2012-02-21 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008
This commit is contained in:
parent
b2b511ae9b
commit
568b125fe0
1 changed files with 28 additions and 36 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Leidraad Invordering 2008
|
|||
bwb_id: BWBR0024096
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2011-02-16'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2012-02-08'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024096
|
||||
citeertitel: Leidraad Invordering 2008
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -45,7 +45,7 @@ De Leidraad Invordering 2008 is in de plaats getreden van de Leidraad Invorderin
|
|||
|
||||
– belastingen: belastingen die van rijkswege door de Belastingdienst worden geheven alsmede de opcenten;
|
||||
– besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990;
|
||||
– echtgenoot: de echtgenoot bedoeld in artikel 3 van de Wwb of de echtgenoot bedoeld in artikel 3 van de Wet investeren in jongeren;
|
||||
– echtgenoot: de echtgenoot bedoeld in artikel 3 van de Wwb;
|
||||
– loonheffingen: de loonbelasting en de premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen alsmede de ingevolge de Zorgverzekeringswet geheven inkomensafhankelijke bijdrage;
|
||||
– ministerie: ministerie van Financiën, directoraat-generaal Belastingdienst, cluster Fiscaliteit;
|
||||
– negatieve definitieve aanslag: de aanslag als bedoeld in artikel 15 AWR, waarbij de aldaar bedoelde verrekeningen hebben geleid tot een per saldo negatief bedrag;
|
||||
|
|
@ -111,7 +111,7 @@ De ontvanger vraagt altijd toestemming als:
|
|||
|
||||
#### 1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen
|
||||
|
||||
Onverminderd het bij of krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet doet de deurwaarder geen exploten of verricht geen executiehandelingen tussen 20.00 uur ’s avonds en 07.00 uur ’s ochtends, op een zondag en op een algemeen erkende feestdag, behalve na een daartoe strekkend verlof van de voorzieningenrechter. In aanvulling hierop geldt dat de ontvanger geen invorderingsmaatregelen treft op Goede Vrijdag.
|
||||
Onverminderd het bij of krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, en artikel 18 van de wet doet de deurwaarder geen exploten of verricht geen executiehandelingen tussen 20.00 uur ’s avonds en 07.00 uur ’s ochtends, op een zondag en op een algemeen erkende feestdag, behalve na een daartoe strekkend verlof van de voorzieningenrechter. In aanvulling hierop geldt dat de ontvanger geen invorderingsmaatregelen treft op Goede Vrijdag.
|
||||
|
||||
De ontvanger zal geen invorderingsmaatregelen nemen tegen particulieren op dagen die daarvoor minder geschikt kunnen worden geacht, als die maatregelen zonder bezwaar naar een later tijdstip kunnen worden verschoven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -247,7 +247,7 @@ In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de
|
|||
|
||||
De belastingdeurwaarder is bevoegd is tot het uitbrengen van alle exploten en het treffen van alle invorderingsmaatregelen die rechtstreeks verband houden met de invorderingstaak en de hieruit voortvloeiende bevoegdheden van de ontvanger.
|
||||
|
||||
Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder ook bevoegd is tot die werkzaamheden die voortvloeien uit de invordering langs civielrechtelijke weg, waartoe de ontvanger op grond van artikel 3, tweede lid, van de wet gerechtigd is en tot die werkzaamheden die verricht moeten worden, wanneer de ontvanger zelfstandig eisend en verwerend in rechte optreedt.
|
||||
Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder ook bevoegd is tot die werkzaamheden die voortvloeien uit de invordering langs civielrechtelijke weg, waartoe de ontvanger op grond van artikel 4:124 van de Awb gerechtigd is en tot die werkzaamheden die verricht moeten worden, wanneer de ontvanger zelfstandig eisend en verwerend in rechte optreedt.
|
||||
|
||||
## 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -827,9 +827,7 @@ Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt slechts gebrui
|
|||
– als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet volledig kan worden ingevorderd; en
|
||||
– de ontvanger na marginale toetsing niet heeft kunnen constateren dat de belastingaanslagen materieel onverschuldigd moeten worden geacht.
|
||||
|
||||
Het wegvoeren van zaken, waaronder motorrijtuigen naar aanleiding van een zogenoemde Automatic Number Plate Recognition-actie, gebeurt niet dan na daartoe verkregen toestemming van de directeur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst waar de belastingdeurwaarder die de zaken wil wegvoeren werkzaam is. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de desbetreffende directeur of van een andere door die directeur daartoe aangewezen functionaris.
|
||||
|
||||
De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de desbetreffende voorzitter of van een andere door die voorzitter daartoe aangewezen functionaris.
|
||||
Het wegvoeren van zaken, waaronder motorrijtuigen naar aanleiding van een actie op grond van artikel 18 van de wet, gebeurt niet dan na daartoe verkregen toestemming van de directeur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst waar de belastingdeurwaarder die de zaken wil wegvoeren werkzaam is. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de desbetreffende directeur of van een andere door die directeur daartoe aangewezen functionaris. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de desbetreffende voorzitter of van een andere door die voorzitter daartoe aangewezen functionaris.
|
||||
|
||||
#### 14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken
|
||||
|
||||
|
|
@ -1542,9 +1540,9 @@ Als de belastingschuldige de ontvanger verzoekt een bepaalde belastingteruggaaf
|
|||
|
||||
Dit geldt ook als het verzoek wordt gedaan nog voordat de teruggaaf is geformaliseerd of het uit te betalen bedrag is vastgesteld. In dat geval schort de ontvanger de invordering echter niet zonder meer op. Zo nodig kan de belastingschuldige om uitstel van betaling in verband met de te verwachten teruggaaf respectievelijk het te verwachten uit te betalen bedrag verzoeken (zie artikel 25.3 van deze leidraad).
|
||||
|
||||
#### 24.1.1. Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting
|
||||
#### 24.1.1. Verrekening voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en beslagvrije voet
|
||||
|
||||
De ontvanger is bevoegd een van de belastingschuldige te innen bedrag te verrekenen met een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting. Als de belastingschuldige door die verrekening een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, dan zal de ontvanger, op verzoek van de belastingschuldige, de verrekening ongedaan maken voor zover hierdoor de beslagvrije voet is aangetast. Dat sprake is van aantasting van de beslagvrije voet dient door de belastingschuldige voldoende aannemelijk te worden gemaakt. Voor nog te verrekenen termijnen van de voorlopige teruggaaf houdt de ontvanger in dat geval eveneens rekening met de beslagvrije voet.
|
||||
De ontvanger is bevoegd een van de belastingschuldige te innen bedrag te verrekenen met een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting. Als de belastingschuldige door die verrekening een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, kan hij de ontvanger verzoeken de verrekening ongedaan te maken voor zover hierdoor de beslagvrije voet is aangetast. Als de belastingschuldige voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beslagvrije voet is aangetast, zal de ontvanger rekening houden met de beslagvrije voet bij de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.
|
||||
|
||||
### 24.2. Betwiste schuld en verrekening
|
||||
|
||||
|
|
@ -1879,7 +1877,7 @@ In beginsel wijst de ontvanger verzoeken af om betalingsregelingen voor de belas
|
|||
|
||||
#### 25.4.3. Verrekening tijdens een betalingsregeling
|
||||
|
||||
Tijdens een betalingsregeling verrekent de ontvanger belastingteruggaven en andere teruggaven met een openstaande belastingschuld. Als daar aanleiding toe is, kan de ontvanger afzien van het verrekenen van bepaalde teruggaven.
|
||||
Tijdens een betalingsregeling verrekent de ontvanger belastingteruggaven en andere teruggaven met een openstaande belastingschuld. Als daar aanleiding toe is, kan de ontvanger afzien van het verrekenen van bepaalde teruggaven. Tenzij anders overeengekomen, verrekent de ontvanger een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting niet met een belastingschuld waarvoor een betalingsregeling is verleend. De ontvanger kan echter een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting verrekenen met een belastingschuld gedurende de behandeling van een verzoek om een betalingsregeling.
|
||||
|
||||
#### 25.4.4. Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance
|
||||
|
||||
|
|
@ -1917,7 +1915,7 @@ a. De totale openstaande schuld van de belastingschuldige bedraagt minder dan
|
|||
b. Er staat ten name van de belastingschuldige geen zakelijke schuld open in de zin van artikel 22, derde lid, van de wet.
|
||||
c. Aan de belastingschuldige is niet voor dezelfde belastingaanslag of voor andere belastingaanslagen uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen of uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag verleend.
|
||||
d. Het verzoek betreft niet een voorlopige aanslag als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet die in meerdere termijnen betaald mag worden.
|
||||
e. De belastingschuldige heeft geen belastingschuld openstaan waarvoor een dwangbevel is betekend waarvan de betalingstermijn is verstreken.
|
||||
e. De belastingschuldige heeft geen belastingschuld openstaan waarvoor een dwangbevel is betekend.
|
||||
|
||||
#### 25.5.4. Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren
|
||||
|
||||
|
|
@ -2245,7 +2243,7 @@ Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft
|
|||
|
||||
#### 26.2.19. Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
|
||||
|
||||
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 45 per maand en voor echtgenoten € 83 per maand.
|
||||
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 49 per maand en voor echtgenoten € 92 per maand.
|
||||
|
||||
#### 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland
|
||||
|
||||
|
|
@ -3155,7 +3153,7 @@ Niet voorzienbare gebeurtenissen of omstandigheden komen niet voor rekening van
|
|||
|
||||
#### 36.5.1. Betalingsonmacht en de wijze van melding daarvan
|
||||
|
||||
Onder betalingsonmacht wordt verstaan de omstandigheid dat een belastingschuldige niet tijdig tot het betalen van belastingen is overgegaan, ongeacht of die omstandigheid is veroorzaakt door (tijdelijke) financiële problemen van de belastingschuldige, door onwil van de belastingschuldige of door andere oorzaken en voorts ongeacht of wel of geen aangifte is gedaan. De melding van betalingsonmacht dient schriftelijk te geschieden door de bestuurder of de gemachtigde van de belastingschuldige. De wijze waarop de schriftelijke melding moet plaatsvinden, is vormvrij. Artikel 7, derde lid, van het besluit is echter onverminderd van toepassing. Voor de melding kan gebruik worden gemaakt van het formulier dat de Belastingdienst in het zogenoemde Persoonlijk Domein van de belastingschuldige beschikbaar stelt.
|
||||
Bij de beoordeling of sprake is van betalingsonmacht speelt het begrip ‘liquide middelen’ een rol. Voor de toepassing van artikel 36, tweede lid, van de wet worden onder liquide middelen verstaan de kasmiddelen, waaronder de bank- en girotegoeden, en de direct opneembare kredietruimte van het lichaam. De melding van betalingsonmacht dient schriftelijk te geschieden door de bestuurder of de gemachtigde van de belastingschuldige. De wijze waarop de schriftelijke melding moet plaatsvinden, is vormvrij. Artikel 7, derde lid, van het besluit is echter onverminderd van toepassing. Voor de melding kan gebruik worden gemaakt van het formulier dat de Belastingdienst in het zogenoemde Persoonlijk Domein van de belastingschuldige beschikbaar stelt.
|
||||
|
||||
#### 36.5.2. Verzoek waaruit betalingsproblemen blijken en melding betalingsonmacht
|
||||
|
||||
|
|
@ -4010,9 +4008,9 @@ Als omzetting van een faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling mo
|
|||
De ontvanger verleent uitstel van betaling voor een periode van maximaal 36 maanden als:
|
||||
|
||||
a. een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling van de NVVK tot stand is gekomen of een overeenkomst tot stand is gekomen die dezelfde strekking heeft als die gedragscode en waarbij voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt uitgegaan van de door Recofa gepubliceerde normen;
|
||||
b. de schuldhulpverlener lid is van de NVVK of de schuldregeling wordt uitgevoerd door een gemeente in eigen beheer;
|
||||
b. de schuldhulpverlener lid is van de NVVK of de schuldregeling wordt uitgevoerd door een gemeente in eigen beheer (zie ook artikel 73.5a);
|
||||
c. de schuldregeling betrekking heeft op natuurlijke personen, niet zijnde ondernemers;
|
||||
d. redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de belastingschuldige – afgezien van de formaliteiten die daarvoor verricht moeten worden, met uitzondering van het bepaalde in artikel 288, tweede lid, onderdeel b, Fw – in aanmerking zou komen voor de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen;
|
||||
d. redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de belastingschuldige – afgezien van de formaliteiten die daarvoor verricht moeten worden – in aanmerking zou komen voor de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen;
|
||||
e. aan het eind van de looptijd van de schuldregelingsovereenkomst een bedrag zal zijn betaald van ten minste dezelfde omvang als kan worden verkregen indien er sprake zou zijn van een wettelijke schuldsanering.
|
||||
|
||||
Op basis van de voorwaarde onder c is de betreffende regeling ook van toepassing op een ex-ondernemer, als aannemelijk is dat hij in de toekomst geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep zal uitoefenen.
|
||||
|
|
@ -4021,7 +4019,7 @@ De ontvanger verleent het uitstel pas als de schuldhulpverlener hem schriftelijk
|
|||
|
||||
Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen waarvan in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend (zoals belastingaanslagen motorrijtuigenbelasting), omdat de wettelijke schuldsaneringsregeling ook van toepassing is op die belastingaanslagen.
|
||||
|
||||
De uitstelregeling geldt voor belastingaanslagen die betrekking hebben op de (materieel) verschuldigde belasting tot en met de dag waarop het verzoek van de schuldhulpverlener om een gespecificeerde schriftelijke opgave van de openstaande vorderingen is ontvangen. De gespecificeerde schriftelijke opgave vermeldt alle tot op de datum van het verzoek (materieel) verschuldigde belastingen en is definitief in de zin dat daarop van de zijde van de ontvanger in beginsel niet meer kan worden teruggekomen. In voorkomend geval wordt het bedrag van de verschuldigde belastingen door middel van schatting bepaald. In het geval de in de vorige volzin bedoelde schatting naar achteraf blijkt substantieel te laag mocht zijn, kan de ontvanger daarop alleen terugkomen indien terzake van die belasting ten tijde van de schatting ten onrechte geen aangifte was gedaan danwel indien de belastingschuldige of de schuldhulpverlener wisten of behoorden te weten dat de schatting te laag was.
|
||||
De uitstelregeling geldt voor belastingaanslagen die betrekking hebben op de (materieel) verschuldigde belasting tot en met de dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst en is definitief in die zin dat daarop van de zijde van de ontvanger in beginsel niet meer kan worden teruggekomen. In voorkomend geval wordt het bedrag van de verschuldigde belastingen door middel van schatting bepaald. In het geval de in de vorige volzin bedoelde schatting naar achteraf blijkt substantieel te laag mocht zijn, kan de ontvanger daarop alleen terugkomen indien terzake van die belasting ten tijde van de schatting ten onrechte geen aangifte was gedaan danwel indien de belastingschuldige of de schuldhulpverlener wisten of behoorden te weten dat de schatting te laag was.
|
||||
|
||||
#### 73.5.2. Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP
|
||||
|
||||
|
|
@ -4041,7 +4039,7 @@ Eventuele gelegde beslagen vervallen zodra een schuldregeling tussen de schulden
|
|||
|
||||
Als sprake is van een verleend uitstel van betaling op grond van een schuldregelingsovereenkomst, handelt de ontvanger gedurende de periode van uitstel op dezelfde wijze als bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van belastingschulden die materieel zijn ontstaan na de dag waarop het verzoek van de schuldhulpverlener om een gespecificeerde schriftelijke opgave van de openstaande vorderingen is ontvangen, dan wordt het verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid.
|
||||
Als de belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van belastingschulden die materieel zijn ontstaan na de dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst, dan wordt het verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid.
|
||||
|
||||
Dit houdt onder meer in dat bij de berekening van de betalingscapaciteit op het inkomen van de belastingschuldige niet in mindering wordt gebracht dat deel van het inkomen dat door de schuldhulpverlener wordt beheerd. Verder wordt opgemerkt dat de middelen die onder beheer van de schuldhulpverlener berusten, niet worden beschouwd als vermogen in de zin van artikel 12 van de regeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4050,7 +4048,7 @@ Dit houdt onder meer in dat bij de berekening van de betalingscapaciteit op het
|
|||
De ontvanger trekt het uitstel in als:
|
||||
|
||||
– hij niet uiterlijk binnen 120 dagen na de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst door de schuldhulpverlener schriftelijk is geïnformeerd dat de schuldregelingsovereenkomst wordt voortgezet;
|
||||
– de schuldenaar nieuw opkomende belastingschulden die (materieel) betrekking hebben op belasting verschuldigd na de dag waarop het verzoek van de schuldhulpverlener om een gespecificeerde schriftelijke opgave van de openstaande vorderingen is ontvangen, onbetaald laat;
|
||||
– de schuldenaar nieuw opkomende belastingschulden die (materieel) betrekking hebben op belasting verschuldigd na de dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst, onbetaald laat;
|
||||
– de schuldenaar zijn lopende fiscale verplichtingen niet nakomt;
|
||||
– de schuldenaar zijn schuldeisers tracht te benadelen;
|
||||
– de schuldregelingsovereenkomst wordt beëindigd, anders dan in de zin van art. 73.5.6.
|
||||
|
|
@ -4108,9 +4106,9 @@ De ontvanger stemt alleen in met een buitengerechtelijk akkoord als het bodemvoo
|
|||
|
||||
#### 73.6.3. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord
|
||||
|
||||
Als de ontvanger toetreedt tot een buitengerechtelijk akkoord verleent hij kwijtschelding voor het deel van de belastingschuld dat onbetaald blijft.
|
||||
Als de ontvanger toetreedt tot een buitengerechtelijk akkoord verleent hij kwijtschelding voor het deel van de belastingschuld dat onbetaald blijft, nadat hij het bedrag dat hem op grond van het akkoord toekomt, heeft ontvangen. Zonodig stelt hij een derdebeslagene of houder van penningen op de hoogte van het verval van het beslag en zorgt hij voor doorhaling van een beslag op een registergoed.
|
||||
|
||||
Een buitengerechtelijk akkoord is niet van invloed op gelegde beslagen. De ontvanger heft de beslagen op zodra hij ontvangt wat hij heeft gevorderd op grond van het buitengerechtelijk akkoord.
|
||||
De ontvanger heft de beslagen op zodra hij ontvangt wat hij heeft gevorderd op grond van het buitengerechtelijk akkoord.
|
||||
|
||||
De ontvanger heft een gijzeling op zodra hij toetreedt tot een buitengerechtelijk akkoord.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4124,7 +4122,7 @@ De ontvanger stemt alleen in met een akkoord als het bodemvoorrecht of de waarde
|
|||
|
||||
#### 73.6.5. Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord
|
||||
|
||||
Als de ontvanger vrijwillig toetreedt tot een gerechtelijk akkoord verleent hij kwijtschelding voor het deel van de belastingschuld dat onbetaald blijft.
|
||||
Als de ontvanger vrijwillig toetreedt tot een gerechtelijk akkoord verleent hij kwijtschelding voor het deel van de belastingschuld dat onbetaald blijft, nadat hij het bedrag dat hem op grond van het akkoord toekomt, heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
#### 73.6.6. Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord
|
||||
|
||||
|
|
@ -4146,9 +4144,7 @@ Aangezien de ontvanger niet heeft ingestemd met het akkoord, verleent hij geen k
|
|||
|
||||
#### 73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord
|
||||
|
||||
Kwijtschelding voor ondernemers vindt alleen plaats bij een saneringsakkoord tussen de schuldenaar en alle schuldeisers tot gedeeltelijke betaling van de schuld tegen finale kwijting.
|
||||
|
||||
Zie artikel 26.3. van deze leidraad.
|
||||
Indien een akkoord op grond van artikel 22a van de regeling niet mogelijk is, vindt kwijtschelding voor ondernemers uitsluitend plaats bij een zogenoemd saneringsakkoord in de zin van artikel 22 van de regeling. Zie ook artikel 26.3 van deze leidraad.
|
||||
|
||||
## 74. Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten
|
||||
|
||||
|
|
@ -4515,11 +4511,7 @@ De ontvanger stelt de belastingschuldige in kennis van het aanbrengen van het ve
|
|||
|
||||
De ontvanger geeft aan de RDW opdracht een aangebrachte signalering uit het register te verwijderen als alle aanslagen motorrijtuigenbelasting ten name van belastingschuldige zijn voldaan, met uitzondering van de aanslagen genoemd in artikel 77.1, onderdelen a tot en met e, van deze leidraad.
|
||||
|
||||
De belastingschuldige moet daartoe een schriftelijk verzoek richten aan de ontvanger. De ontvanger zal het verplichtingensignaal ambtshalve opheffen op het moment dat op naam van de belastingschuldige geen openstaande aanslagen motorrijtuigenbelasting meer invorderbaar zijn als gevolg van het feit dat deze aanslagen:
|
||||
|
||||
– zijn kwijtgescholden;
|
||||
– na homologatie van een akkoord worden aangemerkt als een natuurlijke verbintenis;
|
||||
– na beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling worden aangemerkt als een natuurlijke verbintenis.
|
||||
De ontvanger zal het verplichtingensignaal opheffen als hem blijkt dat de aanslagen betaald zijn of het recht op invordering ervan is vervallen.
|
||||
|
||||
Het komt voor dat het voor het slagen van de schuldsaneringsprocedure van belang is dat de saniet de beschikking heeft over een motorrijtuig. Bijvoorbeeld voor het aanvaarden of behouden van betaald werk waarvoor het beschikken over een motorrijtuig redelijkerwijs vereist is. Voorzover het verplichtingensignaal het beschikken over een motorrijtuig verhindert, zal de ontvanger op gemotiveerd verzoek van de bewindvoerder het verplichtingensignaal doen verwijderen. Voorwaarde daarbij is dat de bewindvoerder verklaart dat hij zal toezien op het stipt nakomen van de fiscale verplichtingen in verband met het motorrijtuig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4546,7 +4538,6 @@ Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:
|
|||
– doen van een verzoek;
|
||||
– overleg met het ministerie;
|
||||
– geen verdere invorderingsmaatregelen treffen;
|
||||
– EU-Richtlijn 2008/55/EG;
|
||||
– overige internationale invordering.
|
||||
|
||||
### 78.1. Doen van een verzoek
|
||||
|
|
@ -4575,13 +4566,11 @@ Het gevoerde beleid met betrekking tot het niet meer treffen van verdere invorde
|
|||
|
||||
#### 78.4.1. Invordering betwiste schuld
|
||||
|
||||
Op basis van de Richtlijn 2008/55/EG leidt een betwisting van de vordering door de schuldenaar niet tot schorsing van de invorderingsactiviteiten. De ontvanger verleent echter wel uitstel van betaling conform het Nederlandse uitstelbeleid voor betwiste vorderingen. Slechts in de situatie waarin bij bestrijding van fraude een verzoek wordt gedaan een belastingschuld of andere schuldvordering onmiddellijk in te vorderen zonder schorsing, wordt dit uitstel niet verleend.
|
||||
2012307520-02-201208-02-2012BLKB2011/2328M2012307520-02-201208-02-2012BLKB2011/2328M21-02-201201-01-2012
|
||||
|
||||
#### 78.4.2. Invordering buiten vijfjaarstermijn
|
||||
|
||||
Op basis van de Richtlijn 2008/55/EG is de aangezochte lidstaat niet gehouden de gevraagde bijstand te verlenen wanneer het verzoek betrekking heeft op een schuldvordering die meer dan vijf jaar bestaat, te rekenen vanaf het tijdstip van vaststelling van de executoriale titel.
|
||||
|
||||
In de gevallen waarin de schuldvordering of de titel wordt betwist, wordt de termijn berekend vanaf het tijdstip waarop de schuldvordering of de titel onherroepelijk vaststaat. In afwijking hiervan wordt ook buiten deze termijn een bijstandsverzoek in behandeling genomen.
|
||||
2012307520-02-201208-02-2012BLKB2011/2328M2012307520-02-201208-02-2012BLKB2011/2328M21-02-201201-01-2012
|
||||
|
||||
### 78.5. Overige internationale invordering
|
||||
|
||||
|
|
@ -4609,10 +4598,13 @@ Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:
|
|||
– faillissement, WSNP en toeslagschuld;
|
||||
– toeslagschuld ontstaan gedurende faillissement, WSNP of MSNP;
|
||||
– minnelijke schuldsaneringsregeling en toeslagschuld;
|
||||
– verrekening en beslagvrije voet;
|
||||
– verrekening en toeslagschuld;
|
||||
– verrekening en uitstel van betaling toeslagschuld;
|
||||
– standaardbetalingsregeling toeslagschuld;
|
||||
– toeslagschuld te wijten aan opzet of grove schuld;
|
||||
– betalingsregeling toeslagschuld op basis van betalingscapaciteit;
|
||||
– uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek;
|
||||
– geen verdere invorderingsmaatregelen voor toeslagschuld treffen;
|
||||
– aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld;
|
||||
– beslag door derden op toeslag;
|
||||
|
|
@ -4665,7 +4657,7 @@ Zolang door Belastingdienst/Toeslagen uitstel is verleend voor de betaling van e
|
|||
– op basis van een verleend voorschot op de toeslag;
|
||||
– op grond van een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting.
|
||||
|
||||
Verrekening met termijnbedragen is echter wel toegestaan indien en voor zover deze worden aangewend voor de aflossing van een toeslagschuld door middel van een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8 van deze leidraad.
|
||||
Verrekening met termijnbedragen is echter wel toegestaan indien en voor zover deze worden aangewend voor de aflossing van een toeslagschuld door middel van een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8 van deze leidraad. De verrekening wordt altijd geacht op basis van termijnen (niet ineens) plaats te vinden.
|
||||
|
||||
### 79.7. Standaardbetalingsregeling toeslagschuld
|
||||
|
||||
|
|
@ -4686,7 +4678,7 @@ Belastingdienst/Toeslagen kan een andere betalingsregeling toestaan dan de stand
|
|||
|
||||
De artikelen 11, 12 en 13 van de regeling zijn hierbij van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
– naast het netto besteedbaar inkomen van de belanghebbende ook rekening wordt gehouden met het netto besteedbaar inkomen van een eventuele partner als bedoeld in artikel 3 van de Awir;
|
||||
– naast het netto besteedbaar inkomen van de belanghebbende ook rekening wordt gehouden met het netto besteedbaar inkomen van een eventuele partner als bedoeld in artikel 3 van de Awir, met dien verstande dat met het netto besteedbaar inkomen van de partner alleen rekening wordt gehouden als die partner belanghebbendes partner was gedurende de periode waarop belanghebbendes toeslagschuld betrekking heeft;
|
||||
– bevoorrechte schulden (zoals belastingschulden) op het vermogen in mindering mogen worden gebracht.
|
||||
|
||||
Als uit de verstrekte gegevens blijkt dat de betalingscapaciteit voldoende is om de toeslagenschuld af te lossen volgens de standaardregeling, zal Belastingdienst/Toeslagen het verzoek om een andere betalingsregeling afwijzen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue