From 590aeb05a1b3950943a489b19eb3fa731decb623 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 30 Dec 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2011-12-30=20|=20BWBR0020420=20|=20Besluit=20pr?= =?UTF-8?q?udenti=C3=ABle=20regels=20Wft?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0020420/README.md | 147 +++++++++++++----- 1 file changed, 106 insertions(+), 41 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-prudentiële-regels-wft/BWBR0020420/README.md b/amvb/besluit-prudentiële-regels-wft/BWBR0020420/README.md index 4cc58a09757..8de6aeb5065 100644 --- a/amvb/besluit-prudentiële-regels-wft/BWBR0020420/README.md +++ b/amvb/besluit-prudentiële-regels-wft/BWBR0020420/README.md @@ -62,15 +62,17 @@ b. is geregistreerd overeenkomstig artikel 124b; *groep van verbonden wederpartijen:* ten minste twee personen die uit een oogpunt van de te lopen risico’s als een geheel moeten worden beschouwd omdat zij: a. met elkaar zijn verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur; of -b. zodanig onderling verbonden zijn dat, indien een van hen financiële problemen zou ondervinden, in elk geval een van de anderen waarschijnlijk in betalingsproblemen zou komen; +b. zodanig onderling verbonden zijn dat, indien een van hen financiële problemen, in het bijzonder financieringsproblemen of betalingsproblemen, zou ondervinden, in elk geval een van de anderen waarschijnlijk ook in financieringsproblemen of betalingsproblemen zou komen; *grote posities:* niet naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling ten aanzien van een wederpartij of groep van verbonden wederpartijen waarvan de waarde ten minste tien procent van het toetsingsvermogen bedraagt, uitgezonderd: a. de activa en posten buiten de balanstelling die een financiële onderneming in mindering brengt op haar toetsingsvermogen; b. de niet naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling die worden aangehouden in het kader van de normale afwikkeling van: -1°. valutatransacties binnen 48 uur nadat de betaling heeft plaatsgevonden; +1°. valutatransacties binnen twee werkdagen nadat de betaling heeft plaatsgevonden; 2°. effectentransacties binnen vijf werkdagen nadat de betaling heeft plaatsgevonden of nadat de effecten geleverd zijn indien deze levering eerder plaatsvindt; +3°. in het geval van betalingsverrichtingen, waaronder de uitvoering van betalingsopdrachten, clearing en afwikkeling in elke valuta, correspondent bankieren en clearing van financiële instrumenten, de afwikkeling en bewaring ten behoeve van cliënten, uitgestelde ontvangsten bij de financiering en andere posten in verband met die diensten of activiteiten die uiterlijk tot en met de volgende werkdag bestaan; +4°. in het geval van betalingsverrichtingen, waaronder de uitvoering van betalingsopdrachten, clearing en afwikkeling in elke valuta en correspondent bankieren, de posities die op dezelfde dag dat ze zijn aangegaan, ook weer worden afgewikkeld jegens financiële ondernemingen die deze diensten aanbieden; *ondernemingsgebonden herverzekeraar:* herverzekeraar waarvan alle aandelen worden gehouden door een financiële onderneming die geen verzekeraar is of door een onderneming die geen financiële onderneming is, of die deel uitmaakt van een groep die geen verzekeringsgroep is als bedoeld in de afdelingen 3.6.1. en 3.6.3. van de wet, en die uitsluitend risico’s in herverzekering neemt van de eerdergenoemde financiële onderneming onderscheidenlijk onderneming of van de ondernemingen die deel uitmaken van de groep waarvan hij deel uitmaakt; @@ -447,7 +449,7 @@ De werknemers van een bank die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11 **2.** Onder relevante risico’s, bedoeld in het eerste lid, worden in het bijzonder verstaan het concentratierisico, krediet- en tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico, marktrisico, operationeel risico, renterisico voortvloeiend uit niet-handelsactiviteiten, restrisico, securitisatierisico en verzekeringsrisico. Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:17, eerste of derde lid, 3:22, 3:23 of 3:27 van de wet houdt tevens rekening met de risico’s die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus. -**3.** Het beleid wordt vastgelegd in procedures en maatregelen ter beheersing van relevante risico’s en geïntegreerd in de bedrijfsprocessen. +**3.** Het beleid wordt vastgelegd in procedures en maatregelen ter beheersing van relevante risico’s en geïntegreerd in de bedrijfsprocessen. De procedures en maatregelen die zijn gericht op de beheersing van het liquiditeitsrisico hebben betrekking op het beheer van de actuele en toekomstige netto financiële positie en behoeften. **4.** De procedures en maatregelen, bedoeld in het derde lid, bestaan onder meer uit autorisatieprocedures, limietstellingen, limietbewaking en procedures en maatregelen voor noodsituaties en zijn afgestemd op de aard, de omvang, het risicoprofiel en de complexiteit van de werkzaamheden van de financiële onderneming of bijkantoor. @@ -467,9 +469,7 @@ De werknemers van een bank die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11 ### Artikel 23b -**1.** De procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, die zijn gericht op het liquiditeitsrisico hebben betrekking op het beheer van de actuele en toekomstige netto financiële positie en behoeften. - -**2.** Door een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 23, tweede lid, tweede volzin, worden alternatieve scenario’s in overweging genomen en de hypothesen die aan beslissingen betreffende de netto financiële positie ten grondslag liggen, worden regelmatig aan een nieuw onderzoek onderworpen. +Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling, bedoeld in artikel 23, tweede lid, beschikt over deugdelijke procedures en maatregelen voor de vaststelling, de meting, het beheer en de bewaking van het liquiditeitsrisico over een passende reeks termijnen aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat of en ervoor zorgt dat de hoogte, samenstelling en verdeling van de aanwezige liquiditeit aansluiten op de aard en de omvang van haar huidige en toekomstige liquiditeitsrisico’s. Deze procedures en maatregelen voldoen tenminste aan de technische criteria voor de organisatie en behandeling van risico’s als bedoeld in paragraaf 10 van bijlage V van de herziene richtlijn banken. ### Artikel 23c @@ -588,12 +588,15 @@ c. de resultaten van de stresstests die zijn uitgevoerd door de financiële onde d. de blootstelling aan en het beheer van het concentratierisico, het liquiditeitsrisico en grote posities door de financiële onderneming; e. de deugdelijkheid, geschiktheid en wijze van toepassing van de door de financiële onderneming gevolgde procedures met het oog op het beheer van het restrisico dat de toepassing van toegelaten technieken van kredietrisicovermindering met zich brengt; f. de vraag in hoeverre het toetsingsvermogen dat de financiële onderneming houdt met betrekking tot de activa die zij heeft gesecuritiseerd, toereikend is in het licht van de economische kenmerken van de transactie, inclusief de mate waarin sprake is van risico-overdracht; -g. de impact van de diversificatie-effecten en de wijze waarop dergelijke effecten in het systeem van risicometing worden verwerkt; en -h. de resultaten van de stresstests die zijn uitgevoerd door de financiële onderneming die gebruik maakt van interne modellen voor de berekening van de vereiste solvabiliteit voor het risico, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b. +g. de blootstelling aan en de meting en het beheer van het liquiditeitsrisico door de financiële onderneming, waaronder onderzoek van alternatieve scenario’s, het beheer van risicovermindering, met name de omvang, samenstelling en kwaliteit van liquiditeitsbuffers, en effectieve calamiteitenplannen; +h. de impact van de diversificatie-effecten en de wijze waarop dergelijke effecten in het systeem van risicometing worden verwerkt; en +i. de resultaten van de stresstests die zijn uitgevoerd door de financiële onderneming die gebruik maakt van interne modellen voor de berekening van de vereiste solvabiliteit voor het risico, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b. -**2.** De Nederlandsche Bank controleert of de financiële onderneming een securitisatie stilzwijgend buiten de grenzen van haar contractuele verplichtingen heeft gesteund. Indien blijkt dat de financiële onderneming meerdere keren buiten de grenzen van haar contractuele verplichtingen stilzwijgende steun heeft verleend, neemt de Nederlandsche Bank passende maatregelen op basis van het vermoeden dat de kans groot is dat de financiële onderneming ook in de toekomst haar securitisaties zal steunen buiten de grenzen van haar contractuele verplichtingen. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel g, onderwerpt de Nederlandsche Bank het gehele liquiditeitsrisicobeheer van de financiële onderneming regelmatig aan een uitgebreide evaluatie en bevordert zij de ontwikkeling van solide interne methoden. Bij deze evaluaties let zij op de rol die deze financiële onderneming speelt op de financiële markten en neemt de gevolgen die haar besluiten kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten in overweging. -**3.** De Nederlandsche Bank houdt bij het bepalen of het aangehouden toetsingsvermogen een beheerste en duurzame dekking van risico’s waarborgt, rekening met de vraag of de waardeaanpassingen en voorzieningen voor posities en portefeuilles in de handelsportefeuille de financiële onderneming in staat stellen haar posities onder normale marktomstandigheden op korte termijn te verkopen of af te dekken zonder dat wezenlijke verliezen worden geleden. +**3.** De Nederlandsche Bank controleert of de financiële onderneming een securitisatie stilzwijgend buiten de grenzen van haar contractuele verplichtingen heeft gesteund. Indien blijkt dat de financiële onderneming meerdere keren buiten de grenzen van haar contractuele verplichtingen stilzwijgende steun heeft verleend, neemt de Nederlandsche Bank passende maatregelen op basis van het vermoeden dat de kans groot is dat de financiële onderneming ook in de toekomst haar securitisaties zal steunen buiten de grenzen van haar contractuele verplichtingen. + +**4.** De Nederlandsche Bank houdt bij het bepalen of het aangehouden toetsingsvermogen een beheerste en duurzame dekking van risico’s waarborgt, rekening met de vraag of de waardeaanpassingen en voorzieningen voor posities en portefeuilles in de handelsportefeuille de financiële onderneming in staat stellen haar posities onder normale marktomstandigheden op korte termijn te verkopen of af te dekken zonder dat wezenlijke verliezen worden geleden. ### Artikel 25b @@ -1031,7 +1034,7 @@ Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en ### Artikel 50 -**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met g. +**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met c. **2.** Artikel 89, eerste en tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing. @@ -1143,8 +1146,8 @@ b. de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98, t De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:58, eerste lid, van de wet of van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet bedraagt de som van: a. acht procent van de som van de ingevolge artikel 61 te berekenen bedragen van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling voor de kredietrisico’s, met inbegrip van de tegenpartijkredietrisico’s en verwateringsrisico’s, met betrekking tot het totale bedrijf, uitgezonderd de handelsportefeuille en de niet-liquide activa van een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling die artikel 90, tweede lid, toepast; -b. het ingevolge het tweede lid te berekenen bedrag van de met betrekking tot de handelsportefeuille vereiste solvabiliteit ter dekking van de positierisico’s, afwikkelingsrisico’s, leveringsrisico’s, tegenpartijrisico’s en, in geval van een overschrijding als bedoeld in artikel 102, eerste of tweede lid, grote posities; -c. het ingevolge het tweede lid te berekenen bedrag van de met betrekking tot het totale bedrijf vereiste solvabiliteit ter dekking van de valutarisico’s en grondstoffenrisico’s; en +b. het ingevolge het tweede lid te berekenen bedrag van de met betrekking tot de handelsportefeuille vereiste solvabiliteit ter dekking van de positierisico’s, afwikkelingsrisico’s, leveringsrisico’s, tegenpartijrisico’s en, in geval van een overschrijding als bedoeld in artikel 102, eerste, tweede en derde lid, grote posities; +c. het ingevolge het tweede lid te berekenen bedrag van de met betrekking tot het totale bedrijf vereiste solvabiliteit ter dekking van de valutarisico’s, afwikkelingsrisico’s en grondstoffenrisico’s; en d. het ingevolge de artikelen 62b tot en met 62e te berekenen bedrag van de met betrekking tot het totale bedrijf vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico. **2.** De Nederlandsche Bank stelt nadere regels met betrekking tot de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c. @@ -1562,7 +1565,7 @@ De Nederlandsche Bank kan een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artik a. het activa of posten buiten de balanstelling als bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdelen a en b, betreft, het aantal wederpartijen beperkt is en het voor de financiële onderneming te belastend zou zijn om voor deze wederpartijen een interne modellenmethode in te voeren; b. het activa of posten buiten de balanstelling betreft in verband met niet-belangrijke bedrijfsactiviteiten en in categorieën die geen noemenswaardige omvang hebben en waarvan het risicoprofiel als laag wordt aangemerkt; -c. het vorderingen betreft op de Nederlandse Staat of, indien er op grond van bepaalde publiekrechtelijke regelingen geen verschil in risico bestaat tussen de vorderingen op de Nederlandse Staat en deze vorderingen, Nederlandse provincies, gemeenten, waterschappen of andere openbare lichamen als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, en aan vorderingen op de Nederlandse Staat ingevolge artikel 61, vijfde lid, onderdeel a, een risicogewicht van nul procent is toegekend; +c. het vorderingen betreft op de centrale overheid, regionale overheden, lagere overheden en administratieve organen van een lidstaat, indien er op grond van bepaalde publiekrechtelijke regelingen geen verschil in risico bestaat tussen de vorderingen op de centrale overheid en de vorderingen op de andere hierboven bedoelde overheden en organen, en aan de vorderingen op de centrale overheid van die lidstaat ingevolge artikel 61, vijfde lid, onderdeel a, een risicogewicht van nul procent is toegekend; d. het vorderingen betreft op een wederpartij die haar moederonderneming, dochteronderneming of een dochteronderneming van haar moederonderneming is, indien deze wederpartij een bank, beleggingsonderneming, financiële holding, financiële instelling, vermogensbeheerder of onderneming die nevendiensten verricht is waarop de hoofdstukken 9, 10 en 13 van dit besluit van toepassing zijn of een verbonden onderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening; e. het posities in aandelen betreft van rechtspersonen aan wier kredietverplichtingen ingevolge artikel 61, vijfde lid, onderdeel a, een risicogewicht van nul procent is toegekend; f. het posities in aandelen betreft, ten belope van ten hoogste tien procent van de som van het bedrag van het kernkapitaal, bedoeld in artikel 91, en het bedrag van het aanvullend kapitaal, bedoeld in artikel 92, die zijn ingenomen in het kader van overheidsprogramma’s waarmee steun wordt verleend aan bepaalde economische sectoren en waarbij de financiële onderneming omvangrijke subsidies ontvangt voor haar beleggingen en de beleggingen op de een of andere wijze onderworpen zijn aan overheidstoezicht en restricties; @@ -1575,7 +1578,7 @@ h. het overheidsgaranties of door de overheid herverzekerde garanties betreft di ### Artikel 77 -**1.** De Nederlandsche Bank kan een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 69, eerste lid, op verzoek, toestemming verlenen om het bedrag van de vereiste solvabiliteit voor de positierisico’s met betrekking tot de handelsportefeuille, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, of voor de valutarisico’s of grondstoffenrisico’s, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel c, in afwijking van artikel 60, tweede lid, te berekenen op basis van interne modellen. +**1.