2005-11-01 | BWBR0006502 | Algemene wet gelijke behandeling
This commit is contained in:
parent
9a3c7c3656
commit
58707cd8a5
1 changed files with 13 additions and 7 deletions
|
|
@ -16,17 +16,21 @@ citeertitel: Algemene wet gelijke behandeling
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. onderscheid: direct en indirect onderscheid, alsmede de opdracht daartoe;
|
||||
b. direct onderscheid: onderscheid tussen personen op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat;
|
||||
c. indirect onderscheid: onderscheid op grond van andere hoedanigheden of gedragingen dan die bedoeld in onderdeel *b*, dat direct onderscheid tot gevolg heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Onder direct onderscheid op grond van geslacht wordt mede verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
**1.** Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid houdt mede in een verbod van intimidatie.
|
||||
|
||||
**2.** Onder intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: gedrag dat met de hoedanigheden of gedragingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
|
||||
**2.** Onder intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: gedrag dat met de hoedanigheden of gedragingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
|
||||
|
||||
**3.** Op het in deze wet neergelegde verbod van intimidatie zijn niet van toepassing de artikelen 2, 5, tweede tot en met zesde lid, 6a, tweede lid, en 7, tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -152,10 +156,12 @@ d. door natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep
|
|||
|
||||
**1.** Beëindiging van de arbeidsverhouding door de werkgever in strijd met artikel 5, wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op artikel 5 of terzake bijstand heeft verleend, is vernietigbaar.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht, vervalt twee maanden na de beëindiging van de arbeidsverhouding de bevoegdheid van de werknemer een beroep te doen op de vernietigingsgrond, bedoeld in het eerste lid. Artikel 55 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.
|
||||
**2.** Onverminderd hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht, vervalt twee maanden na de beëindiging van de arbeidsverhouding de bevoegdheid van de werknemer een beroep te doen op de vernietigingsgrond, bedoeld in het eerste lid. Het beroep op de vernietigingsgrond geschiedt door kennisgeving aan de werkgever. Artikel 55 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Een rechtsvordering in verband met de vernietiging verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop de arbeidsverhouding is geëindigd.
|
||||
|
||||
**4.** De beëindiging, bedoeld in het eerste lid, maakt de werkgever niet schadeplichtig.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
Het is verboden personen te benadelen wegens het feit dat zij in of buiten rechte een beroep hebben gedaan op deze wet of ter zake bijstand hebben verleend.
|
||||
|
|
@ -180,7 +186,7 @@ Bedingen in strijd met deze wet zijn nietig.
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** De Commissie kan op schriftelijk verzoek onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in deze wet, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen of artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en haar oordeel daaromtrent kenbaar maken. Voorts kan de Commissie uit eigen beweging onderzoeken of zodanig onderscheid stelselmatig wordt gemaakt in de openbare dienst of binnen één of meer sectoren van het maatschappelijk leven, en haar oordeel daarover kenbaar maken.
|
||||
**1.** De Commissie kan op schriftelijk verzoek onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in deze wet, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen of artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en haar oordeel daaromtrent kenbaar maken. Voorts kan de Commissie uit eigen beweging onderzoeken of zodanig onderscheid stelselmatig wordt gemaakt en haar oordeel daarover kenbaar maken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -222,7 +228,7 @@ c. sinds het in artikel 12 bedoelde onderscheid een zodanige termijn is verstrek
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De Commissie bestaat uit negen leden - onder wie een voorzitter en twee ondervoorzitters - en evenzovele plaatsvervangende leden.
|
||||
**1.** De Commissie bestaat uit negen leden, onder wie een voorzitter en twee ondervoorzitters. Voorts kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter en de ondervoorzitters moeten voldoen aan de bij of krachtens artikel 1d van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren gestelde vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -243,8 +249,6 @@ b. het in artikel 46c, eerste lid, onderdeel b, genoemde verbod zich in een onde
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister van Justitie benoemt, bevordert, schorst en ontslaat, op voordracht van de Commissie, de personen die tot het bureau behoren. Onze Minister van Justitie bepaalt in welke gevallen zij worden benoemd, bevorderd, geschorst en ontslagen.
|
||||
|
||||
**3.** De secretaris, tevens hoofd van het bureau, moet voldoen aan de bij of krachtens artikel 1d van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren gestelde vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De Commissie kan zich bij de uitoefening van haar taak doen bijstaan door daartoe door Onze Minister wie het aangaat aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
|
@ -274,7 +278,9 @@ b. hoor en wederhoor;
|
|||
c. de openbaarheid van zittingen;
|
||||
d. de openbaarmaking van haar oordeel, bedoeld in artikel 13, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de bezoldiging, de vergoeding van reis- en verblijfkosten en de verdere vergoedingen van de leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie vastgesteld en worden regels gesteld omtrent het recht op wachtgeld van de leden van de Commissie na het verstrijken van het tijdvak waarvoor zij zijn benoemd.
|
||||
**2.** De leden van de Commissie genieten een bezoldiging voor hun werkzaamheden. Over hun rechtspositie worden nadere regels gesteld bij algemene maatregel van bestuur. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op aanstelling en loopbaanvorming, bezoldiging, toelagen, toeslagen, vergoedingen, rechten en plichten bij reorganisaties, disciplinaire straffen, schorsing en ontslag.
|
||||
|
||||
**3.** De plaatsvervangende leden genieten een zittingsgeld voor hun werkzaamheden, alsmede een vergoeding van reis- en verblijfkosten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue