diff --git a/wet/wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0008365/README.md b/wet/wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0008365/README.md index 1b6eb98d730..0f0a9eaf300 100644 --- a/wet/wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0008365/README.md +++ b/wet/wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0008365/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bwb_id: BWBR0008365 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2002-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2004-05-13' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008365 citeertitel: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren --- @@ -30,7 +30,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder functionele a. ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een rechtbank en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, voorzover de opleiding wordt doorgebracht bij een rechtbank: het bestuur van die rechtbank; b. ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een gerechtshof: het bestuur van dat gerechtshof; -c. ten aanzien van de vice-presidenten van, de raadsheren in, de raadsheren in buitengewone dienst van, de griffier en de substituut-griffiers van, alsmede de gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad: de president van de Hoge Raad; +c. ten aanzien van de vice-presidenten van, de raadsheren in, de raadsheren in buitengewone dienst bij, de griffier en de substituut-griffiers van, alsmede de gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad: de president van de Hoge Raad; d. ten aanzien van de plaatsvervangend procureur-generaal, de advocaten-generaal, de advocaten-generaal in buitengewone dienst, de plaatsvervangende en de waarnemende advocaten-generaal bij de Hoge Raad: de procureur-generaal bij de Hoge Raad; e. ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een arrondissementsparket, alsmede de rechterlijke ambtenaren in opleiding, voor zover de opleiding wordt doorgebracht bij een arrondissementsparket: het hoofd van dat arrondissementsparket; f. ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij het landelijk parket: het hoofd van het landelijk parket; @@ -39,7 +39,7 @@ h. ten aanzien van de hoofden van de parketten: het College van procureurs-gener i. ten aanzien van de leden van het College van procureurs-generaal: Onze Minister. j. ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren in opleiding gedurende de buitenstage: de rector. -## Hoofdstuk 1A. Benoeming, beëdiging en installatie +## Hoofdstuk 1A. Benoeming, beëdiging, installatie en ambtskostuum ### Paragraaf 1A.1. Benoeming @@ -49,7 +49,7 @@ j. ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren in opleiding gedurende de buitenst **2.** De procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal vormen, de advocaten-generaal bij de ressortsparketten, en de officieren van justitie bij de arrondissementsparketten en het landelijk parket worden benoemd bij koninklijk besluit, met inachtneming van het bepaalde in deze wet. -**3.** De plaatsvervangende advocaten-generaal bij de ressortsparketten en de plaatsvervangende officieren van justitie bij de arrondissementsparketten en het landelijk parket worden benoemd door Onze Minister, tenzij artikel 136, zesde lid, artikel 137, zesde lid, of artikel 138, zesde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie van toepassing is. +**3.** De plaatsvervangende advocaten-generaal bij de ressortsparketten en de plaatsvervangende officieren van justitie alsook de officieren enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten en het landelijk parket worden benoemd door Onze Minister, tenzij artikel 136, zevende lid, artikel 137, zesde lid, of artikel 138, zesde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie van toepassing is. **4.** De gerechtsauditeurs worden benoemd door Onze Minister onderscheidenlijk bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, indien zij in tijdelijke dienst onderscheidenlijk in vaste dienst worden aangesteld. Zij worden benoemd in de rang van senior-gerechtsauditeur of gerechtsauditeur. Onze Minister benoemt niet onderscheidenlijk doet geen voordracht voor benoeming dan na overleg met de betrokken functionele autoriteit. @@ -91,16 +91,30 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking t ### Artikel 1g -**1.** Een rechterlijk ambtenaar legt voorafgaand aan de datum van indiensttreding de eed of belofte af. Het formulier voor de eed of belofte wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld. +**1.** Een rechterlijk ambtenaar legt voorafgaand aan de datum van indiensttreding de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de eerste bijlage bij deze wet. -**2.** Bij een opvolgende benoeming binnen hetzelfde gerecht of parket wordt een rechterlijk ambtenaar niet opnieuw beëdigd, tenzij het de opvolgende benoeming van een gerechtsauditeur, niet zijnde tevens raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger, of de griffier van de Hoge Raad betreft. +**2.** + +Bij een opvolgende benoeming binnen hetzelfde gerecht of parket wordt een rechterlijk ambtenaar niet opnieuw beëdigd, tenzij het: + +a. de benoeming van een raadsheer in of een vice-president van de Hoge Raad tot president van de Hoge Raad betreft; +b. de benoeming van een advocaat-generaal of een plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad tot procureur-generaal bij de Hoge Raad betreft; +c. de benoeming van een gerechtsauditeur, niet tevens zijnde raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger, of de griffier van de Hoge Raad betreft. **3.** De rechterlijk ambtenaar wordt na de datum van indiensttreding geïnstalleerd. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen worden aangewezen waarin installatie achterwege blijft. -**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de beëdiging en de installatie van rechterlijke ambtenaren en worden regels gesteld over het ambtskostuum van rechterlijke ambtenaren. +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de beëdiging en de installatie van rechterlijke ambtenaren. **5.** In afwijking van het eerste lid worden niet als zodanig beëdigd de plaatsvervangers van rechtswege alsmede de door het College van procureurs-generaal benoemde plaatsvervangers. +**6.** Een deskundig lid legt voorafgaand aan de datum van indiensttreding de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de tweede bijlage bij deze wet. + +### Paragraaf 1A.3. Het ambtskostuum + +### Artikel 1h + +Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het ambtskostuum van rechterlijke ambtenaren. + ## Hoofdstuk 2. Volledige taak en deeltaak ### Artikel 2 @@ -123,7 +137,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking t ### Artikel 5 -**1.** In afwijking van artikel 2 worden raadsheren in buitengewone dienst van de Hoge Raad, raadsheren-plaatsvervangers, rechters-plaatsvervangers, advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, plaatsvervangende advocaten-generaal, plaatsvervangende officieren van justitie en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen niet aangesteld voor het vervullen van een volledige of een gedeeltelijke taak. +**1.** In afwijking van artikel 2 worden raadsheren in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, raadsheren-plaatsvervangers, rechters-plaatsvervangers, advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, plaatsvervangende advocaten-generaal, plaatsvervangende officieren van justitie en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen niet aangesteld voor het vervullen van een volledige of een gedeeltelijke taak. **2.** Zij kunnen voor het verrichten van werkzaamheden worden opgeroepen door de president van de Hoge Raad, door het bestuur van het desbetreffende gerechtshof, door het bestuur van de desbetreffende rechtbank, door de procureur-generaal bij de Hoge Raad, onderscheidenlijk door het hoofd van het desbetreffende parket. @@ -161,7 +175,7 @@ categorie 11: gerechtsauditeur; categorie 11*a*: griffier van de Hoge Raad; categorie 12: rechterlijk ambtenaar in opleiding. -**2.** In de bij deze wet behorende bijlage is, overeenkomstig de indeling in het eerste lid, het salaris vermeld dat de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding die zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige taak maandelijks genieten. +**2.** In de bij deze wet behorende tweede bijlage is, overeenkomstig de indeling in het eerste lid, het salaris vermeld dat de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding die zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige taak maandelijks genieten. ### Artikel 8 @@ -187,7 +201,7 @@ e. wordt een plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen gelijkgesteld met ### Artikel 10 -Raadsheren in buitengewone dienst van en advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad ontvangen een vergoeding voor verrichte werkzaamheden volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. +Raadsheren in buitengewone dienst bij en advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad ontvangen een vergoeding voor verrichte werkzaamheden volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. ### Artikel 11 @@ -260,7 +274,7 @@ De arbeidsduur bedraagt bij een volledige taak gemiddeld 36 uur per week. Op ver a. de rechterlijk ambtenaar wiens gemiddelde werktijd op basis van artikel 38d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is teruggebracht; b. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die op basis van artikel 37 betaald ouderschapsverlof geniet; c. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die op basis van artikel 39 buitengewoon verlof geniet; -d. de rechterlijk ambtenaar aan wie op grond van artikel 46h, eerste lid, gedeeltelijk ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; +d. de rechterlijk ambtenaar aan wie op zijn verzoek gedeeltelijk ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 1.5 van het Pensioenreglement; e. de arbeidsgehandicapte in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, waarbij een verminderde arbeidsprestatie is vastgesteld. **2.** Voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding met een volledige taak bedraagt het aantal te werken uren in een jaar: het aantal kalenderdagen, verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en met de niet op zaterdag of zondag vallende feestdagen, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, in dat jaar, vermenigvuldigd met 7,2. @@ -573,7 +587,7 @@ De disciplinaire maatregel van schriftelijke waarschuwing wordt opgelegd: a. ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een rechtbank en daarvan niet tevens president zijn: door de rechterlijk ambtenaar die tevens president van die rechtbank is; b. ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een gerechtshof en daarvan niet tevens president zijn, alsmede de rechterlijke ambtenaren die tevens president zijn van een rechtbank binnen het rechtsgebied van een gerechtshof: door de rechterlijk ambtenaar die tevens president van dat gerechtshof is; -c. ten aanzien van de vice-presidenten van, de raadsheren in en de raadsheren in buitengewone dienst van de Hoge Raad, alsmede de rechterlijke ambtenaren die tevens president zijn van een gerechtshof: door de president van de Hoge Raad; +c. ten aanzien van de vice-presidenten van, de raadsheren in en de raadsheren in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, alsmede de rechterlijke ambtenaren die tevens president zijn van een gerechtshof: door de president van de Hoge Raad; d. ten aanzien van de plaatsvervangend procureur-generaal, de advocaten-generaal en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad: door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. **2.** De disciplinaire maatregel van ontslag wordt door de Hoge Raad opgelegd. @@ -643,7 +657,7 @@ c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd d **4.** In afwijking van het eerste lid kan het ontslag, indien de daar bedoelde voorwaarden zijn vervuld en de rechterlijk ambtenaar daarom verzoekt, worden verleend bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Voor de rechtsgevolgen wordt dit ontslag gelijkgesteld met een door de Hoge Raad overeenkomstig het eerste lid verleend ontslag. -**5.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst van en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken. +**5.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst bij en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken. ### Artikel 46j @@ -669,7 +683,7 @@ c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd d **7.** Indien de rechterlijk ambtenaar een taak wordt opgedragen die wordt vervuld in een ambt waarin hij voor het leven wordt benoemd en die taak minder uren omvat dan zijn oorspronkelijke taak, wordt hij door de Hoge Raad onderscheidenlijk bij koninklijk besluit tevens ontslagen voor het meerdere aantal uren. -**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst van en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken. +**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst bij en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken. ### Artikel 46l @@ -694,9 +708,13 @@ b. bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, ### Artikel 46n -**1.** De rechterlijk ambtenaar aan wie op basis van artikel 46l, eerste lid, onderdeel a, ontslag wordt verleend, ontvangt een jaarlijkse uitkering uit 's rijks kas ter grootte van hetgeen hij op grond van het bij of krachtens de wet bepaalde zou ontvangen, indien hij zou zijn ontslagen op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte en hij met ingang van de datum van dit ontslag uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend volledig ongeschikt zou zijn. +**1.** Ingeval van een ontslag ingevolge de artikelen 46c, tweede en derde lid, 46l of 46m kan de Hoge Raad een voorziening treffen onderscheidenlijk kan bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister een voorziening worden getroffen waarbij de rechterlijk ambtenaar een uitkering wordt verleend die naar het oordeel van de Hoge Raad onderscheidenlijk Onze Minister met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. -**2.** De Hoge Raad kan bij zijn beslissing aan de rechterlijk ambtenaar aan wie op basis van artikel 46l, eerste lid, onderdeel b of c, op basis van artikel 46m, dan wel bij wijze van disciplinaire maatregel ontslag wordt verleend, voor een tijdsduur van ten hoogste vijf jaar een zodanige jaarlijkse uitkering ten laste van 's rijks kas toekennen als de Hoge Raad met het oog op de omstandigheden redelijk acht. De uitkering bedraagt niet meer dan hetgeen bij ontslag ingevolge artikel 46l, eerste lid, onderdeel a, zou worden genoten. De Hoge Raad kan de uitkering herzien of intrekken, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. +**2.