2018-01-01 | BWBR0037805 | Mandaatbesluit AR 2015

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent 22b8e9aa0d
commit 56e46adf56

View file

@ -22,21 +22,21 @@ Aan de algemeen secretaris wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen v
a. verzoeken van de raden van de orde aan de algemene raad goedkeuring te verlenen aan een stageverkorting als bedoeld in artikel 9b, tweede lid, van de Advocatenwet;
b. de toepassing van de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 2.28, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur;
c. de toepassing van de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 3.16, vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur;
c. de toepassing van de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 3.16, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur;
d. verzoeken inzake vrijstelling deelname aan onderwijs beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.18, eerste en vierde lid, van de Verordening op de advocatuur;
e. verzoeken inzake vrijstelling afleggen van toetsen beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.20, eerste en tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
f. verzoeken inzake toelating tot toetsen beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur;
g. opleggen van alternatieve maatregelen als bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur zulks ter afronding van de beroepsopleiding ingevolge de Stageverordening 2005;
h. de vaststelling van andere opleidingsmaatregelen dan bedoeld in artikel 11 van de Stageverordening 2005 ingevolge artikel 9.1, derde lid, van de Verordening op de advocatuur;
i. onderzoeken naar het afsluitend examen en de verworven beroepservaring en het eisen van een proeve van bekwaamheid of aanvullende examens, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Advocatenwet;
j. verzoeken tot erkenning van een beroepskwalificatie als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties advocatuur;
k. de kennisgeving, bedoeld in artikel 8c, vijfde lid, van de Advocatenwet, inzake schrapping van het tableau na drie jaar voorwaardelijk als advocaat ingeschreven te hebben gestaan;
j. verzoeken tot erkenning van een beroepskwalificatie als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties advocatuur;
k. de kennisgeving, bedoeld in artikel 8c, zesde lid, van de Advocatenwet, inzake schrapping van het tableau na drie jaar voorwaardelijk als advocaat ingeschreven te hebben gestaan;
l. verzoeken, bedoeld in artikel 9j, zesde lid, van de Advocatenwet, inzake vrijstelling van het vereiste dat een advocaat bij de Hoge Raad onvoorwaardelijk is ingeschreven op het tableau;
m. verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege vestiging buiten Nederland als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Advocatenwet;
n. verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege detachering als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de Advocatenwet;
o. verzoeken tot openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur;
p. verzoeken tot erkenning als opleidingsinstelling als bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste en tweede lid, van de Regeling op de advocatuur;
q. de intrekking van de erkenning als opleidingsinstelling, bedoeld in artikel 20 van de Regeling op de advocatuur;
p. verzoeken tot erkenning als opleidingsinstelling als bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, en 17, eerste en tweede lid, van de Regeling op de advocatuur;
q. de intrekking van de erkenning als opleidingsinstelling, bedoeld in artikel 19 van de Regeling op de advocatuur;
r. klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van klachten die betrekking hebben op gedragingen van leden van de algemene raad of waarbij de algemeen secretaris zelf betrokken is geweest.
**2.** Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kan ondermandaat worden verleend.
@ -77,7 +77,8 @@ Aan de algemeen secretaris wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen v
a. het afnemen van het examen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in de artikelen 4.12 en 4.14 van de Verordening op de advocatuur;
b. verzoeken tot vrijstelling als bedoeld in de artikelen 4.9, tweede lid, en 4.11, derde lid, van de Verordening op de advocatuur;
c. het verstrekken van de verklaringen, bedoeld in de artikelen 4.11 en 4.13 van de Verordening op de advocatuur.
c. het verstrekken van de verklaringen, bedoeld in de artikelen 4.11 en 4.13 van de Verordening op de advocatuur;
d. het verlengen van de periode met ten hoogste twaalf maanden, bedoeld in artikel 4.11, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur.
**2.** Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kan ondermandaat worden verleend.