From 576e97a95573ebbb6c6dcc02b3f34819e9564eea Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-01-01 | BWBR0002471 | Wet op de loonbelasting 1964 --- .../BWBR0002471/README.md | 389 ++++++++++++------ 1 file changed, 255 insertions(+), 134 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md index 8270c90f799..0121a0c9cc0 100644 --- a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md +++ b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md @@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Wet op de loonbelasting 1964 ### Artikel 1 -Onder de naam 'loonbelasting' wordt van werknemers of hun inhoudingsplichtige, van artiesten, van beroepssporters, van buitenlandse gezelschappen en van bij of krachtens deze wet aan te wijzen andere natuurlijke personen een directe belasting geheven. +Onder de naam 'loonbelasting' wordt van werknemers of hun inhoudingsplichtige, van artiesten, van beroepssporters, van buitenlandse gezelschappen en van bij of krachtens deze wet aan te wijzen andere personen een directe belasting geheven. ### Artikel 2 @@ -33,9 +33,11 @@ b. het loon niet op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting o **5.** Het eerste lid is eveneens niet van toepassing op personen die niet in Nederland wonen, met betrekking tot een gedeeltelijk, maar niet nagenoeg geheel buiten Nederland vervulde dienstbetrekking, anders dan de dienstbetrekkingen die in het derde lid, eerste volzin, zijn genoemd, voorzover het loon uit die dienstbetrekking met inachtneming van verdragen waarbij de Staat der Nederlanden partij is, feitelijk is onderworpen aan een belasting naar het inkomen die door of vanwege de Nederlandse Antillen, Aruba of een andere mogendheid wordt geheven. -**6.** Krachtens wettelijk vruchtgenot aan een kind ontleend loon wordt geacht door het kind te zijn genoten. +**6.** Het eerste lid is eveneens niet van toepassing op personen die als vrijwilliger uitsluitend vergoedingen of verstrekkingen ontvangen met een gezamenlijke waarde van ten hoogste € 150 per maand en € 1 500 per kalenderjaar. Hierbij wordt onder vrijwilliger verstaan degene die niet bij wijze van beroep arbeid verricht voor een privaatrechtelijk of publiekrechtelijk lichaam dat niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting dan wel voor een sportorganisatie. Het desbetreffende lichaam is gehouden volgens ministeriële regeling te stellen regels opgave te doen van gegevens waarvan de kennisneming voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand van belang is. -**7.** Loon in de vorm van periodieke uitkeringen welke van publiekrechtelijke aard zijn, kan in het kalenderjaar waarin de verstrekking van die uitkeringen aanvangt dan wel eindigt volgens bij ministeriële regeling te stellen regels worden geacht niet te zijn genoten door de werknemer doch door zijn partner in de zin van artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. +**7.** Krachtens wettelijk vruchtgenot aan een kind ontleend loon wordt geacht door het kind te zijn genoten. + +**8.** Loon in de vorm van periodieke uitkeringen welke van publiekrechtelijke aard zijn, kan in het kalenderjaar waarin de verstrekking van die uitkeringen aanvangt dan wel eindigt volgens bij ministeriële regeling te stellen regels worden geacht niet te zijn genoten door de werknemer doch door zijn partner in de zin van artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. ### Artikel 3 @@ -110,7 +112,7 @@ c. degene, die ingevolge een aanspraak die niet tot het loon behoort, aan een of Wie niet in Nederland woont of gevestigd is, wordt slechts als inhoudingsplichtige beschouwd voor zover hij: a. in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf, beroep of andere bezigheid of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft, dan wel -b. in Nederland een of meer personen in dienst heeft, in Nederland de loonadministratie houdt en zich als zodanig bij de inspecteur heeft gemeld. +b. een of meer personen in dienst heeft van wie het loon is onderworpen aan de inkomstenbelasting, met betrekking tot deze personen de loonadministratie in Nederland houdt en zich voor deze personen als inhoudingsplichtige bij de inspecteur heeft gemeld. **3.** @@ -159,10 +161,6 @@ e en f. degene, die bij de in artikel 4 bedoelde algemene maatregel van bestuur ### Artikel 8 -**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat werknemers, wier lonen worden uitbetaald door een door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ten behoeve van de uitvoering van sociale-verzekeringswetten erkend administratiekantoor, voor de toepassing van deze wet geacht worden in dienstbetrekking te staan tot dat kantoor. - -**2.** - Bij ministeriële regeling kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een ander dan de persoon bedoeld in artikel 6 of artikel 7 worden aangewezen als inhoudingsplichtige met betrekking tot: a. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander; @@ -239,7 +237,7 @@ c. een vennootschap waarin een derde voor ten minste een derde gedeelte belang h Tot het loon behoren niet: -a. vergoedingen die naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren, een en ander volgens de in of krachtens hoofdstuk IIAgestelde normeringen en beperkingen (vrije vergoedingen); +a. vergoedingen die naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren, een en ander volgens de in of krachtens hoofdstuk IIA gestelde normeringen en beperkingen (vrije vergoedingen); b. verstrekkingen die naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren, een en ander volgens de in of krachtens de artikelen 17 en 17a gestelde normeringen en beperkingen (vrije verstrekkingen); c. aanspraken ingevolge een pensioenregeling, een en ander volgens de in of krachtens hoofdstuk IIB gestelde normeringen en beperkingen; d. aanspraken ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 32aa; @@ -255,12 +253,12 @@ i. aanspraken op de in onderdeel m bedoelde uitkeringen en verstrekkingen alsmed j. bedragen die worden ingehouden: 1°. als bijdrage ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding, met dien verstande dat bij een regeling voor vervroegde uittreding de helft van deze bijdragen in aanmerking wordt genomen; -2°. als premie ingevolge de Werkloosheidswet; +2°. als premie bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen; 3°. als bijdrage voor aanspraken die ingevolge de onderdelen f en h niet tot het loon behoren; 4°. in de plaats van premies en bijdragen als bedoeld onder 2° en 3°; -5°. als bijdragen ingevolge een regeling voor verlofsparen; +5°. als bijdragen ingevolge een levensloopregeling, volgens de bij of krachtens hoofdstuk IIC gestelde normeringen en beperkingen; k. uitkeringen en verstrekkingen tot vergoeding van door de werknemer in verband met zijn dienstbetrekking geleden schade aan of verlies van persoonlijke zaken; -l. uitkeringen en verstrekkingen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten ter zake van ziekte, invaliditeit en bevalling, behoudens vergoedingen ter zake van premies en bijdragen voor ziektekostenregelingen, uitkeringen en verstrekkingen die naar aard en omvang overeenkomen met uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Ziekenfondswet; +l. uitkeringen en verstrekkingen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten ter zake van ziekte, invaliditeit en bevalling, behoudens vergoedingen ter zake van premies en bijdragen voor ziektekostenregelingen, uitkeringen en verstrekkingen die naar aard en omvang overeenkomen met prestaties als bedoeld bij of krachtens artikel 11 van de Zorgverzekeringswet; m. eenmalige uitkeringen en verstrekkingen ter zake van overlijden van de werknemer, zijn partner in het kalenderjaar of in het voorafgaande kalenderjaar – in de zin van artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of zijn kinderen en pleegkinderen, voorzover deze uitkeringen en verstrekkingen niet overtreffen driemaal het loon over een maand bepaald met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels; n. uitkeringen en verstrekkingen, andere dan die ter zake van ziekte, invaliditeit, bevalling, adoptie en overlijden, die de werknemer ontvangt uit een fonds tot welks middelen de inhoudingsplichtige gedurende de laatstverlopen vijf kalenderjaren evenveel of minder heeft bijgedragen dan de bij het fonds betrokken werknemers, tenzij die uitkeringen en verstrekkingen geschieden ingevolge een aanspraak die niet tot het loon behoort; o. een uitkering of verstrekking die eenmaal wordt toegekend na het bereiken van een diensttijd van ten minste 25 jaar en een uitkering of verstrekking die eenmaal wordt toegekend na het bereiken van een diensttijd van ten minste 40 jaar, voor zover de waarde daarvan het loon over een maand niet overtreft, mits is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden; @@ -274,35 +272,17 @@ r. aanspraken: 1°. op vakantieverlof en compensatieverlof, voorzover deze aanspraken aan het einde van het kalenderjaar in totaal niet meer bedragen dan de arbeidsduur per week gerekend over een periode van vijftig weken; 2°. op bij ministeriële regeling aan te wijzen geclausuleerd verlof; 3°. op verlof tijdens rust- en feestdagen; -4°. ingevolge een regeling voor verlofsparen; -s. hetgeen wordt genoten ter zake van het verrichten van arbeid in de onderneming van de partner van de werknemer, indien bij het bepalen van de winst uit die onderneming de kosten en lasten die verband houden met de vergoeding voor die arbeid op grond van artikel 3.16, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet in aftrek komen. +4°. ingevolge een levensloopregeling; +s. hetgeen wordt genoten ter zake van het verrichten van arbeid in de onderneming van de partner van de werknemer, indien bij het bepalen van de winst uit die onderneming de kosten en lasten die verband houden met de vergoeding voor die arbeid op grond van artikel 3.16, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet in aftrek komen; +t. verstrekking van een recht op vervoer voorzover dat betrekking heeft op een periode van ten hoogste zes maanden, waarbij de financiering van dit vervoer vanwege dreigende verkeershinder door wegwerkzaamheden grotendeels door de overheid plaatsvindt. **2.** Bij of krachtens ministeriële regeling kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, worden bepaald dat eveneens niet tot het loon behoren andere aanspraken dan bedoeld in het eerste lid, indien zulks tot vergemakkelijking van de heffing van de belasting kan leiden. -**3.** - -Onder regeling voor verlofsparen wordt verstaan een regeling die: - -a. ten doel heeft het treffen van een voorziening in geld of tijd uitsluitend voor een periode van extra verlof dat niet kan worden opgenomen binnen een jaar voorafgaand aan de ingang van een ouderdomspensioen of van een voorziening voor vervroegde uittreding; -b. inhoudt dat verlofsparen kan plaatsvinden door middel van sparen in geld of tijd, voorzover in het kalenderjaar niet meer aanspraken ontstaan dan overeenkomt met 10 percent van het loon van het jaar en voorzover de totale aanspraken aan het einde van het kalenderjaar door de in het kalenderjaar gespaarde aanspraken een periode van extra verlof van een jaar niet te boven gaan; -c. open staat voor ten minste driekwart van de werknemers van de inhoudingsplichtige. - -Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. - -**4.** - -Indien op enig tijdstip: - -a. een regeling voor verlofsparen niet langer als zodanig is aan te merken, of -b. een aanspraak ingevolge een regeling voor verlofsparen wordt afgekocht of vervreemd, wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak ingevolge de regeling voor verlofsparen aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel, indien deze is overleden, van de gerechtigde tot de aanspraak. - -**5.** Het vierde lid is niet van toepassing voorzover een aanspraak ingevolge een regeling voor verlofsparen wordt omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding die na de omzetting nog blijft binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB gestelde begrenzingen. - -**6.** Voorzover de aanspraken op vakantieverlof en compensatieverlof en de aanspraken ingevolge een regeling voor verlofsparen aan het einde van het kalenderjaar in totaal de in het eerste lid, onderdeel r, onder 1°, en de in het derde lid, onderdeel b, opgenomen begrenzingen overschrijden, wordt het meerdere geacht te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de dienstbetrekking zo deze in de loop van het kalenderjaar eindigt. +**3.** Voorzover de aanspraken op vakantieverlof en compensatieverlof en de aanspraken ingevolge een levensloopregeling aan het einde van het kalenderjaar in totaal de in het eerste lid, onderdeel r, onder 1°, en de in artikel 19g, eerste lid, onderdeel b, opgenomen begrenzingen overschrijden, wordt het meerdere geacht te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de dienstbetrekking zo deze in de loop van het kalenderjaar eindigt. ### Artikel 11a -Tot het loon behoort mede niet het genot van een ter beschikking gestelde auto. +Vervallen ### Artikel 11b @@ -325,7 +305,9 @@ Bij ministeriële regeling kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Soci ### Artikel 12a -Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij een aanmerkelijk belang heeft dan wel waaraan hij vermogensbestanddelen ter beschikking stelt, beide in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001,, wordt het in een kalenderjaar genoten loon ten minste gesteld op het in artikel 8, elfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen bedoelde ten hoogste aangewezen bedrag dan wel, indien aannemelijk is dat ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang of terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen geen rol speelt, in het economische verkeer een lager loon gebruikelijk is, gesteld op dat lagere loon. Indien aannemelijk is dat ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang of terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen geen rol speelt, in het economische verkeer een hoger loon gebruikelijk is, wordt het loon gesteld op een zodanig bedrag dat het niet meer in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is, met dien verstande dat – indien bij het lichaam of daarmee verbonden lichamen ook andere werknemers in dienst zijn – het niet lager wordt gesteld dan het hoogste loon van de overige werknemers. Ingeval aannemelijk is dat het loon, gelet op wat gebruikelijk is in het economische verkeer waarbij een aanmerkelijk belang of terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen geen rol speelt, op een lager bedrag behoort te worden gesteld dan het hoogste loon van de overige werknemers wordt het, in afwijking in zoverre van de vorige volzin, op een zodanig bedrag gesteld dat het niet meer in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is. Het loon wordt nimmer op een lager bedrag gesteld dan het bedrag ingevolge de eerste volzin. +**1.** Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij een aanmerkelijk belang heeft dan wel waaraan hij vermogensbestanddelen ter beschikking stelt, beide in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt het in een kalenderjaar genoten loon ten minste gesteld op € 39 000 dan wel, indien aannemelijk is dat ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang of terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen geen rol speelt, in het economische verkeer een lager loon gebruikelijk is, gesteld op dat lagere loon. Indien aannemelijk is dat ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang of terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen geen rol speelt, in het economische verkeer een hoger loon gebruikelijk is, wordt het loon gesteld op een zodanig bedrag dat het niet meer in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is, met dien verstande dat – indien bij het lichaam of daarmee verbonden lichamen ook andere werknemers in dienst zijn – het niet lager wordt gesteld dan het hoogste loon van de overige werknemers. Ingeval aannemelijk is dat het loon, gelet op wat gebruikelijk is in het economische verkeer waarbij een aanmerkelijk belang of terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen geen rol speelt, op een lager bedrag behoort te worden gesteld dan het hoogste loon van de overige werknemers wordt het, in afwijking in zoverre van de vorige volzin, op een zodanig bedrag gesteld dat het niet meer in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is. Het loon wordt nimmer op een lager bedrag gesteld dan het bedrag ingevolge de eerste volzin. + +**2.** Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door een ander. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor van artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. ### Artikel 13 @@ -337,7 +319,40 @@ Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waa ### Artikel 13bis -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien ook voor privé-doeleinden een auto ter beschikking is gesteld, wordt het voordeel op kalenderjaarbasis gesteld op ten minste 22% van de waarde van de auto. De auto wordt in ieder geval geacht ook voor privé-doeleinden ter beschikking te zijn gesteld tenzij blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt. + +**2.** Indien uit een rittenregistratie of anderszins blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, wordt het voordeel gesteld op nihil. + +**3.** + +Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt onder auto verstaan een personenauto of bestelauto als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, met uitzondering van de bestelauto die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor vervoer van goederen en met uitzondering van de bestelauto die buiten de werktijd niet gebruikt kan worden of de bestelauto waarvoor een verbod op privé-gebruik geldt. Van een dergelijk verbod op privé-gebruik is sprake indien: + +a. het verbod schriftelijk is vastgelegd; +b. de inhoudingsplichtige de vastlegging van het verbod bij de loonadministratie bewaart; +c. de inhoudingsplichtige voldoende toezicht houdt op de naleving van het verbod, en +d. de inhoudingsplichtige een passende sanctie oplegt indien het verbod wordt overtreden. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waaraan een rittenregistratie moet voldoen. Tevens kunnen regels worden gesteld over het anderszins laten blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt. + +**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de waarde van de auto gesteld op de catalogusprijs met inbegrip van de omzetbelasting en de belasting van personenauto's en motorrijwielen. In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt de waarde van een auto die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, gesteld op de waarde in het economische verkeer. + +**6.** Het voordeel wordt in aanmerking genomen voorzover het uitgaat boven de vergoeding die de werknemer voor het gebruik voor privé-doeleinden is verschuldigd. + +**7.** Voor de toepassing van dit artikel wordt woon-werkverkeer geacht niet voor privé-doeleinden plaats te vinden. + +**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de loontijdvakken waarin het in het eerste lid bedoelde voordeel in aanmerking wordt genomen. + +**9.** Indien de werknemer een verklaring van de inspecteur overlegt waarin is vastgelegd dat de werknemer aan de inspecteur heeft medegedeeld dat de hem ter beschikking gestelde auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt (verklaring geen privé-gebruik), laat de inhoudingsplichtige inhouding van belasting over het in het eerste lid bedoelde voordeel achterwege. De eerste volzin is niet van toepassing ingeval de inhoudingsplichtige weet dat de in de eerste volzin bedoelde mededeling niet juist is. + +**10.** De werknemer kan een verzoek om een verklaring geen privé-gebruik bij de inspecteur indienen. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. + +**11.** De inspecteur kan de verklaring geen privé-gebruik, al dan niet op verzoek van de werknemer, bij voor bezwaar vatbare beschikking intrekken, waarbij de intrekking voor zover nodig terugwerkende kracht kan hebben. De werknemer is gehouden een verzoek tot intrekking te doen zodra de auto op kalenderjaarbasis voor meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt. + +**12.** In geval van een verklaring geen privé-gebruik kan de inspecteur de werknemer op enig moment verzoeken te doen blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt. + +**13.** Indien de verklaring geen privé-gebruik wordt ingetrokken of indien de werknemer niet doet blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden is gebruikt, wordt de verschuldigde belasting, voorzover nodig in afwijking van artikel 20, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, nageheven van de werknemer. In afwijking van de eerste volzin wordt nageheven van de inhoudingsplichtige ingeval de inhoudingsplichtige wist dat de mededeling, bedoeld in het negende lid, eerste volzin, niet juist was. + +**14.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verklaring geen privé-gebruik. ### Artikel 13a @@ -348,7 +363,7 @@ Loon wordt beschouwd te zijn genoten op het tijdstip waarop het: a. betaald of verrekend wordt, ter beschikking van de werknemer wordt gesteld of rentedragend wordt, dan wel b. vorderbaar en tevens inbaar wordt. -**2.** Indien is overeengekomen dat het loon geheel of voor een meer dan bijkomstig gedeelte op een ongebruikelijk tijdstip zal worden genoten, wordt daarmee voor de toepassing van het eerste lid geen rekening gehouden. Voor de beoordeling of het loon voor een meer dan bijkomstig gedeelte op een ongebruikelijk tijdstip zal worden genoten, wordt mede in aanmerking genomen hetgeen reeds op grond van een regeling voor verlofsparen in de toekomst zal worden genoten. +**2.** Indien is overeengekomen dat het loon geheel of gedeeltelijk op een ongebruikelijk tijdstip zal worden genoten, wordt daarmee voor de toepassing van het eerste lid geen rekening gehouden. **3.** Voor zover ingevolge artikel 12*a* het loon hoger is dan het werkelijk genoten loon, wordt het meerdere geacht te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de dienstbetrekking zo deze in de loop van het kalenderjaar eindigt. @@ -403,7 +418,7 @@ j. extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterrit Tot de vrije vergoedingen behoren niet vergoedingen ter zake van: -a. vervoer, waar onder woon-werkverkeer, indien dat vervoer niet plaatsvindt per taxi, luchtvaartuig, schip of ter beschikking gesteld vervoermiddel, voorzover de vergoeding meer bedraagt dan € 0,18 per kilometer; +a. vervoer, waar onder woon-werkverkeer, indien dat vervoer niet plaatsvindt per taxi, luchtvaartuig, schip of ter beschikking gesteld vervoermiddel, voorzover de vergoeding meer bedraagt dan € 0,19 per kilometer; b. kinderopvang voorzover niet is voldaan aan artikel 16c; c. maaltijden waarbij het zakelijke karakter: @@ -630,7 +645,7 @@ d. gehele of gedeeltelijke onderlinge ruil van nabestaandenpensioen, wezenpensio **2.** Door ruil als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontstane verlies aan pensioen kan niet worden gecompenseerd en het nabestaandenpensioen en het wezenpensioen kunnen na een zodanige ruil niet meer bedragen dan 70 percent onderscheidenlijk 14 percent of 28 percent van het pensioengevend loon. -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, blijft in de periode tussen de ingangsdatum van het pensioen en het bereiken van de 65-jarige leeftijd, van de uitkering buiten aanmerking het gedeelte dat overeenkomt met het bedrag bedoeld in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a. +**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, blijft in de jaren tussen de ingangsdatum van het pensioen en het bereiken van de 65-jarige leeftijd, van de uitkering buiten aanmerking een bedrag dat gelijk is aan tweemaal de voor die jaren geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. De eerste volzin is onverminderd van toepassing bij dienstbetrekkingen in deeltijd. ### Artikel 18e @@ -668,7 +683,8 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking t a. de loonbestanddelen die daarin worden opgenomen; b. de loonbestanddelen waarover de opbouw van het pensioen volgens een ander stelsel dan het eindloonstelsel dient plaats te vinden; -c. de situatie waarin de werknemer aan het eind van zijn loopbaan in deeltijd gaat werken dan wel terugtreedt naar een lager gekwalificeerde functie met een lager loon dan in zijn daaraan voorafgaande functie. +c. de situatie waarin de werknemer aan het eind van zijn loopbaan in deeltijd gaat werken dan wel terugtreedt naar een lager gekwalificeerde functie met een lager loon dan in zijn daaraan voorafgaande functie; +d. de situatie waarin het loon wordt verlaagd in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid van de werknemer. ### Artikel 18h @@ -712,7 +728,7 @@ Ingeval op enig tijdstip: a. een aanspraak ingevolge een pensioenregeling niet langer als zodanig is aan te merken; b. een aanspraak ingevolge een pensioenregeling wordt afgekocht of vervreemd dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid, anders dan ten behoeve van uitstel van betaling op grond van artikel 25, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990, wordt; -c. een aanspraak ingevolge een pensioenregeling waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel *d*, dan wel een lichaam als bedoeld in artikel 36b, wordt prijsgegeven, behoudens voor zover de aanspraak niet voor verwezenlijking vatbaar is; +c. een aanspraak ingevolge een pensioenregeling waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, dan wel een lichaam als bedoeld in artikel 36b, wordt prijsgegeven, behoudens voor zover de aanspraak niet voor verwezenlijking vatbaar is; d. de zekerheidstelling wordt beëindigd door de werknemer of de gewezen werknemer die zich op grond van artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, heeft verplicht deze zekerheid te stellen; wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel, indien deze is overleden, van de gerechtigde tot de aanspraak. @@ -723,11 +739,13 @@ wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak aangemerkt **4.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een in onderdeel b van dat lid bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd met toepassing van artikel 8, achtste lid, of artikel 32, vijfde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet. -**5.** Onze Minister kan, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, bepalen dat het tweede lid, eerste volzin, niet van toepassing is indien de verplichting ingevolge een pensioenregeling overgaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent , anders dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, zulks ter verwerving van aanspraken ingevolge een pensioenregeling in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de overgang van de verplichting ingevolge een pensioenregeling naar een pensioenfonds van een internationale organisatie in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking bij die organisatie in Nederland. +**5.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een in onderdeel b van dat lid bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd als gevolg van een bij of krachtens artikel 32, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet toegestane afkoop van aanspraken, opgebouwd ten behoeve van pensioen in de periode voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt. -**6.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt een aanspraak op een pensioenregeling mede niet langer als zodanig aangemerkt ingeval op enig tijdstip niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld ingevolge het vierde lid of artikel 19d. +**6.** Onze Minister kan, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, bepalen dat het tweede lid, eerste volzin, niet van toepassing is indien de verplichting ingevolge een pensioenregeling overgaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent , anders dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, zulks ter verwerving van aanspraken ingevolge een pensioenregeling in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de overgang van de verplichting ingevolge een pensioenregeling naar een pensioenfonds van een internationale organisatie in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking bij die organisatie in Nederland. -**7.** De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot aanspraken op periodieke uitkeringen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g. +**7.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt een aanspraak op een pensioenregeling mede niet langer als zodanig aangemerkt ingeval op enig tijdstip niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld ingevolge het zesde lid of artikel 19d. + +**8.** De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot aanspraken op periodieke uitkeringen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g. ### Artikel 19c @@ -740,14 +758,14 @@ wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak aangemerkt Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, afwijkingen toestaan van het overigens in of krachtens dit hoofdstuk bepaalde door regelingen of groepen van regelingen, niet zijnde een regeling als bedoeld in artikel 18h, eerste lid, aan te wijzen als pensioenregeling indien het een regeling betreft: a. die op bepaalde onderdelen niet meer dan in geringe mate afwijkt van het overigens in of krachtens dit hoofdstuk bepaalde, mits het belang van de afwijkingen niet uitgaat boven het belang van de marges op andere onderdelen; -b. voor gemoedsbezwaarden met een ontheffing als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet financiering volksverzekeringen, die dient ter vervanging van een pensioenregeling; +b. voor gemoedsbezwaarden met een ontheffing als bedoeld in artikel 64 van de Wet financiering sociale verzekeringen, die dient ter vervanging van een pensioenregeling; c. voor een tijdelijk in Nederland wonende of werkzame werknemer en die regeling voldoet aan artikel 1.7, tweede lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001, mits de opbouw van het pensioen ingevolge die regeling tijdelijk in Nederland wordt voortgezet en het pensioen reeds was verzekerd bij een pensioenfonds of lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen c of f, in een periode waarin de werknemer niet in Nederland woonde of niet in Nederland een dienstbetrekking vervulde. Zo nodig kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. ### Artikel 19e -Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter zake van de instelling van een Adviescommissie fiscale behandeling pensioenen. De commissie adviseert over elementen van pensioenregelingen die weliswaar afwijken van het overigens in of krachtens dit hoofdstuk bepaalde maar niettemin van belang zijn voor een verdergaande flexibilisering van pensioenen, waarbij acht wordt geslagen op het beginsel van budgettaire neutraliteit. +Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter zake van de instelling van een Adviescommissie fiscale behandeling pensioenen. De commissie adviseert over de fiscale aspecten van pensioenen, waarbij acht wordt geslagen op de voorwaarde dat de adviezen nagenoeg budgettair neutraal uitgevoerd kunnen worden. ### Artikel 19f @@ -755,6 +773,44 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter bevordering van een ## Hoofdstuk IIC. Levensloopregeling +### Artikel 19g + +**1.** + +Onder levensloopregeling wordt verstaan een regeling die: + +a. ten doel heeft het treffen van een voorziening in geld uitsluitend voor een periode van extra verlof; +b. inhoudt dat een voorziening in geld kan worden opgebouwd, met dien verstande dat in het kalenderjaar niet meer aanspraken ontstaan dan overeenkomt met 12 percent van het loon van het jaar en voorzover de totale aanspraken aan het einde van het kalenderjaar door de in het kalenderjaar opgebouwde aanspraken een periode van extra verlof van 2,1 jaar niet te boven gaan. + +**2.** Over de ingevolge een levensloopregeling opgebouwde voorziening mag worden beschikt ten behoeve van loon tijdens een verlofperiode dat, tezamen met het daarnaast van de inhoudingsplichtige genoten loon, niet uitgaat boven het laatstgenoten loon. + +**3.** Het ingevolge een levensloopregeling ingehouden loon wordt overgemaakt naar een geblokkeerde rekening bij een kredietinstelling, als premie gestort bij een verzekeraar voor een verzekering in het kader van een levensloopregeling, dan wel overgemaakt naar de beheerder van een beleggingsinstelling ter verkrijging van een of meer geblokkeerde rechten van deelneming in die instelling. + +**4.** + +Als kredietinstelling, onderscheidenlijk verzekeraar of beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in het derde lid kunnen optreden: + +a. ondernemingen of instellingen aan wie het ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992 is toegestaan hun bedrijf te maken van het ter beschikking krijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen, mits deze kredietinstelling de verplichting ingevolge de levensloopregeling voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen; +b. verzekeraars aan wie het ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 is toegestaan het directe verzekeringsbedrijf uit te oefenen, mits deze verzekeraar de verplichting ingevolge de levensloopregeling rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen; +c. beheerders van beleggingsinstellingen aan wie een vergunning is verleend ingevolge de Wet toezicht beleggingsinstellingen en die zijn gevestigd in Nederland; +d. een ander lichaam dan bedoeld in de onderdelen a, b en c dat voldoet aan door onze Minister te stellen voorwaarden. + +**5.