stellen van voorwaarden ter afbakening van de verschillende categorieën van werkgevers en werknemers. +**1.** Het deel van de premie dat ten gunste komt van een sectorfonds wordt door het UWV vastgesteld op een percentage van het loon dat voor categorieën van werkgevers en werknemers die behoren tot verschillende sectoren en sectoronderdelen als bedoeld in artikel 95 kan verschillen, en mede kan worden bepaald door de mate waarin door die werkgevers maatregelen zijn getroffen gericht op bevordering van de duurzame arbeidsparticipatie van de werknemers. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld, waaronder het stellen van voorwaarden ter afbakening van de verschillende categorieën van werkgevers en werknemers. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het deel van de premie dat ten gunste komt van het desbetreffende sectorfonds in bijzondere gevallen voor één of meerdere sectoren aan de hand van het gemiddelde van de premie van een aantal sectoren jaarlijks kan worden vastgesteld op een door Onze Minister te bepalen wijze. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling over een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, over een toeslag op grond van de Toeslagenwet en over loon op grond van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet sociale werkvoorziening voor het deel van de premie dat ten gunste komt van een sectorfonds een gemiddeld premiepercentage vastgesteld. Dit wordt bepaald op een gemiddelde van de percentages die zijn vastgesteld op grond van het eerste lid. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels over een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, over een toeslag op grond van de Toeslagenwet en over loon op grond van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet sociale werkvoorziening voor het deel van de premie dat ten gunste komt van een sectorfonds door het UWV een gemiddeld premiepercentage vastgesteld. Dit wordt bepaald op een gemiddelde van de percentages die zijn vastgesteld op grond van het eerste lid. **3.** Het deel van de premie dat met toepassing van het tweede lid ten gunste komt van het sectorfonds, bedraagt ten hoogste de premie die op grond van het eerste lid is vastgesteld. Het resterende deel van deze premie komt ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. @@ -279,7 +279,7 @@ Het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds w **5.** Het tweede lid wordt eveneens niet toegepast ingeval een eigenrisicodrager de uitkering, bedoeld in artikel 63a Ziektewet, betaalt of de uitkering, bedoeld in artikel 82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, betaalt, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die eigenrisicodrager. -**6.** Een door het UWV bepaald percentage als bedoeld in het eerste lid behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister zijn goedkeuring onthoudt stelt hij het percentage zelf vast. +**6.** Een door het UWV bepaald percentage als bedoeld in het eerste en tweede lid behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister zijn goedkeuring onthoudt stelt hij het percentage zelf vast. ### Afdeling 3. Uitvoeringsfonds voor de overheid @@ -367,13 +367,22 @@ Het UWV stelt vast: a. voor de berekening van de gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas, een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk rekenpercentage; b. voor de berekening van het rekenpercentage, bedoeld in onderdeel a, een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk gemiddeld percentage. -**3.** Elk jaar wordt met ingang van 1 januari een opslag of korting vastgesteld waarmee het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde percentage wordt verhoogd respectievelijk verlaagd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de opslag of korting naar categorie werkgevers voor de werkgever afzonderlijk of per sector als bedoeld in artikel 95, wordt vastgesteld, waarbij de korting of opslag voor werkgevers per sector of sectoronderdelen kan verschillen of op nihil kan worden vastgesteld. Indien een werkgever met toepassing van de artikelen 96 of 97 is aangesloten bij verschillende sectoren, wordt voor elk bedrijfsonderdeel van de werkgever waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een afzonderlijke sector, de opslag of korting toegepast als was dat bedrijfsonderdeel een afzonderlijke werkgever. Voor de werkgever voor wie de korting of opslag afzonderlijk wordt vastgesteld, stelt de inspecteur de korting of opslag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. +**3.** Elk jaar wordt met ingang van 1 januari een opslag of korting vastgesteld waarmee het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde percentage wordt verhoogd respectievelijk verlaagd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de opslag of korting naar categorie werkgevers voor de werkgever afzonderlijk of per sector als bedoeld in artikel 95, wordt vastgesteld, waarbij de korting of opslag voor werkgevers per sector of sectoronderdelen kan verschillen of op nihil kan worden vastgesteld. Indien een werkgever met toepassing van de artikelen 96 of 97 is aangesloten bij verschillende sectoren, wordt voor elk bedrijfsonderdeel van de werkgever waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een afzonderlijke sector, de opslag of korting toegepast als was dat bedrijfsonderdeel een afzonderlijke werkgever. Voor de werkgever voor wie de korting of opslag afzonderlijk wordt vastgesteld, stelt de inspecteur de korting of opslag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Ten aanzien van werkgevers voor wie de opslag of korting per sector wordt vastgesteld kan in bijzondere gevallen bij regeling van Onze Minister worden bepaald dat de opslag of korting op een door Onze Minister te bepalen wijze wordt vastgesteld aan de hand van het gemiddelde van de opslag of korting van een aantal sectoren. **4.