** De uitkering is ten hoogste gelijk aan het voor de rechterlijk ambtenaar geldende totaal van uitkeringen berekend op basis van de Werkloosheidswet en een krachtens artikel 54, tweede lid, getroffen besluit ter zake van werkloosheid, als ware als gevolg van het ontslag geen sprake van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in artikel 24 van de Werkloosheidswet. + +**3.** Op de uitkering zijn voor het overige de Werkloosheidswet en het krachtens artikel 54, tweede lid, getroffen besluit ter zake van werkloosheid, van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Indien de rechterlijk ambtenaar ter zake van hetzelfde ontslag recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of een krachtens artikel 54, tweede lid, getroffen besluit ter zake van werkloosheid, vervalt de door de Hoge Raad of bij koninklijk besluit toegekende uitkering. ### Paragraaf 6A.5. Procedure bij de Hoge Raad @@ -831,10 +849,9 @@ a. aanstelling, schorsing en ontslag, behoudens de voor het leven benoemde recht b. wachtgeld, c. voorzieningen in verband met ziekte, d. bescherming bij de arbeid, -e. medezeggenschap, -f. overige rechten en plichten, -g. disciplinaire straffen, -h. arbeidsduur, werktijd, werkverdeling, vakantie en verlof. +e. overige rechten en plichten, +f. disciplinaire straffen, +g. arbeidsduur, werktijd, werkverdeling, vakantie en verlof. ### Artikel 55 @@ -884,4 +901,64 @@ Vervallen Vervallen -## Bijlage . bij de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren +## Bijlage Eerste. als bedoeld in + +Formulier voor het afleggen van de eed of belofte als bedoeld in artikel 1g, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren door de rechterlijk ambtenaar; + +Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen. + +Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven. + +Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarin mijn ambtsverrichtingen te pas zouden kunnen komen. + +Ik zweer/beloof dat ik mijn ambt met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal uitoefenen en mij in deze uitoefening zal gedragen zoals een goed rechterlijk ambtenaar betaamt. + +Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik! + +Op ...................., werd te .................... + +ten overstaan van (1) .................... + +door (2) .................... + +de bovenvermelde eed/belofte afgelegd. + +de .................... + +(1) .................... + +(2) .................... + +Krachtens de wet is de rechterlijk ambtenaar verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover hij bij de uitoefening van zijn taak de beschikking krijgt en waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens zover enig wettelijk voorschrift tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. Daarbij is de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast verplicht tot geheimhouding van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit. De rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast mag zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun advocaten, procureurs of gemachtigden over enige voor hem aanhangig geschil of een geschil waarvan hij weet of vermoedt dat deze voor hem aanhangig wordt. + +## Bijlage Tweede. als bedoeld in + +Formulier voor het afleggen van de eed of belofte als bedoeld in artikel 1g, zesde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren door het deskundig lid; + +Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen. + +Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven. + +Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn. + +Ik zweer/beloof dat ik mijn werk als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal uitoefenen en mij in deze uitoefening zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt. + +Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik! + +Op .................... werd te .................... + +Ten overstaan van (1) ...................., en + +Door (2) .................... + +De bovenvermelde eed/belofte afgelegd. + +de .................... + +(1) .................... + +(2) .................... + +Krachtens de wet is het deskundig lid verplicht tot geheimhouding van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit. Daarbij is het deskundig lid verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover hij bij de uitoefening van zijn taak de beschikking krijgt en waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens zover enig wettelijk voorschrift tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. + +## Bijlage Derde. als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren