2005-09-09 | BWBR0017837 | Wet werk en inkomen kunstenaars

This commit is contained in:
Coornhert 2005-09-09 12:00:00 +00:00
parent 5c72c234ad
commit 58e1afa562

View file

@ -339,7 +339,7 @@ De kunstenaar is verplicht:
a. naar behoren een administratie te voeren;
b. zich naar vermogen in te spannen om met zijn kunst zelfstandig in het bestaan te voorzien al dan niet in een gemengde beroepspraktijk;
c. aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag dat aan hem als uitkering wordt betaald;
d. aan het college desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 4°, van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet;
d. aan het college desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet;
e. aan de adviserende instelling op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de uitoefening van de taken van de adviserende instelling;
f. zich naar vermogen in te spannen om gebruik te maken van de, op verzoek van de kunstenaar, aangeboden voorzieningen, bedoeld in artikel 21.
@ -352,11 +352,7 @@ De kunstenaar legt de administratie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, uit
**4.** De verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, gelden ook voor de echtgenoot van de kunstenaar. Voorzover het betreft de echtgenoot die arbeid in een eigen bedrijf of zelfstandig beroep verricht, geldt de verplichting, bedoeld in het derde lid, ook voor de echtgenoot.
**5.** Het college stelt bij de uitvoering van deze wet ten aanzien van de kunstenaar en zijn echtgenoot op wie de verplichting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, rust, de identiteit vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 4°, van de Wet op de identificatieplicht en neemt de aard en het nummer daarvan op in de administratie.
**6.** De kunstenaar die een voorziening als bedoeld in artikel 21 aanvraagt is verplicht zich als werkzoekende in te schrijven bij de Centrale organisatie werk en inkomen, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en daarbij ingeschreven te blijven gedurende de periode dat hij deze voorziening ontvangt.
**7.** Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot van de kunstenaar indien de voorziening, bedoeld in artikel 21, de echtgenoot van de kunstenaar betreft.
**5.** Het college stelt bij de uitvoering van deze wet ten aanzien van de kunstenaar en zijn echtgenoot op wie de verplichting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, rust, de identiteit vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht en neemt de aard en het nummer daarvan op in de administratie.
### Paragraaf 2.4. Activerend beleid
@ -721,9 +717,11 @@ b. de doeltreffendheid van deze wet.
**1.** Het college dient jaarlijks bij Onze Minister een verslag in over de uitvoering van deze wet. Het verslag omvat mede een opgave van de door het college gemaakte kosten, bedoeld in artikel 48, en is voorzien van een verklaring van de accountant belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven controle omtrent de getrouwheid van de verstrekte gegevens en de rechtmatigheid van de uitvoering van de wet, alsmede van een oordeel van de gemeenteraad over de uitvoering van de wet.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het verslag en over de verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring.
**2.** Voorafgaand aan het verslag dient het college bij Onze Minister een voorlopig verslag in over de uitvoering.
**3.** Het verslag en de opgave, bedoeld in het eerste lid, worden door het college kosteloos verstrekt.
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het voorlopig verslag, het verslag, de verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring.
**4.** Het voorlopig verslag, het verslag, de verklaring en het oordeel van de gemeenteraad worden door het college kosteloos verstrekt.
### Artikel 47