2010-07-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
This commit is contained in:
parent
c10d3be3d2
commit
5843b8881e
1 changed files with 287 additions and 224 deletions
|
|
@ -70,7 +70,6 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
|
|||
| SGC | Verordening (EG) Nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) |
|
||||
| SIRENE | Supplementary Information Request at the National Entries |
|
||||
| SIS | Schengen Informatiesysteem |
|
||||
| SRA | Stichting Rechtsbijstand Asiel |
|
||||
| Stb. | Staatsblad |
|
||||
| Stcrt. | Staatscourant |
|
||||
| SUO | Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen |
|
||||
|
|
@ -87,6 +86,7 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
|
|||
| Vb | Vreemdelingenbesluit |
|
||||
| Vc | Vreemdelingencirculaire |
|
||||
| VIS | Verificatie- en informatiesysteem |
|
||||
| VWN | VluchtelingenWerk Nederland |
|
||||
| VN | Verenigde Naties |
|
||||
| VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten |
|
||||
| VRIS | Vreemdelingen in de strafrechtketen |
|
||||
|
|
@ -238,49 +238,45 @@ De organisaties die belast zijn met de uitvoering van de vreemdelingenwet- en re
|
|||
|
||||
De vreemdelingenwet- en regelgeving wordt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie geformuleerd. Op internet is het Ministerie voor algemene informatie bereikbaar via www.justitie.nl.
|
||||
|
||||
De afdeling Publieksvoorlichting van het Ministerie van Justitie is ondergebracht bij de Postbus 51 Informatiedienst, welke op werkdagen te bereiken op het gratis telefoonnummer 0800- 8051 en op internet op de website www.postbus51.nl. Bij Postbus 51 kunnen alle algemene vragen worden gesteld over de rijksoverheid. Voor informatie over verblijfsaanvragen wordt verwezen naar de IND.
|
||||
De afdeling Publieksvoorlichting van het Ministerie van Justitie is ondergebracht bij de Postbus 51 Informatiedienst, welke op werkdagen te bereiken op het gratis telefoonnummer 0800- 8051 en op internet op de website www.rijksoverheid.nl. Bij Postbus 51 kunnen alle algemene vragen worden gesteld over de rijksoverheid. Voor informatie over verblijfsaanvragen wordt verwezen naar de IND.
|
||||
|
||||
Overheidsinstanties die werkzaam zijn binnen de vreemdelingenketen kunnen de website www.vreemdelingenketen.nl bezoeken, welke de onderlinge informatie-uitwisseling tussen deze overheidsinstanties als doel heeft. Om deze website te bezoeken is een gebruikersnaam en een wachtwoord vereist, welke kunnen worden aangevraagd bij de Stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen, beheerder van deze website, via de genoemde website.
|
||||
Overheidsinstanties die werkzaam zijn binnen de vreemdelingenketen kunnen de website www.vreemdelingenketen.nl bezoeken, welke de onderlinge informatie-uitwisseling tussen deze overheidsinstanties als doel heeft.
|
||||
|
||||
Hieronder is een alfabetische lijst opgenomen van organisaties die betrokken zijn bij de uitvoering van het vreemdelingenbeleid, de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving. Daarnaast worden organisaties genoemd met een directe relatie tot de vreemdelingenketen en/of die rechtsbijstand of andere ondersteuning verlenen aan vreemdelingen. In het overzicht zijn opgenomen:
|
||||
|
||||
– een korte beschrijving van de werkzaamheden;
|
||||
– de taken van de organisaties (voor zover deze zien op vreemdelingen);
|
||||
– de contactgegevens van de betreffende organisaties ten behoeve van vreemdelingen en externen.
|
||||
• een korte beschrijving van de werkzaamheden;
|
||||
• de taken van de organisaties (voor zover deze zien op vreemdelingen);
|
||||
• de contactgegevens van de betreffende organisaties ten behoeve van vreemdelingen en externen.
|
||||
|
||||
De ACVZ is een onafhankelijk adviescollege dat adviezen uitbrengt inzake het vreemdelingenrecht en vreemdelingenbeleid. Zij adviseert daarover gevraagd en ongevraagd aan de Regering en aan het Parlement.
|
||||
|
||||
– Telefoon: 070- 370 43 00
|
||||
– Internet: www.acvz.com
|
||||
• Telefoon: 070- 370 43 00
|
||||
• Internet: www.acvz.com
|
||||
|
||||
Het COA is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. Het COA zorgt voor onderdak gedurende de asielprocedure en bereidt asielzoekers voor op een verblijf in Nederland, terugkeer naar het land van herkomst of doormigratie.
|
||||
|
||||
– Telefoon: 0800 - 023 80 23 (gratis)
|
||||
– Internet: www.coa.nl
|
||||
• Telefoon: 0800 - 023 80 23 (gratis)
|
||||
• Internet: www.coa.nl
|
||||
|
||||
De DJI is verantwoordelijk voor de uitvoering van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, waaronder de vreemdelingenbewaring.
|
||||
|
||||
– Telefoon Informatielijn: 070 - 370 27 34
|
||||
– Internet: www.dji.nl
|
||||
• Telefoon Informatielijn: 070 - 370 27 34
|
||||
• Internet: www.dji.nl
|
||||
|
||||
De directie Inburgering en Integratie van het Ministerie van VROM richt zich op de totstandkoming van een samenleving, waarin de in Nederland verblijvende leden van etnische groepen op basis van volwaardig en gedeeld burgerschap kunnen deelnemen. De directie ontwikkelt onder andere het beleid met betrekking tot de inburgering en de Remigratiewet.
|
||||
|
||||
Tot de overgang van de directie Inburgering en Integratie naar het Ministerie van VROM is de Directie Inburgering en Integratie bereikbaar via:
|
||||
De directie Inburgering en Integratie van het Ministerie van VROM is bereikbaar via:
|
||||
|
||||
– Telefoon Ministerie van Justitie (algemeen): 070 - 370 79 11
|
||||
– Internet: www.vrom.nl
|
||||
• Telefoon: (algemeen): 070 - 339 0289
|
||||
• Internet: www.vrom.nl
|
||||
|
||||
De directie Vreemdelingenbeleid draagt zorg voor de nationale en internationale beleidsontwikkeling op het asiel- en immigratieterrein, alsmede op het terrein van opvang van asielzoekers. Het aandachtsveld van de directie bestaat aldus uit toelating, verblijf, toezicht, terugkeer, grensbewaking, visumbeleid, opvang en de coördinatie van het beleid tot het tegengaan van illegaal verblijf.
|
||||
|
||||
De directie heeft verder tot taak het COA binnen de door de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken gestelde kaders beheersmatig en financieel aan te sturen.
|
||||
|
||||
– Telefoon Ministerie van Justitie (algemeen): 070 - 370 79 11
|
||||
– Internet: www.justitie.nl
|
||||
De Directie Migratiebeleid van het Ministerie van Justitie draagt zorg voor de nationale en internationale beleidsontwikkeling op het asiel- en immigratieterrein, alsmede op het terrein van opvang van asielzoekers. Het aandachtsveld van de directie bestaat aldus uit toelating, verblijf, toezicht, terugkeer, grensbewaking, visumbeleid, opvang en de coördinatie van het beleid tot het tegengaan van illegaal verblijf.
|
||||
|
||||
De DT&V is als taakorganisatie belast met de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving terzake vertrek en uitzetting. De DT&V bevordert, organiseert en realiseert het daadwerkelijk vertrek uit Nederland van vreemdelingen zonder verblijfsrecht. Bij het uitvoeren van deze taak staat het stimuleren van het zelfstandig vertrek voorop. Zo nodig bereidt de DT&V het gedwongen vertrek van de vreemdeling uit Nederland voor. De DT&V voert haar taak uit in samenwerking met andere ketenpartners van de overheid die een taak hebben in het vertrekproces. De DT&V regisseert het vertrekproces op operationeel niveau. Taken die wettelijk zijn voorbehouden aan ambtenaren belast met het toezicht of de grensbewaking, worden niet verricht door de DT&V.
|
||||
|
||||
– Telefoon Ministerie van Justitie (algemeen): 070 - 3707911
|
||||
– Internet: www.dienstterugkeerenvertrek.nl
|
||||
• Telefoon (algemeen): 0800 - 8051
|
||||
• Internet: www.dienstterugkeerenvertrek.nl
|
||||
• E-mail: info@dtv.minjus.nl
|
||||
|
||||
Het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel is een samenwerkingsverband tussen de Dienst Nationale Recherche en DNRI van het KLPD, de KMar, de IND en de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst van het Ministerie van SZW.
|
||||
|
||||
|
|
@ -288,91 +284,83 @@ Het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel heeft als doel: het verschaff
|
|||
|
||||
Daartoe is het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel een centrale plek waar informatie, kennis en ervaring op het gebied van mensenhandel en mensensmokkel wordt verzameld, veredeld en geëxploiteerd.
|
||||
|
||||
– Telefoon Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel 038-4963555 (na kantooruren wordt u doorgeschakeld naar de piketfunctionaris)
|
||||
– Email:
|
||||
– Emm@klpd.politie.nl
|
||||
• Telefoon Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel 038-4963555 (na kantooruren wordt u doorgeschakeld naar de piketfunctionaris)
|
||||
• Email: Emm@klpd.politie.nl
|
||||
|
||||
De IND is onder meer verantwoordelijk voor de beoordeling van alle aanvragen voor toelating en naturalisatie van vreemdelingen.
|
||||
|
||||
Informatielijn IND (beschikbaar voor publiek): 0900- 12 34 561 (0,10 euro pm)
|
||||
|
||||
Informatielijn IND vanuit het buitenland: +31 20 8893045
|
||||
|
||||
– Telefoon IND Ketenservice (beschikbaar voor ketenpartners): 070 - 888 00 00
|
||||
– Piketnummer (buiten kantooruren op werkdagen bereikbaar van 17.00 tot 23.00 uur en in het weekeinde van 7.00 tot 23.00 uur): 070 - 370 60 60
|
||||
– Internet: www.ind.nl
|
||||
• Informatielijn IND (beschikbaar voor publiek): 0900- 12 34 561 (0,10 euro pm)
|
||||
• Informatielijn IND vanuit het buitenland: +31 20 8893045
|
||||
• Telefoon IND Ketenservice (beschikbaar voor ketenpartners): 070 - 888 00 00
|
||||
• Piketnummer (buiten kantooruren op werkdagen bereikbaar van 17.00 tot 23.00 uur en in het weekeinde van 7.00 tot 23.00 uur): 070 - 370 60 60
|
||||
• Internet: www.ind.nl
|
||||
|
||||
IOM richt zich op velerlei migratievraagstukken. Zo biedt IOM ondersteuning aan uitgeprocedeerde vreemdelingen die Nederland vrijwillig willen verlaten, organiseren zij het vervoer van personen naar of uit Nederland en richten zij zich op (her)integratie, bestrijding van mensenhandel, arbeidsmigratie, migratie en ontwikkeling en migratie en gezondheid.
|
||||
|
||||
– Telefoon: 0900 - 7464466 (0,05 euro pm)
|
||||
– Internet: www.iom-nederland.nl
|
||||
• Telefoon: 0900 - 7464466 (0,05 euro pm)
|
||||
• Internet: www.iom-nederland.nl
|
||||
|
||||
De KMar is op de luchthavens en in de zeehavens in Nederland alsmede op zee belast met de grensbewaking. De grensbewaking in het competentiegebied van politieregio Rotterdam-Rijnmond wordt uitgevoerd door de ZHP (zie hierna onder ZHP), met uitzondering van de grensdoorlaatpost Hoek van Holland/ Europoort. In het kader van de grensbewaking verstrekt de KMar in voorkomende gevallen visa aan de buitengrens. Aan de binnengrens met België en Duitsland en op de luchthavens is de KMar belast met de uitvoering van het MTV. Voorts is de KMar verantwoordelijk voor de uitzetting en begeleiding van uitgeprocedeerde vreemdelingen uit Nederland en van aan de grens geweigerde personen.
|
||||
|
||||
– Telefoon KMar voorlichting: 070 - 318 83 57
|
||||
– Internet: www.kmar.nl
|
||||
• Telefoon KMar voorlichting: 070 - 318 83 57
|
||||
• Internet: www.kmar.nl
|
||||
|
||||
Het Ministerie van BuZa is verantwoordelijk voor de behandeling van visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden en mvv’s. Indien ambassades en consulaten niet zelfstandig kunnen of mogen beslissen, worden de visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden – als het gaat om zakenbezoeken, diplomaten, politieke bezoeken, het verrichten van technische werkzaamheden, deelname aan/bijwonen van een congres, conferentie of sportmanifestatie, bezoeken van wetenschappelijke aard, aanvragen van personen uit de voormalige Sovjetrepublieken, bezoeken van personen die geregistreerd staan in het SIS of op een visumsanctielijst – voorgelegd aan de afdeling Vreemdelingen- en Visumzaken van de directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingenzaken van het Ministerie van BuZa (zie voor overige visumaanvragen hierna onder Visadienst).
|
||||
Het Ministerie van BuZa is verantwoordelijk voor de behandeling van visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden en mvv’s. Indien ambassades en consulaten niet zelfstandig kunnen of mogen beslissen, worden de visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden - als het gaat om zakenbezoeken, diplomaten, politieke bezoeken, het verrichten van technische werkzaamheden, deelname aan/bijwonen van een congres, conferentie of sportmanifestatie, bezoeken van wetenschappelijke aard, aanvragen van personen uit de voormalige Sovjetrepublieken, bezoeken van personen die geregistreerd staan in het SIS of op een visumsanctielijst – voorgelegd aan de afdeling Vreemdelingen- en Visumzaken van de directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingenzaken van het Ministerie van BuZa (zie voor overige visumaanvragen hierna onder Visadienst).
|
||||
|
||||
Het Ministerie van BuZa is tevens verantwoordelijk voor algemene en individuele ambtsberichten, welke door de Minister gebruikt worden als informatiebron onder andere bij de beoordeling van asielaanvragen.