** De Nederlandsche Bank verleent een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 69, eerste lid, op verzoek, toestemming, op verzoek, toestemming verlenen om het bedrag van de vereiste solvabiliteit voor de positierisico’s met betrekking tot de handelsportefeuille, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, of voor de valutarisico’s of grondstoffenrisico’s, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel c, in afwijking van artikel 60, tweede lid, te berekenen op basis van interne modellen. **2.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot interne modellen als bedoeld in het eerste lid en het gebruik ervan. @@ -1700,7 +1703,7 @@ b. waarbij een kwantitatieve waarde, die losstaat van het driemaandsgemiddelde v ### Artikel 87 -**1.** Indien artikel 84, eerste en tweede lid, van toepassing is op een financiële onderneming als bedoeld in artikel 83 of indien een financiële onderneming als bedoeld in artikel 83 die sponsor is steun verleent aan een securitisatie, overschrijdt zij niet de grenzen van haar contractuele verplichtingen teneinde de mogelijke of feitelijke verliezen van de beleggers te beperken. +**1.** Indien artikel 84, eerste en tweede lid, van toepassing is op een financiële onderneming als bedoeld in artikel 83 of indien een financiële onderneming als bedoeld in artikel 83 die sponsor is steun verleent aan een securitisatie of indien een financiële onderneming financiële instrumenten uit haar handelsportefeuille aan een entiteit voor securitisatiedoeleinden verkocht heeft, overschrijdt zij niet de grenzen van haar contractuele verplichtingen teneinde de mogelijke of feitelijke verliezen van de beleggers te beperken. **2.** Indien de financiële onderneming die initiator of sponsor is bij een securitisatie niet voldoet aan het eerste lid, dan houdt zij voor alle gesecuritiseerde posten evenveel toetsingsvermogen aan als noodzakelijk was geweest indien deze posten niet waren gesecuritiseerd. @@ -1708,17 +1711,25 @@ b. waarbij een kwantitatieve waarde, die losstaat van het driemaandsgemiddelde v ### Artikel 87a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Een bank of beleggingsonderneming die niet optreedt als initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker, staat alleen bloot aan het kredietrisico van een securitisatiepositie in of buiten de handelsportefeuille indien de initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker jegens de bank of beleggingsonderneming expliciet te kennen heeft gegeven om permanent een materieel netto economisch belang aan te houden van minimaal vijf procent. + +**2.** Een bank of beleggingsonderneming die optreedt als sponsor of als initiator maakt aan beleggers bekend welk netto economisch belang zij in de securitisatie aanhoudt. + +**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot het aanhouden en meten van het netto economisch belang, de relevante informatie over de securitisatie die voor potentiële beleggers beschikbaar moet worden gesteld door als sponsor en als initiator optredende banken of beleggingsondernemingen alsmede de verplichtingen die voortvloeien uit de securitisatieposities. + +**4.** Voor het toezicht op geconsolideerde basis op een Nederlandse EU-moederkredietinstelling, een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming of een Nederlandse financiële EU-moederholding, als bedoeld in artikel 1:1 van de wet stelt de Nederlandsche Bank nadere regels met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid. ### Artikel 87b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De Nederlandsche Bank maakt de algemene criteria en methodieken openbaar op basis waarvan wordt vastgesteld of is voldaan aan hetgeen in artikel 87a is bepaald. + +**2.** Onverminderd artikel 1:89 van de wet, maakt de Nederlandsche Bank jaarlijks het resultaat van de evaluatie en de maatregelen die zijn opgelegd in gevallen dat niet is voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 87a is bepaald bekend. ### Paragraaf 10.5. Erkenning van kredietbeoordelingen van kredietbeoordelingsbureaus en exportkredietverzekeraars ### Artikel 88 -**1.** De Nederlandsche Bank erkent, op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, een kredietbeoordelingsbureau indien het geregistreerd is, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU L 302), en voldoet aan de criteria, bedoeld in de artikelen 81, tweede lid, en 97, tweede lid, en de bijlagen VI, deel 2 en IX, deel 3, punt 1, van de herziene richtlijn banken. +**1.** De Nederlandsche Bank erkent, op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, een kredietbeoordelingsbureau indien het geregistreerd is, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU L 302). **2.** De Nederlandsche Bank stelt een procedure vast voor de erkenning, bedoeld in het eerste lid, en maakt deze bekend. @@ -1734,13 +1745,13 @@ De Nederlandsche Bank erkent, op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, de kr ### Artikel 89 -**1.** Bij de berekening van het toetsingsvermogen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 94, of de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98, wordt per afzonderlijke post rekening gehouden met het voorzienbare bedrag van de daarover verschuldigde belastingen. De vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met j, of 95, tweede lid, alsmede de waarden die tegenover die vermogensbestanddelen staan, staan onmiddellijk en zonder beperkingen ter beschikking van de desbetreffende financiële onderneming. +**1.** Bij de berekening van het toetsingsvermogen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 94, of de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98, wordt per afzonderlijke post rekening gehouden met het voorzienbare bedrag van de daarover verschuldigde belastingen. De vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met f, of 95, tweede lid, alsmede de waarden die tegenover die vermogensbestanddelen staan, staan onmiddellijk en zonder beperkingen ter beschikking van de desbetreffende financiële onderneming. **2.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot: -a. het als toetsingsvermogen of aanwezige solvabiliteitsmarge in aanmerking nemen van innovatieve financiële instrumenten die gelijk te stellen zijn met de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 98; +a. het als toetsingsvermogen of aanwezige solvabiliteitsmarge in aanmerking nemen van hybride kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdeel h, die onderdeel kunnen zijn van het kernkapitaal als bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdeel a en het in aanmerking nemen van hybride kapitaalinstrumenten die gelijk te stellen zijn met de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 92, tweede en derde lid, artikel 95, tweede lid en artikel 96. b. het als immateriële activa als bedoeld in de artikelen 91, derde lid, onderdeel c, en 95, derde lid, onderdeel e, in aanmerking nemen van activa. ### Artikel 90 @@ -1761,17 +1772,20 @@ b. het als immateriële activa als bedoeld in de artikelen 91, derde lid, onderd De voor de bepaling van het kernkapitaal in aanmerking te nemen vermogensbestanddelen zijn: -a. voor een naamloze of besloten vennootschap: het geplaatste en volgestorte aandelenkapitaal, met uitsluiting van cumulatief preferente aandelen en van preferente aandelen met een vaste looptijd; -b. voor een vennootschap onder firma: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen van de beherende vennoten; -c. voor een commanditaire vennootschap: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen van de beherende vennoten alsmede het gestorte commanditaire kapitaal; -d. voor een coöperatie: het door de leden gestorte of ingelegde kapitaal; -e. voor een onderneming die een andere rechtsvorm heeft dan de hierboven genoemde: het voordelige verschil tussen bezittingen en schulden; -f. reserves, met uitsluiting van de herwaarderingsreserves; -g. tussentijdse en door een accountant beoordeelde positieve resultaten, verminderd met uit te keren dividenden en, in het geval de financiële onderneming een initiator van een securitisatie is, met uitsluiting van de nettowinsten die zijn ontstaan uit de kapitalisatie van toekomstige inkomsten uit de gesecuritiseerde activa en die als kredietverbetering voor de securitisatieposities dienen; -h. het fonds ter dekking van algemene bankrisico’s; -i. het belang van derden, voor zover het vermogensbestanddelen als bedoeld in dit lid omvat; -j. de negatieve onderdelen van de herwaarderingsreserves, voor zover ontstaan door waardeveranderingen van beleggingen in niet-rentedragende waarden; en -k. tussentijdse negatieve resultaten. +a. de vermogensbestanddelen, voorzover deze bestanddelen de verliezen bij doorgaande bedrijfsvoering volledig opvangen en in geval van faillissement of liquidatie achtergesteld zijn bij alle andere schuldvorderingen en preferente aandelen; + +1°. voor een naamloze of besloten vennootschap: het geplaatste en volgestorte aandelenkapitaal, met uitsluiting van preferente aandelen; +2°. voor een vennootschap onder firma: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen van de beherende vennoten; +3°. voor een commanditaire vennootschap: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen van de beherende vennoten alsmede het gestorte commanditaire kapitaal; +4°. voor een coöperatie: het door de leden gestorte of ingelegde kapitaal; +5°. voor een onderneming die een andere rechtsvorm heeft dan de hierboven genoemde: het positieve verschil tussen bezittingen en schulden; +b. reserves, met uitsluiting van de herwaarderingsreserves en, in het geval de financiële onderneming een initiator van een securitisatie is, met uitsluiting van de nettowinsten die zijn ontstaan uit de kapitalisatie van toekomstige inkomsten uit de gesecuritiseerde activa en die als kredietverbetering voor de securitisatieposities dienen; +c. positieve eindejaarsresultaten of tussentijdse resultaten beoordeeld door een accountant, voordat een formeel besluit is genomen omtrent de vaststelling, verminderd met alle te verwachten lasten en met voorziene dividenduitkeringen; +d. het fonds ter dekking van algemene bankrisico’s; +e. het belang van derden, voor zover het vermogensbestanddelen als bedoeld in dit lid omvat; +f. de negatieve onderdelen van de herwaarderingsreserves, voor zover ontstaan door waardeveranderingen van beleggingen in niet-rentedragende waarden; +g. negatieve tussentijdse resultaten of eindejaarsresultaten; en +h. vermogensbestanddelen die voldoen aan artikel 91a. **3.** @@ -1791,6 +1805,38 @@ e. in geval van een financiële onderneming die artikel 90, tweede lid, toepast, 6°. leningen en andere verschuldigde bedragen, die niet binnen negentig dagen hoeven worden afgelost; en 7°. fysieke voorraden. +### Artikel 91a + +**1.** + +De vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdeel h, voldoen aan de volgende vereisten: + +a. de vermogensbestanddelen hebben geen vervaldatum of hebben een oorspronkelijke looptijd van ten minste dertig jaar; +b. de vermogensbestanddelen kunnen een of meer, uitsluitend naar het oordeel van de uitgevende financiële onderneming uit te oefenen callopties omvatten, maar worden ten vroegste vijf jaar na de datum van uitgifte afgelost; +c. als de bepalingen die voor vermogensbestanddelen zonder vervaldatum gelden, voorzien in een gematigde, door de Nederlandsche Bank te beoordelen aflossingsprikkel voor de financiële onderneming, mag die prikkel zich ten vroegste tien jaar na datum van uitgifte voordoen; en +d. de bepalingen die voor vermogensbestanddelen met vervaldatum gelden, staan niet toe dat van vermogensbestanddelen een prikkel tot aflossing op een andere datum dan de vervaldatum uitgaat. + +**2.** + +Onverminderd het eerste lid, voldoen de vermogensbestanddelen bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdeel h, aan de volgende vereisten: + +a. de financiële onderneming heeft de mogelijkheid de uitkering van rente of dividend zo nodig voor onbepaalde tijd en op niet-cumulatieve basis te staken; +b. de financiële onderneming staakt rente of dividenduitkeringen, als zij niet voldoet aan de kapitaalvereisten van artikel 60, eerste lid; +c. het staken van de uitkering van rente of dividend doet geen afbreuk aan het recht van de financiële onderneming om de rente- of dividenduitkering te vervangen door een voldoening in de vorm van een vermogensbestanddeel dat voldoet aan de vereisten van artikel 91, tweede lid, onderdeel a, mits de financiële onderneming daardoor financiële middelen kan behouden. De Nederlandsche Bank kan aan die vervanging voorwaarden verbinden; en +d. vermogensbestanddelen met, zowel als zonder vervaldatum, kunnen alleen met voorafgaande toestemming van de Nederlandsche Bank worden afgelost of ingekocht. De Nederlandsche Bank kan deze toestemming verlenen mits het op verzoek van de financiële onderneming wordt gedaan en noch de financiële positie noch de solvabiliteitspositie van de financiële onderneming al te zeer wordt aangetast. De Nederlandsche Bank kan van de financiële onderneming verlangen dat zij de vermogensbestanddelen vervangen door direct uitgegeven vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a en h, van dezelfde of betere kwaliteit. + +**3.** De Nederlandsche Bank verlangt dat de aflossing van vermogensbestanddelen met vervaldatum wordt opgeschort als de financiële onderneming niet aan de kapitaalsvereisten van artikel 60 voldoet en kan verlangen dat aflossing op andere tijdstippen wordt opgeschort op grond van de financiële positie en solvabiliteitspositie van de financiële onderneming. + +**4.** De Nederlandsche Bank kan te allen tijde toestemming verlenen voor een vroegtijdige aflossing van vermogensbestanddelen ingeval de toepasselijke fiscale behandeling of indeling van deze vermogensbestanddelen volgens de regelgeving een wijziging ondergaat die bij uitgifte niet was voorzien. + +**5.** De Nederlandsche Bank kan verlangen dat de uitkering van rente of dividend op grond van de financiële positie en de solvabiliteitspositie van de financiële onderneming wordt gestaakt. + +**6.** De hoofdsom en niet uitgekeerde rente of dividend kunnen eventuele verliezen opvangen en vormen geen belemmering voor de herkapitalisatie van de financiële onderneming. + +**7.** Bij het faillissement of de liquidatie van de financiële onderneming zijn de vermogensbestanddelen achtergesteld bij de in artikel 92, tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermogensbestanddelen. + +**8.** De Nederlandsche Bank stelt nadere regels met betrekking tot de vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdeel h. + ### Artikel 92 **1.** Het aanvullend kapitaal wordt gevormd door het hoger aanvullend kapitaal en het lager aanvullend kapitaal. @@ -1799,7 +1845,7 @@ e. in geval van een financiële onderneming die artikel 90, tweede lid, toepast, Het hoger aanvullend kapitaal wordt gevormd door de waarde van: -a. de herwaarderingsreserves, voor zover niet reeds verwerkt in artikel 91, tweede lid, onderdeel j, en voor zover niet ontstaan door nog niet tot het resultaat gerekende waardeveranderingen van afdekkingstransacties of door waardering van rentedragende waarden tegen de actuele waarde; +a. de herwaarderingsreserves, voor zover niet reeds verwerkt in artikel 91, tweede lid, onderdeel f, en voor zover niet ontstaan door nog niet tot het resultaat gerekende waardeveranderingen van afdekkingstransacties of door waardering van rentedragende waarden tegen de actuele waarde; b. het gestorte deel op schuldtitels met onbepaalde looptijd en andere financieringsinstrumenten indien: 1°. aflossing slechts plaatsvindt indien de Nederlandsche Bank daartoe, op verzoek van de financiële onderneming, instemming verleent; @@ -1859,7 +1905,7 @@ f. indien de financiële onderneming voor de berekening van de naar risico gewog 1°. het verschil, indien negatief, van de som van de waardeaanpassingen en voorzieningen die samenhangen met de verwachte verliesposten in verband met de activa en posten buiten de balanstelling, bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdelen a tot en met d, en de som van die verwachte verliesposten, berekend ingevolge artikel 75, eerste lid, onderdelen a en c; 2°. de verwachte verliesposten in verband met posities in aandelen, bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdeel e, berekend ingevolge artikel 75, eerste lid, onderdeel a of b; en -g. de vorderingen bij securitisatieposities waaraan ingevolge artikel 85, tweede lid, een risicogewicht van 1250 procent wordt toegekend, voor zover deze niet in aanmerking zijn genomen in de berekening van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling, bedoeld in artikel 85. +g. de vorderingen bij securitisatieposities waaraan ingevolge artikel 85, tweede lid, een risicogewicht van 1250 procent wordt toegekend, voor zover deze niet in aanmerking zijn genomen in de berekening van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balansstelling, bedoeld in artikel 85 en de vorderingen bij securitisatieposities in de handelsportefeuille die, als ze in de niet-handelsportefeuille van dezelfde financiële ondernemingen zaten, een risicogewicht van 1250 procent zouden krijgen. **3.** In afwijking van het tweede lid worden het als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal van de financiële onderneming die artikel 90, tweede lid, toepast, verminderd met de helft van de som van de waarde van de posten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen f en g. @@ -1871,7 +1917,16 @@ g. de vorderingen bij securitisatieposities waaraan ingevolge artikel 85, tweede **7.** Indien op de financiële onderneming, bedoeld in de aanhef van het tweede lid, toezicht op geconsolideerde basis ingevolge afdeling 3.6.2 van de wet of prudentieel toezicht op financiële conglomeraten ingevolge afdeling 3.6.4 van de wet wordt gehouden, hoeft zij haar als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal niet te verminderen met de waarde van de in het tweede lid bedoelde posten die worden gehouden in een financiële instelling, kredietinstelling, verzekeraar of verzekeringsholding die in dat geconsolideerde toezicht of prudentieel toezicht op financiële conglomeraten wordt betrokken. -**8.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, in uitzonderlijke omstandigheden besluiten dat het een financiële onderneming toegestaan is voor bepaalde tijd een der limieten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met e, te overschrijden. +**8.** De Nederlandsche Bank kan op verzoek besluiten dat het een bank of beleggingsonderneming is toegestaan de limieten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en het negende lid in noodsituaties tijdelijk te overschrijden. + +**9.** + +Voor de toepassing van artikel 91, tweede lid, onderdeel h, gelden de volgende limieten: + +a. vermogensbestanddelen die in noodsituaties als bedoeld in het achtste lid, binnen een vooraf bepaalde marge geconverteerd moeten worden en op initiatief van de Nederlandsche Bank in het licht van de financiële en solvabiliteitssituatie van de bank of beleggingsonderneming te allen tijde geconverteerd mogen worden in vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdeel a, mogen tezamen niet meer bedragen dan vijftig procent van de som van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met e en h, verminderd met de som van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen f en g en het derde lid; +b. binnen de limiet, bedoeld in onderdeel a, bedragen alle andere vermogensbestanddelen tezamen niet meer dan 35 procent van de som van de vermogensbestanddelen genoemd in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met e en h verminderd met de som van de vermogensbestanddelen bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen f en g en het derde lid; +c. binnen de limieten, bedoeld in de onderdelen a en b bedraagt de som van vermogensbestanddelen met bepaalde looptijd en vermogensbestanddelen waarvan de bepalingen een aflossingsprikkel voor de bank en beleggingsonderneming bevatten, niet meer dan vijftien procent van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met e en h, verminderd met de som van de vermogensbestanddelen bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen f en g en het derde lid; +d. voor het bedrag van de vermogensbestanddelen dat uitkomt boven de limieten bedoeld in de onderdelen a, b en c, van dit lid, geldt de limiet, bedoeld in artikel 94, eerste lid, onderdelen b en c. ### Artikel 95 @@ -1973,13 +2028,19 @@ c. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 96, onderdel ### Artikel 102 -**1.** De waarde van de grote posities van een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:58, eerste lid, van de wet of van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:61, eerste lid, van de wet, met inbegrip van de waarde van de grote posities van haar bijkantoren in een staat die geen lidstaat is, bedraagt ten aanzien van een wederpartij of groep van verbonden wederpartijen niet meer dan 25 procent van haar toetsingsvermogen. +**1.** De waarde van de grote posities van een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:58, eerste lid, van de wet of van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:61, eerste lid, van de wet, is met inachtneming van de kredietrisicolimitering, ten aanzien van een wederpartij of groep van verbonden wederpartijen niet groter dan 25 procent van haar toetsingsvermogen. -**2.** De totale waarde van de grote posities van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid bedraagt niet meer dan achthonderd procent van haar toetsingsvermogen. +**2.** Indien de wederpartij een bank of beleggingsonderneming is als bedoeld in het eerste lid of wanneer een groep van verbonden wederpartijen een of meer banken of beleggingsondernemingen als bedoeld in het eerste lid omvat, kan deze waarde niet meer bedragen dan 25 procent van het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming of € 150 miljoen, naargelang welk bedrag het hoogst is, voor zover de som van de waarde van de posities, met inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering, jegens alle verbonden wederpartijen die geen bank of beleggingsonderneming zijn, niet meer bedraagt dan 25 procent van het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming. -**3.** Voor de toepassing van dit artikel is de waarde van een actief gelijk aan de balanswaarde en is de waarde van een post buiten de balanstelling gelijk aan de actuele waarde. De Nederlandsche Bank stelt nadere regels met betrekking tot de waardering van activa en posten buiten de balanstelling voor de toepassing van dit artikel, het geheel of gedeeltelijk niet in aanmerking nemen van bepaalde activa of posten buiten de balanstelling voor de toepassing van dit artikel en het toepassen van risicogewichten op bepaalde activa en posten buiten de balanstelling. +**3.** Indien het bedrag van € 150 miljoen groter is dan 25 procent van het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming, mag de waarde van de grote positie, met inachtneming van het effect van de kredietrisicolimitering, een redelijke limiet, gelet op het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming, bedoeld in het eerste lid, niet te boven gaan. Deze limiet wordt door de bank of beleggingsonderneming bepaald overeenkomstig het door haar gevoerde beleid ten aanzien van het beheersen van concentratierisico’s, maar mag niet groter zijn dan honderd procent van haar toetsingsvermogen. -**4.** De financiële onderneming geeft de Nederlandsche Bank onverwijld kennis van een overschrijding van een limiet als bedoeld in het eerste of tweede lid. De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat het een financiële onderneming voor een beperkte duur is toegestaan een limiet te overschrijden. De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder zij een overschrijding toestaat. Zij kan daarbij bepalen dat de eerste volzin van dit lid niet van toepassing is. +**4.** Het tweede en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op posities die worden gehouden in geregistreerde gedekte obligaties. + +**5.** De Nederlandsche bank stelt aanvullende regels vast omtrent posities die zijn uitgezonderd van de toepassing van het eerste, tweede en derde lid. + +**6.** Voor de toepassing van dit artikel is de waarde van een actief gelijk aan de balanswaarde en is de waarde van een post buiten de balanstelling gelijk aan de actuele waarde. De Nederlandsche Bank stelt nadere regels met betrekking tot de waardering van activa en posten buiten de balanstelling voor de toepassing van dit artikel, het geheel of gedeeltelijk niet in aanmerking nemen van bepaalde activa of posten buiten de balanstelling voor de toepassing van dit artikel en het toepassen van risicogewichten op bepaalde activa en posten buiten de balanstelling. + +**7.** De financiële onderneming geeft de Nederlandsche Bank onverwijld kennis van een overschrijding van een limiet als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat het een bank of beleggingsonderneming voor een beperkte duur is toegestaan een limiet te overschrijden of in het geval de limiet van € 150 miljoen bedoeld in het derde lid van toepassing is, in een uitzonderlijk geval toestaan dat de limiet van honderd procent van het eigen vermogen van de bank wordt overschreden. De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder zij een overschrijding toestaat. Zij kan daarbij bepalen dat de eerste volzin van dit lid niet van toepassing is. ### Artikel 103 @@ -2032,7 +2093,11 @@ c. overige voldoende liquide schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 113, eers ### Artikel 106 -De liquiditeit van een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, 3:64, 3:65 of 3:66 van de wet is voldoende indien de aanwezige liquiditeit, bedoeld in artikel 111, 112 of 113, ten minste gelijk is aan de vereiste liquiditeit, bedoeld in artikel 108, 109 of 110. +**1.** Als liquiditeit van een bank als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, 3:64 of 3:65 van de wet geldt de aanwezige liquiditeit, bedoeld in de artikelen 111, 112 of 113. + +**2.** De minimale omvang van de liquiditeit, bedoeld in het eerste lid, is ten minste gelijk aan de vereiste liquiditeit, bedoeld in artikel 108. + +**3.** De liquiditeit van een onderneming als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, 3:64, 3:65 of 3:66 van de wet, niet zijnde een bank, is voldoende indien de aanwezige liquiditeit, bedoeld in de artikelen 111, 112 of 113, tenminste gelijk is aan de vereiste liquiditeit, bedoeld in de artikelen 108, 109 of 110. ### Artikel 107 @@ -2691,7 +2756,7 @@ Een besluit, genomen op grond van een van de artikelen, bedoeld in kolom A, word ### Artikel 146 -Indien de Nederlandsche Bank ten aanzien van een bank of elektronischgeldinstelling een besluit heeft genomen dat overeenkomt met een besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, 62, vijfde lid, 64, 92, tweede of derde lid, 93, 102, vierde lid, of 105, tweede lid, wordt het eerstbedoelde besluit aangemerkt als besluit in de zin van het desbetreffende artikel. De aan het besluit gestelde beperkingen of verbonden voorschriften blijven van kracht. +Indien de Nederlandsche Bank ten aanzien van een bank of elektronischgeldinstelling een besluit heeft genomen dat overeenkomt met een besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, 62, vijfde lid, 64, 92, tweede of derde lid, 93, 102, zevende lid, of 105, tweede lid, wordt het eerstbedoelde besluit aangemerkt als besluit in de zin van het desbetreffende artikel. De aan het besluit gestelde beperkingen of verbonden voorschriften blijven van kracht. ### Artikel 147