From 583ea522169016bba99ee32f42af83365700a570 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-07-01 | BWBR0002682 | Wet verontreiniging oppervlaktewateren --- .../BWBR0002682/README.md | 47 ++++++------------- 1 file changed, 14 insertions(+), 33 deletions(-) diff --git a/wet/wet-verontreiniging-oppervlaktewateren/BWBR0002682/README.md b/wet/wet-verontreiniging-oppervlaktewateren/BWBR0002682/README.md index a20619e920d..546d140f689 100644 --- a/wet/wet-verontreiniging-oppervlaktewateren/BWBR0002682/README.md +++ b/wet/wet-verontreiniging-oppervlaktewateren/BWBR0002682/README.md @@ -39,7 +39,7 @@ b. de hoogst toelaatbare gewichtshoeveelheid van die stoffen per in die algemene **3.** In afwijking van het eerste en het tweede lid geschiedt de vaststelling van grenswaarden, regels inzake metingen van stoffen en termijnen ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend regeling van een volkenrechtelijke organisatie door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij in het *Staatsblad* bekend te maken regeling. -**4.** Op de voorbereiding van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. De terinzagelegging van de stukken geschiedt op het ministerie van elk van beide ministers. Van de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, van genoemde wet, wordt onverwijld mededeling gedaan aan de Staten-Generaal. +**4.** Op de voorbereiding van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De terinzagelegging van de stukken geschiedt op het ministerie van elk van beide ministers. Van de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, van genoemde wet, wordt onverwijld mededeling gedaan aan de Staten-Generaal. ### Artikel 1b @@ -79,7 +79,7 @@ c. de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt. **3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan nadere regels stellen met betrekking tot de in het tweede lid, onder *c*, bedoelde gegevens en de wijze waarop zij moeten worden verstrekt. -**4.** De melding wordt - behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, waarin de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing zouden zijn - openbaar gemaakt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. Indien op grond van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2*a*, eerste lid, ook anderszins gegevens moeten worden verstrekt, kunnen bij de maatregel regels over het bekend maken daarvan worden gesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen, waaraan een exemplaar van de melding of de anderszins verstrekte gegevens moet worden gezonden. +**4.** De melding wordt - behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, waarin afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing zouden zijn - openbaar gemaakt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. Indien op grond van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2*a*, eerste lid, ook anderszins gegevens moeten worden verstrekt, kunnen bij de maatregel regels over het bekend maken daarvan worden gesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen, waaraan een exemplaar van de melding of de anderszins verstrekte gegevens moet worden gezonden. ### Artikel 2c @@ -135,7 +135,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen vastgesteld met betrekk **1.** Provinciale staten stellen met betrekking tot het onderwerp dezer wet verordeningen vast voor de in artikel 3, tweede lid bedoelde oppervlaktewateren. In die verordeningen geven provinciale staten onder meer regelen met betrekking tot de doelmatige samenwerking op chemisch en technisch gebied. Daarbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheid tot inschakeling van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling. -**2.** Op de voorbereiding van een verordening als bedoeld in het eerste lid, is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. +**2.** Op de voorbereiding van een verordening als bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. **3.** De verordeningen bedoeld in het eerste lid behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. De beslissing omtrent de goedkeuring wordt genomen in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. @@ -145,14 +145,9 @@ Vervallen ### Artikel 7 -**1.** +**1.** Op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om verlening van een vergunning krachtens artikel 1, eerste of vierde lid, of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 1, derde lid, eerste volzin, voorzover dit bij die maatregel is bepaald, zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing. -De paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking op een aanvrage om verlening van een vergunning krachtens: - -a. artikel 1, eerste of vierde lid; -b. een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 1, derde lid, eerste volzin, voorzover dit bij die maatregel is bepaald. - -**2.** In afwijking van het eerste lid, onder *a*, zijn de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing, indien de beschikking betrekking heeft op afvalwater van huishoudelijke aard, waarvan met betrekking tot de vervuiling met zuurstofbindende stoffen de vervuilingswaarde geringer is dan honderd inwonerequivalenten, tenzij dat afvalwater wordt gebracht in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen oppervlaktewateren. +**2.** In afwijking van het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing, indien de beschikking betrekking heeft op afvalwater van huishoudelijke aard, waarvan met betrekking tot de vervuiling met zuurstofbindende stoffen de vervuilingswaarde geringer is dan honderd inwonerequivalenten, tenzij dat afvalwater wordt gebracht in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen oppervlaktewateren. **3.** Een inwonerequivalent vertegenwoordigt het verbruik van 136 gram zuurstof per etmaal. @@ -166,19 +161,11 @@ b. een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 1, derde lid, eerst **1.** Met betrekking tot het wijzigen en intrekken van een vergunning is afdeling 8.1.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing. -**2.** +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat artikel 8.25, achtste lid, van de Wet milieubeheer van toepassing is in plaats van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer. -Indien ingevolge artikel 7 met betrekking tot het verlenen van de vergunning de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing zijn, zijn met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking tot wijziging of intrekking van toepassing: +**3.** De krachtens artikel 7, vierde lid, aangewezen bestuursorganen worden in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen met betrekking tot het wijzigen en intrekken van een vergunning. -a. in gevallen waarin de artikelen 8.22, 8.23, 8.25, eerste lid, onder *a*, en 8.26 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing zijn: paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer; -b. in gevallen waarin artikel 8.24 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing is: de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer; -c. in gevallen waarin artikel 8.25, eerste lid, onder *b, c* en *d*, en tweede lid, van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing is: artikel 8.25, achtste lid, van de Wet milieubeheer. - -**3.** In gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder *a* en *b*, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat in daarbij aangegeven gevallen artikel 8.25, achtste lid, van de Wet milieubeheer van toepassing is in plaats van de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 of paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer. - -**4.** De krachtens artikel 7, derde lid, aangewezen bestuursorganen worden in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen met betrekking tot het wijzigen en intrekken van een vergunning. - -**5.** Met betrekking tot het wijzigen en intrekken van een vergunning is artikel 8.27 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor die toepassing onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. +**4.** Met betrekking tot het wijzigen en intrekken van een vergunning is artikel 8.27 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor die toepassing onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. ### Artikel 7b @@ -193,33 +180,27 @@ In een geval als bedoeld in het eerste lid wordt de aanvraag in ieder geval buit a. de aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer of de Kernenergiewet niet is ingediend binnen zes weken na het tijdstip waarop de aanvrage om verlening of wijziging van de vergunning krachtens deze wet is ingediend; b. de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens de Wet milieubeheer of de Kernenergiewet buiten behandeling wordt gelaten. -**4.** In een geval als bedoeld in het eerste lid brengt het orgaan dat krachtens de betrokken wet bevoegd is op de aanvraag om vergunning te beslissen, binnen acht weken na ontvangst van de aanvrage krachtens deze wet advies uit met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen om een vergunning. Dat orgaan wordt voorts in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvrage. In een geval als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het orgaan, dat krachtens deze wet bevoegd is de beschikking op de aanvrage te geven, besluiten de in de eerste volzin bedoelde termijn met een bij zijn besluit te bepalen redelijke termijn te verlengen. +**4.** In een geval als bedoeld in het eerste lid brengt het orgaan dat krachtens de betrokken wet bevoegd is op de aanvraag om vergunning te beslissen, binnen acht weken na ontvangst van de aanvrage krachtens deze wet advies uit met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen om een vergunning. Dat orgaan wordt voorts in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvrage. In een geval als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het orgaan, dat krachtens deze wet bevoegd is de beschikking op de aanvrage te geven, besluiten de in de eerste volzin bedoelde termijn met een bij zijn besluit te bepalen redelijke termijn te verlengen. **5.** Indien in een geval als bedoeld in het eerste lid in de vergunning krachtens de Wet milieubeheer overeenkomstig artikel 8.17 van die wet een bepaling is opgenomen over de termijn waarvoor zij geldt, wordt een gelijke bepaling opgenomen in de vergunning krachtens deze wet. ### Artikel 7c -**1.** Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig artikel 7*a*, tweede lid, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 8.22, tweede lid, en 8.23 van de Wet milieubeheer is artikel 7*b*, tweede lid, vierde lid, eerste en tweede volzin, en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de in het vierde lid, eerste volzin, genoemde termijn de overeenkomstig artikel 3:30, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vastgestelde termijn in de plaats treedt. +**1.** Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig artikel 7a, eerste lid, is artikel 7b, tweede lid, vierde lid, eerste en tweede volzin, en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. **2.** In een geval als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 14.3, eerste lid, en 14.4 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing. -**3.** - -In een geval als bedoeld in het eerste lid dragen gedeputeerde staten er tevens ten minste zorg voor dat: - -a. van de betrokken voornemens gezamenlijk overeenkomstig artikel 3:30, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt kennisgegeven; -b. van de betrokken ontwerp-besluiten gezamenlijk overeenkomstig de artikelen 3:30, eerste lid, en 3:31 van die wet mededeling wordt gedaan; -c. de betrokken beschikkingen gezamenlijk overeenkomstig die wet worden bekendgemaakt en daarvan gezamenlijk overeenkomstig die wet mededeling wordt gedaan. +**3.** In een geval als bedoeld in het eerste lid, dragen gedeputeerde staten er ten minste zorg voor dat de betrokken beschikkingen gezamenlijk worden bekendgemaakt en daarvan gezamenlijk mededeling wordt gedaan. **4.** Indien in een geval als bedoeld in artikel 7*b*, eerste lid, de betrokken andere vergunning wordt ingetrokken, kan de vergunning krachtens deze wet eveneens worden ingetrokken. Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking is artikel 8.25, achtste lid, van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 7d -**1.** In een geval als bedoeld in artikel 7*b*, eerste lid, waarin gedeputeerde staten of een van Onze Ministers bevoegd zijn de krachtens de betrokken wet vereiste vergunning te verlenen, kunnen gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze betrokken Minister, indien dat met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, en zo nodig in afwijking van regels, gesteld krachtens artikel 2*e*, eerste lid, aan het orgaan dat krachtens deze wet bevoegd is de beschikking op de aanvrage te geven, een bindende aanwijzing geven ter zake van de inhoud van die beschikking. +**1.** In een geval als bedoeld in artikel 7b, eerste lid, waarin gedeputeerde staten of een van Onze Ministers bevoegd zijn de krachtens de betrokken wet vereiste vergunning te verlenen, kunnen gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze betrokken Minister, indien dat met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, en zo nodig in afwijking van regels, gesteld krachtens artikel 2e, eerste lid, aan het orgaan dat krachtens deze wet bevoegd is de beschikking op de aanvrage te geven, een bindende aanwijzing geven ter zake van de inhoud van die beschikking. -**2.** Een aanwijzing wordt gegeven binnen acht weken na de dag waarop het ontwerp van de beschikking op de aanvrage overeenkomstig artikel 3:19, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. Zij wordt niet gegeven dan na overleg met het bevoegd gezag. +**2.** Een aanwijzing wordt gegeven binnen acht weken na de dag waarop het ontwerp van de beschikking op de aanvrage overeenkomstig artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. Zij wordt niet gegeven dan na overleg met het bevoegd gezag. -**3.** In een geval als bedoeld in artikel 7*c*, eerste lid, zijn het eerste en het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de in het tweede lid, eerste volzin, genoemde termijn de overeenkomstig artikel 3:30, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vastgestelde termijn in de plaats treedt. +**3.** In een geval als bedoeld in artikel 7c, eerste lid, zijn het eerste en het tweede lid van overeenkomstige toepassing. **4.** De aanwijzing wordt vermeld in de beschikking van het bevoegd gezag, ter zake waarvan zij is gegeven. Een exemplaar ervan wordt gevoegd bij ieder exemplaar van die beschikking.