From 5955079522265e13f1c610140770e2893624cb0e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-01-01 | BWBR0017017 | Wet kinderopvang --- wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md | 30 ++++++++++++---------- 1 file changed, 16 insertions(+), 14 deletions(-) diff --git a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md index b060a10858b..69d2574e7b6 100644 --- a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md +++ b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md @@ -107,18 +107,18 @@ Vervallen ### Artikel 1.3 -**1.** De uitvoering van het toekennen, uitbetalen en terugvorderen van de kinderopvangtoeslag is opgedragen aan de Belastingdienst/Toeslagen. +**1.** De uitvoering van het toekennen, uitbetalen en terugvorderen van de kinderopvangtoeslag is opgedragen aan de Dienst Toeslagen. **2.** Op deze wet is de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing met uitzondering van artikel 5 van die wet op wijzigingen in de kosten van kinderopvang per kind, bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, met dien verstande dat: a. in afwijking van artikel 4, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen een kind voor wie de pleegouder een vergoeding ontvangt op grond van de Jeugdwet, geacht wordt door die pleegouder in belangrijke mate te worden onderhouden; -b. in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, een ouder over de berekeningsjaren 2014 en volgende geen aanspraak heeft op kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 1.5 over de periode tot de eerste dag van de kalendermaand die drie kalendermaanden gelegen is voor de datum waarop de aanvraag om kinderopvangtoeslag is ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen. +b. in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, een ouder over de berekeningsjaren 2014 en volgende geen aanspraak heeft op kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 1.5 over de periode tot de eerste dag van de kalendermaand die drie kalendermaanden gelegen is voor de datum waarop de aanvraag om kinderopvangtoeslag is ingediend bij de Dienst Toeslagen. ### Artikel 1.4 -**1.** Met het oog op het toekennen van een kinderopvangtoeslag verstrekt de ouder, bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, aan de Belastingdienst/Toeslagen het unieke nummer, bedoeld in artikel 1.47b, derde lid. +**1.** Met het oog op het toekennen van een kinderopvangtoeslag verstrekt de ouder, bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, aan de Dienst Toeslagen het unieke nummer, bedoeld in artikel 1.47b, derde lid. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot de verstrekking. @@ -137,10 +137,6 @@ b. gastouderopvang in een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang. **3.** Een ouder en diens partner die tevens ouder is worden voor de toepassing van deze wet geacht gezamenlijk één aanspraak te hebben. -### Artikel 1.5a - -Onverminderd de artikelen 1.5 en 1.6 heeft een ouder die tijdelijk bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 71/1) of een verlenging van dat besluit, aanspraak op kinderopvangtoeslag. - ### Artikel 1.6 **1.** @@ -521,7 +517,7 @@ b. aanspraak te maken op de kinderopvangtoeslag, bedoeld in artikel 1.5, eerste dient bij Onze Minister een aanvraag in tot inschrijving van die voorziening in het register buitenlandse kinderopvang. -**4.** Bij de aanvraag, bedoeld in het derde lid, toont de ouder aan dat degene die een voorziening als bedoeld in het eerste of tweede lid exploiteert, instemt met de aanvraag en bereid is desgevraagd alle door de Belastingdienst/Toeslagen en de door Onze Minister benodigde inlichtingen te verstrekken en de Belastingdienst/Toeslagen en Onze Minister inzage te geven in alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van hun taken redelijkerwijs nodig is. +**4.** Bij de aanvraag, bedoeld in het derde lid, toont de ouder aan dat degene die een voorziening als bedoeld in het eerste of tweede lid exploiteert, instemt met de aanvraag en bereid is desgevraagd alle door de Dienst Toeslagen en de door Onze Minister benodigde inlichtingen te verstrekken en de Dienst Toeslagen en Onze Minister inzage te geven in alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van hun taken redelijkerwijs nodig is. **5.** @@ -656,7 +652,7 @@ l. de opleidingseisen waaraan pedagogisch beleidsmedewerkers voldoen. In het bezit van een verklaring omtrent het gedrag zijn: -a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum; +a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum en de bestuurder, vennoot, maat of beheerder van dat kindercentrum; b. de participerende ouder; c. de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; d. de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waar kinderen worden opgevangen; @@ -1156,7 +1152,7 @@ Vervallen ### Artikel 1.67a -De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan de GGD kosteloos de gegevens en inlichtingen waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor het toezicht op de naleving van de bij of krachtens hoofdstuk 1 gestelde regels. +De Dienst Toeslagen verstrekt aan de GGD kosteloos de gegevens en inlichtingen waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor het toezicht op de naleving van de bij of krachtens hoofdstuk 1 gestelde regels. #### Paragraaf 3. Informatie aan minister door colleges van burgemeester en wethouders @@ -1517,10 +1513,6 @@ Artikel 1.6, tweede en derde lid, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerki a. op de dag voor dat tijdstip aanspraak had op kinderopvangtoeslag, en b. hij of zijn partner op dat tijdstip arbeid verrichtte, niet zijnde tegenwoordige arbeid waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten dan wel inkomen dat hiermee gelijkgesteld wordt op grond van artikel 1.6, vierde lid. -### Artikel 3.2c - -In afwijking van artikel 1.3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, heeft een ouder die als gevolg van de Wet van 20 november 2024 tot wijziging van de Wet kinderopvang om aanspraak op kinderopvangtoeslag mogelijk te maken voor Oekraïense ontheemden gelet op het Uitvoeringsbesluit van de Raad tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001, en ouders met een partner buiten de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland ook aanspraak op kinderopvangtoeslag te geven (Stb. 2024, 390) aanspraak op kinderopvangtoeslag, over de periode van 4 maart 2022 tot en met de inwerkingtredingsdatum van die wet aanspraak op kinderopvangtoeslag, indien de aanvraag om kinderopvangtoeslag uiterlijk op de laatste dag van de kalendermaand die drie kalendermaanden is gelegen na de inwerkingtredingsdatum van die wet is ingediend. - ### Paragraaf 2. Slotbepalingen ### Artikel 3.3 @@ -1539,6 +1531,16 @@ De voordracht voor een krachtens de artikelen 1.6, zevende lid, 1.7, tweede tot Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen over de in hoofdstuk 1 van deze wet geregelde onderwerpen regels worden gesteld voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. +### Artikel 3.5a + +Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 8 november 2023 tot wijziging van de Wet kinderopvang in verband met een structurele regeling voor meertalige dagopvang (Stb. 2023, 412), aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. In het verslag wordt in ieder geval aandacht besteed aan: + +a. de werking in de praktijk van het maximumpercentage van 50% per dag; +b. de effecten op het aanbod en de kwaliteit van de kinderopvang; +c. de effecten op de werkzaamheden van de beroepskrachten meertalige kinderopvang en de pedagogische beleidsmedewerkers werkzaam bij de meertalige kinderopvang. + +Daarbij dient rekening te worden gehouden met alle talen, bedoeld in artikel 1.55, derde lid. + ### Artikel 3.6 Deze wet wordt aangehaald als: Wet kinderopvang.