** De inspecteur stelt in geval van overgang van een onderneming in de zin van artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement, de vastgestelde opslag of korting, bedoeld in het derde lid, opnieuw bij voor bezwaar vatbare beschikking vast voor de werkgever die een onderneming of een deel daarvan verkrijgt en voor de werkgever die een deel van zijn onderneming overdraagt. -**5.** De inspecteur stelt, in geval aan een werkgever toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van ziekengeld of WGA-uitkering en overlijdensuitkeringen als bedoeld in artikel 40, eerste lid, alsmede in geval het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in artikel 40, eerste lid, is geëindigd of wordt beëindigd, de vastgestelde opslag of korting, bedoeld in het derde lid, opnieuw bij voor bezwaar vatbare beschikking vast met ingang van de datum waarop het zelf dragen van het risico aanvangt dan wel is geëindigd of wordt beëindigd. +**5.** -**6.** +Indien de werkgever een overheidswerkgever is op wie artikel 7:662 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is, en deze geheel of gedeeltelijk is overgegaan naar een andere werkgever, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement, stelt de inspecteur de vastgestelde opslag of korting, bedoeld in het derde lid, opnieuw vast bij voor bezwaar vatbare beschikking voor: + +a. de rechtsopvolger van die overheidswerkgever dan wel de verkrijger van een deel daarvan, en +b. voor de overheidswerkgever die een deel van de organisatie overdraagt. + +Het bepaalde bij of krachtens het zevende lid, inzake de in het derde, vierde en vijfde lid bedoelde opslag en korting is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** De inspecteur stelt, in geval aan een werkgever toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van ziekengeld of WGA-uitkering en overlijdensuitkeringen als bedoeld in artikel 40, eerste lid, alsmede in geval het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in artikel 40, eerste lid, is geëindigd of wordt beëindigd, de vastgestelde opslag of korting, bedoeld in het derde lid, opnieuw bij voor bezwaar vatbare beschikking vast met ingang van de datum waarop het zelf dragen van het risico aanvangt dan wel is geëindigd of wordt beëindigd. + +**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: @@ -381,9 +390,9 @@ a. de wijze waarop het rekenpercentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, b. de wijze waarop de in het derde en het vierde lid, bedoelde opslag en korting worden berekend; c. de percentages die op grond van dit artikel ten hoogste voor categorieën van werkgevers, sector of sectoronderdeel mogen gelden en omtrent de percentages die op grond van dit artikel ten minste voor categorieën van werkgevers, sector of sectoronderdeel gelden. -**7.** De inspecteur is bevoegd tot herziening van een beschikking op grond van dit artikel indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de beschikking is gegeven op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. Een herziening ten nadele van de werkgever is uitsluitend mogelijk indien deze tekortkoming een gevolg is van een feit dat aan de werkgever of de gewezen werkgever kan worden toegerekend of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn. De inspecteur stelt de herziening vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De bevoegdheid tot herziening werkt uiterlijk terug tot en met 1 januari van enig jaar waarop de beschikking betrekking heeft en vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking betrekking heeft. +**8.** De inspecteur is bevoegd tot herziening van een beschikking op grond van dit artikel indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de beschikking is gegeven op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. Een herziening ten nadele van de werkgever is uitsluitend mogelijk indien deze tekortkoming een gevolg is van een feit dat aan de werkgever of de gewezen werkgever kan worden toegerekend of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn. De inspecteur stelt de herziening vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De bevoegdheid tot herziening werkt uiterlijk terug tot en met 1 januari van enig jaar waarop de beschikking betrekking heeft en vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking betrekking heeft. -**8.** Beschikkingen van de inspecteur op grond van dit artikel worden genomen gehoord het UWV en in overeenstemming met het UWV. +**9.** Beschikkingen van de inspecteur op grond van dit artikel worden genomen gehoord het UWV en in overeenstemming met het UWV. ### Artikel 38a @@ -409,7 +418,7 @@ a. die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemee b. die geïndiceerd is als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of een nog geldende indicatiebeschikking heeft op grond van artikel 11 van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014, c. die recht op arbeidsondersteuning of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten heeft, tenzij deze persoon duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in artikel 1a:1 van die wet, d. die voldoet aan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde indicatie, of -e. van wie op eigen verzoek door het UWV is of wordt vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet. Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de persoon, bedoeld in de vorige zin, nadere regels gesteld. +e. die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet naar een dienstbetrekking is of wordt toegeleid, en van wie op eigen verzoek door het UWV is of wordt vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de persoon, bedoeld in de vorige zin, nadere regels worden gesteld. **2.** Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een arbeidsbeperkte mede verstaan een persoon die naar het oordeel van het UWV wegens ziekte of gebrek ontstaan voordat de leeftijd van 18 jaren is bereikt of in de tijd dat hij studerende was als bedoeld in artikel 1:4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten een belemmering ondervindt in het verrichten van arbeid in dienstbetrekking, op grond van artikel 10 van de Participatiewet of artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen een voorziening ontvangt en zonder die voorziening niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet. @@ -513,6 +522,8 @@ D = het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten op jaarbasis in de **6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop een quotumtekort wordt bepaald. +**7.** Bij de gegevensverwerking die nodig is op grond van het vierde en vijfde lid kan door de werkgever die de arbeidsbeperkten ter beschikking stelt en de werkgever aan wie deze arbeidsbeperkten ter beschikking zijn gesteld om onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten, het burgerservicenummer worden gebruikt. + ### Artikel 38h **1.** De inspecteur stelt bij voor bezwaar vatbare beschikking de quotumheffing vast voor de werkgever, ten aanzien van wie een quotumtekort als bedoeld in artikel 38g is bepaald. @@ -643,158 +654,55 @@ Vervallen ### Artikel 47 -**1.** - -De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem op grond van de afdelingen 2, 3 en 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer: - -a. die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, of op wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de Werkloosheidswet, dan wel recht heeft op inkomensondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; en -b. die op het moment van in dienst treden bij die werkgever 56 jaar of ouder is. - -De korting wordt toegepast voor zolang de dienstbetrekking met die werknemer duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van die dienstbetrekking. - -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het eerste lid van overeenkomstige toepassing is bij een dienstbetrekking met een werknemer, die behoort tot een nader te bepalen categorie van personen, die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht hebben op een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet. - -**3.** Alvorens de korting, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast beschikt de werkgever over een verklaring van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, het college van burgemeester en wethouders of een andere uitkeringsinstantie, dat de werknemer, bedoeld in het eerste of tweede lid, voorafgaande aan de datum van aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of voldoet aan het tweede lid. - -**4.** De werkgever bewaart de verklaring, bedoeld in het derde lid, bij de loonadministratie. +Vervallen ### Artikel 48 -De korting, bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid, bedraagt € 7000 per jaar. +Vervallen ### Artikel 48a -**1.** - -De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem op grond van de afdelingen 2, 3 en 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer die: - -a. onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of de Participatiewet; -b. op of na 1 januari 2014 bij die werkgever in dienst is getreden maar vóór 1 januari 2016; -c. op het moment van in dienst treden bij die werkgever 18 jaar of ouder is maar nog niet de leeftijd heeft bereikt van 27 jaar, en -d. een dienstbetrekking heeft met een overeengekomen duur van minimaal zes maanden en met een arbeidsduur van ten minste 32 uren per week en bij een dienstbetrekking die is aangevangen op of na 1 juli 2015, een arbeidsduur van ten minste 24 uren per week. - -**2.** - -De korting wordt toegepast voor zolang de dienstbetrekking met de werknemer, bedoeld in het eerste lid, duurt met dien verstande: - -a. dat voor dienstbetrekkingen die zijn aangevangen op of na 1 januari 2014 maar vóór 1 juli 2014 de korting kan worden toegepast voor de duur van de dienstbetrekking maar ten hoogste gedurende twee jaar vanaf 1 juli 2014; -b. dat voor dienstbetrekkingen die zijn aangevangen op of na 1 juli 2014 maar vóór 1 januari 2016 de korting kan worden toegepast voor de duur van de diensbetrekking maar ten hoogste gedurende twee jaar vanaf de aanvang van die dienstbetrekking; -c. dat de korting niet langer wordt toegepast dan tot en met het aangiftetijdvak dat eindigt op 31 december 2017. - -**3.** De korting wordt niet meer toegepast zodra niet meer wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel d. - -**4.** - -Alvorens de korting, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast beschikt de werkgever over: - -a. de schriftelijke arbeidsovereenkomst met of de schriftelijke publiekrechtelijke aanstelling van de werknemer waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel d; -b. een verklaring van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het college van burgemeester en wethouders dat de werknemer, bedoeld in het eerste lid, voorafgaande aan de datum van aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. - -**5.** De werkgever bewaart de arbeidsovereenkomst of de publiekrechtelijke aanstelling en de verklaring, bedoeld in het vierde lid, bij de loonadministratie. - -**6.** Artikel 50b is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 48b -**1.** De korting, bedoeld in artikel 48a, bedraagt € 3.500 per jaar, met dien verstande dat de korting in de periode 1 juli 2014 tot 1 januari 2015 € 1.750 bedraagt. - -**2.** Artikel 50c, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 49 -**1.** - -De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem op grond van de afdelingen 2, 3 en 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer, die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking: - -a. recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; -b. recht heeft op arbeidsondersteuning of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; -c. geïndiceerd is als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of een nog geldende indicatiebeschikking heeft op grond van artikel 11 van die wet, zoals dat artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel II van de Invoeringswet Participatiewet; -d. geen werknemer is als bedoeld in de onderdelen b, c, f of g, de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten; -e. geen werknemer is als bedoeld in de onderdelen b, c, f of g, achttien jaar is of ouder en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten; -f. een persoon is die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet naar een dienstbetrekking is of wordt toegeleid, en van wie door het UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, dan wel van wie door het college van burgemeester en wethouders in overeenstemming met de eisen gesteld aan een loonwaardevaststelling op grond van artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet een loonwaarde is vastgesteld die bij voltijdse arbeid minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, tenzij de dienstbetrekking is aangegaan voor 1 januari 2016; of -g. voldeed aan een indicatie als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, of werkzaam was in een dienstbetrekking, aangewezen op grond van artikel 38f, vijfde lid, dan wel nadat de quotumheffing op grond van artikel 122n, eerste lid, voor de betreffende werkgever is geactiveerd, een arbeidsbeperkte was als bedoeld in artikel 38b, tweede lid. - -De korting wordt toegepast voor zolang de dienstbetrekking met die werknemer duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van die dienstbetrekking. - -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk heeft hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever is gaan bekleden voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende een jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk heeft hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever is gaan bekleden. - -**3.** - -Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de werknemer van wie in een arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat hij op de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of van het tijdvak, bedoeld in artikel 24 of 25, negende lid, van die wet: - -1°. minder dan 35% arbeidsongeschikt is, -2°. op de eerste dag van elf weken voorafgaand aan die dag geen dienstbetrekking had met een andere dan zijn eigen werkgever, tenzij de dienstbetrekking met die andere werkgever reeds bestond op de eerste dag van de wachttijd, -3°. niet in staat is tot het verrichten van eigen of andere passende arbeid bij de eigen werkgever, en -4°. binnen vijf jaar na die dag in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever. - -**4.** Het UWV verstrekt op verzoek van de werknemer of de persoon die verwacht een dienstbetrekking met een werkgever te zullen aangaan een verklaring of de aanvrager naar het oordeel van het UWV voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het eerste lid, onderdeel d of e. - -**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de gegevens, die de werkgever bij de loonadministratie bewaart waaruit blijkt dat de werknemer, bedoeld in het eerste lid, voorafgaande aan de datum van aanvang van de dienstbetrekking voldoet aan het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 50 -**1.** De korting, bedoeld in artikel 49, bedraagt € 2.000 per jaar. - -**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt de korting, bedoeld in artikel 49, € 7.000 per jaar indien het een werknemer betreft als bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel a, of artikel 49, tweede of derde lid, dan wel artikel 122a voor zover deze personen niet als arbeidsbeperkte als bedoeld in artikel 38b worden aangemerkt. +Vervallen ### Artikel 50a -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de werkgever een korting toepast op de door hem op grond van de afdelingen 2, 3 of 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer, indien die werkgever maatregelen heeft getroffen gericht op bevordering van de duurzame arbeidsparticipatie van die werknemer. - -**2.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden de maatregelen aangewezen die geacht worden de duurzame arbeidsparticipatie te bevorderen en wordt de hoogte van de korting afhankelijk gesteld van de mate waarin de werkgever die maatregelen heeft getroffen ten aanzien van de werknemer. - -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de gegevens die de werkgever bij de loonadministratie bewaart waaruit de mate van inzet van de getroffen maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, blijkt. +Vervallen #### Paragraaf 2. Algemene bepalingen en nadere regels premiekorting ### Artikel 50b -**1.** - -De artikelen 47 en 49 zijn niet van toepassing, indien de werknemer: - -a. arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of in de zin van artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet, of -b. de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, met ingang van de eerste dag van de maand waarin deze leeftijd is bereikt. - -**2.** Artikel 47 is niet van toepassing bij een dienstbetrekking met een werknemer, indien de werkgever met betrekking tot een dienstbetrekking met diezelfde werknemer artikel 49 kan toepassen dan wel heeft toegepast. +Vervallen ### Artikel 50c -**1.** Het bedrag van de korting, bedoeld in artikel 48, 50 en 50a, tweede lid, wordt naar evenredigheid verminderd, indien de met die werknemer overeengekomen gemiddelde arbeidsduur per week in het tijdvak waarover premie wordt betaald korter is dan de volledige arbeidsduur, die op 36 uur per week wordt gesteld en indien geen vaste arbeidsduur is overeengekomen. - -**2.** Voor een werknemer zonder vast overeengekomen arbeidsduur wordt de vermindering van het bedrag van de korting, bedoeld in artikel 48, 50 en 50a, tweede lid, bepaald aan de hand van het aantal uren waarover de werkgever loon is verschuldigd in het tijdvak waarover premie wordt betaald herleid naar weken. - -**3.** Indien de toepassing van artikel 48, 50 en 50a, tweede lid ertoe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil gesteld. +Vervallen ### Artikel 50d -**1.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, worden met betrekking tot de premiekortingen regels gesteld over de toepassing van die kortingen bij onderbreking van het dienstverband dan wel opeenvolgende en verschillende dienstverbanden bij dezelfde werkgever of bij overgang van ondernemingen en voor het in dienst treden. - -**2.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van paragraaf 1 van deze afdeling, waaronder voor het berekenen van de evenredige vermindering en de samenloop van premiekortingen en premievrijstelling in het tijdvak waarover premie wordt betaald. +Vervallen #### Paragraaf 3. Premievrijstelling bij marginale arbeid ### Artikel 51 -**1.** - -Op aanvraag van een werkgever verleent de inspecteur, gehoord het UWV en in overeenstemming met het UWV, bij voor bezwaar vatbare beschikking vrijstelling van alle op grond van dit hoofdstuk verschuldigde premies ter zake van een dienstbetrekking met een uitkeringsgerechtigde indien: - -a. de dienstbetrekking ten hoogste zes aaneengesloten weken duurt; en -b. de werkgever in het kalenderjaar niet eerder een dienstbetrekking met die uitkeringsgerechtigde is aangegaan; en -c. voor een dienstbetrekking van die uitkeringsgerechtigde in het kalenderjaar niet eerder vrijstelling is verleend. - -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden dienstbetrekkingen tussen de werkgever en de uitkeringsgerechtigde geacht eenzelfde niet onderbroken dienstbetrekking te zijn, indien die dienstbetrekkingen elkaar met tussenpozen van niet meer dan eenendertig dagen zijn opgevolgd. - -**3.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder uitkeringsgerechtigde verstaan: degene wiens inkomen uit en in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de in het eerste lid, aanhef, bedoelde dienstbetrekking uitsluitend bestaat uit een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen de Toeslagenwet of uit een uitkering op grond van vergelijkbare regelingen dan wel uit een combinatie van deze uitkeringen en die bij het UWV als werkzoekende is geregistreerd. - -**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon die recht op arbeidsondersteuning heeft op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. +Vervallen ### Artikel 52 -**1.** De werkgever vraagt de vrijstelling aan voor de afloop van de dienstbetrekking. De aanvraag wordt mede door de uitkeringsgerechtigde ondertekend. - -**2.** De aanvraag bevat in ieder geval het burgerservicenummer van de uitkeringsgerechtigde. +Vervallen ### Artikel 52a @@ -802,19 +710,15 @@ Vervallen ### Artikel 53 -**1.** Bij ministeriële regeling kunnen voor de Tabakverwerkende en Agrarische sector categorieën van werknemers worden aangewezen waarvoor de werkgever ter zake van een dienstbetrekking met een onder die categorie vallende werknemer de premievrijstelling, bedoeld in deze paragraaf, kan worden verleend. - -**2.** Voor aanwijzing komen in aanmerking categorieën van werknemers, die behalve uit de in het eerste lid bedoelde dienstbetrekking, bij aanvang van die dienstbetrekking niet zijn aangewezen op inkomen uit arbeid en geen uitkeringsgerechtigde zijn. +Vervallen ### Artikel 54 -**1.** De inspecteur, gehoord het UWV en in overeenstemming met het UWV, verleent voor de Tabakverwerkende en Agrarische sector op aanvraag van een werkgever bij voor bezwaar vatbare beschikking vrijstelling van de verplichting tot het betalen van premies ter zake van een dienstbetrekking met een werknemer vallend onder een categorie als bedoeld in artikel 53, eerste lid, die voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 51, eerste lid. - -**2.** De artikelen 51 en 52 zijn van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 55 -Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvragen, bedoeld in deze paragraaf, en ten behoeve van een goede uitvoering van deze paragraaf. +Vervallen ### Afdeling 7. Dienstplichtigen @@ -1110,8 +1014,7 @@ Ten gunste van het Nabestaandenfonds komen: a. de premies voor de nabestaandenverzekering en voor de vrijwillige nabestaandenverzekering alsmede de te ontvangen bijdragen op grond van artikel 66a van de Algemene nabestaandenwet en de daarop berustende bepalingen; b. de bestuurlijke boeten, bedoeld in artikel 39 van de Algemene nabestaandenwet; -c. de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15; -d. rijksbijdragen als bedoeld in artikel 14, eerste lid. +c. de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15. **2.