** Een werknemer kan in een kalenderjaar niet zowel een voorziening ingevolge een levensloopregeling opbouwen als sparen ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32. + +**6.** + +Indien op enig tijdstip: + +a. een levensloopregeling niet langer als zodanig is aan te merken, of +b. een aanspraak ingevolge een levensloopregeling wordt afgekocht of vervreemd, of +c. de inhoudingsplichtige aan de werknemer een bijdrage ten behoeve van de levensloopregeling verstrekt, terwijl hij niet in dezelfde mate aan zijn overige werknemers die voor het overige in dezelfde omstandigheden verkeren een bijdrage verstrekt, of de bijdrage onder voorwaarden verstrekt met betrekking tot het moment van beschikken over de opgebouwde voorziening, wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak ingevolge de levensloopregeling aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel, indien deze is overleden, van de gerechtigde tot de aanspraak. + +**7.** Het zesde lid is niet van toepassing voorzover een aanspraak ingevolge een levensloopregeling wordt omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling die na de omzetting nog blijft binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB gestelde begrenzingen. + +**8.** De ingevolge de levensloopregeling opgebouwde voorziening wordt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de werknemer de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, maar uiterlijk op de dag voorafgaand aan het ingaan van het ouderdomspensioen aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer. + +**9.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel. + ## Hoofdstuk III. Tarief ### Artikel 20 @@ -772,10 +828,10 @@ De belasting over een loontijdvak van een jaar wordt bepaald aan de hand van de | Bij een belastbaar loon van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | | | --- | --- | --- | --- | | I | II | III | IV | -| – | € 16 893 | – | 1,80% | -| € 16 893 | € 30 357 | € 304 | 9,35% | -| € 30 357 | € 51 762 | € 1 562 | 42% | -| € 51 762 | – | € 10 552 | 52% | +| – | € 17 046 | – | 2,45% | +| € 17 046 | € 30 631 | € 417 | 9,75% | +| € 30 631 | € 52 228 | € 1 741 | 42% | +| € 52 228 | – | € 10 811 | 52% | @@ -790,7 +846,7 @@ Vervallen In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. belastingtarief eerste schijf: het in de eerste regel van de vierde kolom van de tabel in artikel 20a opgenomen percentage; -b. gecombineerd heffingspercentage: de som van het belastingtarief eerste schijf, het volgens artikel 10a, tweede lid, van de Wet financiering volksverzekeringen vastgestelde premiepercentage voor de algemene ouderdomsverzekering en de volgens artikel 11 van de Wet financiering volksverzekeringen vastgestelde premiepercentages voor de nabestaandenverzekering en de algemene verzekering bijzondere ziektekosten. +b. gecombineerd heffingspercentage: de som van het belastingtarief eerste schijf en de volgens artikel 11 van de Wet financiering sociale verzekeringen vastgestelde premiepercentages voor de algemene ouderdomsverzekering, de nabestaandenverzekering en de algemene verzekering bijzondere ziektekosten. ### Artikel 21a @@ -798,7 +854,7 @@ De heffingskorting voor de loonbelasting is het deel van de standaardloonheffing ### Artikel 21b -Bij de toepassing van artikel 21a op het deel van de standaardloonheffingskorting dat op de ouderenkorting of de aanvullende ouderenkorting betrekking heeft, wordt het gecombineerde heffingspercentage verminderd met het volgens artikel 10a, tweede lid, van de Wet financiering volksverzekeringen voor de algemene ouderdomsverzekering vastgestelde premiepercentage. +Bij de toepassing van artikel 21a op het deel van de standaardloonheffingskorting dat op de ouderenkorting of de alleenstaande ouderenkorting betrekking heeft, wordt het gecombineerde heffingspercentage verminderd met het volgens artikel 11, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de algemene ouderdomsverzekering vastgestelde premiepercentage. ### Artikel 21c @@ -807,14 +863,15 @@ De standaardloonheffingskorting is het gezamenlijke bedrag van: a. de algemene heffingskorting (artikel 22); b. de arbeidskorting (artikel 22a); c. de jonggehandicaptenkorting (artikel 22aa); -d. de ouderenkorting (artikel 22b) en -e. de aanvullende ouderenkorting (artikel 22c). +d. de ouderenkorting (artikel 22b); +e. de alleenstaande ouderenkorting (artikel 22c) en +f. de levensloopverlofkorting (artikel 22ca). ### Artikel 22 **1.** Voor de werknemer is de algemene heffingskorting van toepassing. -**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 1894. +**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 1990. ### Artikel 22a @@ -824,18 +881,18 @@ e. de aanvullende ouderenkorting (artikel 22c). De arbeidskorting wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt de som van: -a. 1,778% van dat loon met een maximum van € 144; en -b. 11,867% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer is dan € 8101. +a. 1,795% van dat loon met een maximum van € 146; en +b. 12,421% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer is dan € 8132. -De arbeidskorting bedraagt maximaal € 1287. +De arbeidskorting bedraagt maximaal € 1357. **3.** In afwijking van het tweede lid, wordt: -a. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 60, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 14,410% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1532; -b. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 62, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 16,933% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1775; -c. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 19,466% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 2019. +a. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 60, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 14,954% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1604; +b. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 62, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 17,467% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1849; +c. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 19,990% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 2095. **4.** @@ -858,27 +915,31 @@ e. buitenlandse arbeidsongeschiktheidsverzekeringen die naar aard en strekking o **1.** Voor de werknemer die een uitkering geniet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, is de jonggehandicaptenkorting van toepassing. -**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 639. +**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 645. ### Artikel 22b -**1.** Voor de werknemer die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 30 778 is de ouderenkorting van toepassing. +**1.** Voor de werknemer die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 31 256 is de ouderenkorting van toepassing. -**2.** De ouderenkorting bedraagt € 454. +**2.** De ouderenkorting bedraagt € 374. ### Artikel 22c -**1.** Voor de werknemer op wie de ouderenkorting van toepassing is en die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a of onderdeel c, van de Algemene Ouderdomswet geniet, is de aanvullende ouderenkorting van toepassing. +**1.** Voor de werknemer die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a of onderdeel c, van de Algemene Ouderdomswet geniet, is de alleenstaande ouderenkorting van toepassing. -**2.** De aanvullende ouderenkorting bedraagt € 287. +**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 562. ### Artikel 22ca -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Voor de werknemer die beschikt over een ingevolge een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g opgebouwde voorziening is de levensloopverlofkorting van toepassing. Voor de werknemer die met toepassing van artikel 19g, zesde lid, beschikt over de opgebouwde voorziening is de levensloopverlofkorting niet van toepassing. + +**2.** De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag waarover met toepassing van artikel 19g wordt beschikt, maar ten hoogste € 185 per kalenderjaar waarin een voorziening in het kader van een levensloopregeling is opgebouwd, verminderd met de bedragen aan levensloopverlofkorting die de werknemer in voorafgaande loontijdvakken reeds heeft genoten. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel. ### Artikel 22d -De in de artikelen 22, 22a, 22aa, 22b en 22c vermelde bedragen en de in artikel 22a vermelde percentages worden bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door de bedragen die, en het percentage dat, krachtens de artikelen 10.1 en 10.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vastgesteld ter vervanging van de in artikelen 8.10, 8.11, 8.16a, 8.17 en 8.18 van die wet vermelde bedragen en de in artikel 8.11 van die wet vermelde percentages. +De in de artikelen 22, 22a, 22aa, 22b, 22c en 22ca vermelde bedragen en de in artikel 22a vermelde percentages worden bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door de bedragen die, en het percentage dat, krachtens de artikelen 10.1 en 10.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vastgesteld ter vervanging van de in de artikelen 8.10, 8.11, 8.16a, 8.17, 8.18 en 8.18a van die wet vermelde bedragen en de in artikel 8.11 van die wet vermelde percentages. ### Artikel 23 @@ -888,7 +949,7 @@ De in de artikelen 22, 22a, 22aa, 22b en 22c vermelde bedragen en de in artikel ### Artikel 24 -Voor de toepassing van de artikelen 21 tot en met 22d ter bepaling van de hoogte van de heffingskorting is beslissend de toestand op het tijdstip waarop de belasting moet worden ingehouden, met dien verstande dat voor de ouderenkorting en de aanvullende ouderenkorting beslissend is de toestand aan het einde van de kalendermaand waarin de belasting moet worden ingehouden. +Voor de toepassing van de artikelen 21 tot en met 22d ter bepaling van de hoogte van de heffingskorting is beslissend de toestand op het tijdstip waarop de belasting moet worden ingehouden, met dien verstande dat voor de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting beslissend is de toestand aan het einde van de kalendermaand waarin de belasting moet worden ingehouden. ### Artikel 25 @@ -918,15 +979,17 @@ c. in andere gevallen: het in het kalenderjaar te genieten loon, indien over het **5.** Als overwerkloon gelden voor de toepassing van dit artikel de beloningen ter zake van arbeid welke wordt verricht gedurende de tijd die uitgaat boven de voor de werknemer geldende normale arbeidsduur. +**6.