|
||||
|
||||
Daarnaast is het Ministerie van Buza verantwoordelijk voor het afnemen van het basisexamen inburgering in het buitenland op de Nederlandse posten.
|
||||
|
||||
– Telefoon Visuminformatie: 070 - 348 56 22
|
||||
– Telefoon algemeen: 070 - 348 64 86
|
||||
– Internet: www.minbuza.nl
|
||||
• Telefoon Visuminformatie: 070 - 348 56 22
|
||||
• Telefoon algemeen: 070 - 348 64 86
|
||||
• Internet: www.minbuza.nl
|
||||
|
||||
De NVVB biedt een platform aan leidinggevenden en medewerkers van organisaties, die zich binnen en buiten de overheid professioneel bezig houden met het brede terrein van burgerzaken. Onder burgerzaken vallen activiteiten op het terrein van de GBA en de loketfunctie voor vreemdelingen die een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning willen indienen.
|
||||
|
||||
De NVVB heeft voor haar gemeentelijke leden een adviesfunctie op het gehele terrein van burgerzaken in de vorm van een helpdesk.
|
||||
|
||||
– Telefoon helpdesk (voor gemeenten): 020 - 551 90 07 of 020 - 551 90 09
|
||||
– Internet: www.nvvb.nl
|
||||
• Telefoon helpdesk (voor gemeenten): 020 - 551 90 07 of 020 - 551 90 09
|
||||
• Internet: www.nvvb.nl
|
||||
|
||||
De (vreemdelingen)politie houdt toezicht op personen die in Nederland verblijven, maar niet de Nederlandse nationaliteit hebben en is onder meer verantwoordelijk voor het opsporen, staande houden, inbewaring stellen, het vertrek onder toezicht alsmede het vaststellen van de identiteit van niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen.
|
||||
|
||||
De Taakorganisatie Vreemdelingen is een landelijk werkend bureau dat de politie adviseert en ondersteunt bij de ontwikkeling van de visie, de strategie en het beleid van de politiële vreemdelingentaak. Daarbij is zij tevens het landelijk aanspreekpunt van waaruit de belangenbehartiging ten behoeve van de vreemdelingenpolitie plaatsvindt en het knooppunt in de communicatie en informatie-uitwisseling tussen de vreemdelingenpolitie onderling en van en naar ketenpartners.
|
||||
|
||||
– Telefoon politie algemeen: 0900 - 8844 (lokaal tarief)
|
||||
– Telefoon Taakorganisatie Vreemdelingen: 030 - 6348765
|
||||
– Internet: www.politie.nl
|
||||
• Telefoon politie algemeen: 0900 - 8844 (lokaal tarief)
|
||||
• Telefoon Taakorganisatie Vreemdelingen: 030 - 635 33 44
|
||||
• Internet: www.politie.nl
|
||||
|
||||
De RvS is naast onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur ook hoogste algemene bestuursrechter van het land. De ABRvS spreekt recht in hoogste instantie in geschillen tussen de burger en de overheid. Sinds de inwerkingtreding van de Vw geldt dit ook voor vreemdelingrechtelijke geschillen.
|
||||
|
||||
– Telefoon publieksvoorlichting: 070 - 426 42 51 of 070 - 426 46 43
|
||||
– Telefoon (algemeen en spoedeisende zaken): 070 - 426 44 26
|
||||
– Internet: www.raadvanstate.nl
|
||||
• Telefoon publieksvoorlichting: 070 - 426 42 51 of 070 - 426 46 43
|
||||
• Telefoon (algemeen en spoedeisende zaken): 070 - 426 44 26
|
||||
• Internet: www.raadvanstate.nl
|
||||
|
||||
De Raden voor Rechtsbijstand geven uitvoering aan de Wet op de rechtsbijstand, waarin de rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen is geregeld. De raden subsidiëren de Stichting Rechtsbijstand Asiel en zien ook toe op de kwaliteit en voldoende beschikbaarheid van de rechtsbijstandverlening. Voor juridische informatie en advies is er het Juridisch Loket.
|
||||
|
||||
– Telefoon Juridisch Loket: 0900 - 8020 (10 cent pm)
|
||||
– Internet: www.rvr.org
|
||||
|
||||
De stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen van het Ministerie van Justitie ondersteunt de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken bij de uitoefening van zijn taken als gezagdrager in de vreemdelingenketen. Hierbij heeft de stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen tot taak zorg te dragen voor samenhang tussen de verschillende (uitvoerings)organisaties en (werk)processen uit de vreemdelingenketen en ziet er op toe dat zij hun primaire processen zodanig inrichten en uitvoeren dat vanuit oogpunt van efficiency en effectiviteit een optimaal resultaat in de vreemdelingenketen als geheel wordt bereikt en de beleidsdoelstellingen slagvaardig worden gerealiseerd. De stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen beheert en onderhoudt de website voor de organisaties die onderdeel uitmaken van de vreemdelingenketen.
|
||||
|
||||
– Telefoon Ministerie van Justitie (algemeen): 070 - 370 79 11
|
||||
– Internet: www.vreemdelingenketen.nl
|
||||
• Telefoon Juridisch Loket: 0900 - 8020 (10 cent pm)
|
||||
• Internet: www.rvr.org
|
||||
|
||||
De SRA organiseert, coördineert en verleent rechtsbijstand aan asielzoekers en bewaakt de kwaliteit van de rechtsbijstand.
|
||||
|
||||
– Telefoon: 026 - 353 18 50
|
||||
– Internet: www.rechtsbijstandasiel.nl
|
||||
• Telefoon: 026 - 353 18 50
|
||||
• Internet: www.rechtsbijstandasiel.nl
|
||||
|
||||
De Visadienst is onderdeel van het Ministerie van BuZa. De Minister van BuZa heeft het Hoofd van de IND en het plaatsvervangend Hoofd van de IND mandaat verleend voor het nemen en ondertekenen van besluiten die door hen in hun functie van Hoofd van de Visadienst, respectievelijk plaatsvervangend Hoofd van de Visadienst, namens hem worden genomen. Ondermandaat is verleend aan de ambtenaar belast met de grensbewaking en het toezicht en specifieke functionarissen van de IND voorzover zij besluiten nemen of handelingen verrichten namens het Hoofd van de Visadienst.
|
||||
|
||||
De Visadienst behandelt namens de Minister van BuZa alle door de ambassades en consulaten voorgelegde aanvragen voor mvv’s en visumaanvragen voor toerisme, familie- en privé-bezoek, artiesten, studenten, personen die gesignaleerd staan in het OPS of SIS, stagiaires en medische bezoeken, met uitzondering van personen uit de voormalige Sovjet republieken. De laatste categorie personen dient zich te wenden tot het Ministerie van BuZa (zie hiervoor onder Ministerie van Buza). Bovendien behandelt de Visadienst aanvragen voor visumverlenging en verlening van terugkeervisa.
|
||||
|
||||
– Contactinformatie: zie IND
|
||||
• Contactinformatie: zie IND
|
||||
|
||||
De VNG verzorgt de belangenbehartiging van alle gemeenten bij andere overheden. Bij de gemeenten worden aanvragen voor verblijfsvergunningen regulier en naturalisatie ingediend. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor de registratie van persoonsgegevens in de GBA.
|
||||
|
||||
– Telefoon: 070 - 373 83 93
|
||||
– Internet: www.vng.nl
|
||||
• Telefoon: 070 - 373 83 93
|
||||
• Internet: www.vng.nl
|
||||
|
||||
De Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland behartigt de belangen van vluchtelingen en asielzoekers die zich in Nederland bevinden.
|
||||
|
||||
– Telefoon (algemeen): 020 - 346 72 00
|
||||
– Internet: www.vluchtelingenwerk.nl
|
||||
• Telefoon (algemeen): 020 - 346 72 00
|
||||
• Internet: www.vluchtelingenwerk.nl
|
||||
|
||||
De vreemdelingenkamers zijn onderdeel van een rechtbank en houden zich uitsluitend bezig met het behandelen van vreemdelingenrechtelijke geschillen. Formeel behandelt de rechtbank ’s-Gravenhage deze geschillen, maar binnen alle negentien rechtbanken in Nederland zijn zogeheten nevenzittingsplaatsen aangewezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -380,14 +368,15 @@ Het Landelijk Stafbureau Vreemdelingenkamers biedt ondersteuning op het gebied v
|
|||
|
||||
Bij het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken dienen vreemdelingenzaken te worden ingediend, waarop deze door het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken zo evenwichtig mogelijk over de nevenzittingsplaatsen worden verdeeld.
|
||||
|
||||
– Pikettelefoon van het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken: 023 - 512 66 20
|
||||
– Internet: www.rechtspraak.nl
|
||||
• Pikettelefoon van het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken: 023 - 512 66 20
|
||||
• Internet: www.rechtspraak.nl
|
||||
|
||||
De ZHP is belast met de grensbewaking in het competentiegebied van politieregio Rotterdam-Rijnmond alsmede op zee, het havengerelateerde vreemdelingentoezicht en de bestrijding van (migratie)criminaliteit in de Rotterdamse havens. Daarnaast verzorgt de ZHP in voorkomende gevallen de verlening en verlenging van visa voor in de politieregio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden.
|
||||
|
||||
– Telefoon: 010 - 2747471
|
||||
– Faxnummer: 010 - 2750121
|
||||
– Internet: www.dutch-immigration.nl
|
||||
• Telefoon: 010 - 2747471
|
||||
• Faxnummer: 010 - 2750121
|
||||
|
||||
Internet: www.dutch-immigration.nl
|
||||
|
||||
### 4. Bestuurlijke Informatievoorziening binnen de vreemdelingenketen
|
||||
|
||||
|
|
@ -443,23 +432,14 @@ De ketenpartners, die het protocol onderschrijven, verplichten zich daarmee tot
|
|||
De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan het protocol:
|
||||
|
||||
– De persoonsidentificatie en eerste registratie geschieden bij het eerste contact met de vreemdeling.
|
||||
– Het gebruik van een biometrisch kenmerk biedt de beste mogelijkheid tot unieke identificatie en verificatie. Waar wet- en regelgeving dat toestaan wordt de identificatie en verificatie met behulp van biometrie uitgevoerd (zie A3/3.6.2, A3/7.4.2 en C11/1.2.
|
||||
– Het gebruik van een biometrisch kenmerk biedt de beste mogelijkheid tot unieke identificatie en verificatie.
|
||||
– Waar wet- en regelgeving dat toestaan wordt de identificatie en verificatie met behulp van biometrie uitgevoerd (zie A3/3.6.2, A3/7.4.2 en C9/2.1.1.1.
|
||||
– De partijen in de vreemdelingenketen die als eerste met een vreemdeling in aanraking kunnen komen, zijn: het Ministerie van BuZa, de IND, de vreemdelingenpolitie, de KMar en de ZHP.
|
||||
– De organisatie die de persoonsgegevens registreert of wijzigt, is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de set persoonsgegevens van de betreffende vreemdeling die hij op dat moment registreert.
|
||||
– De vreemdeling beschikt over het unieke vreemdelingennummer waaronder zijn identificerende gegevens zijn geregistreerd.
|
||||
– Een nieuw uniek vreemdelingennummer wordt pas uitgegeven als niet vast te stellen is dat de vreemdeling eerder is geregistreerd.
|
||||
– De GBA-gegevens zijn leidend, dat wil zeggen dat in de communicatie de vreemdeling wordt aangeduid met de persoonsgegevens zoals deze in de GBA zijn geregistreerd. GBA-persoonsgegevens kunnen niet gewijzigd worden door de partners in de vreemdelingenketen. Van het gebruik van GBA-gegevens kan slechts onder zeer strikte voorwaarden worden afgeweken.
|
||||
|
||||
In het PIL worden bovengenoemde uitgangspunten uitgewerkt in algemene aanwijzingen voor het identificeren en registreren, het verifiëren en het wijzigen van persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
Deze aanwijzingen zijn vervolgens meer specifiek uitgewerkt in proces- en productbeschrijvingen voor het identificeren en registreren in de volgende processen:
|
||||
|
||||
– het asielproces;
|
||||
– visaverlening en reguliere immigratie;
|
||||
– grensbewaking en toezicht.
|
||||
|
||||
In het PIL worden de taken en verantwoordelijkheden van de ketenpartners beschreven en wordt beschreven aan welke eisen de producten moeten voldoen. Het is de verantwoordelijkheid van de organisaties zelf die deel uitmaken van de vreemdelingenketen om het PIL te vertalen naar interne werkinstructies.
|
||||
|
||||
#### 6.3. De BVV
|
||||
|
||||
Het systeem BVV is een centrale ketentoepassing waarin alle basisgegevens van vreemdelingen in Nederland zijn opgeslagen. De database wordt gevuld en gewijzigd vanuit de systemen van aangesloten partijen in de vreemdelingenketen. Verder kunnen aangesloten ketenpartners gegevens van vreemdelingen opzoeken in de BVV. De BVV is in principe continu beschikbaar voor raadpleging. Informatie over de BVV en documentatie van de BVV kan worden geraadpleegd op de website www.vreemdelingenketen.nl, onder producten.
|
||||
|
|
@ -1169,7 +1149,7 @@ Het is niet mogelijk om een aanvraag om een mvv dan wel een verblijfsvergunning
|
|||
|
||||
Het bovenstaande doet niet af aan de mogelijkheid om aangifte te doen inzake mensenhandel. Een dergelijke aangifte wordt ambtshalve aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier. De procedure als beschreven in B9 is van toepassing.
|
||||
|
||||
Indien een vreemdeling bij een ambtenaar belast met de grensbewaking aangeeft een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel te willen indienen, dient gehandeld te worden overeenkomstig het gestelde in C10/3.
|
||||
Indien een vreemdeling bij een ambtenaar belast met de grensbewaking aangeeft een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel te willen indienen, dient gehandeld te worden overeenkomstig het gestelde in C9/2.1.1.1.
|
||||
|
||||
#### 5.2. Minimumcontrole en grondige controle
|
||||
|
||||
|
|
@ -2560,11 +2540,11 @@ De meldplicht voor de laatstgenoemde categorie (definitieve aanzegging tot vertr
|
|||
|
||||
Ten bewijze van het opleggen en het voldoen aan de verplichting tot periodieke aanmelding wordt daarvan in het reisdocument van de vreemdeling een aantekening gesteld als volgt:
|
||||
|
||||
– bij de eerste aanmelding wordt de voorgeschreven aantekening over aanmelding in het paspoort geplaatst (zie artikel 4.10 VV);
|
||||
– bij de volgende aanmeldingen kan worden volstaan met aantekening van de datum daarvan, welke aantekening van een paraaf wordt voorzien;
|
||||
– verleent de Korpschef ontheffing van de verplichting tot periodieke aanmelding, of stelt hij een andere termijn, dan stelt hij in het document voor grensoverschrijding de daaromtrent voorgeschreven aantekening door gebruik te maken van de sticker voor verblijfsaantekeningen (zie artikel 4.14 VV).
|
||||
• bij de eerste aanmelding wordt de voorgeschreven aantekening over aanmelding in het paspoort geplaatst (zie artikel 4.10 VV);
|
||||
• bij de volgende aanmeldingen kan worden volstaan met aantekening van de datum daarvan, welke aantekening van een paraaf wordt voorzien;
|
||||
• verleent de Korpschef ontheffing van de verplichting tot periodieke aanmelding, of stelt hij een andere termijn, dan stelt hij in het document voor grensoverschrijding de daaromtrent voorgeschreven aantekening door gebruik te maken van de sticker voor verblijfsaantekeningen (zie artikel 4.14 VV).
|
||||
|
||||
In afwijking van het bovenstaande wordt een asielzoeker in de opvanglocatie in het bezit gesteld van een registratiekaart meldplicht asielzoekers (zie C12/3.4).
|
||||
In afwijking van het bovenstaande wordt een asielzoeker in de opvanglocatie in het bezit gesteld van een registratiekaart meldplicht asielzoekers (zie C12/5.4).
|
||||
|
||||
###### 7.7.1.4. Niet voldoen aan de meldplicht en vertrek van de vreemdeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -2626,6 +2606,19 @@ Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 55, eerste lid, Vw dient de vreemdeling die een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend zich beschikbaar te houden conform de aanwijzingen door de bevoegde autoriteit. Zie A6/3.1.
|
||||
|
||||
In artikel 55, tweede lid, Vw is de mogelijkheid tot documentzoeking opgenomen met betrekking tot asielzoekers. Deze bevoegdheid is ook van toepassing op hen die een afspraak willen maken voor het indienen van een asielaanvraag (zie C9/2.1.1.1).
|
||||
|
||||
In artikel 55, derde lid, Vw is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Deze bevoegdheid kan worden uitgeoefend door de ambtenaren belast met grensbewaking of met toezicht op vreemdelingen ten aanzien van asielzoekers aan wie de maatregel van artikel 55, eerste lid, Vw opgelegd is, of ten aanzien van de vreemdeling die zich in een vertrekcentrum bevindt. De bevoegdheid heeft tot doel de veiligheid van de vreemdeling zelf, de in een centrum verblijvende asielzoekers en het daar aanwezige personeel te waarborgen. Bij de beoordeling in welke gevallen zal worden gefouilleerd, bijvoorbeeld bij het van buiten naar binnen komen van een asielzoeker, dient te worden nagegaan of deze fouillering in verhouding staat tot het doel. Dit betekent dat een asielzoeker die in een centrum verblijft niet op ieder moment kan worden onderworpen aan een veiligheidsfouillering, met andere woorden, er moet een reden of aanleiding voor zijn.
|
||||
|
||||
De bevoegdheden van documentzoeking en veiligheidsfouillering mogen slechts uitgeoefend worden met inachtneming van de volgende algemene uitgangspunten:
|
||||
|
||||
• fouillering blijft achterwege indien op een minder ingrijpende manier hetzelfde doel bereikt kan worden;
|
||||
• fouillering geschiedt door een daartoe bevoegde ambtenaar (belast met toezicht/grensbewaking);
|
||||
• fouillering vindt plaats door ambtenaren van het hetzelfde geslacht als de gefouilleerde;
|
||||
• fouillering is toegestaan aan kleding en de oppervlakte van het lichaam; ook bagage mag doorzocht worden;
|
||||
• fouillering in het lichaam is niet toegestaan;
|
||||
• veiligheidsfouillering vindt niet plaats bij vreemdelingen jonger dan twaalf jaar.
|
||||
|
||||
### 9. Signaleringen
|
||||
|
||||
#### 9.1. Signaleringssystemen
|
||||
|
|
@ -2674,35 +2667,9 @@ De ongewenstverklaring eindigt pas indien de betrokken vreemdeling daartoe een a
|
|||
|
||||
Deze signalering kan onder alle hieronder genoemde voorwaarden in zowel OPS als in het (N)SIS voorkomen.
|
||||
|
||||
De signalering ‘OVR’ is een bijzondere aanwijzing van de Minister aan de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht op vreemdelingen, die gegeven wordt in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid. Aan als ongewenst gesignaleerde vreemdelingen is op grond van artikel 12, eerste lid, onder d, Vw geen verblijf in de vrije termijn toegestaan. De termijn waarvoor de signalering ‘OVR’ geldt, is afhankelijk van de omstandigheden die aanleiding zijn tot de signalering.
|
||||
Indien het proces-verbaal leidt tot een onherroepelijk vonnis kan er aanleiding zijn de signaleringsgrond te wijzigen. Indien er geen sprake is van een procesverbaal terzake van een aan drugssmokkel gerelateerd misdrijf, maar op basis van een ander misdrijf, vindt er slechts signalering plaats in het OPS voor de duur van één jaar.
|
||||
|
||||
De signalering wordt onder de volgende voorwaarden toegepast:
|
||||
|
||||
a. verwijdering van een niet-criminele vreemdeling; termijn twee jaar;
|
||||
b. verwijdering van een vreemdeling ten aanzien van wie terzake van een aan drugssmokkel gerelateerd misdrijf proces-verbaal werd opgemaakt, maar waarbij (nog) geen sprake is van een veroordeling; termijn twee jaar;
|
||||
c. verwijdering na veroordeling tot een vrijheidsstraf tot drie maanden; termijn twee jaar;
|
||||
d. verwijdering na veroordeling tot een vrijheidsstraf van drie tot zes maanden; termijn drie jaar;
|
||||
e. verwijdering na veroordeling tot een vrijheidsstraf van zes maanden of meer (geen ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw); termijn vijf jaar;
|
||||
f. weigering toegang/verwijdering van een vreemdeling die gebruik gemaakt heeft van valse/vervalste reis- of identiteitspapieren dan wel opzettelijk reis- of identiteitspapieren heeft overgelegd die niet op hem betrekking hebben; termijn vijf jaar;
|
||||
g. bij onttrekking aan toezicht; hiervan is sprake indien niet voldaan wordt aan een opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dan wel sprake is van een van de maatregelen van toezicht zoals die zijn opgesomd in de artikelen 4.37 tot en met 4.39 en de artikelen 4.42 tot en met 4.52 Vb; termijn drie jaar;
|
||||
h. indien er naar het oordeel van de Minister concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid; termijn tien jaar.
|
||||
|
||||
Ad. b: Indien het proces-verbaal leidt tot een onherroepelijk vonnis kan er aanleiding zijn de signaleringsgrond te wijzigen. Indien er geen sprake is van een proces-verbaal terzake van een aan drugssmokkel gerelateerd misdrijf, maar op basis van een ander misdrijf, vindt er slechts signalering plaats in het OPS voor de duur van één jaar.
|
||||
|
||||
Ad. g: Voor een overzicht van de vrijheidsbeperkende maatregelen wordt verwezen naar A6/1.1.Indien de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft niet, ingevolge artikel 4.39 Vb, onmiddellijk van zijn aanwezigheid mededeling doet, onttrekt hij zich aan het toezicht. Als blijkt dat de vreemdeling zich heeft onttrokken aan het toezicht kan hij in ieder geval worden gesignaleerd indien:
|
||||
|
||||
– hij niet beschikt over een inreisstempel en hij de plaats en het moment van inreis in het Schengengebied niet aannemelijk kan maken (zie ook A3/3.6.3); of
|
||||
– hij blijkens de inreisstempel in zijn reisdocument de vrije termijn heeft overschreden met meer dan drie dagen.
|
||||
|
||||
Ad. h: Deze signaleringsgrond is er met name op gericht vreemdelingen met banden met terroristische netwerken te weren. Hiermee wordt aangesloten bij de wens in verschillende resoluties van de VN om de bewegingsvrijheid van terroristen aan banden te leggen, met name in het kader van grensbewaking. De signaleringsgrond ziet op vreemdelingen aan wie op grond van artikel 3, eerste lid, onder b, Vw de toegang moet worden geweigerd en aan wie op grond van artikel 12, eerste lid, onder d, Vw geen verblijf in de vrije termijn is toegestaan. In deze gevallen dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De signalering hoeft niet gerelateerd te zijn aan daadwerkelijk verblijf in Nederland van de vreemdeling in het verleden, noch aan een daadwerkelijke komst naar Nederland in de toekomst.Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de AIVD. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (inter-)nationale ministeries of inlichtingendiensten.
|
||||
|
||||
Voor de personen die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer vallen (zie artikel 8.7 Vb) geldt dat de signalering ‘OVR’ niet is toegestaan. Voor hen geldt uitsluitend het gestelde in paragraaf A3/9.2.1 (zie ook A5/6).
|
||||
|
||||
In de gevallen bedoeld onder 1 tot en met 6 vangt de termijn van signalering aan op de datum dat de betrokken vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten, dan wel hem de toegang is geweigerd. In het geval bedoeld onder 7 vangt de termijn van de signalering aan op de datum dat de Minister de bijzondere aanwijzing heeft gegeven. In het geval bedoeld onder 8 vangt de termijn van de signalering aan op de datum dat de Minister de bijzondere aanwijzing heeft gegeven.
|
||||
|
||||
In alle gevallen kan de betrokken vreemdeling verzoeken om de signalering op te heffen door een daartoe strekkend gemotiveerd verzoek in te dienen bij de DNRI (zie artikel 35 en artikel 36 Wbp). Verzoeken tot opheffing signalering en bezwaarschriften worden doorgestuurd aan en behandeld door de IND.
|
||||
|
||||
Vreemdelingen die gedurende enige tijd om beleidsmatige dan wel technische redenen niet verwijderd mogen of kunnen worden, worden niet gesignaleerd gedurende deze periode.
|
||||
Voor de personen die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer vallen (zie artikel 8.7 Vb) geldt dat de signalering ‘OVR’ niet is toegestaan. Voor hen geldt uitsluitend het gestelde in A3/9.2.1 (zie ook A5/6).
|
||||
|
||||
#### 9.3. Handelwijze bij een als ongewenst gesignaleerde vreemdeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -2871,15 +2838,34 @@ Indien de vreemdeling de beroepstermijn ongebruikt laat, kan deze in mindering w
|
|||
|
||||
Er kunnen zich omstandigheden voordoen, die het wenselijk maken om een kortere vertrektermijn te geven. Om die reden is in artikel 62, vierde lid, Vw de bevoegdheid van de Minister opgenomen om de vertrektermijn tot minder dan vier weken te verkorten. De Korpschef, dan wel de Commandant der KMar kan ingevolge artikel 1.4 Vb zelfstandig tot verkorting van de vertrektermijn besluiten.
|
||||
|
||||
De vertrektermijn kan verkort worden in het belang van de uitzetting:
|
||||
|
||||
• indien de geldigheidsduur van de beschikbare reisdocumenten door het toekennen van een termijn van vier weken verloopt;
|
||||
• indien gegronde vrees bestaat dat de vreemdeling misbruik zal maken van het gunnen van een vertrektermijn door niet-rechtmatig in ons land achter te blijven;
|
||||
• indien de eerste reismogelijkheid zich voordoet vóór het verstrijken van de vertrektermijn, terwijl de daaropvolgende reismogelijkheid in redelijkheid te lang na het verstrijken van de vertrektermijn ligt;
|
||||
• indien binnen de vertrektermijn van de vreemdeling de mogelijkheid bestaat hem in het kader van een door de DT&V georganiseerde overheidsvlucht te laten terugkeren;
|
||||
• indien het een vreemdeling betreft wiens uitzetting dient te geschieden door middel van overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten ingevolge terug- en overnameovereenkomsten (zie A4/11).
|
||||
|
||||
De vertrektermijn kan voorts worden verkort in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.
|
||||
|
||||
Bij EU-/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen, alsmede de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, is verkorting van de vertrektermijn alleen mogelijk in naar behoren aantoonbare dringende gevallen (zie artikel 8.24, derde lid, Vb en A6/5.3.3.7). Hiervan is slechts sprake bij een actuele, werkelijke en genoegzaam ernstige bedreiging van de openbare orde (Raad van State 15 juli 2005, Bulvydas, 200505057/1).
|
||||
|
||||
De verkorting van de vertrektermijn kan op twee manieren door de rechter worden beoordeeld:
|
||||
|
||||
• indien de Minister de vertrektermijn tegelijk met de afwijzing van de aanvraag verkort, dan zal de rechter bij de beoordeling van het beroep op de rechter tevens de verkorting van de termijn beoordelen;
|
||||
• indien de Minister pas na afloop van het beroep op de rechter de vertrektermijn verkort, dan is afzonderlijk bezwaar of beroep mogelijk. In dit laatste geval mag de behandeling van een ingediend bezwaar- of beroepschrift niet in Nederland worden afgewacht.
|
||||
|
||||
Het verkorten van de vertrektermijn heeft overigens geen gevolg voor de termijn waarbinnen de vreemdeling bezwaar of beroep kan instellen. Deze termijn blijft in genoemde situaties in het algemeen vier weken, tenzij de aanvraag in de algemene asielprocedure wordt afgedaan, in welk geval de beroepstermijn een week bedraagt (zie artikel 69, eerste en tweede lid, Vw).
|
||||
|
||||
#### 3.4. Onthouden van een vertrektermijn
|
||||
|
||||
In een aantal gevallen wordt de vreemdeling geen vertrektermijn gegund (zie artikel 62, derde lid, Vw).
|
||||
|
||||
Het betreft de volgende categorieën:
|
||||
|
||||
– de vreemdeling wiens rechtmatig verblijf is geëindigd door afloop van de termijn als bedoeld in artikel 12 Vw (de zogenaamde vrije termijn);
|
||||
– de vreemdeling die nooit rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad en zich dus illegaal toegang tot Nederland heeft verschaft;
|
||||
– de vreemdeling van wie de asielaanvraag is afgewezen in de AC-procedure (zie C22/2).
|
||||
• de vreemdeling wiens rechtmatig verblijf is geëindigd door afloop van de termijn als bedoeld in artikel 12 Vw (de zogenaamde vrije termijn);
|
||||
• de vreemdeling die nooit rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad en zich dus illegaal toegang tot Nederland heeft verschaft of vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd.
|
||||
• de vreemdeling van wie de tweede of volgende asielaanvraag is afgewezen in de algemene asielprocedure.
|
||||
|
||||
Vreemdelingen behorend tot de hierboven genoemde categorieën dienen Nederland dus onmiddellijk te verlaten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2889,11 +2875,33 @@ Vreemdelingen behorend tot de hierboven genoemde categorieën dienen Nederland d
|
|||
|
||||
Uitgangspunt in de Vw is dat de vreemdeling aan wie geen (verder) verblijf in Nederland is toegestaan een eigen verantwoordelijkheid heeft om Nederland binnen de daarvoor gestelde termijn te verlaten. Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, dient hij hiervoor tijdig zelf te zorgen. Hiertoe kan de vreemdeling zich wenden tot zijn eigen diplomatieke vertegenwoordiging of tot familieleden of bekenden in het land van herkomst.
|
||||
|
||||
Wanneer een vreemdeling niet zelfstandig Nederland verlaat, kan uitzetting aan de orde komen (zie A4/6).
|
||||
|
||||
In het kader van een uitzetting van een vreemdeling die niet beschikt over een (geldig) reisdocument, wordt pas een (vervangend) reisdocument aangevraagd wanneer de uitzetting niet geëffectueerd kan worden op basis van een terug- of overnameovereenkomst of werkafspraken dan wel een claim op een vervoerder (artikel 65 Vw).
|
||||
|
||||
In een aantal gevallen is uitzetting van een vreemdeling aan wie geen (verder) verblijf in Nederland is toegestaan niet onmiddellijk uitvoerbaar, omdat deze niet over een (geldig) reisdocument beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd. Om na te gaan of de vreemdeling bij een andere ketenpartner bekend is, dient in die gevallen de vreemdelingenadministratie te worden geraadpleegd. Ter vaststelling van de nationaliteit en identiteit kan hier onder andere worden gedacht aan het vergelijken van foto’s en vingerafdrukken. Ter vaststelling van de nationaliteit van een vreemdeling kan in bijzondere gevallen gebruik worden gemaakt van de bij de IND aanwezige expertise op het gebied van taalanalyse.
|
||||
|
||||
Indien de uit te zetten vreemdeling niet in het bezit is van een (geldig) reisdocument of re-entry permit op grond waarvan de toegang tot het land van bestemming en zijn eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd, kan de DT&V zo spoedig mogelijk een (vervangend) reisdocument en de eventueel benodigde (transit)visa en re-entry permit aanvragen bij de betreffende buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging. Het verzoek tot een vervangend reisdocument wordt opgemaakt door de DT&V bij voorkeur in gezamenlijkheid met de betreffende vreemdeling. Indien de vreemdeling beschikt over (kopieën van) documenten die zijn identiteit of nationaliteit kunnen onderbouwen worden kopieën hiervan bij het verzoek gevoegd. In geen geval wordt in het verzoek om een (vervangend) reisdocument asielgerelateerde informatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging verstrekt.
|
||||
|
||||
In de gevallen waarin onmiddellijke uitzetting door middel van overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is (zie A4/8) zal in beginsel geen (vervangend) reisdocument en de eventueel benodigde (transit)visa en re-entry permit bij de betreffende buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging worden aangevraagd. Indien de uitzetting van een vreemdeling als hier bedoeld niet op de voorgeschreven wijze kan worden geëffectueerd, dient contact te worden opgenomen met de DT&V.
|
||||
|
||||
Voor het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument wordt veelal door de betreffende buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging verlangd dat de vreemdeling in persoon bij haar verschijnt. Ten behoeve van een presentatie aan de betreffende diplomatieke vertegenwoordiging kan de vreemdeling door de DT&V worden uitgenodigd, dan wel door de vreemdelingenpolitie of KMar worden gevorderd te verschijnen (zie M90A). Met deze presentatie wordt beoogd de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling vast te stellen en een (vervangend) reisdocument te verkrijgen. Op grond van artikel 63 Vw is de vreemdeling gehouden medewerking te verlenen aan de presentatie en het interview met de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging.
|
||||
|
||||
Bij contacten met de diplomatieke vertegenwoordiging ter verkrijgen van de voor het vertrek benodigde (vervangende) reisdocumenten dient voorzichtigheid te worden betracht in verband met het verbod op refoulement.
|
||||
De diplomatieke vertegenwoordiging wordt, evenals andere autoriteiten van het (vermoedelijke land van herkomst), nimmer op de hoogte gesteld van het feit dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend in Nederland of in enig ander land. Er kan slechts worden aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en om die reden Nederland dient te verlaten dan wel dat hij gehouden is om medewerking te verlenen aan de voorbereiding van zijn vertrek. Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging zal de vreemdeling in een vertrekgesprek met de DT&V en door middel van een informatiebulletin worden geïnformeerd omtrent het feit dat hij niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken met betrekking tot de reden van zijn verblijf hier te lande. Aan de vreemdeling zal een kopie worden verstrekt van de aanvraag om een (vervangend) reisdocument, zoals deze is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging.
|
||||
|
||||
Bij contacten met de diplomatieke vertegenwoordiging ter verkrijgen van de voor het vertrek benodigde (vervangende) reisdocumenten past enige terughoudendheid in de fase dat nog niet door de rechter is beslist op een beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag.
|
||||
|
||||
Dit betekent in beginsel dat het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit, of identiteitsonderzoek alsook de presentatie (in persoon) van de vreemdeling bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst, indien het om een asielzoeker gaat, pas dient te geschieden na een uitspraak van de rechter in beroep, of, wanneer het indienen van een rechtsmiddel geen opschortende werking heeft (hoger beroep), tot het moment waarop de rechter heeft geoordeeld over het eventuele verzoek om een voorlopige voorziening.
|
||||
|
||||
Het indienen van hoger beroep heeft geen opschortende werking. Een asielzoeker mag de uitspraak in hoger beroep dus niet afwachten en dient Nederland te verlaten. Hij kan derhalve worden uitgezet, behoudens in geval van een toegewezen voorlopige voorziening. Omdat het indienen van hoger beroep geen opschortende werking heeft, is het mogelijk de vreemdeling te presenteren bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst. Als een afgewezen asielzoeker echter in hoger beroep gaat én tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening aanvraagt, dient gewacht te worden met de presentatie bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst totdat de ABRvS zich heeft uitgesproken over de voorlopige voorziening. In het geval de voorlopige voorziening wordt afgewezen kan gepresenteerd worden. In het geval de voorlopige voorziening wordt toegekend, dient presentatie in beginsel achterwege te blijven totdat de rechter heeft beslist in de bodemprocedure (hoger beroep).
|
||||
|
||||
Een uitzondering hierop vormt de situatie waarin de asielaanvraag is afgewezen binnen de algemene asielprocedure. In deze gevallen heeft het instellen van beroep geen schorsende werking, maar heeft de vreemdeling direct aansluitend aan de algemene asielprocedure wel recht op opvang gedurende een vertrektermijn van vier weken. Tijdens deze vertrektermijn zal de DT&V reeds starten met de voorbereiding van het vertrek. Het indienen van een aanvraag voor het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument bij de diplomatieke vertegenwoordiging en indien nodig een presentatie, kunnen onderdeel uitmaken van deze voorbereiding.
|
||||
|
||||
De situatie waarin er sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel vormt daarop eveneens een uitzondering. Ook in dat geval kan de DT&V, ook indien de rechter nog niet heeft beslist op een door een asielzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening en/of ingesteld beroep, zich voor het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek wenden tot de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst.
|
||||
|
||||
Eventueel kan ook in andere (bijzondere) gevallen worden overgegaan tot vroegtijdige presentatie van de vreemdeling bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om afgewezen asielzoekers afkomstig uit een land waarvan bekend is dat het verkrijgen van openbare-ordeaspecten (bijvoorbeeld iemand die op grond van het strafrecht van zijn vrijheid is beroofd).
|
||||
|
||||
Is de vreemdeling in een huis van bewaring, een gevangenis, een TBS-inrichting of een soortgelijke inrichting opgenomen, dan dient het (vervangend) reisdocument zo mogelijk reeds tijdens zijn verblijf in die inrichting te worden aangevraagd, opdat de uitzetting zo spoedig mogelijk, bij voorkeur onverwijld, na het ontslag kan plaatsvinden (zie A4/10.1).
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen en de betrokken ambtenaren van de IND zien erop toe dat nimmer aantekeningen in reis- of identiteitsdocumenten van asielzoekers worden geplaatst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2917,20 +2925,20 @@ Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelinge
|
|||
|
||||
Ten aanzien van het stellen van aantekeningen omtrent verwijdering in het reisdocument van de vreemdeling, gelden de volgende hoofdregels:
|
||||
|
||||
– een aantekening omtrent verwijdering mag in het reisdocument van een vreemdeling alleen worden gesteld indien er gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal trachten zich (opnieuw) naar Nederland te begeven, zonder te voldoen aan de bij of krachtens de Vw gestelde voorwaarden voor binnenkomst;
|
||||
– een aantekening omtrent verwijdering mag niet worden gesteld indien de doorreis van de vreemdeling door of diens toelating tot een derde land daardoor zou worden bemoeilijkt.
|
||||
• een aantekening omtrent verwijdering mag in het reisdocument van een vreemdeling alleen worden gesteld indien er gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal trachten zich (opnieuw) naar Nederland te begeven, zonder te voldoen aan de bij of krachtens de Vw gestelde voorwaarden voor binnenkomst;
|
||||
• een aantekening omtrent verwijdering mag niet worden gesteld indien de doorreis van de vreemdeling door of diens toelating tot een derde land daardoor zou worden bemoeilijkt.
|
||||
|
||||
Gevaar voor moeilijkheden met het oog op doorreis door, of toelating tot, derde landen zal niet bestaan indien:
|
||||
Gevaar voor moeilijkheden met het oog op doorreis, door of toelating tot, derde landen zal niet bestaan indien:
|
||||
|
||||
– De vreemdeling met toepassing van de ter zake gesloten overeenkomsten door bemiddeling van het land waarmee de overeenkomst is gesloten naar een derde land wordt uitgezet (zie A4/11);
|
||||
– De vreemdeling rechtstreeks wordt verwijderd naar een land waar zijn toegang gewaarborgd is, hetzij omdat hij onderdaan is van dat land, hetzij omdat hij in het bezit is van een voor toelating tot dat land geldig reisdocument.
|
||||
• De vreemdeling met toepassing van de ter zake gesloten overeenkomsten door bemiddeling van het land waarmee de overeenkomst is gesloten naar een derde land wordt uitgezet (zie A4/11);
|
||||
• De vreemdeling rechtstreeks wordt verwijderd naar een land waar zijn toegang gewaarborgd is, hetzij omdat hij onderdaan is van dat land, hetzij omdat hij in het bezit is van een voor toelating tot dat land geldig reisdocument.
|
||||
|
||||
Bij uitzetting van een vreemdeling door middel van overgave aan de Belgische grensautoriteiten blijft – tenzij de Minister een andersluidende aanwijzing heeft gegeven – het stellen van een aantekening omtrent verwijdering in het reisdocument steeds achterwege indien de vreemdeling bestemd is om uit het Beneluxgebied te worden verwijderd.
|
||||
|
||||
Aantekeningen omtrent verwijdering mogen nimmer worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
|
||||
|
||||
– asielzoekers (zie C11/3.2);
|
||||
– vreemdelingen op wie het beleid ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel (zie B9) van toepassing is.
|
||||
• asielzoekers (zie C10/2);
|
||||
• vreemdelingen op wie het beleid ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel (zie B9) van toepassing is.
|
||||
|
||||
Voor het stellen van aantekeningen in het algemeen, zie A3/5.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2977,7 +2985,19 @@ De uitreisformaliteiten op de luchthaven worden afgehandeld door IOM. Indien spr
|
|||
|
||||
Uitzetting is een bevoegdheid en geen verplichting van de Minister. De titel tot uitzetting is van rechtswege het gevolg van het niet verlenen, niet verlengen of intrekken van de vergunning, het eindigen van het rechtmatig verblijf, of het niet rechtmatige verblijf. In de artikelen 27, 45 en 63 Vw is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet indien hij Nederland niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan op het moment van het doen van zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, is met die uitspraak bevestigd dat de vreemdeling Nederland dient te verlaten.
|
||||
|
||||
Uitgeprocedeerde Amv’s ten aanzien van wie geen twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en van wie de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het bijzondere beleid inzake Amv’s is geweigerd, komen in aanmerking voor voorzieningen in Nederland totdat het vertrek geëffectueerd wordt zolang zij nog minderjarig zijn (zie C23/3.2).
|
||||
Uitzetting vindt plaats:
|
||||
|
||||
– door overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten;
|
||||
– door plaatsing aan boord van een vliegtuig of schip van de onderneming door wiens tussenkomst de vreemdeling heeft aangevoerd (zie A4/8); of
|
||||
– indien geen van de bovenstaande opties mogelijk is: rechtstreeks, dan wel indirect door middel van een tussenstop, naar een land waarvan op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend.
|
||||
|
||||
Van belang is dat in het kader van de uitzetting nimmer aan de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling, noch aan autoriteiten van het land van doorreis of bestemming, mag worden medegedeeld, of documenten mogen worden verstrekt waaruit blijkt dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend. Om te voorkomen dat deze informatie de genoemde autoriteiten bereikt, mag ook nimmer aan het personeel van de vervoersmaatschappij waarmee de vreemdeling wordt uitgezet, worden medegedeeld dat hij een asielaanvraag heeft ingediend. Er kan slechts worden aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft en om die reden Nederland dient te verlaten.
|
||||
|
||||
Uitgeprocedeerde Amv’s ten aanzien van wie geen twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en van wie de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het bijzondere beleid inzake Amv’s is geweigerd, komen in aanmerking voor voorzieningen in Nederland totdat het vertrek geëffectueerd wordt zolang zij nog minderjarig zijn.
|
||||
|
||||
Indien niet aannemelijk is geworden dat betrokkene zich zelfstandig kan handhaven (zie B14/2.2.3), dient bij de feitelijke terugkeer de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld te zijn, tenzij in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar betrokkene redelijkerwijs heen kan gaan, zorgdragen voor de opvang van alleenstaande minderjarigen. In dat geval rust op de Nederlandse overheid geen taak om te treden in de wijze van opvang van de minderjarigen.
|
||||
|
||||
Alvorens tot uitzetting over te gaan van een Amv van wie de asielaanvraag is afgewezen, dient contact opgenomen te worden met de DT&V en de IND. De voogd wordt op de hoogte gesteld van het besluit dat de betrokkene wordt uitgezet en van de wijze waarop de uitzetting zal plaatsvinden.
|
||||
|
||||
Indien het hoofd van een gezin uit Nederland moet worden verwijderd, geldt als algemene regel dat de tot zijn gezin behorende vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer krachtens een van de bepalingen van artikel 8 Vw is toegestaan in Nederland te verblijven, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin verwijderd dienen te worden. Indien al dan niet door toedoen van een gezinslid gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, kan gescheiden verwijdering pas plaatsvinden nadat de zaak is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3120,57 +3140,127 @@ In een aantal gevallen is uitzetting niet mogelijk, omdat de vreemdeling niet la
|
|||
|
||||
Artikel 64 Vw bepaalt dat de uitzetting achterwege dient te blijven zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van een van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen.
|
||||
|
||||
Als gezinsleden worden in dit verband aangemerkt:
|
||||
|
||||
• echtgenoten en (geregistreerde) partners en hun respectieve minderjarige (voor-)kinderen;
|
||||
• de meerderjarige kinderen die feitelijk behoren en reeds in het land van herkomst behoorden tot het gezin.
|
||||
|
||||
In de situatie dat ten aanzien van een minderjarig kind sprake is van het achterwege laten van de uitzetting, worden als gezinsleden aangemerkt:
|
||||
|
||||
• de (stief/pleeg)ouders van het kind;
|
||||
• de minderjarige (stief)broers en zussen van het kind;
|
||||
• de meerderjarige broers en zussen die feitelijk behoren en reeds in het land van herkomst behoorden tot het gezin van bedoelde ouders.
|
||||
|
||||
Voor de wijze waarop de familierechtelijke relatie en het feitelijke behoren tot het gezin wordt aangetoond, wordt verwezen naar C14/6.2. In het kader van deze regeling behoeven officiële documenten, waarmee de familierechtelijke relatie wordt aangetoond, niet gelegaliseerd te zijn door de Minister van BuZa.
|
||||
|
||||
De vreemdeling die een verzoek om toepassing artikel 64 Vw indient, overlegt bij voorkeur een geldig grensoverschrijdingsdocument. Indien het voor de vreemdeling niet mogelijk is een grensoverschrijdingsdocument te overleggen, dient de vreemdeling (op andere wijze) voldoende inzicht in zijn identiteit en nationaliteit te verschaffen middels aanvullende gegevens en bescheiden.
|
||||
|
||||
Als de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onvoldoende vast is komen te staan vraagt de IND, uitsluitend met het oog op de bepaling in artikel 64 Vw, slechts een gedeeltelijk advies op bij de medisch adviseur van BMA. De IND stelt aan de medisch adviseur slechts de vraag of de vreemdeling kan reizen en of er bij terugkeer in het land een medische noodsituatie ontstaat. De medisch adviseur zal in die gevallen geen advies worden gevraagd omtrent de vraag of medische behandeling in het land van herkomst mogelijk is. Aangezien het onderzoek naar de behandelmogelijkheden wordt gefrustreerd, door het niet kunnen aantonen van de identiteit en nationaliteit, wordt uitgegaan van het bestaan van behandelmogelijkheden.
|
||||
|
||||
De bescherming tegen uitzetting in deze gevallen moet uitdrukkelijk worden onderscheiden van de situatie waarin de vreemdeling medische behandeling in Nederland stelt te behoeven en om die reden in aanmerking wenst te komen voor een verblijfsvergunning (zie B8/2.1).
|
||||
|
||||
De uitzetting blijft op grond van artikel 64 Vw achterwege indien de medisch adviseur aangeeft dat:
|
||||
|
||||
• het vanwege de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van één van zijn gezinsleden niet verantwoord is om te reizen; of
|
||||
• de stopzetting van de medische behandeling een medische noodsituatie zal doen ontstaan en de medische behandeling van de betreffende medische klachten niet kan plaatsvinden in het land van herkomst of een ander land waar betrokkene naar kan vertrekken.
|
||||
|
||||
Omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg betreffen, worden niet betrokken bij de beoordeling (zie B8/3.4).
|
||||
|
||||
Artikel 64 Vw kan onder bepaalde voorwaarden ook toegepast worden in afwachting van de definitieve besluitvorming op het artikel 64 Vw verzoek (zie A4/ 7.3.1 en A4/7.3.2).
|
||||
|
||||
Artikel 64 Vw betreft een tijdelijke maatregel, enkel gericht op de opschorting van de uitzetting en/of de rechtsplicht om Nederland te verlaten. Artikel 64 Vw geeft rechtmatig verblijf, maar geen verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
De vraag of op grond van artikel 64 Vw uitzetting achterwege moet blijven, kan zich niet eerder voordoen dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Derhalve kan de bescherming van artikel 64 Vw niet intreden indien en zolang de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft ingevolge artikel 8 Vw. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie A4/7.3.2).
|
||||
|
||||
Een beroep op artikel 64 Vw is mogelijk indien de vreemdeling zich in de situatie bevindt waarin de werking van een besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning niet (langer) is opgeschort dan wel indien de vreemdeling nimmer een aanvraag om een verblijfsvergunning heeft ingediend en geen rechtmatig verblijf heeft. Hierbij is niet van belang of de uitzetting op korte termijn is gepland.
|
||||
|
||||
Ingeval de vreemdeling ongewenst is verklaard ex artikel 67 Vw, of indien de toegang is geweigerd, kan er geen sprake zijn van rechtmatig verblijf ex artikel 8 Vw en kan er evenmin een geslaagd beroep worden gedaan op artikel 64 Vw.
|
||||
|
||||
Een aanvraag om artikel 64 Vw toe te passen en het rechtmatig verblijf ex artikel 8, onder j, Vw toe te kennen, zal dan ook moeten worden afgewezen omdat betrokkene, vanwege de ongewenstverklaring, dan wel vanwege de toegangsweigering, daarop geen aanspraak kan maken.
|
||||
|
||||
De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan desalniettemin, gelet op de strekking van artikel 64 Vw, aanleiding zijn om tijdelijk geen gevolg te geven aan de bevoegdheid om de vreemdeling uit te zetten.
|
||||
|
||||
In dat geval blijft de uitzetting achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat de ongewenstverklaring of toegangsweigering wordt opgeheven. In dit geval gebeurt dit naar de ratio van (en niet ingevolge) artikel 64 Vw. Het stellen van een aantekening in het grensoverschrijdingsdocument blijft in deze gevallen achterwege.
|
||||
|
||||
#### 7.2. Procedure
|
||||
|
||||
##### 7.2.1. Beroep op
|
||||
|
||||
Een beroep op artikel 64 Vw is, gelet op artikel 1:3 Awb, een aanvraag in de zin van de Awb. De aanvraag wordt schriftelijk gedaan bij de IND en dient steeds onderbouwd te zijn met alle gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling van de vraag of de uitzetting gelet op de gezondheid van betrokkene kan worden geëffectueerd. Het zal daarbij kunnen gaan om recente medische stukken van één of meer behandelend arts(en) die in een gesloten envelop, voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, aangeleverd moeten worden. Ook dient een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie model M39-A) te worden bijgevoegd. Op deze toestemmingsverklaring dienen alleen de meest recente behandelaars te worden vermeld. De aanvraag dient te worden verzonden naar de IND.
|
||||
Een beroep op artikel 64 Vw is, gelet op artikel 1:3 Awb, een aanvraag in de zin van de Awb. De aanvraag wordt, met uitzondering van de procedure beschreven in A4/7.2.1.1, schriftelijk gedaan bij de IND en dient steeds onderbouwd te zijn met alle gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling van de vraag of de uitzetting gelet op de gezondheid van betrokkene kan worden geëffectueerd.
|
||||
|
||||
Met uitsluitend mededelingen van de vreemdeling zelf wordt in beginsel geen genoegen genomen. Dit is slechts anders indien bij de DT&V of bij de ambtenaar belast met de uitzetting, dan wel ontruiming, reeds aanstonds en wegens concrete aanwijzingen het vermoeden rijst dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. In dat geval zal de ambtenaar belast met de uitzetting dan wel de DT&V ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw zich ervan moeten vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en hiertoe bij de IND een onderzoek (laten) instellen. In de meeste gevallen zal de medisch adviseur van het BMA door de IND om een advies worden gevraagd.
|
||||
Het beroep op artikel 64 Vw moet de vreemdeling in ieder geval onderbouwen met:
|
||||
|
||||
Indien er geen medische stukken ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend, of indien een ingevulde toestemmingsverklaring (zie model M39-A) ontbreekt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Indien de vreemdeling hier niet aan voldoet, kan de aanvraag worden afgewezen.
|
||||
– Een recent ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie model M39-A) met vermelding van de meest recente behandelaars, waarbij de vreemdeling momenteel onder behandeling staat. BMA verricht geen medisch onderzoek als de toestemmingsverklaring ouder is dan zes maanden.
|
||||
– Een gedagtekend, ondertekend schriftelijk bewijs van de medische behandelaar(s), waaruit blijkt:
|
||||
|
||||
De redelijke termijn voor het indienen van relevante medische stukken bedraagt in beginsel een week, maar kan korter zijn in het belang van de vreemdeling, of in het geval de uitzetting op (zeer) korte termijn gepland is.
|
||||
○ de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s);
|
||||
○ dat de vreemdeling medische klachten heeft, waarvoor hij door de behandelaar op dat moment actief wordt behandeld;
|
||||
○ datum start behandeling en indien bekend verwachte einddatum van de behandeling.
|
||||
○ wat de aard is van de medische klachten.
|
||||
|
||||
Het bewijs omtrent de medische situatie vreemdeling mag op het moment van overleggen niet ouder zijn dan een maand.
|
||||
|
||||
Met uitsluitend mededelingen van de vreemdeling zelf wordt in beginsel geen genoegen genomen. Dit is slechts anders indien bij de DT&V of bij de ambtenaar belast met de uitzetting, dan wel ontruiming, reeds aanstonds en wegens concrete aanwijzingen het vermoeden rijst dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. In dat geval zal de ambtenaar belast met de uitzetting dan wel de DT&V ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw zich ervan moeten vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en hiertoe bij de IND een onderzoek (laten) instellen. In de meeste gevallen zal de medisch adviseur van het BMA door de IND om een advies worden gevraagd (zie B8/3).
|
||||
|
||||
Indien er geen medische stukken ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend en een ingevulde toestemmingsverklaring (zie model M39-A) ontbreekt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Indien de vreemdeling hier niet aan voldoet, kan de aanvraag worden afgewezen.
|
||||
|
||||
De redelijke termijn voor het indienen van de ontbrekende, relevante medische stukken bedraagt in beginsel een week, maar kan korter zijn in het geval de uitzetting op (zeer) korte termijn gepland is.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling zich wendt tot de DT&V, de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar of het COA, wordt de aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw doorgezonden aan de IND.
|
||||
|
||||
###### 7.2.1.1. Beroep op
|
||||
Een beroep op artikel 64 Vw kent geen wettelijke beslistermijn in de Vw. Daarom is artikel 4:13 tweede lid Awb van toepassing, waaruit volgt dat dient te worden beslist binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Deze redelijke termijn is in ieder geval na 8 weken verstreken. Ingevolge artikel 4:14 derde lid Awb kan deze beslistermijn eenmalig worden verlengd met een concreet benoemde termijn. Deze verlenging moet gezien de omstandigheden redelijk zijn. De verlenging van de beslistermijn is in deze gevallen in ieder geval redelijk omdat een medisch adviseur van BMA onderzoek bij derden moet doen naar de medische problematiek van de vreemdeling. Gelet hierop is een verlenging van de beslistermijn met 13 weken redelijk. Aan de vreemdeling wordt bekend gemaakt binnen welke termijn een beslissing op het verzoek om toepassing van artikel 64 Vw kan worden verwacht. De verlenging van de beslistermijn op basis van artikel 4.14 derde lid Awb staat los van opschorten van de beslistermijn als bedoeld in artikel 4:5 juncto artikel 4:15 Awb.
|
||||
|
||||
Een beroep op artikel 64 Vw is, gelet op artikel 1:3 Awb, een aanvraag in de zin van de Awb.
|
||||
|
||||
De aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw wordt schriftelijk ingediend bij de IND en dient steeds onderbouwd te zijn met alle gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling van de vraag of de uitzetting, gelet op de gezondheidstoestand van betrokkene, kan worden geëffectueerd. Het zal daarbij kunnen gaan om recente medische stukken van één of meer behandelend arts(en) die in een gesloten envelop, voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, aangeleverd moeten worden. Ook dient een recente volledig ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie model M39-A) te worden bijgevoegd. Op deze toestemmingsverklaring dienen alleen de meest relevante behandelaars te worden vermeld. Tevens dient de medische situatie genoegzaam te worden onderbouwd met een recente verklaring, opgesteld door een behandelaar die, hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen staat ingeschreven. Indien de verklaring is opgesteld door andere dan de hiervoor genoemde personen, wordt geen advies ingewonnen bij het BMA. Bij voorkeur dient ook een geldig reis- en/of identiteitsdocument overgelegd te worden. Indien het voor de vreemdeling niet mogelijk is een geldig reis- of identiteitsdocument te overleggen dan verschaft hij op een andere wijze voldoende inzicht in zijn identiteit en nationaliteit. De medisch adviseur wordt slechts om een gedeeltelijk advies gevraagd indien de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onvoldoende vast is komen te staan. De medisch adviseur zal in die gevallen geen advies worden gevraagd omtrent de vraag of medische behandeling in het land van herkomst mogelijk is.
|
||||
|
||||
Met uitsluitend mededelingen van de vreemdeling zelf wordt in beginsel geen genoegen genomen. Dit is slechts anders indien bij de DT&V of bij de ambtenaar belast met de uitzetting, dan wel ontruiming, reeds aanstonds en wegens concrete aanwijzingen het vermoeden rijst dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. In dat geval zal de DT&V dan wel de ambtenaar belast met de uitzetting ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw zich ervan moeten vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en hiertoe bij de IND een onderzoek (laten) instellen. In de meeste gevallen zal de medisch adviseur van het BMA door de IND om een advies worden gevraagd.
|
||||
|
||||
###### 7.2.1.2. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van
|
||||
###### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van
|
||||
|
||||
Een uitgeprocedeerde asielzoeker kan in afwachting van een beslissing op een verzoek om toepassing van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder j, Vw krijgen, waardoor ingevolge de Rva recht op opvang ontstaat, indien door de vreemdeling, in afwijking van paragraaf 7.2.1.1, onderstaande procedure wordt gevolgd.
|
||||
|
||||
Deze periode is nodig om te kunnen vaststellen of de overgelegde relevante *medische* gegevens compleet zijn en of, gelet hierop, wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor opvang in afwachting van een beslissing op de aanvraag.
|
||||
De vreemdeling neemt contact op met de IND over de te volgen procedure. De relevante medische gegevens van de vreemdeling worden, alvorens de aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw wordt ingediend, in een gesloten envelop voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, door de vreemdeling of de medische behandelaar aangeleverd aan de IND. Deze gegevens worden samen met een recente volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie model M39-A), een recente verklaring omtrent de medische situatie van de vreemdeling, opgesteld door een behandelaar die, hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven en een kopie van een geldig reis- en/of identiteitsdocument naar de IND gestuurd.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of de toestemmingsverklaring recent, volledig ingevuld en ondertekend is, of de vreemdeling momenteel actieve medische behandeling krijgt en of een geldig grensoverschrijdingsdocument of, indien het voor de vreemdeling niet mogelijk is een geldig grensoverschrijdingsdocument te overleggen, aanvullende gegevens en bescheiden omtrent zijn identiteit en nationaliteit aanwezig zijn. Met betrekking tot de compleetheid van de relevante medische gegevens beoordeelt de IND slechts of er een gesloten envelop van de behandelaar(s) gericht aan het BMA aanwezig is.
|
||||
|
||||
Indien de IND de ontvangen stukken als compleet heeft beoordeeld, wordt de gesloten envelop met de medische gegevens naar het BMA gezonden. Tevens wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om ongeveer twee weken later een aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw in persoon in te dienen bij de IND. Pas op het moment dat de aanvraag formeel is ingediend gaat de beslistermijn, ingevolge de Awb, lopen.
|
||||
|
||||
Deze periode is nodig om te kunnen vaststellen of de overgelegde relevante medische gegevens compleet zijn en of, gelet hierop, wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor opvang in afwachting van een beslissing op de aanvraag.
|
||||
|
||||
###### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
|
||||
|
||||
Als gevolg van het medische advies dat in de rust en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend. Deze omstandigheden worden zoveel mogelijk (ambtshalve) meegenomen tijdens de asielprocedure. Dit kan ook gelden voor medische omstandigheden die later in de procedure tot uiting komen, indien dit is onderbouwd. Bij een afwijzing van de asielaanvraag wordt in de meeromvattende beschikking beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van artikel 64 Vw.
|
||||
|
||||
De IND toetst ambtshalve artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wanneer hier aan de hand van voornoemd medisch advies danwel andere medisch relevante gegevens, die later in de procedure ingebracht worden, aanwijzingen voor zijn. Hierbij is het wel noodzakelijk dat de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie model M39-A) en bijvoorkeur een kopie van een geldig grensoverschrijdingsdocument heeft overgelegd. Indien het voor de vreemdeling niet mogelijk is een geldig grensoverschrijdingsdocument te overleggen dan dient de vreemdeling (op andere wijze) voldoende inzicht in zijn identiteit en nationaliteit te verschaffen middels aanvullende gegevens en bescheiden.
|
||||
|
||||
Artikel 64 Vw wordt in beginsel niet toegepast wanneer de vreemdeling op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) overgedragen kan worden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor C3/ 2.3.6.4).
|
||||
|
||||
Voor opvolgende asielaanvragen die in de algemene asielprocedure kunnen worden afgewezen geldt de parallelle procedure in beginsel niet. Voor deze vreemdelingen staat de procedure zoals beschreven in A4/7.2.1.1 open. Bij opvolgende asielaanvragen die in de verlengde procedure worden afgedaan, bestaat wel de mogelijkheid om een parallelle procedure te voeren, indien de hierboven in deze paragraaf genoemde documenten zijn overgelegd. Zie ook C14/5.
|
||||
|
||||
##### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
|
||||
|
||||
In geval de aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring wordt gedaan, dient de DT&V, de ambtenaar belast met het toezicht of de ambtenaar belast met de grensbewaking de noodzakelijke voortvarendheid te betrachten en bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding te maken van het feit dat aan de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang.
|
||||
Indien de aanvraag om artikel 64 Vw toe te passen wordt ingewilligd, wordt de vreemdelingenbewaring ex artikel 59 Vw opgeheven, aangezien er (wederom) sprake is van rechtmatig verblijf.
|
||||
Vreemdelingen die een aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw indienen terwijl ten aanzien van hen een maatregel van vreemdelingenbewaring is opgelegd, komen niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A4/7.2.1.2.
|
||||
Vreemdelingen die een aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw indienen terwijl ten aanzien van hen een maatregel van vreemdelingenbewaring is opgelegd, komen niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A4/7.2.1.1.
|
||||
|
||||
2010319503-03-201022-02-2010WBV2010/32010319503-03-201022-02-2010WBV2010/303-03-201001-01-2010
|
||||
20101022830-06-201024-06-2010WBV2010/1020101022830-06-201024-06-2010WBV2010/1001-07-2010
|
||||
|
||||
##### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van een aanvraag om artikel 64 Vw toe te passen wordt indien nodig door de IND de medisch adviseur van het BMA geraadpleegd. Ook een andere onafhankelijk medisch deskundige kan worden benaderd om een advies uit te brengen.
|
||||
Bij de beoordeling van een aanvraag om artikel 64 Vw toe te passen wordt indien nodig door de IND de medisch adviseur van het BMA geraadpleegd. De IND zendt de voor het opstarten van een medisch advies relevante stukken naar het BMA met het verzoek om een advies uit te brengen. Het medisch onderzoek wordt uitgevoerd door de medisch adviseur van het BMA dan wel een andere arts die door de medisch adviseur hiertoe wordt ingeschakeld.
|
||||
|
||||
Naast de medische stukken dient een door de vreemdeling recente en volledig ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring te worden meegezonden (zie model M39-A). Tevens dient een recente medische verklaring, opgesteld door een behandelaar die, hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen staat ingeschreven overgelegd te worden en bijvoorkeur een kopie van een geldig reis- en/of identiteitsdocument te worden overgelegd. Indien het voor de vreemdeling niet mogelijk is een geldig reis- en/of identiteitsdocument te overleggen dan verschaft hij op een andere wijze voldoende inzicht in zijn identiteit en nationaliteit. De medisch adviseur wordt slechts om een gedeeltelijk advies gevraagd indien de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onvoldoende vast is komen te staan. De medisch adviseur zal in die gevallen geen advies worden gevraagd omtrent de vraag of medische behandeling in het land van herkomst mogelijk is.
|
||||
Als de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onvoldoende vast is komen te staan, vraagt de IND, uitsluitend met het oog op de bepaling in artikel 64 Vw, slechts een gedeeltelijk advies op bij de medisch adviseur van BMA. De IND stelt aan de medisch adviseur slechts de vraag of de vreemdeling kan reizen en of er sprake is van medische noodsituatie. De medisch adviseur zal in die gevallen geen advies worden gevraagd omtrent de vraag of medische behandeling in het land van herkomst mogelijk is.
|
||||
|
||||
Indien een uitgeprocedeerde asielzoeker in afwachting van de besluitvorming op een aanvraag om toepassing artikel 64 Vw opvang wenst dient hij/zij, zoals aangegeven in paragraaf 7.2.1.1, voorafgaand aan het indienen van de aanvraag zijn/haar relevante medische gegevens te overleggen. Het BMA beoordeelt of de relevante medische gegevens compleet zijn. Indien deze compleet zijn wordt het adviestraject gestart. Indien deze niet compleet zijn informeert de IND de vreemdeling hierover mondeling en/of schriftelijk.
|
||||
|
||||
##### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
|
||||
|
||||
Het indienen van een aanvraag om artikel 64 Vw toe te passen schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van de beslissing op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex artikel 8 Vw.
|
||||
|
||||
In beginsel zal echter geen gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot uitzetting, zolang op de aanvraag niet is beslist.
|
||||
|
||||
Het indienen van een aanvraag om artikel 64 Vw toe te passen schort evenmin de door het COA te volgen procedures tot beëindiging van verstrekkingen ingevolge de Rva op (zie C23/2.3.3).
|
||||
|
||||
Voor de procedure omtrent toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming wordt verwezen naar A4/7.2.1.1.
|
||||
|
||||
#### 7.3. Inwilliging
|
||||
|
||||
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies, schriftelijk mededeling aan de vreemdeling dat de uitzetting achterwege zal blijven. Ook de duur van de opschorting van het vertrek, de periode waarin verwacht wordt dat de medische beletselen aanwezig zijn, wordt vermeld. Deze periode is in beginsel gelijk aan de periode die in het medisch advies is genoemd, met een maximum van een half jaar.
|
||||
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk mededeling aan de vreemdeling dat de uitzetting achterwege zal blijven. Ook de duur van de opschorting van het vertrek, de periode waarin verwacht wordt dat de medische beletselen aanwezig zijn, wordt vermeld. Deze periode is in beginsel gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, met een maximum van een jaar.
|
||||
|
||||
De vreemdeling en zijn gezinsleden krijgen krachtens artikel 8, aanhef en onder j, Vw (wederom) rechtmatig verblijf. De vertrekplicht en de bevoegdheid tot uitzetting worden ingevolge de Vw opgeschort.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3180,40 +3270,45 @@ In het geval dat onomstotelijk vaststaat dat de vreemdeling om medische redenen
|
|||
|
||||
Een forensisch geneeskundige van de GG&GD dient altijd te worden ingeschakeld wanneer sprake is van een acuut besmettingsgevaar.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling beschikt over een ingevolge de Vw vereist geldig document voor grensoverschrijding, wordt daarin door de vreemdelingenpolitie een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV) geplaatst, onder vermelding van de duur van de opschorting van vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden.
|
||||
Indien de vreemdeling beschikt over een ingevolge de Vw vereist geldig document voor grensoverschrijding, wordt daarin door de IND een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV) geplaatst, onder vermelding van de duur van de opschorting van het vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling niet beschikt over een ingevolge de Vw vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt het volgende.
|
||||
|
||||
In de gevallen waarin artikel 64 Vw voor de duur van minder dan zes weken wordt toegepast, wordt de vreemdeling enkel in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw.
|
||||
|
||||
In de gevallen waarin artikel 64 Vw voor de duur van meer dan zes weken wordt toegepast, wordt door de vreemdelingenpolitie aan de vreemdeling een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen, uitgereikt (zie bijlage 7g VV). Het document W2 wordt door de IND besteld en toegezonden aan de vreemdelingenpolitie. De geldigheidsduur van het document W2 is altijd gelijk aan de periode dat de uitzetting achterwege wordt gelaten.
|
||||
In de gevallen waarin artikel 64 Vw voor de duur van meer dan zes weken wordt toegepast, wordt door de IND aan de vreemdeling een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen, uitgereikt (zie bijlage 7g VV). De geldigheidsduur van het document W2 is altijd gelijk aan de periode dat de uitzetting achterwege wordt gelaten.
|
||||
|
||||
Na afloop van deze periode ontstaat van rechtswege (wederom) de rechtsplicht voor de vreemdeling om Nederland binnen vier weken te verlaten alsmede de bevoegdheid tot uitzetting. Er is derhalve geen nieuw besluit nodig. Dit is slechts anders indien de uitzetting achterwege blijft zonder dat daarbij een eindtermijn werd gesteld. In dat geval dient per separaat besluit te worden vastgesteld dat de uitzetting niet langer achterwege wordt gelaten, dan wel dat de uitzetting voor een bepaalde periode wederom achterwege zal blijven.
|
||||
|
||||
De gevallen waarin de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in verband met zijn gezondheidstoestand aanspraak wenst te maken op (de voortzetting van) de voorzieningen ingevolge de Rva, zijn genoemd in C23/2.2.2, onder f en g.
|
||||
|
||||
##### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
|
||||
|
||||
Indien aan de voorwaarden van paragraaf A4/7.2.1.2 is voldaan kan artikel 64 Vw voorts worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend om toepassing van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming.
|
||||
Indien aan de voorwaarden van paragraaf A4/7.2.1.1 is voldaan kan artikel 64 Vw voorts worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend om toepassing van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming.
|
||||
|
||||
##### 7.3.2. Inwilliging op grond van medisch advies
|
||||
Indien vastgesteld is dat alle relevante gegevens die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te starten zijn overgelegd, wordt na indiening van de aanvraag, als op dat moment op de aanvraag nog niet beslist kan worden, artikel 64 Vw toegepast in afwachting van een beslissing op de ingediende aanvraag.
|
||||
|
||||
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies, schriftelijk mededeling aan de vreemdeling dat de uitzetting achterwege zal blijven. Ook de duur van de opschorting van het vertrek, de periode waarin verwacht wordt dat de medische beletselen aanwezig zijn, wordt vermeld. Deze periode is in beginsel gelijk aan de periode die in het medisch advies is genoemd, met een maximum van een half jaar.
|
||||
De vreemdeling en zijn gezinsleden krijgen krachtens artikel 8, aanhef en onder j, Vw (wederom) rechtmatig verblijf. De vertrekplicht en de bevoegdheid tot uitzetting worden ingevolge de Vw opgeschort.
|
||||
De IND informeert de DT&V dat de uitzetting tijdelijk achterwege wordt gelaten. Ingeval de vreemdeling aanspraak wenst te maken op de Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
|
||||
|
||||
|
||||
In het geval dat onomstotelijk vaststaat dat de vreemdeling om medische redenen niet in staat is om te reizen, bijvoorbeeld bij een acute opname in een ziekenhuis, kan het achterwege laten van de uitzetting ingevolge artikel 64 Vw door de IND, op advies van de DT&V, zonder onderliggende aanvraag worden vastgesteld en verleend.
|
||||
In dat geval kan ook het beroep van de vreemdeling op artikel 64 Vw ingewilligd worden zonder dat daarvoor eerst een advies wordt ingewonnen van het BMA. In een dergelijk geval volstaat een bewijs van ziekenhuisopname of een ander medisch bewijs, of een advies van de DT&V waaraan een dergelijk bewijs ten grondslag heeft gelegen.
|
||||
Een forensisch geneeskundige van de GG&GD dient altijd te worden ingeschakeld wanneer sprake is van een acuut besmettingsgevaar.
|
||||
Indien de vreemdeling beschikt over een ingevolge de Vw vereist geldig document voor grensoverschrijding, wordt daarin door de IND een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV) geplaatst, onder vermelding van de duur van de opschorting van vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden.
|
||||
Indien de vreemdeling niet beschikt over een ingevolge de Vw vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt het volgende.
|
||||
In de gevallen waarin artikel 64 Vw voor de duur van minder dan zes weken wordt toegepast, wordt de vreemdeling enkel in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw.
|
||||
In de gevallen waarin artikel 64 Vw voor de duur van meer dan zes weken wordt toegepast, wordt door de IND aan de vreemdeling een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen, uitgereikt (zie bijlage 7g VV). De geldigheidsduur van het document W2 is altijd gelijk aan de periode dat de uitzetting achterwege wordt gelaten.
|
||||
Na afloop van deze periode ontstaat van rechtswege (wederom) de rechtsplicht voor de vreemdeling om Nederland binnen vier weken te verlaten alsmede de bevoegdheid tot uitzetting. Er is derhalve geen nieuw besluit nodig. Dit is slechts anders indien de uitzetting achterwege blijft zonder dat daarbij een eindtermijn werd gesteld. In dat geval dient per separaat besluit te worden vastgesteld dat de uitzetting niet langer achterwege wordt gelaten, dan wel dat de uitzetting voor een bepaalde periode wederom achterwege zal blijven.
|
||||
De gevallen waarin de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in verband met zijn gezondheidstoestand aanspraak wenst te maken op (de voortzetting van) de voorzieningen ingevolge de Rva, zijn genoemd in C23/2.2.2, onder f en g.
|
||||
|
||||
2010319503-03-201022-02-2010WBV2010/32010319503-03-201022-02-2010WBV2010/303-03-201001-01-2010
|
||||
In deze situatie wordt artikel 64 Vw verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter totdat een beslissing op de aanvraag is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege na ommekomst van de termijn of de bekendmaking van de beslissing op de aanvraag. Indien na drie maanden nog geen inhoudelijke beslissing is genomen, wordt de toepassing van artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw verleend.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling beschikt over een ingevolge de Vw vereist geldig document voor grensoverschrijding, wordt daarin door de IND een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV) geplaatst, onder vermelding van de duur van de opschorting van vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling niet beschikt over een ingevolge de Vw vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan wordt de vreemdeling enkel in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van drie maanden of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag wordt genomen.
|
||||
|
||||
Indien artikel 64 Vw is toegepast in afwachting van de definitieve besluitvorming geldt na afloop van de periode van de opschorting van het vertrek een vertrektermijn van vier weken.
|
||||
|
||||
##### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
|
||||
|
||||
Wanneer in de algemene procedure de asielaanvraag kan worden afgewezen maar BMA-onderzoek in het kader van artikel 64 Vw is opgestart of zal worden opgestart kan er in beginsel op de asielaanvraag worden beslist. Aan de vreemdeling zal in afwachting van een beslissing om toepassing van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder j, Vw worden verleend, ongeacht de mogelijkheid die de vreemdeling heeft tot indienen van beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
Vreemdelingen in vreemdelingenbewaring komen niet in aanmerking voor toepassing artikel 64 Vw in afwachting van de definitieve besluitvorming.
|
||||
|
||||
In deze situatie wordt artikel 64 Vw verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter totdat een ambtshalve beslissing is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege na ommekomst van de termijn of de bekendmaking van de ambtshalve toetsing. Indien na drie maanden nog geen inhoudelijke beslissing is genomen, wordt de toepassing van artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw verleend.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling beschikt over een ingevolge de Vw vereist geldig document voor grensoverschrijding, wordt daarin door deIND een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV) geplaatst, onder vermelding van de duur van de opschorting van vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling niet beschikt over een ingevolge de Vw vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van drie maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve beslissing wordt genomen.
|
||||
|
||||
Indien artikel 64 Vw is toegepast in afwachting van de definitieve besluitvorming geldt na afloop van de periode van de opschorting van het vertrek een vertrektermijn van vier weken.
|
||||
|
||||
In de verlengde procedure wordt de asielaanvraag niet eerder afgewezen dan het BMA-advies klaar is. Dit geldt bij voorkeur ook wanneer de medische problematiek zich gedurende de asielprocedure openbaart. In de verlengde procedure zal in beginsel geen artikel 64 Vw procedure in afwachting van de definitieve besluitvorming plaatsvinden. De beslistermijn kan conform artikel 42 Vw met maximaal 6 maanden verlengd worden.
|
||||
|
||||
#### 7.4. Afwijzing
|
||||
|
||||
|
|
@ -3225,8 +3320,22 @@ De DT&V ziet erop toe dat aan deze voorwaarden is voldaan voordat de vreemdeling
|
|||
|
||||
#### 7.5. Rechtsmiddelen
|
||||
|
||||
##### 7.5.1. Algemeen
|
||||
|
||||
Tegen de vaststelling dat de uitzetting niet achterwege blijft, staan op grond van artikel 72 Vw rechtsmiddelen open, namelijk het indienen van een bezwaarschrift bij de IND. Het indienen van een bezwaarschrift schort de vertrekplicht, uitzetting of eventuele beëindiging van de voorzieningen niet op.
|
||||
|
||||
De behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening mag in beginsel in Nederland worden afgewacht. Een verzoek om een voorlopige voorziening dient binnen 24 uur te zijn ingediend. Het indienen van dit verzoek levert geen rechtmatig verblijf op ingevolge artikel 8 Vw en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva. De behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening mag niet hier te lande worden afgewacht indien redenen van openbare orde of nationale veiligheid zich daartegen verzetten of het gevaar bestaat dat de mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst verloren zou gaan.
|
||||
|
||||
De behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening mag evenmin worden afgewacht indien er duidelijk sprake is van een poging van de vreemdeling om de uitzetting te frustreren. Hieronder wordt verstaan het aanspannen van (vervolg)procedures ten tijde van de op handen zijnde uitzetting, terwijl er geen medische indicaties bestaan waaruit zou moeten blijken dat de vreemdeling niet in staat zou zijn om te reizen. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om een verzoek om een voorlopige voorziening dat is ingediend naar aanleiding van een afgewezen aanvraag ingevolge artikel 64 Vw die redelijkerwijs veel eerder had kunnen en moeten worden ingediend. Het gaat hier om zaken waarbij de vreemdeling zich eerst op het moment dat de daadwerkelijke uitzetting dreigt, beroept op een bij hem lang bestaand medisch feit waarvan niet is vastgesteld dat het een beletsel is voor de uitzetting.
|
||||
|
||||
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting dient plaats te vinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de zaak. De DT&V zal derhalve steeds per geval moeten beoordelen of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V dient hierover aan de IND een advies uit te brengen, waaraan door de IND bij de besluitvorming zwaarwegende betekenis wordt gegeven.
|
||||
|
||||
In geval dat wordt geoordeeld dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman hiervan aanstonds in beginsel schriftelijk op de hoogte gebracht. Uiteraard is het aan de rechtbank om te beoordelen of de uitzetting doorgang vindt, dan wel dat er door middel van een spoedprocedure op het verzoek van de vreemdeling zal worden beslist.
|
||||
|
||||
##### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
|
||||
|
||||
De beslissing op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan artikel 64 Vw worden indien mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure in een meeromvattende beschikking geslagen. Wanneer de vreemdeling ten behoeve van de beslissing op het asielverzoek in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen om de uitzetting niet op grond van artikel 64 Vw achterwege te laten, staat tegen de beschikking het rechtsmiddel beroep open.
|
||||
|
||||
#### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
|
||||
|
||||
Bij zwangerschap blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de bevalling blijkens een verklaring van een arts of verloskundige, aangevend de vermoedelijke datum van bevalling, binnen zes weken is te verwachten tot zes weken na de bevalling.
|
||||
|
|
@ -3245,13 +3354,13 @@ Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A
|
|||
|
||||
#### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
|
||||
|
||||
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor C3/ 2.3.6.4). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
|
||||
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor C3/ 2.3.6.4). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 64 Vw wegens TBC is geen advies van het BMA nodig en is evenmin een toestemmingsverklaring M39-A vereist. TBC wordt vastgesteld door overlegging aan de IND van een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts. Deze verklaring dient te vermelden dat de betrokkene TBC heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee weken.
|
||||
|
||||
De behandeling van TBC duurt in het algemeen 9 tot 12 maanden. Na het verstrijken van de behandeltermijn kan de DT&V tot uitzetting overgaan.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling niet in het bezit is van een document voor grensoverschrijding wordt hij in het bezit gesteld van een document W2, met een inlegvel, voorzien van een Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV). In geval er wel een document voor grensoverschrijding aanwezig is, wordt door de vreemdelingenpolitie een Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen aangebracht met vermelding van de duur van de opschorting van vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden.
|
||||
Indien de vreemdeling niet in het bezit is van een document voor grensoverschrijding wordt hij in het bezit gesteld van een document W2, met een inlegvel, voorzien van een Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV). In geval er wel een document voor grensoverschrijding aanwezig is, wordt door de IND een Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen aangebracht met vermelding van de duur van de opschorting van vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling bij wie TBC is geconstateerd zich onttrekt aan de medische behandeling en er geen besmettingsgevaar aanwezig is, dan is er niet langer een reisbeletsel naar analogie van artikel 64 Vw.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3259,7 +3368,7 @@ Onttrekt de vreemdeling zich aan de medische behandeling en er is een besmetting
|
|||
|
||||
Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3 en B1/4.5.
|
||||
|
||||
Indien sprake is van verdenking van TBC, zal de uitzetting van vreemdelingen in bewaring in beginsel worden opgeschort tot het onderzoek naar TBC is voltooid.
|
||||
Indien sprake is van verdenking van TBC, zal de uitzetting van vreemdelingen in beginsel worden opgeschort tot het onderzoek naar TBC is voltooid.
|
||||
|
||||
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
|
||||
|
||||
|
|
@ -3678,17 +3787,17 @@ De in artikel 46 Vw genoemde ambtenaren belast met grensbewaking zijn bevoegd to
|
|||
|
||||
#### 2.4. De toepassing
|
||||
|
||||
Artikel 6, eerste lid, Vw geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A6/2.5 en C10/3. De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de grensdoorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het Reglement grenslogies (Stb. 1993, nr. 45) van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld.
|
||||
Artikel 6, eerste lid, Vw geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A6/2.5 en C9/2.1.1.1 en 2.1.1.2. De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de grensdoorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het Reglement grenslogies (Stb. 1993, nr. 45) van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld.
|
||||
|
||||
Verstekelingen (met uitzondering van de asielzoekers) dienen zoveel mogelijk geplaatst te worden aan boord van het schip waarvan zij afkomstig zijn. Deze plaatsing geschiedt op grond van artikel 5, tweede lid en artikel 65 Vw.
|
||||
|
||||
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en die een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indient, kan de maatregel van artikel 6, eerste en/of tweede lid, Vw opgelegd worden. Voor de toepassing van deze maatregel bij deze categorie vreemdelingen wordt verwezen naar C10/3.1.
|
||||
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en die een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indient, kan de maatregel van artikel 6, eerste en/of tweede lid, Vw opgelegd worden. Voor de toepassing van deze maatregel bij deze categorie vreemdelingen wordt verwezen naar C9/2.1.1.1 en 2.1.1.2.
|
||||
|
||||
De weigering van toegang strekt zich niet enkel uit tot de verdere inreis in Nederland, doch ook tot de verdere inreis in het overige Schengengebied. Voor een toelichting op de situatie waarbij een asielzoeker de toegang geweigerd wordt, terwijl tegelijkertijd op grond van de Verordening 343/2003 een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend wordt bij een andere staat, wordt verwezen naar A2/5.5.6. Aan Dublinclaimanten aan wie de toegang niet geweigerd kan worden, wordt de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 55 Vw opgelegd of, indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, de maatregel van artikel 59 Vw.
|
||||
|
||||
Aan een gezin met één of meer minderjarige kinderen dat de toegang is geweigerd kan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw worden opgelegd indien aanleiding bestaat om aan te nemen dat het vertrek binnen vier weken kan worden gerealiseerd. Gelet op het belang van de grensbewaking en de mogelijkheid van het realiseren van het vertrek op korte termijn is het dan noodzakelijk dat de beschikbaarheid van het gezin is gegarandeerd. Om die reden is het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel aan het gezin in beginsel geïndiceerd. Indien het vertrek naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking niet binnen vier weken kan worden gerealiseerd zal in beginsel worden volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw.
|
||||
Aan een gezin met één of meer minderjarige kinderen dat de toegang is geweigerd kan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw worden opgelegd indien aanleiding bestaat om aan te nemen dat het vertrek binnen twee weken kan worden gerealiseerd. Gelet op het belang van de grensbewaking en de mogelijkheid van het realiseren van het vertrek op korte termijn is het dan noodzakelijk dat de beschikbaarheid van het gezin is gegarandeerd. Om die reden is het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel aan het gezin in beginsel geïndiceerd. Indien het vertrek naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking niet binnen twee weken kan worden gerealiseerd zal in beginsel worden volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw.
|
||||
|
||||
Indien tenminste één van de gezinsleden een asielaanvraag indient en deze aanvraag binnen de AC-procedure kan worden afgedaan, zal de vrijheidsontnemende maatregel worden toegepast gedurende de asielprocedure. Zie C10/3.1 voor de toepassing van de maatregel op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, Vw bij vreemdelingen die de toegang tot Nederland zijn geweigerd en die een asielaanvraag indienen. Zie A6/2.7 voor de duur van de maximale termijn die geldt bij vrijheidsontneming van gezinnen met minderjarige kinderen.
|
||||
Indien tenminste één van de gezinsleden een asielaanvraag indient en deze aanvraag binnen de algemene asielprocedure kan worden afgedaan, zal de vrijheidsontnemende maatregel worden toegepast gedurende de asielprocedure. Zie C9/2.1.1.1 en 2.1.1.2 voor de toepassing van de maatregel op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, Vw bij vreemdelingen die de toegang tot Nederland zijn geweigerd en die een asielaanvraag indienen. Zie A6/2.7 voor de duur van de maximale termijn die geldt bij vrijheidsontneming van gezinnen met minderjarige kinderen.
|
||||
|
||||
#### 2.5. De vorm
|
||||
|
||||
|
|
@ -3708,7 +3817,7 @@ Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in artikel 6, eerste
|
|||
|
||||
In de wet is geen wettelijke maximumtermijn gesteld aan de vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw. De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in artikel 94 Vw, binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is. Een vrijheidsontnemende maatregel die langer duurt dan zes maanden zal streng getoetst worden (zie A6/6).
|
||||
|
||||
Indien een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van vier weken. Indien de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw is opgelegd en een asielaanvraag is ingediend, terwijl deze aanvraag binnen de AC-procedure wordt afgedaan zal de vrijheidsontnemende maatregel kunnen worden toegepast gedurende de asielprocedure (zie C10/3.1 voor de toepassing van artikel 6 Vw gedurende de AC-procedure). De maatregel kan dan voortduren tot uiterlijk vier weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Ingeval er om een voorlopige voorziening is verzocht, waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de maatregel mag voortduren tot uiterlijk vier weken nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het verzoek.
|
||||
Indien een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. Indien de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw is opgelegd en een asielaanvraag is ingediend, terwijl deze aanvraag binnen de algemene asielprocedure wordt afgedaan zal de vrijheidsontnemende maatregel kunnen worden toegepast gedurende de asielprocedure (zie C9/2.1.1.1 en 2.1.1.2 voor de toepassing van artikel 6 Vw gedurende de algemene asielprocedure). De maatregel kan dan voortduren tot uiterlijk twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Ingeval er om een voorlopige voorziening is verzocht, waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het verzoek.
|
||||
|
||||
De maximale termijn van de vrijheidsontneming mag slechts worden overschreden indien door toedoen van (één van) de gezinsleden een binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden. Hiervan is sprake indien de uitzetting niet mogelijk is gebleken door fysiek verzet van de vreemdeling dan wel indien de vreemdeling in bewaring een nieuwe procedure start met als kennelijk doel de uitzetting te belemmeren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3807,13 +3916,9 @@ De maatregel wordt bovendien beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Ned
|
|||
|
||||
De vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw – al dan niet in combinatie met een toezichtsmaatregel op grond van artikel 54, tweede lid, Vw – kan worden opgelegd in een daartoe bestemde vrijheidsbeperkende locatie. De maatregel wordt opgelegd door de DT&V en in spoedeisende gevallen door de korpschef. Vanuit de vrijheidsbeperkende locatie zal intensieve facilitering van (zelfstandige) terugkeer plaatsvinden.
|
||||
|
||||
De vrijheidsbeperking op grond van artikel 56 Vw in de vrijheidsbeperkende locatie zal in beginsel uiterlijk twaalf weken worden opgelegd.
|
||||
|
||||
In het belang van het kind dient vrijheidsontneming slechts als uiterste maatregel en slechts gedurende korte duur te worden gehanteerd. Daarom wordt ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden. Hierbij valt ook te denken aan gezinnen met minderjarige kinderen waarvan één ouder in bewaring is gesteld. Voor de voorwaarden waaronder vrijheidsontneming van een gezin kan plaatsvinden wordt verwezen naar A6/2.4 en A6/5.3.3.8. Indien sprake is van gronden van openbare orde of nationale veiligheid – ook indien op grond daarvan tot vrijheidsontneming zou kunnen worden overgegaan – en het vertrek van het gezin is niet binnen korte termijn te realiseren, dan kan het gezin gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van artikel 56 Vw in een vrijheidsbeperkende locatie worden opgelegd. Dit geldt zowel voor gezinnen die voorafgaande aan de maatregel in de opvang hebben verbleven als gezinnen die in de illegaliteit worden aangetroffen.
|
||||
|
||||
Een vreemdeling van wie de asielaanvraag is afgewezen, die een vertrekplicht heeft en die voorafgaande aan de maatregel in de opvang van het COA of gemeentelijke (nood)opvang heeft verbleven, kan in beginsel de maatregel op grond van artikel 56 Vw worden opgelegd. De openbare orde wordt immers geacht de beperking van de bewegingsvrijheid op grond van artikel 56 Vw te vorderen indien een vreemdeling niet heeft voldaan aan zijn rechtsplicht om Nederland te verlaten. Het gegeven dat de vreemdeling niet heeft voldaan aan zijn rechtsplicht om Nederland te verlaten – zijn vertrektermijn is immers ongebruikt verstreken – brengt met zich mee dat het gevaar dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan toezicht in beginsel aanwezig is.
|
||||
|
||||
Omdat de hier bedoelde vreemdelingen voorafgaande aan de maatregel op grond van artikel 56 Vw in de opvang, en daarmee in het zicht van de overheid, hebben verbleven wordt het direct opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel in deze gevallen in beginsel niet geïndiceerd geacht en kan voor het lichtere middel van een beperking van de bewegingsvrijheid op grond van artikel 56 Vw in de vrijheidsbeperkende locatie worden gekozen. Dit laat overigens onverlet dat, indien het belang van de openbare orde dat vordert, tot het opleggen van bewaring ter fine van uitzetting kan worden overgegaan (zie A6/5.3.3.1).
|
||||
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel te voldoen, kan hem vervoer naar de VBL worden aangeboden. Het vervoer van een vreemdeling naar de VBL vindt op vrijwillige basis plaats en kan dus niet rechtstreeks worden afgedwongen. Weigert hij hiervan gebruik te maken, en heeft hij geen concrete andere mogelijkheid om aan de maatregel te voldoen, dan kan de vreemdeling in beginsel vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel uit hoofde van artikel 50 Vw worden staande gehouden en naar een plaats bestemd voor verhoor worden gebracht.
|
||||
|
||||
### 5. Uitzetting
|
||||
|
||||
|
|
@ -3965,9 +4070,9 @@ De bewaring die op grond van artikel 59, eerste of tweede lid, Vw, is opgelegd a
|
|||
– fysiek verzet van (één van) de gezinsleden;
|
||||
– het feit dat (één van) de gezinsleden na de inbewaringstelling één of meerdere procedures is gaan voeren met het kennelijke doel de uitzetting te vertragen.
|
||||
|
||||
###### 5.3.3.9
|
||||
###### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
|
||||
|
||||
Ten aanzien van vreemdelingen van wie de tweede of volgende asielaanvraag met toepassing van artikel 4:6 Awb in de AC-procedure is afgewezen omdat geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van de afwijzende beschikking beoordeeld of bewaring op grond van artikel 59 Vw zal worden toegepast. Indien de hier bedoelde vreemdeling zich eerder gedurende enige tijd heeft ontrokken aan toezicht weegt het belang van de openbare orde in beginsel zwaarder dan het individuele belang van de vreemdeling. Voor de beoordeling van tweede of herhaalde aanvragen wordt verwezen naar C14/5.
|
||||
Ten aanzien van vreemdelingen van wie de tweede of volgende asielaanvraag met toepassing van artikel 4:6 Awb in de algemene asielprocedure is afgewezen omdat geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van de afwijzende beschikking beoordeeld of bewaring op grond van artikel 59 Vw zal worden toegepast. Indien de hier bedoelde vreemdeling zich eerder gedurende enige tijd heeft ontrokken aan toezicht weegt het belang van de openbare orde in beginsel zwaarder dan het individuele belang van de vreemdeling. Voor de beoordeling van tweede of herhaalde aanvragen wordt verwezen naar C14/4.
|
||||
|
||||
##### 5.3.4. De procedure
|
||||
|
||||
|
|
@ -5193,53 +5298,11 @@ namens deze,
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage M117-C. Aanwijzing ingevolge
|
||||
## Bijlage M117-C. Aanwijzingingevolge
|
||||
|
||||
Vreemdelingennummer:..........
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer:..........
|
||||
|
||||
Bestemd voor
|
||||
|
||||
achternaam ..........
|
||||
|
||||
voorna(a)m(e)n ..........
|
||||
|
||||
Geboortedatum, -plaats ..........
|
||||
|
||||
geboorteplaats ..........
|
||||
|
||||
geboorteland ..........
|
||||
|
||||
nationaliteit ..........
|
||||
|
||||
U heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet 2000. In verband hiermee valt u nu onder de categorie vreemdelingen die rechtmatig verblijf genieten op grond van artikel 8, onder f, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000 wijs ik ..........(locatie) aan als plaats waar u zich beschikbaar dient te houden in verband met de behandeling van uw aanvraag.
|
||||
|
||||
Ik geef u hierbij de volgende aanwijzing. U dient zich beschikbaar te houden in de u aangewezen verblijfplaats tussen 07.30 uur en 18.00 uur, tenzij aan u expliciet (schriftelijk) wordt medegedeeld dat uw aanwezigheid in de u aangewezen verblijfplaats ten behoeve van het onderzoek naar uw aanvraag voor de resterende tijd tot 18.00 uur van die dag naar het oordeel van de Immigratie- en Naturalisatiedienst niet meer noodzakelijk wordt geacht. In elk geval dient u zich iedere dag vanaf 07.30 uur weer beschikbaar te houden in de u aangewezen verblijfplaats.
|
||||
|
||||
Het niet nakomen van artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000 heeft consequenties voor de afhandeling van uw aanvraag. Deze omstandigheid wordt mede betrokken bij het onderzoek naar uw aanvraag en wordt op grond van artikel 31, tweede lid, onder b, Vreemdelingenwet 2000, mede betrokken bij de afweging of uw aanvraag moet worden afgewezen. Het niet naleven van de aanwijzingen is bovendien strafbaar gesteld bij artikel 108, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
Op ..........(datum), heb ik, .......... (verbalisant), ..........(rang), te .......... aan bovengenoemde vreemdeling een afschrift van dit model op..........(datum) in persoon uitgereikt.
|
||||
|
||||
Nadat ik aan betrokkene de strekking en inhoud van dit model medegedeeld had
|
||||
|
||||
Ik heb hiervan op ambtseed/ belofte opgemaakt dit proces-verbaal, dat ik sloot en ondertekende op ..........(datum), te ..........(plaats)
|
||||
|
||||
De (rang ambtenaar)
|
||||
|
||||
(naam ambtenaar)
|
||||
|
||||
(handtekening dienststempel)
|
||||
|
||||
Plaats.......... Datum ..........
|
||||
|
||||
de Staatssecretaris van Justitie,
|
||||
|
||||
namens deze,
|
||||
|
||||
de Korpschef/ Commandant der Koninklijke Marechaussee,
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M118. Aanmeldformulier vreemdeling
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue