2009-12-28 | BWBR0023066 | Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties

This commit is contained in:
Coornhert 2009-12-28 12:00:00 +00:00
parent 44326fa23f
commit 5745b3b967

View file

@ -54,13 +54,15 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**proeve van bekwaamheid**: toets afgenomen door Onze minister die het aangaat, uitsluitend inzake de beroepskennis van de migrerende beroepsbeoefenaar, die tot doel heeft te beoordelen of de migrerende beroepsbeoefenaar de bekwaamheid bezit om in Nederland een gereglementeerd beroep uit te oefenen, en die betrekking heeft op de vakgebieden die niet worden bestreken door de opleiding die de migrerende beroepsbeoefenaar heeft gevolgd en die wezenlijk zijn voor de uitoefening van het beroep in Nederland, en waaronder mede kan zijn begrepen kennis van de beroepsregels die in Nederland op de betrokken activiteiten van toepassing zijn, waarbij in aanmerking wordt genomen dat de migrerende beroepsbeoefenaar in de betrokken staat van oorsprong of herkomst een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar is;
**richtlijn**: richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255).
**richtlijn**: richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255);
**verklaring omtrent het gedrag**: verklaring als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
### Artikel 2
**1.** Voor de erkenning als specialist in de zin van artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg wordt onder Onze minister die het aangaat verstaan het orgaan, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onder e, van die wet.
**2.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 17, 18, 33, 34 en 36.
**2.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 17, 18, 33, 34, 34a, 34b, en 36.
### Artikel 3
@ -328,15 +330,21 @@ e. gegevens betreffende verzekering of gelijksoortige bescherming tegen de finan
### Artikel 30
**1.** Onze minister die het aangaat kan voorafgaand aan iedere dienstverrichting bij de bevoegde autoriteiten van de betrokken staat van vestiging van de dienstverrichter persoonsgegevens van de dienstverrichter opvragen inzake de rechtmatigheid van de vestiging, het goede gedrag, alsmede het overigens ontbreken van tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen ter zake van de beroepsuitoefening.
**1.** Onze minister die het aangaat verstrekt aan een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland waar een migrerende beroepsbeoefenaar die in Nederland is gevestigd tijdelijk en incidenteel een dienst gaat verrichten op diens verzoek en mits het verzoek deugdelijk is gemotiveerd, voorafgaand aan een dienstverrichting informatie over de migrerende beroepsbeoefenaar inzake de rechtmatigheid van de vestiging, het goede gedrag, alsmede over het ontbreken van tuchtrechtelijke maatregelen of strafrechtelijke sancties ter zake van de beroepsuitoefening.
**2.** Onze minister die het aangaat verstrekt de bevoegde autoriteiten van een andere betrokken staat waar een migrerende beroepsbeoefenaar die in Nederland is gevestigd tijdelijk en incidenteel een dienst gaat verrichten desgevraagd voorafgaand aan iedere dienstverrichting persoonsgegevens van de migrerende beroepsbeoefenaar inzake de rechtmatigheid van de vestiging, het goede gedrag, alsmede het overigens ontbreken van tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen ter zake van de beroepsuitoefening.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, zijn de artikelen 34, tweede tot en met vierde lid, 34a en 34b van overeenkomstige toepassing.
**3.** Onze ministers die het aangaat vragen onderling persoonsgegevens van een dienstverrichter op en zij verstrekken onderling persoonsgegevens van een dienstverrichter voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van een klacht van een afnemer over de dienstverrichter in het kader van de beroepsuitoefening.
**3.** Onze minister die het aangaat kan voorafgaand aan een dienstverrichting bij een bevoegde autoriteit uit een andere betrokken staat van vestiging van een dienstverrichter informatie over die dienstverrichter opvragen inzake de rechtmatigheid van de vestiging, het goede gedrag, alsmede over het ontbreken van tuchtrechtelijke maatregelen of strafrechtelijke sancties ter zake van de beroepsuitoefening, mits het verzoek om informatie deugdelijk is gemotiveerd.
**4.** Onze minister die het aangaat vraagt bij de bevoegde autoriteiten van een andere betrokken staat dan Nederland persoonsgegevens van een dienstverrichter op voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van een klacht van een afnemer over de dienstverrichter in het kader van de beroepsuitoefening.
### Artikel 30a
**5.** Onze minister die het aangaat verstrekt de bevoegde autoriteiten van een andere betrokken staat dan Nederland persoonsgegevens van een dienstverrichter voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van een klacht van een afnemer over de dienstverrichter in het kader van de beroepsuitoefening.
**1.** Onze ministers die het aangaat kunnen onderling informatie opvragen over een dienstverrichter en zij verstrekken onderling informatie over een dienstverrichter voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van een klacht van een afnemer over de dienstverrichter in het kader van de beroepsuitoefening.
**2.** Onze minister die het aangaat verstrekt aan een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland op diens verzoek en mits het verzoek deugdelijk is gemotiveerd, informatie over een dienstverrichter voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van een klacht van een afnemer over de dienstverrichter in het kader van de beroepsuitoefening.
**3.** Onze minister die het aangaat kan bij een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland informatie opvragen over een dienstverrichter voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van een klacht van een afnemer over de dienstverrichter in het kader van de beroepsuitoefening en mits het verzoek om informatie deugdelijk is gemotiveerd.
**4.** Dit artikel geldt onverminderd het bepaalde in de artikelen 34 tot en met 34b.
## Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
@ -360,9 +368,35 @@ De migrerende beroepsbeoefenaar van wie de beroepskwalificaties zijn erkend op g
### Artikel 34
**1.** Onze minister die het aangaat verstrekt de bevoegde autoriteiten van andere betrokken staten dan Nederland persoonsgegevens van migrerende beroepsbeoefenaars inzake tuchtrechtelijke maatregelen, strafrechtelijke sancties of andere specifieke ernstige feiten voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep in het kader van de richtlijn.
**1.** Onze minister die het aangaat verstrekt aan een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland op diens verzoek en mits het verzoek deugdelijk is gemotiveerd, informatie over tuchtrechtelijke maatregelen, strafrechtelijke sancties of andere specifieke ernstige feiten ten aanzien van een migrerende beroepsbeoefenaar, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep in het kader van de richtlijn.
**2.** Onze minister die het aangaat vraagt bij de bevoegde autoriteiten van andere betrokken staten dan Nederland persoonsgegevens van migrerende beroepsbeoefenaars op inzake tuchtrechtelijke maatregelen, strafrechtelijke sancties of andere ernstige feiten voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep in het kader van deze wet.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt, voor zover het strafrechtelijke sancties betreft, een verklaring omtrent het gedrag aangemerkt als informatie omtrent strafrechtelijke sancties.
**3.** In afwijking van artikel 33 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens wordt een aanvraag tot het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag ten aanzien van een migrerende beroepsbeoefenaar ingediend door een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland.
**4.** Een aanvraag als bedoeld in het derde lid wordt, in afwijking van artikel 30, eerste lid, eerste volzin, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ingediend bij Onze minister van Justitie.
**5.** Onze minister die het aangaat kan bij een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland informatie opvragen over tuchtrechtelijke maatregelen, strafrechtelijke sancties of andere ernstige feiten ten aanzien van migrerende beroepsbeoefenaars, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep in het kader van deze wet en mits het verzoek om informatie deugdelijk is gemotiveerd.
### Artikel 34a
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 32, eerste lid, 34, 35 en 36 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens wordt als aanvrager aangemerkt de migrerende beroepsbeoefenaar ten aanzien van wie de verklaring omtrent het gedrag wordt gevraagd.
**2.** Onze minister van Justitie stelt de migrerende beroepsbeoefenaar ten aanzien van wie de verklaring omtrent het gedrag wordt gevraagd in kennis van de aanvraag, bedoeld in artikel 34, derde lid, en vraagt zijn instemming met het in behandeling nemen van de aanvraag.
**3.** Indien de migrerende beroepsbeoefenaar geen instemming verleent, bericht Onze minister van Justitie dit aan de bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland die de verklaring omtrent het gedrag heeft aangevraagd.
**4.** Voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot afgifte van een verklaring omtrent het gedrag kan Onze minister van Justitie van de aanvrager, bedoeld in het eerste lid, een vergoeding van kosten verlangen. Artikel 39, tweede en vierde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 34b
**1.** Onze minister van Justitie informeert de migrerende beroepsbeoefenaar ten aanzien van wie de verklaring omtrent het gedrag wordt gevraagd indien hij voornemens is de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag te weigeren.
**2.** Onze minister van Justitie verstrekt de verklaring omtrent het gedrag dan wel de weigering tot afgifte daarvan aan de migrerende beroepsbeoefenaar, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Onze minister van Justitie stelt de bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland zo spoedig mogelijk op de hoogte van de afgifte dan wel weigering van de verklaring omtrent het gedrag. Bij de kennisgeving over de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag wordt de strekking van de afgegeven verklaring omtrent het gedrag medegedeeld.
**4.** Indien de weigering van de verklaring omtrent het gedrag nog niet onherroepelijk is, informeert Onze minister van Justitie de bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland daarover.
### Artikel 35