2017-06-23 | BWBR0012022 | Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie
This commit is contained in:
parent
912d3e12ad
commit
568b1a0b22
1 changed files with 9 additions and 16 deletions
|
|
@ -19,7 +19,7 @@ citeertitel: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie
|
|||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
b. betrokkene: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die als gevolg van ontslag verleend op grond van de artikelen 89, eerste tot en met derde lid, 90, eerste, tweede en achtste lid, 91, eerste lid, 92, of 94, eerste lid, onderdelen e, f of g, van het Besluit algemene rechtspositie politie werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet;
|
||||
b. betrokkene: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die als gevolg van ontslag verleend op grond van de artikelen 89, eerste tot en met derde lid, 90, eerste, tweede en achtste lid, 91, eerste lid, 92, of 94, eerste lid, onderdelen e, f of g, van het Besluit algemene rechtspositie politie werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet;
|
||||
c. aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering bedoeld in hoofdstuk 2;
|
||||
d. aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering bedoeld in hoofdstuk 3;
|
||||
e. bovenwettelijke uitkering: de aanvullende en aansluitende uitkering gezamenlijk;
|
||||
|
|
@ -68,8 +68,8 @@ c. 60 jaar of ouder is: met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd.
|
|||
|
||||
Indien uitgaande van het moment van ontslag de maximale uitkeringsduur, berekend op grond van het tweede lid, langer is dan de duur van de WW-uitkering, wordt het verschil in duur tot een maximum van twee jaar in mindering gebracht op de maximale uitkeringsduur. Vervolgens wordt:
|
||||
|
||||
a. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan tien jaar de duur verminderd met een halve maand, tot een maximum van 14 maanden, en
|
||||
b. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan achttien jaar de duur verminderd met een maand tot een maximum van 22 maanden.
|
||||
a. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan tien jaar de duur verminderd met een halve maand, tot een maximum van 14 maanden, en
|
||||
b. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan achttien jaar de duur verminderd met een maand tot een maximum van 22 maanden.
|
||||
|
||||
Bij het berekenen van de vermindering van de maximale uitkeringsduur worden de maanden en de halve maanden bij elkaar opgeteld en wanneer die berekening niet leidt tot een aantal gehele maanden, telt een halve maand voor 15 kalenderdagen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -79,9 +79,9 @@ Bij het berekenen van de vermindering van de maximale uitkeringsduur worden de m
|
|||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 april 2019 wordt de op grond van artikel 2, derde lid, berekende vermindering vermenigvuldigd met een factor A/14, waarbij A staat voor het aantal kalenderkwartalen met ingang van 1 januari 2016 met inbegrip van het kalenderkwartaal waarin de eerste werkloosheidsdag is gelegen.
|
||||
**1.** Indien de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 april 2019 wordt de op grond van artikel 2, derde lid, berekende vermindering vermenigvuldigd met een factor A/14, waarbij A staat voor het aantal kalenderkwartalen met ingang van 1 januari 2016 met inbegrip van het kalenderkwartaal waarin de eerste werkloosheidsdag is gelegen.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 april 2019.
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 april 2019.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De aanvullende uitkering bij werkloosheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -97,7 +97,7 @@ Bij het berekenen van de vermindering van de maximale uitkeringsduur worden de m
|
|||
|
||||
**1.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, ten minste gelijk is aan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de WW-uitkering gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% van het voor de betrokkene geldende dagloon aangevuld.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, korter is dan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering, bedoeld in de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daarop volgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld.
|
||||
**2.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, korter is dan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering, bedoeld in de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daarop volgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de WW-uitkering steeds geacht door de betrokkene onverminderd te zijn genoten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -289,7 +289,7 @@ Indien de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januar
|
|||
|
||||
### Artikel 26b
|
||||
|
||||
De artikelen 2 en 8 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2004 blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005.
|
||||
De artikelen 2 en 8 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2004 blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005.
|
||||
|
||||
### Artikel 26c
|
||||
|
||||
|
|
@ -299,20 +299,13 @@ De artikelen 2, 4 en 9 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2010, b
|
|||
|
||||
Het artikel 2 van dit besluit, zoals dat luidde op de dag direct voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van onderhavig artikel, blijft van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor die datum. In dat geval is artikel 2a niet op betrokkene van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 26cb
|
||||
|
||||
De artikelen 2, vierde lid, en 8, vierde lid, zoals die luidden op 30 juni 2016, blijven van toepassing ingeval de betrokkene:
|
||||
|
||||
a. op 1 juli 2016 gebruik maakt van de regelingen vervat in die artikelonderdelen, of
|
||||
b. in de periode op of na 1 januari 2013 tot uiterlijk 1 juli 2016 gebruik heeft gemaakt van die regelingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 26d
|
||||
|
||||
Dit besluit berust op de artikelen 47, eerste lid, van de Politiewet 2012 en artikel 10, vijfde lid, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs.
|
||||
Dit besluit berust op de de artikelen 47, eerste lid, en 81, eerste lid, van de Politiewet 2012.
|
||||
|
||||
### Artikel 26da
|
||||
|
||||
Voor de ambtenaar die voor 1 januari 2006 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, blijft het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie gelden, zoals dat luidde op 28 december 2005.
|
||||
Voor de ambtenaar die voor 1 januari 2006 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, blijft het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie gelden, zoals dat luidde op 28 december 2005.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue