2015-04-01 | BWBR0014397 | Besluit beveiliging burgerluchtvaart

This commit is contained in:
Coornhert 2015-04-01 12:00:00 +00:00
parent b4b2b46238
commit 580c7b80c5

View file

@ -110,6 +110,18 @@ a. controle van personen en voorwerpen als bedoeld in artikel 37b, zesde lid, va
b. verdergaande controle als bedoeld in artikel 37hd van de Luchtvaartwet;
c. controle van de identiteit van personen en de rechtmatigheid van hun aanwezigheid op het luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 37f, tweede lid, onder b, en 37h, derde lid, van de Luchtvaartwet.
### Artikel 11a
**1.** Personen die werkzaam zijn op een luchtvaartterrein en die toegang hebben tot de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones van de in artikel 37b, eerste lid, onder b en c, van de Luchtvaartwet bedoelde delen van dat luchtvaartterrein, beschikken over een door een exploitant van een luchtvaartterrein verstrekt of erkend toegangsbewijs.
**2.** Alvorens het toegangsbewijs als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt, wordt een achtergrondonderzoek ingesteld. Ten aanzien van de personen bedoeld in het eerste lid, betreft dit onderzoek de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die is gekoppeld aan continue controle op nieuwe gegevens in de justitiële documentatie van de houder van de verklaring. Ten aanzien van personen die een functie vervullen of willen vervullen die is aangewezen als vertrouwensfunctie, betreft dit onderzoek de afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken.
**3.** De exploitant van een luchtvaartterrein registreert de voor- en achternaam van de persoon aan wie een toegangsbewijs als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt, alsmede andere identificerende gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de continue controle, bedoeld in het tweede lid. Met het oog op de toepassing van het vierde lid verstrekt de exploitant deze gegevens periodiek aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
**4.** Indien de exploitant van een luchtvaartterrein vermoedt dat degene die bij de aanvraag van het toegangsbewijs een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in het tweede lid, heeft overgelegd, niet meer voldoet aan de eisen voor de afgifte daarvan, verlangt de exploitant dat die persoon binnen een door de exploitant vast te stellen termijn opnieuw verzoekt om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag. Het toegangsbewijs van de desbetreffende persoon wordt door de exploitant onmiddellijk geblokkeerd.
**5.** Het toegangsbewijs van de persoon bedoeld in het vierde lid die niet binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag overlegt, wordt ingenomen.
### Paragraaf 4. Controle van ruimbagage
### Artikel 12