2004-08-25 | BWBR0004054 | Meststoffenwet
This commit is contained in:
parent
7d15a63517
commit
5778b6528e
1 changed files with 60 additions and 31 deletions
|
|
@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Meststoffenwet
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
|
||||
b. grond: dat deel van de bodem dat wordt gebruikt of is bestemd om te worden gebruikt als voedingsbodem voor planten;
|
||||
c. groeimedium: materiaal in vaste of vloeibare vorm, niet zijnde grond, dat wordt gebruikt of is bestemd om te worden gebruikt als voedingsbodem voor planten;
|
||||
d. meststoffen: producten die bestemd zijn om
|
||||
|
|
@ -50,7 +50,7 @@ y. fosfaat: fosfor, in welke vorm of verbinding dan ook, vermenigvuldigd met de
|
|||
z. stikstof: stikstof, in welke vorm of verbinding dan ook;
|
||||
aa. zand- of lössgrond: perceel dat op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde kaarten wordt aangeduid als zand- of lössgrond, welke aanduiding geschiedt als het perceel blijkens na 1950 genomen representatieve monsters van de grondlaag tot een diepte van ten hoogste 120 centimeter onder het maaiveld voor ten minste de helft bestaat uit zand of löss, alsmede perceel kleiner dan 12,5 hectare dat is omsloten door percelen die voldoen aan de voornoemde criteria;
|
||||
ab. klei- of veengrond: grond, niet zijnde zand- of lössgrond;
|
||||
ac. uitspoelingsgevoelige grond: zand- of lössgrond die op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde kaarten wordt aangeduid als uitspoelingsgevoelige grond, welke aanduiding geschiedt als bij ten minste twee derde deel van het perceel sprake is van een gemiddeld hoogste grondwaterstand van ten minste 40 centimeter onder het maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand van meer dan 120 centimeter onder het maaiveld;
|
||||
ac. uitspoelingsgevoelige grond: zand- of lössgrond die op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde kaarten wordt aangeduid als uitspoelingsgevoelige grond, welke aanduiding geschiedt als bij ten minste twee derde deel van het perceel sprake is van een gemiddeld hoogste grondwaterstand van ten minste 80 centimeter onder het maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand van meer dan 120 centimeter onder het maaiveld;
|
||||
ad. mestproductierecht: hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in onderscheidenlijk kilogrammen fosfaat varkens- en kippenmest, in kilogrammen fosfaat rundvee- en kalkoenenmest en in kilogrammen fosfaat mest afkomstig van één of meer andere in bijlage A bij deze wet opgenomen diersoorten, die ingevolge artikel 55, eerste, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, op een bedrijf ten hoogste mag worden geproduceerd, zoals deze hoeveelheid is gewijzigd door toepassing van het bij of krachtens deze wet, de wet van 2 mei 1997, houdende wijziging van de Meststoffenwet (Stb. 360) en de Wet verplaatsing mestproductie bepaalde;
|
||||
ae. niet-gebonden mestproductierecht: deel van het mestproductierecht dat de hoeveelheid overeenkomend met 125 kilogram fosfaat per jaar per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond overschrijdt, zoals dat voor de desbetreffende diersoort geldt op grond van het bij of krachtens deze wet, de wet van 2 mei 1997, houdende wijziging van de Meststoffenwet en de Wet verplaatsing mestproductie bepaalde;
|
||||
af. varkensrecht: varkensrecht als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet herstructurering varkenshouderij;
|
||||
|
|
@ -459,28 +459,42 @@ De opname van meststoffen door het gewas, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, on
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, in 2002 is:
|
||||
Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, in 2002 en in 2003 is:
|
||||
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in 2002 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 25 kilogram fosfaat voor grasland en 30 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk:
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tothet bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 25 kilogram fosfaat voor grasland en 30 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk:
|
||||
|
||||
– 220 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 190 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 150 kilogram stikstof voor op klei- of veengrond gelegen bouwland en braakland,
|
||||
– 150 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland,
|
||||
– 100 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en
|
||||
– 110 kilogram stikstof voor het overige bouwland en braakland;
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in 2002 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, in 2003 en in de daarop volgende jaren is:
|
||||
Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, in 2004 is:
|
||||
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk:
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in 2004 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat voor grasland en 25 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk:
|
||||
|
||||
– 180 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 160 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 135 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland,
|
||||
– 80 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en
|
||||
– 100 kilogram stikstof voor het overige bouw- en braakland;
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in 2004 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, in 2005 is:
|
||||
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in 2005 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk:
|
||||
|
||||
– 180 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 140 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 100 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en
|
||||
– 60 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland;
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
– 125 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland,
|
||||
– 80 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en
|
||||
– 100 kilogram stikstof voor het overige bouwland en braakland;