** @@ -1173,7 +1076,8 @@ d. kosten van het overgangsrecht, opgenomen in hoofdstuk 11, paragraaf 4, van de e. een uitkering als bedoeld in artikel 3.2.8, tweede lid, van de Wet langdurige zorg; f. de kosten die de Sociale verzekeringsbank maakt voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wet langdurige zorg; g. bedragen als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg; -h. de door het Zorginstituut op grond van een ministeriële regeling vastgestelde verdeelbedragen, zijnde aan de relevante zorgverzekeraars toegekende delen van de bedragen bedoeld in onderdeel f van het eerste lid. +h. de door het Zorginstituut op grond van een ministeriële regeling vastgestelde verdeelbedragen, zijnde aan de relevante zorgverzekeraars toegekende delen van de bedragen bedoeld in onderdeel f van het eerste lid; +i. de vergoedingen, bedoeld in artikel 123, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet voor zover het zorg in de zin van de Wet langdurige zorg betreft. ### Artikel 91 @@ -1195,7 +1099,7 @@ Vervallen ### Artikel 93 -Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 99 bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven, bedoeld in de artikelen 100 en 102, in de vorm van een Algemeen Werkloosheidsfonds dat deel uitmaakt van het UWV. +Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 99 bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven, bedoeld in artikel 100, in de vorm van een Algemeen Werkloosheidsfonds dat deel uitmaakt van het UWV. ### Artikel 94 @@ -1263,7 +1167,7 @@ c. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen d. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a en b, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; e. de bedragen, die op grond van artikel 104, vierde lid, door het UWV ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds zijn gebracht; f. vervallen; -g. de bedragen van de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, voorzover die worden toegepast op de premies berekend op grond van artikel 27; +g. vervallen; h. vervallen; i. vervallen; j. vervallen; @@ -1277,11 +1181,7 @@ Vervallen ### Artikel 102 -**1.** Het UWV vergoedt, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, aan het Rijk bijdragen, die vanwege het Rijk worden verleend aan uit het buitenland afkomstige werknemers, die geen Nederlander zijn en die terugkeren naar hun land van herkomst of emigreren naar een ander land en tot het tijdstip van vertrek uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangen. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde vergoedingen zijn ten hoogste gelijk aan de bedragen die de in het eerste lid bedoelde werknemers op grond van de Werkloosheidswet zouden hebben kunnen ontvangen indien zij werkloos waren gebleven en niet naar hun land van herkomst of een ander land waren vertrokken. - -**3.** Bij ministeriële regeling, na overleg met Onze Minister wie het mede aangaat, worden regels gesteld met betrekking tot de aan het Rijk te vergoeden bijdragen, bedoeld in het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 103 @@ -1306,10 +1206,7 @@ b. de op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet te betalen uitkeringen; c. vervallen; d. vervallen; e. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a en b bedoelde uitkeringen; -f. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a en b, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; -g. vervallen; -h. vervallen; -i. de bedragen van de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de sectorpremie. +f. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a en b, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht. **2.** Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, werkzaamheden in de ene sector gelijk te stellen met werkzaamheden in een andere sector. @@ -1336,13 +1233,11 @@ d. de uitvoeringskosten, die betrekking hebben op deze uitkeringen op grond van **1.** Het UWV stelt elk jaar voor elk sectorfonds afzonderlijk een maximum vast dat in een kalenderjaar op grond van artikel 104 ten laste van dat sectorfonds komt. -**2.** Bij de vaststelling van het maximum, bedoeld in het eerste lid, blijven buiten beschouwing de bedragen die ten laste van een sectorfonds komen op grond van artikel 104, eerste lid, onderdeel i. - -**3.** Het door het UWV vastgestelde maximum, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister zijn goedkeuring onthoudt aan het door het UWV vastgestelde maximum, stelt hij dat zelf vast. +**2.** Het door het UWV vastgestelde maximum, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister zijn goedkeuring onthoudt aan het door het UWV vastgestelde maximum, stelt hij dat zelf vast. ### Artikel 106 -Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 107 bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven, bedoeld in de artikelen 108, 109 en 110 in de vorm van een Uitvoeringsfonds voor de overheid dat deel uitmaakt van het UWV. +Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 107 bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven, bedoeld in de artikelen 108 en 109, in de vorm van een Uitvoeringsfonds voor de overheid dat deel uitmaakt van het UWV. ### Artikel 107 @@ -1373,7 +1268,7 @@ j. de op diens aanvraag aan de werkgever door het UWV te verlenen vergoeding van k. de uitvoeringskosten verbonden aan werkzaamheden gericht op het ontvangen van bedragen, premies en bijdragen als bedoeld in artikel 107; l. vervallen; m. vervallen; -n. de bedragen premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de premies, berekend op grond van artikel 31; +n. vervallen; o. de uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitvoering van artikel 32, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; p. vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30a, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voor zover dat artikel wordt toegepast ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 24 van de Werkloosheidswet. @@ -1394,11 +1289,7 @@ Vervallen ### Artikel 110 -**1.** Het UWV vergoedt, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, aan het Rijk bijdragen die vanwege het Rijk worden verleend aan uit het buitenland afkomstige werknemers, die geen Nederlander zijn en die terugkeren naar hun land van herkomst of emigreren naar een ander land en tot het tijdstip van vertrek uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangen. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde vergoedingen zijn ten hoogste gelijk aan de bedragen, die de in het eerste lid bedoelde werknemers op grond van de Werkloosheidswet zouden hebben kunnen ontvangen ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, indien zij werkloos waren gebleven en niet naar hun land van herkomst of een ander land waren vertrokken. - -**3.** Bij ministeriële regeling, na overleg met Onze Minister wie het mede aangaat, worden regels gesteld met betrekking tot de aan het Rijk te vergoeden bijdragen, bedoeld in het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 111 @@ -1431,7 +1322,7 @@ f. een rijksbijdrage ter hoogte van het door Onze Minister geraamde bedrag aan l g. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 86 en 91 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; h. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 76 en 99 van de van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; i. de bijdragen van de werkgever of de eigenrisicodrager of de werknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; -j. de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 38, vierde lid, 39a, 45a, 63a, derde tot en met vijfde lid, 63b, tweede lid, 63c, tweede lid, en 63e, van de Ziektewet. +j. de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 38, derde lid, 38a, achtste lid, 39a, 45a, 63a, derde tot en met vijfde lid, 63b, tweede lid, 63c, tweede lid, en 63e, van de Ziektewet. ### Artikel 115 @@ -1449,8 +1340,8 @@ g. de gelden die door toepassing van artikel 118, onderdeel a, worden overgeheve h. de gelden die door toepassing van artikel 118, onderdeel b, worden overgeheveld naar het Rijk; i. vervallen; j. de re-integratieinstrumenten op grond van hoofdstuk IIB van de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3A van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en paragraaf 4.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. -k. de bedragen van de kortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer en van de premievrijstelling, bedoeld in artikel 122c, en de bedragen van de premievrijstelling, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, voor zover deze premievrijstelling wordt toegepast op de basispremie, bedoeld in artikel 36; -l. de bedragen van de kortingen jongere werknemer, bedoeld in artikel 48b, eerste lid; +k. vervallen; +l. vervallen; m. de kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; n. de subsidie, bedoeld in artikel 32b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; o. hetgeen op grond van artikel 84, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op het UWV wordt verhaald; @@ -1524,7 +1415,7 @@ k. het ziekengeld betreft als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, Ten laste van de Werkhervattingskas komen voorts: -a. de bedragen van de kortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer en de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas, bedoeld in artikel 38; en +a. vervallen; b. de loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 37a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen zoals dat luidde op 31 december 2011, indien de uitkeringsgerechtigde, met wie de werkgever aan wie de loonkostensubsidie wordt verstrekt een dienstbetrekking aangaat of is aangegaan, op de dag voorafgaand aan die dienstbetrekking recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Werkhervattingskas; c. de kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Werkhervattingskas. @@ -1576,7 +1467,7 @@ e. ten gunste van welk fonds, bedoeld in deze afdeling, de vergoedingen komen. **1.** Het Zorginstituut, het UWV en de SVB kunnen, voor de uitvoering van hun wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die zij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën aanhouden. -**2.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met het Zorginstituut, het UWV en de SVB, regels gesteld omtrent de rente die over de saldi van de in artikel 119, vierde lid, bedoelde rekeningen-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht. +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden, in overeenstemming met Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en na overleg met het Zorginstituut, het UWV en de SVB, regels gesteld omtrent de rente die over de saldi van de in artikel 119, vierde lid, bedoelde rekeningen-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht. **3.** Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de in artikel 119, vierde lid, bedoelde rekeningen-courant geen kosten in rekening. @@ -1618,20 +1509,7 @@ Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en ### Artikel 122a -**1.** De werkgever past de korting, bedoeld in artikel 49, eerste lid, overeenkomstig dat lid eveneens toe voor de persoon die voor de inwerkingtreding van artikel 1.5, onderdelen V en W, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, arbeidsgehandicapte was op grond van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, indien die werknemer op de dag van aanvang van de dienstbetrekking arbeidsgehandicapte was op grond van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten dan wel dit zou zijn geweest indien het laatstgenoemde artikel niet zou zijn ingetrokken. - -**2.** Artikel 49, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de persoon die voor de inwerkingtreding van artikel 1.5, onderdelen V en W van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die persoon zijn eigen arbeid of een andere functie bij diezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, indien die persoon op de dag van hervatting respectievelijk op de dag van aanpassing van de arbeidsplaats arbeidsgehandicapte was op grond van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten dan wel dit zou zijn geweest indien het laatstgenoemde artikel niet zou zijn ingetrokken. - -**3.** - -Ten aanzien van de werkgever wiens werknemer na de dag van inwerkingtreding van artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en voor de dag van inwerkingtreding van artikel 1.5, onderdeel V, van die wet, recht krijgt op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, wordt voor: - -a. de zinsnede «vanaf de aanvang van de dienstbetrekking» in artikel 49, eerste lid; en -b. de zinsnede «nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat» in het tweede lid en in artikel 49, tweede lid; - -gelezen: vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel 1.5, onderdeel V, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. - -**4.** Dit artikel is niet van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening. +Vervallen ### Artikel 122ab @@ -1643,13 +1521,11 @@ Vervallen ### Artikel 122b -De artikelen 47 en 48a, zoals deze luiden op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel XVII, onderdelen C en D, van de Verzamelwet SZW 2015 blijven van toepassing voor zover de desbetreffende premiekorting op die dag werd toegepast voor het in dienst hebben van een werknemer als bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid, of artikel 48a, eerste lid. +Vervallen ### Artikel 122c -**1.** Artikel 47, aanhef en onderdeel b, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet van 29 december 2008 tot wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere sociale verzekeringswetten in verband met de invoering van een premiekorting voor het in dienst nemen van uitkeringsgerechtigden van 50 jaar en ouder en het in dienst houden van werknemers van 62 jaar en ouder (Stb. 598), blijft van toepassing voor zover de betreffende premievrijstelling op die dag werd toegepast voor het in dienst hebben van werknemers van 54,5 jaar en ouder, tot die werknemers de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de premie die het UWV betaalt aan de werkgever op grond van artikel 11, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 11, derde lid, van de Ziektewet of artikel 10, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met dien verstande dat ten aanzien van de premie die de werkgever in dat geval is verschuldigd, het eerste lid van toepassing blijft. +Vervallen ### Artikel 122ca @@ -1657,7 +1533,7 @@ Vervallen ### Artikel 122d -De premie die op grond van artikel 27 is vastgesteld wordt met ingang van het jaar 2015 in verband met de ontwikkeling van de lasten voor werkgevers voortvloeiend uit de toepassing van artikel 47 en 122c verlaagd met 0,35% in 2015, 0,45% in 2016, 0,55% in 2017, 0,60% in 2018, 0,70% in 2019 en 0,75% in 2020. +De premie die op grond van artikel 27 is vastgesteld wordt met ingang van het jaar 2015 in verband met de ontwikkeling van de lasten voor werkgevers voortvloeiend uit de toepassing van artikel 2.2 van de Wet tegemoetkomingen loondomein verlaagd met 0,35% in 2015, 0,45% in 2016, 0,55% in 2017, 0,60% in 2018, 0,70% in 2019 en 0,75% in 2020. ### Artikel 122e @@ -1697,7 +1573,7 @@ Vervallen ### Artikel 122l -Artikel 47, eerste lid, aanhef en onderdeel b, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel IXA van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen, blijft van toepassing voor zover de desbetreffende premiekorting op die dag werd toegepast voor werknemers, die bij indiensttreding 50 jaar of ouder, maar jonger dan 56 jaar waren. +Vervallen ### Artikel 122m @@ -1729,6 +1605,20 @@ Artikel 38h, achtste lid, vervalt met ingang van 1 januari van het vierde kalen Artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijft buiten toepassing op het ziekengeld op grond van de Ziektewet, alsmede de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet, vermeerderd met de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, dat is of wordt betaald aan de verzekerde ten aanzien van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag dat de verzekerde de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en voor de dag van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. +### Artikel 122q + +**1.** + +Artikel 40, vierde lid, voor zover het ziet op de toestemming voor het zelf dragen van het risico van betaling van de uitkeringen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien de werkgever: + +a. op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel C, onderdeel 2, van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters het risico droeg van de betaling van de uitkeringen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel b, zoals dat artikel op die dag luidde; +b. in 2016 een bank of een verzekeraar om een schriftelijke garantie, als bedoeld in artikel 40, tweede lid, heeft verzocht; en +c. de garantie, bedoeld onder b, zonder dat hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt, niet uiterlijk op 31 december 2016 aan de inspecteur heeft kunnen overleggen, met als gevolg dat het zelf dragen van risico op grond van artikel 122e, derde lid, Wfsv, is beëindigd. + +**2.** In afwijking van artikel 40, negende lid, wordt de toestemming, bedoeld in artikel 40, eerste lid, aan de werkgever, bedoeld in het eerste lid, door de inspecteur enkel verleend met ingang van 1 juli 2018. + +**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 2 juli 2018. + ## Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen ### Artikel 123