diff --git a/amvb/besluit-lozen-buiten-inrichtingen/BWBR0029789/README.md b/amvb/besluit-lozen-buiten-inrichtingen/BWBR0029789/README.md index 317cd77e74e..6feae64bfa8 100644 --- a/amvb/besluit-lozen-buiten-inrichtingen/BWBR0029789/README.md +++ b/amvb/besluit-lozen-buiten-inrichtingen/BWBR0029789/README.md @@ -19,7 +19,7 @@ citeertitel: Besluit lozen buiten inrichtingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *aangewezen oppervlaktewaterlichaam:* oppervlaktewaterlichaam dat op grond van artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, van het Activiteitenbesluit milieubeheer is aangewezen; -- *ADR:* de op 30 september 1957 te Genève totstandgekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171); +- *ADR:* de op 30 september 1957 te Genève totstandgekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171); - *bodembedreigende stof:* stof die de bodem kan verontreinigen als bedoeld in paragraaf 3.1 van deel A3 van de NRB; - *bodembeschermende voorziening:* vloeistofkerende voorziening, een vloeistofdichte vloer of verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening, ter voorkoming van immissies in de bodem; - *bodemzijdig vermogen:* grootste hoeveelheid energie, uitgedrukt in kW, die het ondergrondse deel van een gesloten bodemenergiesysteem bij normaal gebruik kan uitwisselen met de bodem; @@ -123,7 +123,7 @@ b. de NRB. ### Artikel 1.6 -**1.** Van de beschikking waarbij bij of krachtens dit besluit een maatwerkvoorschrift wordt gesteld, wordt kennisgegeven in één of meer dagbladen, nieuwsbladen of huis-aan-huisbladen. +**1.** Van de beschikking waarbij bij of krachtens dit besluit een maatwerkvoorschrift wordt gesteld, wordt kennisgegeven op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze. **2.** In afwijking van artikel 65, vijfde lid, van de Wet bodembescherming is afdeling 3.4, van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de voorbereiding van een maatwerkvoorschrift, inhoudende een ontheffing waarbij het bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden. @@ -345,7 +345,7 @@ r. NEN-EN-ISO 15682 ten aanzien van chloride. Het lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, is toegestaan, indien bij het lozen: a. geen visuele verontreiniging plaatsvindt; -b. het gehalte aan naftaleen in enig steekmonster ten hoogste 0,2 microgram per liter bedraagt; +b. het gehalte aan naftaleen in enig steekmonster ten hoogste 0,2 microgram per liter bedraagt; c. het gehalte aan PAK’s in enig steekmonster ten hoogste 1 microgram per liter bedraagt; en d. in een steekmonster de emissiewaarden van de in dit artikel opgenomen tabel 3.1a niet worden overschreden. @@ -369,7 +369,7 @@ d. in een steekmonster de emissiewaarden van de in dit artikel opgenomen tabel 3 Het lozen in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam is toegestaan, indien bij het lozen: a. geen visuele verontreiniging plaatsvindt; -b. het gehalte aan naftaleen in enig steekmonster ten hoogste 0,2 microgram per liter bedraagt; +b. het gehalte aan naftaleen in enig steekmonster ten hoogste 0,2 microgram per liter bedraagt; c. het gehalte aan PAK’s in enig steekmonster ten hoogste 1 microgram per liter bedraagt; en d. in een steekmonster de emissiewaarden van de in dit artikel opgenomen tabel 3.1b niet worden overschreden. @@ -398,7 +398,7 @@ d. in een steekmonster de emissiewaarden van de in dit artikel opgenomen tabel 3 | Chroom | 2,4 microgram per liter | | Onopgeloste stoffen | 20 milligram per liter | -**4.** Het lozen op of in de bodem is toegestaan indien het gehalte aan stoffen in enig steekmonster niet meer bedraagt dan de streefwaarden in tabel 1 van de bijlage bij de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. +**4.** Het lozen op of in de bodem is toegestaan indien het gehalte aan stoffen in enig steekmonster niet meer bedraagt dan de streefwaarden in tabel 1 van de bijlage bij de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. **5.** Het lozen in een vuilwaterriool is verboden. @@ -438,7 +438,7 @@ b. de streefwaarden, bedoeld in het vierde lid, indien geloosd wordt op of in de Het lozen in een oppervlaktewaterlichaam is toegestaan indien: -a. het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 50 milligram per liter bedraagt; en +a. het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 50 milligram per liter bedraagt; en b. als gevolg van het lozen geen visuele verontreiniging optreedt. **4.** @@ -448,7 +448,7 @@ Het bevoegd gezag kan met betrekking tot het lozen, bedoeld in het derde lid, bi a. afwijken van het gehalte, genoemd dat lid, en een hoger gehalte vaststellen, indien genoemd gehalte niet door toepassing van beste beschikbare technieken kan worden bereikt en het belang van de bescherming van het milieu zich niet tegen het lozen met een hoger gehalte verzet; en b. bepalen dat visuele verontreiniging mag optreden, indien visuele verontreiniging niet door toepassing van beste beschikbare technieken kan worden voorkomen en het belang van de bescherming van het milieu zich niet verzet tegen het lozen waarbij visuele verontreiniging optreedt. -**5.** Het lozen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, is toegestaan indien het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 50 milligram per liter bedraagt en het ijzergehalte in enig steekmonster ten hoogste 5 milligram per liter bedraagt. +**5.** Het lozen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, is toegestaan indien het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 50 milligram per liter bedraagt en het ijzergehalte in enig steekmonster ten hoogste 5 milligram per liter bedraagt. **6.** @@ -463,7 +463,7 @@ Het lozen in een vuilwaterriool is verboden, tenzij: a. het lozen ten hoogste 8 weken duurt; b. de geloosde hoeveelheid ten hoogste 5 kubieke meter per uur bedraagt; en -c. het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 300 milligram per liter bedraagt. +c. het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 300 milligram per liter bedraagt. **8.** Het bevoegd gezag kan met betrekking tot de tijdsduur en de hoeveelheid, bedoeld in het zevende lid bij maatwerkvoorschrift of bij verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer andere waarden stellen. @@ -550,7 +550,7 @@ Bij het lozen op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam worden de waar | Onopgeloste stoffen | 30 milligram per liter | 60 milligram per liter | 30 milligram per liter | 60 milligram per liter | | Fosfor totaal | | | 3 milligram per liter | 6 milligram per liter | -**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing op het lozen van minder dan 6 inwonerequivalenten, indien het huishoudelijk afvalwater is geleid door een zuiveringsvoorziening die voldoet aan bij regeling als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, gestelde eisen. +**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing op het lozen van minder dan 6 inwonerequivalenten, indien het huishoudelijk afvalwater is geleid door een zuiveringsvoorziening die voldoet aan bij regeling als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, gestelde eisen. **7.** Het bevoegd gezag kan, bij lozen in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam, indien het belang van de bescherming van het milieu daartoe noodzaakt, bij maatwerkvoorschrift afwijken van de eisen bedoeld in het zesde lid, en bepalen dat het huishoudelijk afvalwater door een daarbij voorgeschreven zuiveringsvoorziening wordt geleid. @@ -888,7 +888,7 @@ Wijzigt het Besluit lozing afvalwater huishoudens. **4.** Indien onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 3.6 het lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewaterlichaam was toegestaan op grond van artikel 14 van het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater, blijft het lozen toegestaan gedurende de termijn die volgt uit de toepassing van dat artikel. -**5.** Voor het lozen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, waarvoor op 24 april 2013 een ontheffing gold op grond van artikel 10.63, eerste lid, van de wet, geldt gedurende de op die datum resterende termijn waarvoor de ontheffing was verleend, een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 2.2, derde lid, waarvan de inhoud overeenkomt met de ontheffing. +**5.** Voor het lozen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, waarvoor op 24 april 2013 een ontheffing gold op grond van artikel 10.63, eerste lid, van de wet, geldt gedurende de op die datum resterende termijn waarvoor de ontheffing was verleend, een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 2.2, derde lid, waarvan de inhoud overeenkomt met de ontheffing. **6.** Voor de toepassing van dit artikel worden gegevens die in de aanvraag staan en die geacht worden onderdeel uit te maken van de voorschriften van de ontheffing of de vergunning aangemerkt als voorschriften van de ontheffing of vergunning.