From 575433daed3d0865266edc0d28c156999b39e246 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-07-01 | BWBR0003871 | Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren --- .../BWBR0003871/README.md | 108 ++++++++++++------ 1 file changed, 71 insertions(+), 37 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-opleiding-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0003871/README.md b/amvb/besluit-opleiding-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0003871/README.md index 6446107af82..fc62950dde3 100644 --- a/amvb/besluit-opleiding-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0003871/README.md +++ b/amvb/besluit-opleiding-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0003871/README.md @@ -17,11 +17,8 @@ citeertitel: Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren In dit besluit wordt verstaan onder: a. opleiding: de opleiding, bedoeld in artikel 2; -b. rechterlijk ambtenaar in opleiding: degene, die is benoemd om de opleiding te volgen; -c. hoofd van dienst: het bestuur van de rechtbank onderscheidenlijk het hoofd van het arrondissementsparket waarbij de rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn opleiding doorbrengt; -d. rector: degene, die overeenkomstig artikel 11 als rector van de opleiding is aangewezen; -e. binnenstage: de stage, bedoeld in artikel 3, eerste lid; -f. buitenstage: de stage, bedoeld in artikel 3, tweede lid. +b. binnenstage: de stage, bedoeld in artikel 3, eerste lid; +c. buitenstage: de stage, bedoeld in artikel 3, tweede lid. ### Artikel 1a @@ -31,7 +28,7 @@ Vervallen ### Artikel 2 -Er is een opleiding die ten doel heeft toekomstige rechterlijke ambtenaren de kennis, de vaardigheden en de ervaring te verschaffen, die nodig zijn om een rechtsprekende functie, dan wel de functie van officier van justitie te kunnen uitoefenen. De opleiding duurt zes jaar en omvat een binnenstage, een buitenstage en een theoretisch vormingsprogramma. +Er is een opleiding die ten doel heeft toekomstige rechterlijke ambtenaren de kennis, de vaardigheden en de ervaring te verschaffen, die nodig zijn om een rechtsprekende functie, dan wel de functie van officier van justitie te kunnen uitoefenen. De opleiding duurt zes jaar en omvat een binnenstage, een buitenstage en een vormingsprogramma. ### Artikel 3 @@ -41,32 +38,32 @@ Er is een opleiding die ten doel heeft toekomstige rechterlijke ambtenaren de ke **3.** De tijdsduur en volgorde van de binnenstage en buitenstage worden geregeld in het opleidingsreglement, bedoeld in artikel 12. -**4.** In bijzondere individuele gevallen, kan Onze Minister de tijdsduur en de volgorde der binnenstage en buitenstage vaststellen in afwijking van het bepaalde in het opleidingsreglement. Zodanige vaststelling geschiedt niet dan nadat de rector en, bij verlenging, het hoofd van dienst, daaromtrent zijn gehoord. +**4.** In bijzondere individuele gevallen, kan Onze Minister de tijdsduur en de volgorde der binnenstage en buitenstage vaststellen in afwijking van het bepaalde in het opleidingsreglement. Zodanige vaststelling geschiedt niet dan nadat de rector en, bij verlenging, de functionele autoriteit, daaromtrent zijn gehoord. ### Artikel 4 -**1.** Het theoretisch vormingsprogramma bestaat uit vaardigheidsleergangen en studiebijeenkomsten; het wordt doorlopen tijdens de binnenstage. +**1.** Het vormingsprogramma bestaat uit vaardigheidsleergangen en studiebijeenkomsten; het wordt doorlopen tijdens de binnenstage. -**2.** Voor het deelnemen aan het theoretisch vormingsprogramma is de rechterlijk ambtenaar in opleiding voor een door Onze Minister te bepalen gedeelte van de arbeidsduur vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden in de binnenstage. +**2.** Voor het deelnemen aan het vormingsprogramma is de rechterlijk ambtenaar in opleiding voor een door Onze Minister te bepalen gedeelte van de arbeidsduur vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden in de binnenstage. ### Artikel 5 **1.** -Bij de aanvang van de binnenstage stelt het hoofd van dienst na overleg met de betrokkene en in overeenstemming met de rector voor elke rechterlijk ambtenaar in opleiding afzonderlijk een werkprogramma vast, aangevende: +Bij de aanvang van de binnenstage stelt de functionele autoriteit na overleg met de betrokkene en in overeenstemming met de rector voor elke rechterlijk ambtenaar in opleiding afzonderlijk een werkprogramma vast, aangevende: a. met welke werkzaamheden de rechterlijk ambtenaar in opleiding zal worden belast; b. welke deelstages de rechterlijk ambtenaar in opleiding zal moeten volgen. Zoveel mogelijk worden daarbij tijdstippen en perioden vermeld. -**2.** Jaarlijks stelt de rector na overleg met de betrokkene en in overeenstemming met het hoofd van dienst voor elke rechterlijk ambtenaar in opleiding afzonderlijk een studieprogramma vast, aangevende welke vaardigheidsleergangen en studiebijeenkomsten de rechterlijk ambtenaar in opleiding zal volgen. Zoveel mogelijk worden daarbij tijdstippen en perioden vermeld. +**2.** Jaarlijks stelt de rector na overleg met de betrokkene en in overeenstemming met de functionele autoriteit voor elke rechterlijk ambtenaar in opleiding afzonderlijk een studieprogramma vast, aangevende welke vaardigheidsleergangen en studiebijeenkomsten de rechterlijk ambtenaar in opleiding zal volgen. Zoveel mogelijk worden daarbij tijdstippen en perioden vermeld. -**3.** Het hoofd van dienst, respectievelijk de rector, draagt er zorg voor dat aan het werkprogramma, respectievelijk het studieprogramma, de hand wordt gehouden. +**3.** De functionele autoriteit, respectievelijk de rector, draagt er zorg voor dat aan het werkprogramma, respectievelijk het studieprogramma, de hand wordt gehouden. -**4.** Het hoofd van dienst wijst voor de begeleiding van de rechterlijk ambtenaar in opleiding tijdens de deelstages, in overeenstemming met de rector, een mentor aan. +**4.** De functionele autoriteit wijst voor de begeleiding van de rechterlijk ambtenaar in opleiding tijdens de deelstages, in overeenstemming met de rector, een mentor aan. -**5.** Bij verschil van opvatting tussen het hoofd van dienst en de rector over de inhoud van het werkprogramma en het studieprogramma, over de uitvoering van deze programma's en over het aanwijzen van een mentor, beslist Onze Minister. +**5.** Bij verschil van opvatting tussen de functionele autoriteit en de rector over de inhoud van het werkprogramma en het studieprogramma, over de uitvoering van deze programma's en over het aanwijzen van een mentor, beslist Onze Minister. ### Artikel 6 @@ -80,11 +77,11 @@ Het toezicht op de buitenstage berust bij de rector. Onze Minister kan de opleiding verlengen -a. indien de periode, waarvoor de benoeming in tijdelijke dienst van een rechterlijk ambtenaar in opleiding is verleend, ingevolge artikel 21, derde lid, is verlengd: met ten hoogste eenzelfde periode; +a. indien de periode, waarvoor de benoeming in tijdelijke dienst van een rechterlijk ambtenaar in opleiding is verleend, ingevolge artikel 21, derde lid, onderdelen a en b, is verlengd: met ten hoogste eenzelfde periode; b. indien de volledige arbeidsduur van een rechterlijk ambtenaar in opleiding op zijn eigen verzoek is gewijzigd in een niet volledige arbeidsduur dan wel zijn arbeidsduur op zijn eigen verzoek anderszins is gewijzigd: met ten hoogste een jaar; c. in andere gevallen, indien Onze Minister zulks, met het oog op het met gunstig resultaat beëindigen van de opleiding, nodig oordeelt: met ten hoogste een jaar. -De verlenging op grond van de onderdelen a tot en met c gezamenlijk kan niet meer dan twee jaar bedragen en heeft in beginsel slechts betrekking op de binnenstage. +De verlenging op grond van de onderdelen a tot en met c gezamenlijk kan niet meer dan drie jaar bedragen en heeft in beginsel slechts betrekking op de binnenstage. **3.** In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, bepaalt Onze Minister op welke onderdelen van de opleiding de bekorting of de verlenging betrekking heeft en in welke volgorde de binnenstage en buitenstage worden doorlopen. De laatste volzin van artikel 3, vierde lid, is van toepassing. @@ -96,7 +93,7 @@ De verlenging op grond van de onderdelen a tot en met c gezamenlijk kan niet mee **2.** Indien Onze Minister na voltooiing van de opleiding op een van de gronden als bedoeld in het eerste lid, alsnog tot het oordeel komt dat de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding niet met gunstig resultaat heeft beëindigd of niet geschikt is voor een der in artikel 2 bedoelde functies, maakt hij bekend niet te zullen overgaan tot een benoeming dan wel de voordracht voor een benoeming als bedoeld in artikel 29. -**3.** Alvorens de in het eerste en tweede lid bedoelde beslissingen te nemen hoort Onze Minister het hoofd van dienst en de rector. +**3.** Alvorens de in het eerste en tweede lid bedoelde beslissingen te nemen hoort Onze Minister de functionele autoriteit en de rector. ### Paragraaf 3:. Uitvoering en bekostiging van de opleiding @@ -106,11 +103,11 @@ Het studiecentrum rechtspleging is belast met de uitvoering van de opleiding van ### Artikel 10 -De Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal kunnen gezamenlijk algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan het studiecentrum rechtspleging. +De Raad en het College van procureurs-generaal kunnen gezamenlijk algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan het studiecentrum rechtspleging. ### Artikel 11 -**1.** De Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal wijzen gezamenlijk een rector en een conrector van de opleiding aan; als zodanig zijn de rector en de conrector verantwoording verschuldigd aan de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal gezamenlijk. +**1.** De Raad en het College van procureurs-generaal wijzen gezamenlijk een rector en een conrector van de opleiding aan; als zodanig zijn de rector en de conrector verantwoording verschuldigd aan de Raad en het College van procureurs-generaal gezamenlijk. **2.** Een aanwijzing ingevolge het eerste lid wordt eerst van kracht nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd. @@ -118,11 +115,11 @@ De Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal kunnen gezame **1.** Het studiecentrum rechtspleging dient met inachtneming van het bepaalde in dit besluit een opleidingsreglement vast te stellen. -**2.** Het opleidingsreglement en wijzigingen daarin treden niet in werking dan nadat de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal gezamenlijk daarin heeft toegestemd. +**2.** Het opleidingsreglement en wijzigingen daarin treden niet in werking dan nadat de Raad en het College van procureurs-generaal gezamenlijk daarin hebben toegestemd. ### Artikel 13 -Het studiecentrum rechtspleging bekostigt de opleiding uit de daarvoor door de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal beschikbaar gestelde gelden. +Het studiecentrum rechtspleging bekostigt de opleiding uit de daarvoor door de Raad en het College van procureurs-generaal beschikbaar gestelde gelden. ### Artikel 14 @@ -146,8 +143,8 @@ Leden van de in artikel 16 bedoelde selectiecommissie zijn: a. twee presidenten van een rechtbank alsmede zes andere bij een rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren; b. een hoofdofficier met de titel hoofd van het arrondissementsparket, alsmede drie andere rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een tot het openbaar ministerie behorend parket; -c. vier personen, niet behorend tot een der onder a en b bedoelde groepen en niet werkzaam bij het Ministerie van Justitie; -d. vier ambtenaren van het Ministerie van Justitie. +c. vier personen, niet behorend tot een der onder a en b bedoelde groepen en niet werkzaam bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie; +d. vier ambtenaren van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De in onderdelen a tot en met c bedoelde leden worden voor vier jaar benoemd door Onze Minister, die met betrekking tot de in onderdelen a en b bedoelde leden eerst het advies inwint van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Onze Minister benoemt de in onderdeel d bedoelde leden voor onbepaalde tijd. @@ -187,16 +184,17 @@ Onverminderd het bepaalde in de artikelen 16 tot en met 19 kan Onze Minister, ge ### Artikel 21 -**1.** Degene, die is toegelaten tot de opleiding, wordt door Onze Minister benoemd als rechterlijk ambtenaar in opleiding in tijdelijke dienst bij de gerechten voor de duur van drie jaar. Onze Minister stelt tevens vast bij welke rechtbank en welk arrondissementsparket de rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt gedurende deze periode vervult. +**1.** Degene, die is toegelaten tot de opleiding, wordt door Onze Minister benoemd als rechterlijk ambtenaar in opleiding in tijdelijke dienst bij de gerechten voor de duur van drie jaar en twee maanden. Onze Minister stelt tevens vast bij welke rechtbank en welk arrondissementsparket de rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt gedurende deze periode vervult. **2.** Onze Minister kan in het kader van een reorganisatie als bedoeld in hoofdstuk 4A van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren de vaststelling van de rechtbank of het arrondissementsparket waarbij een rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt vervult wijzigen. **3.** -Onze Minister kan, het hoofd van dienst en de rector gehoord, de periode waarvoor een benoeming in tijdelijke dienst is verleend verlengen: +Onze Minister kan, de functionele autoriteit en de rector gehoord, de periode waarvoor een benoeming in tijdelijke dienst is verleend verlengen: a. indien een rechterlijk ambtenaar in opleiding dit verzoekt en naar het oordeel van Onze Minister voortzetting van de opleiding nog zinvol kan zijn: met ten hoogste één jaar; -b. indien daarvoor naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn: met de periode gedurende welke de rechterlijk ambtenaar in opleiding geheel of gedeeltelijk geen werkzaamheden heeft verricht. +b. indien daarvoor naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn: met de periode gedurende welke de rechterlijk ambtenaar in opleiding geheel of gedeeltelijk geen werkzaamheden heeft verricht; +c. indien de opleiding, ingevolge artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, is verlengd: per grond met ten hoogste een jaar. **4.** Indien de opleiding met toepassing van artikel 7, eerste lid, is bekort, kan Onze Minister, na overleg met de rector, de duur van de benoeming in tijdelijke dienst bepalen op een periode korter dan drie jaar, doch niet korter dan twee jaar. Ten aanzien van de verlenging van een verkorte benoeming in tijdelijke dienst is het derde lid van overeenkomstige toepassing. @@ -246,17 +244,53 @@ Vervallen ### Artikel 24 -**1.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding volgt de opleiding overeenkomstig hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald. Hij dient zich daarbij te houden aan de hem door of namens zijn hoofd van dienst en de rector gegeven aanwijzingen. +**1.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding volgt de opleiding overeenkomstig hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald. Hij dient zich daarbij te houden aan de hem door of namens zijn functionele autoriteit en de rector gegeven aanwijzingen. **2.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding brengt tijdens en na beëindiging van de binnenstage en de buitenstage aan de rector schriftelijk verslag uit van zijn verrichtingen en bevindingen. Van dit verslag verstrekt hij een afschrift aan zijn hoofd van dienst. ### Artikel 25 -**1.** Een rechterlijk ambtenaar in opleiding wordt beoordeeld. Daarbij wordt tegen de achtergrond van zijn toekomstige functie gelet op de wijze waarop hij de hem opgedragen werkzaamheden heeft uitgevoerd. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het stadium van opleiding waarin de rechterlijk ambtenaar in opleiding verkeert. +**1.** Een rechterlijk ambtenaar in opleiding wordt regelmatig beoordeeld. Daarbij wordt tegen de achtergrond van zijn toekomstige functie gelet op de wijze waarop hij de hem opgedragen werkzaamheden heeft uitgevoerd. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het stadium van opleiding waarin de rechterlijk ambtenaar in opleiding verkeert. -**2.** De beoordeling geschiedt telkens na de tweede, de derde, de vierde en de vijfde deelstage van de binnenstage door het hoofd van dienst of door een door deze aangewezen functionaris en tegen het einde van de buitenstage door een door Onze Minister aan te wijzen functionaris. +**2.** De beoordeling wordt voorbereid door een door de functionele autoriteit aan te wijzen functionaris tezamen met degene die verantwoordelijk is of medeverantwoordelijk is voor het functioneren van de rechterlijk ambtenaar in opleiding. -**3.** Het Beoordelingsvoorschrift burgerlijk rijkspersoneel 1985 (Stcrt. 81) is op de in dit artikel bedoelde beoordelingen van toepassing, met dien verstande dat in artikel 8, derde lid, van dat voorschrift, in plaats van "de tot de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren." wordt gelezen: de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. +**3.** De beoordeling geschiedt telkens tegen het einde van de eerste, de tweede, de derde, de vierde en de vijfde deelstage van de binnenstage en tegen het einde van de buitenstage door de functionele autoriteit. + +**4.** Ten behoeve van het opmaken van de beoordeling kan de functionele autoriteit bepalen dat bepaalde functionarissen als informant of adviseurs optreden. + +**5.** Op verzoek van de te beoordelen rechterlijk ambtenaar in opleiding om bepaalde functionarissen als adviseur of informant aan te wijzen beslist de functionele autoriteit. + +### Artikel 25a + +De rector stelt, na instemming van de Raad en het College van procureurs-generaal, het model vast van de lijst, waarop de beoordeling wordt vastgelegd. + +### Artikel 25b + +**1.** Een beoordeling wordt opgemaakt op basis van op competenties en resultaatsgebieden gerichte functieprofielen. + +**2.** Indien de feitelijke verrichte werkzaamheden afwijken van die welke in artikel 25, eerste lid, zijn bedoeld, worden die op de beoordelingslijst vermeld. + +**3.** Nadat de beoordeling is opgemaakt wordt deze door degene die verantwoordelijk is voor het functioneren van de rechterlijk ambtenaar in opleiding met de rechterlijk ambtenaar in opleiding besproken. Een samenvatting van dit beoordelingsgesprek wordt op de beoordelingslijst vastgelegd. + +### Artikel 25c + +**1.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding kan binnen twee weken na het beoordelingsgesprek schriftelijk bedenkingen tegen de beoordeling indienen bij de functionele autoriteit. De functionele autoriteit kan de termijn van twee weken verlengen. + +**2.** De functionele autoriteit stelt de beoordeling vast, wanneer de rechterlijk ambtenaar in opleiding geen bedenkingen heeft in gediend binnen de in het eerste lid genoemde termijn. + +**3.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding die bedenkingen heeft ingediend, wordt in de gelegenheid gesteld deze mondeling bij de functionele autoriteit toe te lichten. Deze kan bepalen dat andere personen bij dit gesprek aanwezig zijn. + +**4.** De functionele autoriteit wijzigt de beoordeling in zover hij de bedenkingen van de rechterlijk ambtenaar in opleiding deelt en stelt de beoordeling vast. + +**5.** Bij de vaststelling van de beoordeling deelt de functionele autoriteit de rechterlijk ambtenaar in opleiding schriftelijk mee of hij wijzigingen in de beoordeling heeft aangebracht, en, zo ja welke. Daarbij vermeldt hij in voorkomend geval de redenen waarom hij niet of niet volledig aan de bedenkingen is tegemoet gekomen. + +### Artikel 25d + +**1.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding kan bezwaar maken tegen de vastgestelde beoordeling. + +**2.** Indien de rechterlijk ambtenaar in opleiding bezwaar heeft gemaakt tegen de vastgestelde beoordeling wint de functionele autoriteit, alvorens hierop te beslissen, het advies in van een commissie, tenzij het bezwaar reeds aanstonds gegrond wordt geacht. + +**3.** Indien het bevoegd gezag niet onder toepassing van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht een adviescommissie heeft belast met het adviseren omtrent bezwaren tegen vastgestelde beoordelingen, stelt het daartoe een commissie in. Van de commissie maakt in elk geval deel uit een ambtenaar aangewezen door de Sectorcommissie rechterlijke macht als bedoeld in artikel 50 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. ### Artikel 26 @@ -266,32 +300,32 @@ Vervallen **3.** Tegen het oordeel van de rector kan een belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister. -**4.** Indien Onze Minister de bezwaren kennelijk geheel gegrond acht, stelt hij dienovereenkomstig het oordeel nader vast. In andere gevallen dan in de vorige zin bedoeld stelt Onze Minister het oordeel, al dan niet gewijzigd, eerst vast na terzake het advies te hebben ingewonnen van de commissie, bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Beoordelingsvoorschrift burgerlijk rijkspersoneel 1985 (*Stcrt.* 81) met dien verstande dat voor de toepassing van dat artikel in plaats van "de tot de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren." wordt gelezen: de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. +**4.** Indien Onze Minister de bezwaren kennelijk geheel gegrond acht, stelt hij dienovereenkomstig het oordeel nader vast. In andere gevallen dan in de vorige volzin bedoeld stelt Onze Minister het oordeel, al dan niet gewijzigd, eerst vast na terzake het advies te hebben ingewonnen van de commissie, bedoeld in artikel 25d, derde lid. ### Artikel 27 -Indien Onze Minister een der beslissingen, bedoeld in artikel 8, heeft genomen, kan hij de rechterlijk ambtenaar in opleiding op die grond ontslaan. Indien de rechterlijk ambtenaar in opleiding reeds in vaste dienst is benoemd, kan hij evenwel, in afwijking van de eerste volzin, slechts worden ontslagen, indien het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om hem binnen het gezagsbereik van Onze Minister of bij een gerecht een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden, passende functie aan te bieden dan wel indien hij weigert deze functie te aanvaarden. +Indien Onze Minister een der beslissingen, bedoeld in artikel 8, heeft genomen, kan hij de rechterlijk ambtenaar in opleiding op die grond ontslaan. Indien de rechterlijk ambtenaar in opleiding reeds in vaste dienst is benoemd, kan hij evenwel, in afwijking van de eerste volzin, slechts worden ontslagen, indien het na een zorgvuldig onderzoek van maximaal zes maanden niet mogelijk is gebleken om hem binnen het gezagsbereik van Onze Minister of bij een gerecht een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden, passende functie aan te bieden dan wel indien hij weigert deze functie te aanvaarden. De mededeling dat tot ontslag wordt overgegaan wordt uiterlijk vijfenveertig dagen gedaan voor afloop van de in de vorige zin bedoelde termijn van zes maanden. ### Artikel 28 -Een rechterlijk ambtenaar in opleiding maakt na het voltooien van de vierde deelstage van de binnenstage aan Onze Minister zijn voorkeur bekend voor een van de in artikel 2 bedoelde functies. +Een rechterlijk ambtenaar in opleiding maakt voor het voltooien van de vierde deelstage van de binnenstage aan Onze Minister zijn keuze bekend voor een van de in artikel 2 bedoelde functies. Een gemaakte keuze kan na het voltooien van de vierde deelstage van de binnenstage alleen in zeer bijzondere gevallen worden gewijzigd. ### Artikel 28a -**1.** Een rechterlijk ambtenaar in opleiding die gedurende de buitenstage de voorkeur, bedoeld in artikel 28, wenst te wijzigen, dient daartoe een met redenen omkleed verzoek bij Onze Minister in. +**1.** Een rechterlijk ambtenaar in opleiding die gedurende de buitenstage de keuze, bedoeld in artikel 28, wenst te wijzigen, dient daartoe een met redenen omkleed verzoek bij Onze Minister in. -**2.** Onze Minister beslist op het verzoek na overleg met de rector en het hoofd van dienst. +**2.** Onze Minister beslist op het verzoek na overleg met de rector en de functionele autoriteit. **3.** Indien het verzoek wordt toegewezen: -a. past, indien nodig, het hoofd van dienst het werkprogramma en de rector het studieprogramma aan en stellen zij deze programma's overeenkomstig artikel 5, eerste en tweede lid, opnieuw vast, en +a. past, indien nodig, de functionele autoriteit het werkprogramma en de rector het studieprogramma aan en stellen zij deze programma's overeenkomstig artikel 5, eerste en tweede lid, opnieuw vast, en b. bepaalt Onze Minister overeenkomstig artikel 3, tweede lid, waar de buitenstage wordt doorgebracht. ### Artikel 29 -Een rechterlijk ambtenaar in opleiding, die de opleiding met gunstig resultaat heeft beëindigd en geschikt wordt geacht voor een van de in artikel 2 bedoelde functies, wordt, overeenkomstig diens voorkeur, benoemd in de functie van gerechtsauditeur dan wel benoemd in de functie van substituut-officier van justitie. Bij de vaststelling van de rechtbank of het parket waarbij het ambt, bedoeld in de eerste volzin, wordt vervuld, wordt de voorkeur van de betrokken rechterlijk ambtenaar in opleiding en het dienstbelang in aanmerking genomen. +Een rechterlijk ambtenaar in opleiding, die de opleiding met gunstig resultaat heeft beëindigd en geschikt wordt geacht voor een van de in artikel 2 bedoelde functies, wordt, overeenkomstig diens keuze, benoemd in de functie van gerechtsauditeur dan wel benoemd in de functie van substituut-officier van justitie. Bij de vaststelling van de rechtbank of het parket waarbij het ambt, bedoeld in de eerste volzin, wordt vervuld, wordt de voorkeur van de betrokken rechterlijk ambtenaar in opleiding en het dienstbelang in aanmerking genomen. ### Paragraaf 7:. Slotbepalingen