2006-01-01 | BWBR0002682 | Wet verontreiniging oppervlaktewateren

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 86eafebddd
commit 57c13886e4

View file

@ -425,27 +425,7 @@ d. meting, bemonstering en analyse niet of niet geheel zijn geschied in overeens
### Artikel 21a
**1.** Ten behoeve van een experiment met de bepaling van de vervuilingswaarde van de vanuit woonruimten afgevoerde stoffen, op basis van de door het waterleidingbedrijf geleverde hoeveelheid drinkwater kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gebieden aanwijzen waarin het derde tot en met zevende lid van toepassing is.
**2.** Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid geschiedt slechts op aanvraag van de kwaliteitsbeheerder en met instemming van de één of meer betrokken gemeenten en van het betrokken waterleidingbedrijf.
**3.**
De vervuilingswaarde van de stoffen die worden afgevoerd vanuit een woonruimte, die is voorzien van een uitsluitend daaraan dienstbare watermeter, wordt bepaald aan de hand van de formule 0,0213 vervuilingseenheid X A waarbij,
A = het aantal m³ drinkwater dat door het waterleidingbedrijf in het in het vijfde lid bedoelde tijdvak ten behoeve van die woonruimte is geleverd.
**4.** Voor de toepassing van het derde lid wordt hoogstens een door het waterleidingbedrijf in het in het vijfde lid bedoelde tijdvak ten behoeve van die woonruimte geleverde hoeveelheid drinkwater van 141 m^3 en indien de woonruimte wordt gebruikt door één persoon van 47 m^3 in aanmerking genomen.
**5.** De heffing met betrekking tot de in het derde lid bedoelde woonruimten wordt geheven over het tijdvak van 12 maanden zoals dat door het betrokken waterleidingbedrijf bij de levering van drinkwater ten behoeve van die woonruimten wordt gehanteerd.
**6.** Indien het in het vijfde lid bedoelde tijdvak in twee kalenderjaren is gelegen worden de voor de kalenderjaren geldende tarieven per vervuilingseenheid van de kwaliteitsbeheerder naar tijdsevenredigheid toegepast.
**7.** De vervuilingswaarde over het gedeelte van het eerste kalenderjaar waarin de kwaliteitsbeheerder dit artikel toepast, dat voor de aanvang in dat kalenderjaar van het in het vijfde lid bedoelde tijdvak is gelegen, wordt gesteld op een evenredig gedeelte van het op basis van artikel 21, eerste lid, bepaalde aantal vervuilingseenheden.
**8.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt voor 1 januari 2006 aan de Staten-Generaal een verslag over de ervaringen die met de toepassing van dit artikel zijn gedaan.
**9.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2006. Indien voor die datum bij Koninklijke Boodschap een voorstel van wet wordt ingediend dat tot strekking heeft de invoering van een stelsel tot bepaling van de vervuilingswaarde van de vanuit woonruimten afgevoerde stoffen op basis van de door het waterleidingbedrijf geleverde hoeveelheid drinkwater blijft het derde tot en met zevende lid van toepassing op de woonruimten die zich bevinden in de gebieden die voor 1 januari 2006 door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zijn aangewezen.
Vervallen
### Artikel 22