2005-01-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2005-01-01 12:00:00 +00:00
parent 819c5a80f3
commit 57d80d9cdf

View file

@ -458,7 +458,7 @@ Vervallen
**3.** De artikelen 2.2.4 en 2.2.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
### Titel 3. Rijksbijdrage ten behoeve van de educatie en de huisvesting van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
### Titel 3. Rijksbijdrage ten behoeve van de educatie
### Artikel 2.3.1
@ -466,17 +466,13 @@ Vervallen
**2.** Onze Minister verstrekt, na overleg met Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de gemeenten jaarlijks een rijksbijdrage ten behoeve van de educatie, voor zover het betreft de educatieve programma's, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers. De bijdrage wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever vastgestelde middelen, berekend op grond van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. De rijksbijdrage kan mede worden aangewend voor in artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde doeleinden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de rijksbijdrage. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op voorwaarden, te verbinden aan de verstrekking van de rijksbijdrage en aan de in de derde volzin bedoelde aanwending, tussentijdse wijziging van de rijksbijdrage, verantwoording van de besteding van de rijksbijdrage en bestemming van niet bestede middelen. De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage kan mede worden aangewend ten behoeve van educatieve programma's als bedoeld in de eerste volzin.
**3.** Voor zover het de huisvestingskosten voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs betreft, wordt aan de instellingen een rijksbijdrage verstrekt door Onze Minister. Deze rijksbijdrage wordt berekend hetzij op grond van voor elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven, neergelegd in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze, hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. Artikel 2.2.1, vierde lid, is van toepassing.
**4.** De in het eerste onderscheidenlijk derde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
**3.** De in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 2.3.2
**1.** Onze Minister maakt aan de gemeentebesturen jaarlijks in september bekend welke rijksbijdragen als bedoeld in artikel 2.3.1, eerste en tweede lid, voor de gemeente voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
**2.** Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.3.1, derde lid, voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
**3.** De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste, tweede en derde lid, wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
**2.** De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste en tweede lid, wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
### Artikel 2.3.3
@ -2430,10 +2426,6 @@ Diplomas en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet
### Artikel 12.2.3
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
### Artikel 12.2.3
Vervallen
### Artikel 12.2.4