** Voor het geval de werknemer binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van artikel 27e van inhoudingsplichtige is gewisseld, kunnen voor de toepassing van het vierde lid bij ministeriële regeling aanvullende bepalingen worden gesteld. + ### Artikel 26a Vervallen ### Artikel 26b -In afwijking van de artikelen 20, 20*a* en 26 bedraagt de belasting 52% van het loon ingeval de werknemer zijn naam, adres of woonplaats niet aan de inhoudingsplichtige heeft verstrekt dan wel, ingeval de werknemer loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet, zijn identiteit niet is vastgesteld en opgenomen in de loonadministratie overeenkomstig artikel 28, onderdeel *f*, alsmede ingeval de werknemer ter zake onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inhoudingsplichtige dit weet of redelijkerwijs moet weten. +In afwijking van de artikelen 20, 20*a* en 26 bedraagt de belasting 52% van het loon ingeval de werknemer zijn naam, adres of woonplaats niet aan de inhoudingsplichtige heeft verstrekt dan wel, ingeval de werknemer loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet, zijn identiteit niet is vastgesteld en opgenomen in de loonadministratie overeenkomstig artikel 28, onderdeel e, alsmede ingeval de werknemer ter zake onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inhoudingsplichtige dit weet of redelijkerwijs moet weten. -Indien de belasting ingevolge artikel 27, tweede lid, in één bedrag met de premie voor de volksverzekeringen wordt geheven, wordt in afwijking in zoverre van de eerste volzin het bedrag van de verschuldigde belasting te zamen met het bedrag van de verschuldigde premie voor de volksverzekeringen gesteld op 52% van het loon. +Indien de belasting ingevolge artikel 27b, eerste lid, in één bedrag met de premie voor de volksverzekeringen wordt geheven, wordt in afwijking in zoverre van de eerste volzin het bedrag van de verschuldigde belasting te zamen met het bedrag van de verschuldigde premie voor de volksverzekeringen gesteld op 52% van het loon. ### Artikel 26c @@ -938,47 +1001,55 @@ Vervallen **1.** De belasting wordt geheven door inhouding op het loon. -**2.** Indien de werknemer ook premieplichtig is voor de volksverzekeringen geschiedt de inhouding van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in één bedrag dan wel in een percentage, met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de loonbelasting. Voor gevallen waarin de vorige volzin toepassing vindt, worden, met overeenkomstige toepassing van artikel 25, bij ministeriële regeling tabellen vastgesteld waarin telkens de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in één bedrag dan wel in één percentage worden opgenomen. +**2.** De inhoudingsplichtige is verplicht de belasting in te houden op het tijdstip waarop het loon wordt genoten. -**3.** De inhoudingsplichtige is verplicht de belasting in te houden op het tijdstip waarop het loon wordt genoten. +**3.** De inhouding vindt plaats volgens de op het tijdstip van inhouding voor de werknemer geldende loonbelastingtabel. -**4.** De inhouding vindt plaats volgens de op het tijdstip van inhouding voor de werknemer geldende loonbelastingtabel. +**4.** -**5.** Bij ministeriële regeling worden voor daarbij aan te wijzen gevallen berekeningsvoorschriften vastgesteld aan de hand waarvan uit de in het tweede lid, tweede volzin, bedoelde tabellen het bedrag van de belasting wordt afgeleid. +Overtreft de belasting het van de inhoudingsplichtige genoten loon in geld, dan wordt het ontbrekende geacht te zijn ingehouden op het in het tweede lid omschreven tijdstip, met dien verstande dat de inhoudingsplichtige bevoegd is dat ontbrekende te verhalen op de werknemer. -**6.** +Ingeval het artikel 27b, eerste lid toepassing vindt, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen. -Overtreft de belasting het van de inhoudingsplichtige genoten loon in geld, dan wordt het ontbrekende geacht te zijn ingehouden op het in het derde lid omschreven tijdstip, met dien verstande dat de inhoudingsplichtige bevoegd is dat ontbrekende te verhalen op de werknemer. +**5.** De inhoudingsplichtige is verplicht de in een tijdvak ingehouden belasting op aangifte af te dragen. -Ingeval het tweede lid toepassing vindt, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen. +### Artikel 27a -**7.** De inhoudingsplichtige is verplicht de in een tijdvak ingehouden belasting op aangifte af te dragen. +**1.** In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde wordt de belasting over de in artikel 31 bedoelde eindheffingsbestanddelen geheven van de inhoudingsplichtige. -**8.** Indien het tweede lid en artikel 67b, 67c of 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen beide toepassing vinden, wordt respectievelijk artikel 67b, artikel 67c of artikel 67f van die wet eenmaal toegepast, met dien verstande dat in het tweede lid van artikel 67f van die wet voor «het bedrag van de belasting» wordt gelezen: het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen. - -### Artikel - -Vervallen +**2.** De heffing over eindheffingsbestanddelen, met uitzondering van de aan naheffing onderworpen eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, geschiedt als ware de door de inhoudingsplichtige in een tijdvak verschuldigde belasting door hem op aangifte af te dragen belasting. ### Artikel 27b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien de werknemer ook premieplichtig is voor de volksverzekeringen geschiedt de heffing van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in één bedrag dan wel in één percentage, met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de loonbelasting. + +**2.** Voor gevallen waarin het eerste lid toepassing vindt, worden, met overeenkomstige toepassing van artikel 25, bij ministeriële regeling tabellen vastgesteld waarin telkens de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in één bedrag dan wel in één percentage worden opgenomen. + +**3.** Bij ministeriele regeling worden voor daarbij aan te wijzen gevallen berekeningsvoorschriften vastgesteld aan de hand waarvan uit de in het tweede lid bedoelde tabellen het bedrag van de belasting wordt afgeleid. ### Artikel 27c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien ten aanzien van de werknemer ook premieplicht voor de werknemersverzekeringen bestaat, geschiedt de heffing van de premies voor de werknemersverzekeringen gelijktijdig met die van de belasting en geschiedt de afdracht van die premies en de belasting op één aangifte, een en ander met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de loonbelasting. + +**2.** Toerekening van een betaling op de aangifte bedoeld in het eerste lid geschiedt naar evenredigheid aan de belasting en aan de premies voor de werknemersverzekeringen. ### Artikel 27d -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien de werknemer ook verzekeringsplichtig is in de zin van de Zorgverzekeringswet, geschiedt de heffing van de ingevolge de Zorgverzekeringswet over het loon verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage gelijktijdig met die van de belasting en geschiedt de afdracht van die bijdrage en de belasting op één aangifte, een en ander met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de loonbelasting. + +**2.** Toerekening van een betaling op de aangifte, bedoeld in het eerste lid, geschiedt naar evenredigheid aan de belasting en aan de ingevolge de Zorgverzekeringswet verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage. ### Artikel 27da -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Voorzover de belasting, de premie voor de volksverzekeringen of de premies voor de werknemersverzekeringen gelijktijdig worden geheven en artikel 28b of artikel 67b, 67c of 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen toepassing vindt, wordt dat artikel eenmaal toegepast. ### Artikel 27e -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Met het oog op het beperken van administratieve lasten van een aantal inhoudingsplichtigen die tegelijkertijd aangiften doen, kan de inspecteur op hun verzoek, onder door hem te stellen voorwaarden, deze inhoudingsplichtigen aanwijzen als samenhangende groep inhoudingsplichtigen. + +**2.** De aanwijzing kan en de daarbij gestelde voorwaarden kunnen, al dan niet op verzoek van een of meer inhoudingsplichtigen, worden gewijzigd of ingetrokken. + +**3.** Aanwijzing, wijziging en intrekking vinden plaats bij voor bezwaar vatbare beschikking. ### Artikel 28 @@ -993,15 +1064,39 @@ f. de identiteit van de loon uit tegenwoordige dienstbetrekking genietende werkn ### Artikel 28a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien de inhoudingsplichtige met betrekking tot een aangifte binnen vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het tijdvak is aangevangen waarover die aangifte is gedaan constateert dat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan, is hij verplicht gelijktijdig met de eerstvolgende aangifte, of de daarop volgende aangifte door middel van een correctiebericht alsnog de juiste en volledige gegevens te verstrekken. + +**2.** Indien de inspecteur met betrekking tot een aangifte binnen vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het tijdvak is aangevangen waarover die aangifte is gedaan constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is, kan hij de inhoudingsplichtige verplichten gelijktijdig met een aangifte door middel van een correctiebericht alsnog de juiste en volledige gegevens te verstrekken. + +**3.** De inhoudingsplichtige is gehouden de gegevens bedoeld in het eerste en tweede lid op dezelfde wijze en in dezelfde vorm te verstrekken als van de aangifte. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen van de vorige leden afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot de verplichting voor de inhoudingsplichtige tot het indienen van een correctiebericht, daaronder begrepen regels over de wijze waarop en de termijn waarbinnen een correctiebericht moet worden ingediend. + +**5.** Een correctiebericht is geen bezwaarschrift in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. + +**6.** Indien bij de aangifte een correctiebericht is ingediend en het saldo van de te betalen belasting van de aangifte en het correctiebericht positief is, is de inhoudingsplichtige, in zoverre in afwijking van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, gehouden dit saldo aan de ontvanger te betalen. Voorzover het bedrag van het correctiebericht in mindering wordt gebracht op de bij de aangifte te betalen belasting, wordt heffingsrente vergoed overeenkomstig hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat het tijdvak waarover de heffingsrente wordt berekend, eindigt op de dag van ontvangst van het correctiebericht. De inspecteur stelt het bedrag van de heffingsrente vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. + +**7.** Bij toepassing van het vorige lid wordt een betaling zoveel mogelijk toegerekend aan het correctiebericht. + +**8.** Voor toepassing van de artikelen 20 en 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, wordt met geheel of gedeeltelijk niet betaald zijn van belasting die op aangifte behoort te worden afgedragen gelijkgesteld het geval waarin naar aanleiding van een ingediend correctiebericht te veel is gesaldeerd of teruggegeven. + +**9.** In aanvulling op artikel 20, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vervalt, indien te veel is gesaldeerd, de bevoegdheid tot naheffing door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de saldering heeft plaatsgevonden. ### Artikel 28b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien de inhoudingsplichtige het correctiebericht bedoeld in artikel 28a, eerste en tweede lid, niet, onjuist, onvolledig dan wel niet binnen de gestelde termijn heeft ingediend, vormt dit een verzuim terzake waarvan de inspecteur hem een boete van ten hoogste € 1134 kan opleggen. + +**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete wegens het feit bedoeld in artikel 28a, eerste lid, vervalt door verloop van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar van de aangifte waarop het correctiebericht betrekking had moeten hebben. + +**3.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete wegens het feit bedoeld in artikel 28a, tweede lid, vervalt door verloop van een jaar na het einde van de termijn waarbinnen het correctiebericht had moeten worden gedaan. + +**4.** Aan de inhoudingsplichtige die een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan en die alsnog de juiste of volledige gegevens door middel van een correctiebericht als bedoeld in artikel 28a verstrekt voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden, wordt een boete als bedoeld in artikel 67b, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ter zake van het feit van de onjuiste of onvolledige aangifte niet opgelegd. ### Artikel 28c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien de inhoudingsplichtige de opgave, bedoeld in artikel 28, onderdeel f, niet, onjuist, onvolledig dan wel niet binnen de gestelde termijn heeft verstrekt, vormt dit een verzuim terzake waarvan de inspecteur hem een boete van ten hoogste € 1134 kan opleggen. + +**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete wegens het feit, bedoeld in het eerste lid, vervalt door verloop van één jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de opgave, bedoeld in artikel 28, onderdeel f, had moeten worden verstrekt. ### Artikel 29 @@ -1009,7 +1104,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **2.** De werknemer is echter niet gehouden opgave te verstrekken van gegevens met betrekking tot de heffingskorting. Indien de werknemer deze gegevens niet verstrekt, wordt met de heffingskorting geen rekening gehouden. -**3.** Tot de in het eerste lid en de in artikel 28, onderdelen *a*, *d* en *e*, bedoelde gegevens wordt mede gerekend het sociaal-fiscaalnummer van de werknemer. +**3.** Tot de in het eerste lid en de in artikel 28, onderdelen a en d, bedoelde gegevens wordt mede gerekend het sociaal-fiscaalnummer van de werknemer. **4.** Opgave van naam, adres en woonplaats van de werknemer alsmede van de overige in het eerste lid en in artikel 28, onderdeel *a*, bedoelde gegevens geschiedt door middel van de door de inspecteur uitgereikte of toegezonden loonbelastingverklaring. @@ -1029,61 +1124,62 @@ Vervallen ### Artikel 31 -**1.** In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, wordt de belasting over de in het tweede lid genoemde en bedoelde bestanddelen van het loon (eindheffingsbestanddelen) geheven van de inhoudingsplichtige naar het in het derde lid aangegeven tarief. - -**2.** +**1.** Eindheffingsbestanddelen zijn: a. bestanddelen van het loon waarover de verschuldigde belasting niet is betaald, in verband waarmee aan de inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag wordt opgelegd, behoudens: -1°. voor zover de inhoudingsplichtige verzoekt, onder verstrekking van de daartoe noodzakelijke gegevens, met betrekking tot dat loon het eerste lid niet toe te passen; -2°. voor zover de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking besluit, mede gelet op het aantal werknemers waarop de naheffingsaanslag betrekking heeft, met betrekking tot dat loon het eerste lid niet toe te passen omdat het wel toepassen daarvan zou kunnen leiden tot een zodanig grote afwijking van het belastbare inkomen in de zin van de inkomstenbelasting van een of meer werknemers dat voor hen aanzienlijke voordelen zouden kunnen ontstaan in het kader van de heffing van die belasting, van andere belastingen of in het kader van andere wettelijke regelingen; +1°. voor zover de inhoudingsplichtige verzoekt, onder verstrekking van de daartoe noodzakelijke gegevens, dat loon niet als eindheffingsbestanddeel aan te merken; +2°. voor zover de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking besluit, mede gelet op het aantal werknemers waarop de naheffingsaanslag betrekking heeft, dat loon niet als eindheffingsbestanddeel aan te merken omdat het wel toepassen daarvan zou kunnen leiden tot een zodanig grote afwijking van het belastbare inkomen in de zin van de inkomstenbelasting van een of meer werknemers dat voor hen aanzienlijke voordelen zouden kunnen ontstaan in het kader van de heffing van die belasting, van andere belastingen of in het kader van andere wettelijke regelingen; b. bij voor bezwaar vatbare beschikking door de inspecteur aangewezen bestanddelen van het loon met betrekking waartoe in verband met tijdelijke knelpunten van ernstige aard in redelijkheid niet kan worden gevergd dat de hoofdstukken I tot en met IV ten volle worden toegepast; c. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen van publiekrechtelijke aard die buiten aanmerking worden gelaten in het kader van de heffing van andere belastingen of in het kader van andere wettelijke regelingen; -d. bij ministeriële regeling aan te wijzen loon dat bezwaarlijk kan worden geïndividualiseerd, behoudens ingeval de inhoudingsplichtige verzoekt met betrekking tot dat loon het eerste lid niet toe te passen; -e. bij ministeriële regeling aan te wijzen loon met een bestemmingskarakter; +d. bij ministeriële regeling aan te wijzen loon dat bezwaarlijk kan worden geïndividualiseerd, behoudens ingeval de inhoudingsplichtige verzoekt dat loon niet als eindheffingsbestanddeel aan te merken; +e. loon met een bestemmingskarakter, zijnde: + +1°. loon ter zake van een voor privé-doeleinden ter beschikking gestelde bestelauto als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, indien in verband met de aard van het werk die bestelauto doorlopend afwisselend gebruikt wordt door twee of meer werknemers en in verband daarmee bezwaarlijk is vast te stellen of en aan wie die bestelauto voor privé-doeleinden ter beschikking is gesteld. In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, bedraagt de verschuldigde belasting over dit loon op jaarbasis per bestelauto € 300. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit loon; +2°. overig bij ministeriële regeling aan te wijzen loon; f. loon dat in een kalenderjaar in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling, ingeval de werknemer reeds sedert de eerste dag van het kalenderjaar in dienstbetrekking staat tot de inhoudingsplichtige en deze ten aanzien van hem reeds sedert die dag bij de inhouding van loonbelasting de algemene heffingskorting toepast, tot ten hoogste € 613 per kalenderjaar; g. eenmaal per jaar een geschenk in natura ter gelegenheid van een algemeen erkende feestdag of het Sint-Nicolaasfeest, voor zover de waarde in het economische verkeer daarvan niet meer bedraagt dan € 35; -h. niet tot de hiervoren opgenomen bestanddelen van het loon behorende vergoedingen of verstrekkingen voorzover deze niet meer belopen dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag per maand, behoudens ingeval de inhoudingsplichtige verzoekt met betrekking tot dat loon het eerste lid niet toe te passen. +h. niet tot de hiervoren opgenomen bestanddelen van het loon behorende vergoedingen of verstrekkingen voorzover deze niet meer belopen dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag per maand, behoudens ingeval de inhoudingsplichtige verzoekt dat loon niet als eindheffingsbestanddeel aan te merken. -**3.** +**2.** -Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt bepaald: +Met betrekking tot eindheffingsbestanddelen wordt het bedrag van de verschuldigde belasting bepaald: a. aan de hand van het tabeltarief met betrekking tot: -1°. aan naheffing onderworpen eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *a*; -2°. eindheffingsbestanddelen bij tijdelijke knelpunten van ernstige aard als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *b*; -3°. aangewezen uitkeringen van publiekrechtelijke aard als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *c*; -4°. aangewezen eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *d*, voor zover, te bepalen bij ministeriële regeling, de verwerving van het loon niet het gebruik of verbruik daarvan meebrengt; -5°. eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel h; +1°. aan naheffing onderworpen eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; +2°. eindheffingsbestanddelen bij tijdelijke knelpunten van ernstige aard als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; +3°. aangewezen uitkeringen van publiekrechtelijke aard als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c; +4°. aangewezen eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, voor zover, te bepalen bij ministeriële regeling, de verwerving van het loon niet het gebruik of verbruik daarvan meebrengt; +5°. eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h; b. aan de hand van het enkelvoudige tarief met betrekking tot: -1°. aangewezen niet in geld genoten eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *d*, andere dan bedoeld in onderdeel *a*, onder 4°; -2°. aangewezen eindheffingsbestanddelen met een bestemmingskarakter als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *e*; +1°. aangewezen niet in geld genoten eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, andere dan bedoeld in onderdeel a, onder 4°; +2°. aangewezen eindheffingsbestanddelen met een bestemmingskarakter als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, onder 2°; c. naar een tarief van: -1°. 25 percent, met betrekking tot spaarloon als bedoeld in tweede lid, onderdeel f; -2°. 15 percent, met betrekking tot geschenken in natura als bedoeld in het tweede lid, onderdeel g. +1°. 25 percent, met betrekking tot spaarloon als bedoeld in eerste lid, onderdeel f; +2°. 15 percent, met betrekking tot geschenken in natura als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g. -**4.** Ingeval het tabeltarief van toepassing is wordt het bedrag van de verschuldigde belasting bepaald aan de hand van de voor het tijdvak waarin het loon is genoten geldende in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel, waarbij wordt aangenomen dat de inhoudingsplichtige de belasting en de bij reguliere betaling van het loon verschuldigde premie ingevolge de Ziekenfondswet alsmede de daarover verschuldigde premie ingevolge de Werkloosheidswet aanstonds voor zijn rekening heeft genomen. Voor zover bij naheffing als bedoeld in het derde lid, onderdeel *a*, aannemelijk is dat de inhoudingsplichtige de belasting en premie pas later voor zijn rekening heeft genomen, wordt in zoverre van de eerste volzin afgeweken en wordt het voor de werknemer ontstane voordeel in de eindheffing betrokken naar de situatie ten tijde van het voor rekening van de inhoudingsplichtige nemen, doch uiterlijk ten tijde van de naheffing. +**3.** Ingeval het tabeltarief van toepassing is wordt het bedrag van de verschuldigde belasting bepaald aan de hand van de voor het tijdvak waarin het loon is genoten geldende in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel, waarbij wordt aangenomen dat de inhoudingsplichtige de belasting en de bij reguliere betaling van het loon verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet alsmede de daarover verschuldigde premie ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen aanstonds voor zijn rekening heeft genomen. Voor zover bij naheffing als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, aannemelijk is dat de inhoudingsplichtige de belasting en premie pas later voor zijn rekening heeft genomen, wordt in zoverre van de eerste volzin afgeweken en wordt het voor de werknemer ontstane voordeel in de eindheffing betrokken naar de situatie ten tijde van het voor rekening van de inhoudingsplichtige nemen, doch uiterlijk ten tijde van de naheffing. -**5.** Ingeval het enkelvoudige tarief van toepassing is wordt het bedrag van de verschuldigde belasting bepaald aan de hand van de voor het tijdvak waarin het loon is genoten geldende in artikel 20*a*, eerste lid, opgenomen tabel, waarbij buiten beschouwing wordt gelaten dat de belasting wordt geheven van de inhoudingsplichtige. +**4.** Ingeval het enkelvoudige tarief van toepassing is wordt het bedrag van de verschuldigde belasting bepaald aan de hand van de voor het tijdvak waarin het loon is genoten geldende in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel, waarbij buiten beschouwing wordt gelaten dat de belasting wordt geheven van de inhoudingsplichtige. -**6.** In afwijking in zoverre van artikel 13, eerste lid, en onverminderd de toepassing van artikel 13, tweede lid, wordt voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel h, en het derde lid, onderdeel a, onder 5°, de waarde van niet in geld genoten loon gesteld op de waarde die daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend. +**5.** In afwijking in zoverre van artikel 13, eerste lid, en onverminderd de toepassing van artikel 13, tweede lid, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel h, en het tweede lid, onderdeel a, onder 5°, de waarde van niet in geld genoten loon gesteld op de waarde die daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend. -**7.** Voor de bepaling van de verschuldigde belasting op de voet van het enkelvoudige tarief wordt, voor zover artikel 13, tweede lid, geen toepassing heeft gevonden, in afwijking in zoverre van artikel 13, eerste lid, niet in geld genoten loon in aanmerking genomen naar de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend. +**6.** Voor de bepaling van de verschuldigde belasting op de voet van het enkelvoudige tarief wordt, voor zover artikel 13, tweede lid, geen toepassing heeft gevonden, in afwijking in zoverre van artikel 13, eerste lid, niet in geld genoten loon in aanmerking genomen naar de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend. -**8.** Voor de bepaling van de verschuldigde belasting op de voet van het derde lid, onderdeel *c*, wordt buiten beschouwing gelaten dat de belasting wordt geheven van de inhoudingsplichtige. +**7.** Voor de bepaling van de verschuldigde belasting op de voet van het tweede lid, onderdeel c, wordt buiten beschouwing gelaten dat de belasting wordt geheven van de inhoudingsplichtige. -**9.** Ingeval loon als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, wordt genoten in de vorm van aandelenoptierechten als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, of in de vorm van aandelen in het kapitaal van de inhoudingsplichtige of in dat van een met hem verbonden vennootschap, wordt het bedrag genoemd in bedoeld onderdeel f verhoogd. De verhoging bedraagt het in het tweede lid, onderdeel f, genoemde bedrag voor de toepassing van de eerste volzin, verminderd met het niet in de vorm van aandelenoptierechten of in de vorm van aandelen in het kapitaal van de inhoudingsplichtige of in dat van een met hem verbonden vennootschap, gespaarde bedrag. +**8.** Ingeval loon als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt genoten in de vorm van aandelenoptierechten als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, of in de vorm van aandelen in het kapitaal van de inhoudingsplichtige of in dat van een met hem verbonden vennootschap, wordt het bedrag genoemd in bedoeld onderdeel f verhoogd. De verhoging bedraagt het in het eerste lid, onderdeel f, genoemde bedrag voor de toepassing van de eerste volzin, verminderd met het niet in de vorm van aandelenoptierechten of in de vorm van aandelen in het kapitaal van de inhoudingsplichtige of in dat van een met hem verbonden vennootschap, gespaarde bedrag. -**10.** Voorzover in hetzelfde loontijdvak of dezelfde loontijdvakken door meer dan één werknemer eindheffingsbestanddelen worden genoten kan, mits dat leidt tot een beduidende vereenvoudiging van de vaststelling van de verschuldigde belasting, de verschuldigde belasting globaal worden vastgesteld, zodanig dat deze redelijkerwijs overeenkomt met de verschuldigde belasting die op de voet van de vorige leden zou zijn bepaald. +**9.** Voorzover in hetzelfde loontijdvak of dezelfde loontijdvakken door meer dan één werknemer eindheffingsbestanddelen worden genoten kan, mits dat leidt tot een beduidende vereenvoudiging van de vaststelling van de verschuldigde belasting, de verschuldigde belasting globaal worden vastgesteld, zodanig dat deze redelijkerwijs overeenkomt met de verschuldigde belasting die op de voet van de vorige leden zou zijn bepaald. -**11.** De heffing over eindheffingsbestanddelen, met uitzondering van de aan naheffing onderworpen eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *a*, geschiedt als ware de door de inhoudingsplichtige in een tijdvak verschuldigde belasting door hem op aangifte af te dragen belasting. +**10.** Ingeval de werknemer in het kalenderjaar binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van artikel 27e van inhoudingsplichtige is gewisseld, wordt er voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel f, geacht geen wisseling van inhoudingsplichtige te hebben plaatsgevonden. -**12.** De in het tweede en het derde lid bedoelde ministeriële regelingen worden, voorzover het de premie voor de volksverzekeringen betreft, getroffen in overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. +**11.** De in het eerste en tweede lid bedoelde ministeriële regelingen worden, voorzover het de premie voor de volksverzekeringen betreft, getroffen in overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ### Artikel 31a @@ -1091,7 +1187,7 @@ Vervallen ### Artikel 32 -**1.** Onder spaarloonregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling – niet zijnde een pensioenregeling – die voorziet in sparen van loon (spaarloon) dat gedurende ten minste vier jaar niet ter beschikking van de werknemer komt, tenzij het spaarloon wordt opgenomen ter zake van de verwerving van diens eigen woning als hoofdverblijf, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3.124, onderdeel b en 3.125, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de voldoening van premies ingevolge bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de financiering van kinderopvang als bedoeld in artikel 16c, vijfde lid, of bij beëindiging van diens dienstbetrekking. Ingeval het spaarloon door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van diens dienstbetrekking, wordt voor elke maand gedurende welke het spaarloon voortijdig is opgenomen belasting geheven van de werknemer ter zake van een evenredig deel van het spaarloon. +**1.** Onder spaarloonregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling – niet zijnde een pensioenregeling – die voorziet in sparen van loon (spaarloon) dat gedurende ten minste vier jaar niet ter beschikking van de werknemer komt, tenzij het spaarloon wordt opgenomen ter zake van de verwerving van diens eigen woning als hoofdverblijf, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3.124, onderdeel b en 3.125, eerste lid, onderdelen a en c van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de voldoening van premies ingevolge bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de financiering van kinderopvang als bedoeld in artikel 16c, vijfde lid, of bij beëindiging van diens dienstbetrekking. Ingeval het spaarloon door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van diens dienstbetrekking, wordt voor elke maand gedurende welke het spaarloon voortijdig is opgenomen belasting geheven van de werknemer ter zake van een evenredig deel van het spaarloon. **2.** Om als spaarloonregeling te worden aangemerkt, dient de deelname daaraan open te staan voor ten minste driekwart van de werknemers van de inhoudingsplichtige. @@ -1107,9 +1203,9 @@ c. regelen worden gesteld ter verzekering van het heffen van belasting over uitb ### Artikel 32a -**1.** Voor de toepassing van artikel 31, vierde en vijfde lid, worden bij ministeriële regeling regels gesteld voor het bepalen van het op de eindheffingsbestanddelen toe te passen tarief. Daarbij kunnen de gevolgen van het passeren van tariefschijfgrenzen en maximum premielonen buiten beschouwing blijven en kunnen voorts de noodzakelijke afrondingen en vereenvoudigingen worden toegepast. Indien ingevolge de Werkloosheidswet premie is verschuldigd waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt het percentage in aanmerking genomen dat wordt vastgesteld krachtens artikel 9, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet. +**1.** Voor de toepassing van artikel 31, derde en vierde lid, worden bij ministeriële regeling regels gesteld voor het bepalen van het op de eindheffingsbestanddelen toe te passen tarief. Daarbij kunnen de gevolgen van het passeren van tariefschijfgrenzen en maximum premielonen buiten beschouwing blijven en kunnen voorts de noodzakelijke afrondingen en vereenvoudigingen worden toegepast. Indien ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen premie is verschuldigd waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt het percentage in aanmerking genomen dat wordt vastgesteld krachtens artikel 9, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet. -**2.** Voor gevallen waarin tevens artikel 27, tweede lid, van toepassing is worden in de in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling, met overeenkomstige toepassing van artikel 31, vierde en vijfde lid, tevens regels gesteld volgens welke telkens de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in één bedrag dan wel in één percentage kunnen worden afgeleid. +**2.** Voor gevallen waarin tevens artikel 27b, eerste lid, van toepassing is worden in de in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling, met overeenkomstige toepassing van artikel 31, derde en vierde lid, tevens regels gesteld volgens welke telkens de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in één bedrag dan wel in één percentage kunnen worden afgeleid. ### Artikel 32aa @@ -1129,6 +1225,19 @@ c. regelen worden gesteld ter verzekering van het heffen van belasting over uitb **8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel. +### Artikel 32ab + +**1.** Als eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31 worden mede aangemerkt bij ministeriële regeling aan te wijzen verstrekkingen aan anderen dan eigen werknemers, waarvoor geen inhoudingsplicht bestaat bij of krachtens een ander artikel van deze wet, ingeval de verstrekker schriftelijke mededeling doet aan de ontvanger van het toepassing vinden van deze eindheffing en aannemelijk kan maken wie de ontvanger is van de verstrekking. + +**2.** Degene die een mededeling heeft gedaan dat hij eindheffing toepast, wordt, zo hij dat nog niet is, aangemerkt als inhoudingsplichtige. + +**3.** + +Met betrekking tot een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in het eerste lid wordt het bedrag van de verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 31, tweede lid, bepaald naar een tarief van: + +1°. 45 percent, met betrekking tot een verstrekking waarvan de waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 136; +2°. 75 percent, met betrekking tot een verstrekking waarvan de waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 136. + ### Artikel 32b Ter bevordering van een goede uitvoering van dit hoofdstuk kunnen bij ministeriële regeling nadere, zonodig afwijkende regels worden gesteld. @@ -1209,7 +1318,7 @@ c. verstrekkingen die strekken tot voorkoming van reis- en verblijfkosten ter be d. aanspraken ingevolge de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet; e. aanspraken, die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken als bedoeld in onderdeel d; f. aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval en -g. bedragen die worden ingehouden als premie ingevolge de Werkloosheidswet en als bijdrage voor aanspraken die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken bedoeld in onderdeel e, alsmede bijdrage voor aanspraken, bedoeld in onderdeel f. +g. bedragen die worden ingehouden als premie ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen en als bijdrage voor aanspraken die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken bedoeld in onderdeel e, alsmede bijdrage voor aanspraken, bedoeld in onderdeel f. **4.** Tot de gage behoort mede niet het aan de artiest of beroepssporter toe te rekenen deel van hetgeen blijkens een beschikking van de inspecteur als een niet tot de gage behorende vergoeding kan worden aangemerkt (kostenvergoedingsbeschikking). De kostenvergoedingsbeschikking wordt op verzoek door de inspecteur verstrekt en is vatbaar voor bezwaar. Het verzoek wordt voor het optreden of de sportbeoefening gedaan door de artiest, de beroepssporter of de inhoudingsplichtige, dan wel uiterlijk een maand na het optreden of de sportbeoefening door de inhoudingsplichtige. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de kostenvergoedingsbeschikking. @@ -1275,9 +1384,8 @@ De inhoudingsplichtige is gehouden volgens bij ministeriële regeling te stellen a. van de artiest of beroepssporter opgave te verlangen van gegevens waarvan de kennisneming voor de heffing van de belasting van belang kan zijn; b. van de in Nederland wonende artiest of beroepssporter opgave te verlangen van zijn sociaal-fiscaalnummer; c. een loonadministratie te voeren en daarbij de gegevens te administreren met betrekking tot de gage en met betrekking tot vergoedingen en verstrekkingen die niet tot de gage behoren; -d. aan de inspecteur opgave te doen van de in een kalenderjaar door de artiest of beroepssporter genoten gage, van de ingehouden belasting en van andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting; -e. aan de in Nederland wonende artiest of beroepssporter, alsmede, op diens verzoek, aan de niet in Nederland wonende artiest of beroepssporter, opgave te doen van de in een kalenderjaar genoten gage, van de ingehouden belasting en van andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting; -f. de identiteit van de artiest of beroepssporter vast te stellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht, alsmede de aard, het nummer en een afschrift daarvan in de loonadministratie op te nemen. +d. aan de in Nederland wonende artiest of beroepssporter, alsmede, op diens verzoek, aan de niet in Nederland wonende artiest of beroepssporter, opgave te doen van de in een kalenderjaar genoten gage, van de ingehouden belasting en van andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting; +e. de identiteit van de artiest of beroepssporter vast te stellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht, alsmede de aard, het nummer en een afschrift daarvan in de loonadministratie op te nemen. **2.** Met betrekking tot de in dit artikel bedoelde verplichtingen is artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet van toepassing. @@ -1303,7 +1411,7 @@ c. verstrekkingen die strekken tot voorkoming van reis- en verblijfkosten ter be d. aanspraken ingevolge de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet; e. aanspraken, die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken als bedoeld in onderdeel d; f. aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval en -g. bedragen die worden ingehouden als premie ingevolge de Werkloosheidswet en als bijdrage voor aanspraken die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken bedoeld in onderdeel e, alsmede bijdrage voor aanspraken, bedoeld in onderdeel f. +g. bedragen die worden ingehouden als premie ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen en als bijdrage voor aanspraken die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken bedoeld in onderdeel e, alsmede bijdrage voor aanspraken, bedoeld in onderdeel f. **4.** Tot de gage behoort mede niet hetgeen blijkens een beschikking van de inspecteur als een niet tot de gage behorende vergoeding kan worden aangemerkt (kostenvergoedingsbeschikking). De kostenvergoedingsbeschikking wordt op verzoek door de inspecteur verstrekt en is vatbaar voor bezwaar. Het verzoek wordt voor het optreden of de sportbeoefening gedaan door het gezelschap of de inhoudingsplichtige, dan wel uiterlijk een maand na het optreden of de sportbeoefening door de inhoudingsplichtige. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de kostenvergoedingsbeschikking. @@ -1378,8 +1486,7 @@ De inhoudingsplichtige is gehouden volgens bij ministeriële regeling te stellen a. van het buitenlandse gezelschap opgave te verlangen van gegevens waarvan de kennisneming voor de heffing van de belasting van belang kan zijn; b. een loonadministratie te voeren en daarbij de gegevens te administreren met betrekking tot de gage en met betrekking tot vergoedingen en verstrekkingen die niet tot de gage behoren; -c. aan de inspecteur opgave te doen van de in een kalenderjaar door het gezelschap ontvangen gage, van de ingehouden belasting en van andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting; -d. de identiteit van een zo groot mogelijk deel, doch ten minste het merendeel van de leden van het gezelschap vast te stellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht, alsmede de aard, het nummer en een afschrift daarvan in de loonadministratie op te nemen. +c. de identiteit van een zo groot mogelijk deel, doch ten minste het merendeel van de leden van het gezelschap vast te stellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht, alsmede de aard, het nummer en een afschrift daarvan in de loonadministratie op te nemen. ### Artikel 35n @@ -1395,7 +1502,7 @@ Artikel 10a zoals dat luidde op 31 december 2004 blijft van toepassing op vóór **1.** Met betrekking tot op 31 december 2000 bestaande rechten op vakantieverlof en compensatieverlof is artikel 10, derde lid en artikel 11, eerste lid, onderdeel r, onder 1°, niet van toepassing. -**2.** Met betrekking tot op 27 december 2000 reeds overeengekomen regelingen voor verlofsparen zijn tot 1 januari 2006 de regels die daarvoor golden op 27 december 2000 van kracht. +**2.** De aanspraken die voor 1 januari 2006 zijn opgebouwd ingevolge een regeling voor verlofsparen worden aangemerkt als aanspraken opgebouwd ingevolge een levensloopregeling. ### Artikel 36b @@ -1432,6 +1539,8 @@ In afwijking in zoverre van het eerste lid blijven de artikelen 11, 18g, 18i, 19 a. die voor 1 januari 2006 reeds een of meer uitkeringen ingevolge deze regeling genoten, of b. die voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt en ten aanzien van wie de uitkeringen die ingevolge deze regeling worden gedaan met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden herrekend ingeval de uitkeringen later ingaan dan op de in de regeling vastgestelde ingangsdatum. +**3.** Een aanspraak ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in het tweede lid kan met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden omgezet in een aanspraak ingevolge een ouderdomspensioenregeling, voorzover het ouderdomspensioen na de omzetting niet meer bedraagt dan 100% van het laatstverdiende loon. + ### Artikel 38d **1.** Voor een op 31 december 2004 bestaande prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, blijft tot en met 31 december 2005 artikel 38a, zoals dit artikel luidde op 31 december 2004, van toepassing. @@ -1472,9 +1581,21 @@ a. een overbruggingspensioen als bedoeld in artikel 18e, zoals dit artikel op 31 b. uitkeringen ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 18i, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde; c. een prepensioen als bedoeld in artikel 38a, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde. +### Artikel 38h + +**1.** Een op 31 december 2004 bestaande aanspraak die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend als gevolg van de met ingang van 1 januari 2005 in werking getreden wijzigingen van deze wet niet langer als een aanspraak ingevolge een pensioenregeling is aan te merken, wordt in afwijking in zoverre van het bij deze wet bepaalde tot en met 31 december 2006 toch als een aanspraak ingevolge een pensioenregeling aangemerkt, onder gehoudenheid van de inhoudingsplichtige tot afdracht van de in het tweede lid aangeduide heffing. + +**2.** Ter zake van de in het eerste lid bedoelde aanspraak is de inhoudingsplichtige verschuldigd een heffing naar een tarief van 52% en over een grondslag als geduid in het derde lid. + +**3.** De grondslag waarover de heffing is verschuldigd, is het positieve verschil tussen de toename van de waarde in het economische verkeer van de aanspraak en de toename van de waarde in het economische verkeer van de aanspraak ingeval op 1 januari 2006 de pensioenregeling reeds zodanig zou zijn aangepast dat deze blijft binnen de begrenzingen zoals die gelden met ingang van 1 januari 2005. De in de eerste volzin bedoelde grondslag wordt aangemerkt als loon dat als een eindheffingsbestanddeel wordt belast. + +**4.** Uitkeringen en verstrekkingen uit een aanspraak als bedoeld in het eerste lid behoren tot het loon, onverminderd de omstandigheid dat de inhoudingsplichtige ingevolge het eerste lid de aldaar bedoelde heffing is verschuldigd. + +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel waaronder regels om te komen tot een praktische benadering van de grondslag. + ### Artikel 38i -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op een goede invoering of een doelmatige toepassing van de wijzigingen die zijn aangebracht in deze wet bij de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling, regels worden gesteld waarbij zo nodig kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IIB of hoofdstuk VIII van deze wet. ### Artikel 39