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in 2005 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -546,28 +560,42 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, in 2002 is:
|
||||
Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, in 2002 en in 2003 is:
|
||||
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in 2002 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 25 kilogram fosfaat voor grasland en 30 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk:
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tothet bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 25 kilogram fosfaat voor grasland en 30 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk:
|
||||
|
||||
– 220 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 190 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 150 kilogram stikstof voor op klei- of veengrond gelegen bouwland en braakland,
|
||||
– 150 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland,
|
||||
– 100 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en
|
||||
– 110 kilogram stikstof voor het overige bouwland en braakland;
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in 2002 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, in 2003 en in de daarop volgende jaren is:
|
||||
Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, in 2004 is:
|
||||
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk:
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in 2004 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat voor grasland en 25 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk:
|
||||
|
||||
– 180 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 160 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 135 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland,
|
||||
– 80 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en
|
||||
– 100 kilogram stikstof voor het overige bouwland en braakland;
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in 2004 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, in 2005 is:
|
||||
|
||||
a. per hectare van de gemiddeld in 2005 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk:
|
||||
|
||||
– 180 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 140 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland,
|
||||
– 100 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en
|
||||
– 60 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland;
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
– 125 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouw- en braakland,
|
||||
– 80 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouw- en braakland en
|
||||
– 100 kilogram stikstof voor het overige bouw- en braakland;
|
||||
b. per hectare van de gemiddeld in 2005 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -673,7 +701,8 @@ a. voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 uit
|
|||
b. de in de artikelen 10, eerste lid, 11, 12 en 26 van de Invorderingswet 1990 bedoelde bevoegdheden uitsluitend toekomen aan de door Onze Minister aangewezen functionaris, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 26 van die wet de bij regeling van Onze Minister van Financiën gestelde regels van toepassing zijn;
|
||||
c. de overige bij invordering van toepassing zijnde bevoegdheden, met uitzondering van die bedoeld in de artikelen 24, 25 en 58 van de Invorderingswet 1990, uitsluitend toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
d. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 24 van de Invorderingswet 1990, zowel toekomt aan de door Onze Minister aangewezen functionaris als aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
e. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 25 en 58 van de Invorderingswet 1990, toekomen aan de door Onze Minister aangewezen functionaris indien hij met de invordering is belast, en toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, indien deze laatste met de invordering is belast.
|
||||
e. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 25 en 58 van de Invorderingswet 1990, toekomen aan de door Onze Minister aangewezen functionaris indien hij met de invordering is belast, en toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, indien deze laatste met de invordering is belast;
|
||||
f. voor de toepassing van hoofdstuk III van de Invorderingswet 1990 zowel de door Onze Minister aangewezen functionaris als de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, bevoegd is tot het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
|
||||
|
||||
**5.** In het kader van het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt voor de toepassing van artikel 17 van de Invorderingswet 1990 voor «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
|
||||
|
||||
|
|
@ -683,13 +712,11 @@ e. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 25 en 58 van de Invorderingswet 1990
|
|||
|
||||
### Artikel 42a
|
||||
|
||||
**1.** Bij de aangifte van de heffingen, bedoeld in de titels 1 en 2, wordt een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent overgelegd indien de veebezetting op het bedrijf in het desbetreffende kalenderjaar gemiddeld meer is dan 2,5 grootvee-eenheden per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond.
|
||||
|
||||
**2.** De omrekening van dieren van de onderscheiden diercategorieën naar grootvee-eenheden geschiedt overeenkomstig de daarvoor in bijlage A bij deze wet opgenomen normen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval in een kalenderjaar de belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, bedoeld in artikel 24, minder is dan nihil, wordt deze verrekend met de belastbare hoeveelheden van de voorgaande zes kalenderjaren.
|
||||
**1.** Ingeval in een kalenderjaar de belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, bedoeld in artikel 24, minder is dan nihil, wordt deze verrekend met de belastbare hoeveelheden van de voorgaande acht kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**2.** Indien na de verrekening een belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof van minder dan nihil resteert, wordt deze verrekend met de daarop volgende kalenderjaren. De verrekening vindt plaats door vermindering van de belastbare hoeveelheid van een volgend jaar tot ten minste nihil.
|
||||
|
||||
|
|
@ -701,6 +728,8 @@ e. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 25 en 58 van de Invorderingswet 1990
|
|||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verrekening en de vaststelling van het saldo.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder verrekening van het saldo van een bedrijf mogelijk is bij samenvoeging van het bedrijf met een ander bedrijf.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** Een subsidie wordt verleend indien de belastbare hoeveelheid mineralen, bedoeld in artikel 24, minder is dan nihil.
|
||||
|
|
@ -715,13 +744,13 @@ e. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 25 en 58 van de Invorderingswet 1990
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
De verminderingen, bedoeld in de artikelen 16, onderdeel b, 24, onderdeel b, 31, 47, 48 en 49 worden uitsluitend toegepast indien de heffingplichtige het recht tot vermindering kan aantonen op basis van de ter zake bij te houden, te bewaren, over te leggen of af te dragen gegevens, bescheiden en bewijsstukken, en indien aan de overigens ter zake gestelde regels is voldaan, waaronder de regels met betrekking tot de vaststelling van de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof waar de vermindering mee gepaard gaat.
|
||||
De verminderingen, bedoeld in de artikelen 16, onderdeel b, 24, onderdeel b, 31, 47, 48, 49 en 49a worden uitsluitend toegepast indien de heffingplichtige het recht tot vermindering kan aantonen op basis van de ter zake bij te houden, te bewaren, over te leggen of af te dragen gegevens, bescheiden en bewijsstukken, en indien aan de overigens ter zake gestelde regels is voldaan, waaronder de regels met betrekking tot de vaststelling van de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof waar de vermindering mee gepaard gaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor de bepaling van het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, en voor de bepaling van het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per hectare van de gemiddeld in het jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond of natuurterrein worden vastgesteld die afwijken van de in de artikelen 19 en 26 genoemde hoeveelheden. De afwijking bedraagt ten hoogste 35%.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen voor de bepaling van het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, en voor de bepaling van het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per hectare van de gemiddeld in het jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond of natuurterrein worden vastgesteld die afwijken van de in de artikelen 19 en 26 genoemde hoeveelheden.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde afwijkende hoeveelheden kunnen verschillend worden vastgesteld al naar gelang sprake is van grond met een hoog of laag fosfaat- of stikstofgehalte, zand- of lössgrond, klei- of veengrond, uitspoelingsgevoelige grond, niet-uitspoelingsgevoelige grond of andere bij de maatregel op basis van de grondsoort of grondwaterstand aangeduide gronden.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde afwijkende hoeveelheden kunnen verschillend worden vastgesteld al naar gelang sprake is van grond met een hoog of laag fosfaat- of stikstofgehalte, zand- of lössgrond, klei- of veengrond, uitspoelingsgevoelige grond, niet-uitspoelingsgevoelige grond of andere bij de regeling op basis van de grondsoort of grondwaterstand aangeduide gronden.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
|
|
@ -749,7 +778,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
|
|||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen de tarieven genoemd in de artikelen 20, 27, 33, en 36 worden vervangen door andere tarieven. Een verhoging van het tarief bedraagt maximaal 100% van het oorspronkelijke tarief.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen de hoeveelheden fosfaat en stikstof genoemd in de artikelen 17a, 18, 19, 25a, 26 en 46 worden vervangen door andere hoeveelheden fosfaat en stikstof.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen de hoeveelheden fosfaat en stikstof genoemd in de artikelen 17a, 18 en 25a worden vervangen door andere hoeveelheden fosfaat en stikstof.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen de bijlagen bij deze wet worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1395,7 +1424,7 @@ De voordracht voor algemene maatregelen van bestuur krachtens deze wet wordt Ons
|
|||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
Een krachtens de artikelen 6, 46, eerste lid, 47, 48, 49, 50, 58, 58aq, tweede lid, en 80 vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.
|
||||
Een krachtens de artikelen 6, 47, 48, 49, 50, 58, 58aq, tweede lid, en 75 vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
|
|
@ -1403,7 +1432,7 @@ Onze Minister kan de bevoegdheden die hem toekomen ingevolge artikel 41, eerste
|
|||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
De ministeriële regelingen bedoeld in hoofdstuk IV, behoudens titel 6, en in artikel 59 worden vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
|
||||
De ministeriële regelingen bedoeld in hoofdstuk IV, behoudens titel 5, en in artikel 59 worden vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue