2014-04-01 | BWBR0011756 | Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
This commit is contained in:
parent
46b94f522f
commit
59a374e16d
1 changed files with 8 additions and 7 deletions
|
|
@ -91,7 +91,7 @@ b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
|
|||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
**1.** Particuliere inrichtingen zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid tot wier doelstelling opvang en behandeling van jeugdigen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, behoren en die daartoe door Onze Minister zijn aangewezen.
|
||||
**1.** Particuliere inrichtingen zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid tot wier doelstelling opvang en behandeling van jeugdigen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, behoren en die daartoe door Onze Minister zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de aanwijzing als particuliere inrichting en de daaraan te verbinden voorwaarden, alsmede omtrent het verstrekken van subsidie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -213,14 +213,15 @@ d. aan Onze Minister, de Raad en de directeur advies en inlichtingen te geven om
|
|||
|
||||
Inrichtingen zijn bestemd voor:
|
||||
|
||||
a. personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, voor zover zij ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waarvan zij worden verdacht, de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, voor zover zij ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waarvan zij worden verdacht, de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en de officier van justitie voornemens is te vorderen dat recht zal worden gedaan overeenkomstig artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
b. personen aan wie de straf van jeugddetentie, daaronder begrepen vervangende jeugddetentie, is opgelegd;
|
||||
a. personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, voor zover zij ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waarvan zij worden verdacht, de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, voor zover zij ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waarvan zij worden verdacht, de leeftijd van drieëntwintig jaar nog niet hebben bereikt en de officier van justitie voornemens is te vorderen dat recht zal worden gedaan overeenkomstig artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
b. personen aan wie de straf van jeugddetentie, daaronder begrepen vervangende jeugddetentie, alsmede personen aan wie vervangende hechtenis is opgelegd en die uit hoofde van een andere vrijheidsstraf straf of maatregel al in de inrichting verblijven;
|
||||
c. personen in vreemdelingenbewaring, voor zover zij de leeftijd van twaalf jaar wel maar die van achttien jaar nog niet hebben bereikt;
|
||||
d. personen ten aanzien van wie een bevel tot gijzeling is gegeven, voor zover zij de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt;
|
||||
e. personen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd;
|
||||
f. personen ten aanzien van wie een machtiging als bedoeld in artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg is gegeven;
|
||||
g. personen die in de inrichting verblijven en ten aanzien van wie een rechterlijke machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen is gegeven, in afwachting van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;
|
||||
h. personen aan wie met toepassing van artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht de maatregel van terbeschikkingstelling als bedoeld in de artikel 37a en 37b van het Wetboek van Strafrecht werd opgelegd, voorzover de jeugdige ten tijde van de tenuitvoerlegging de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, en ten aanzien van wie Onze Minister, of de rechter blijkens het vonnis of arrest waarbij de maatregel werd opgelegd, heeft bepaald dat de plaatsing van de jeugdige in een inrichting gelet op diens ontwikkeling aangewezen is.
|
||||
h. personen aan wie met toepassing van artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht de maatregel van terbeschikkingstelling als bedoeld in de artikel 37a en 37b van het Wetboek van Strafrecht werd opgelegd, voorzover de jeugdige ten tijde van de tenuitvoerlegging de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, en ten aanzien van wie Onze Minister, of de rechter blijkens het vonnis of arrest waarbij de maatregel werd opgelegd, heeft bepaald dat de plaatsing van de jeugdige in een inrichting gelet op diens ontwikkeling aangewezen is;
|
||||
i. jeugdigen of jongvolwassenen aan wie de maatregel betreffende het gedrag is opgelegd en ten aanzien van wie een bevel nachtdetentie is gegeven of ten aanzien van wie de tijdelijke opneming in een inrichting is bevolen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister bepaalt de bestemming van elke inrichting of afdeling. Onze Minister kan delen van een inrichting als afdeling met een aparte bestemming aanwijzen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -759,15 +760,15 @@ l. andere door Onze Minister of de directeur aan te wijzen personen of instantie
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** De jeugdige heeft het recht gedurende ten minste één uur per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen bezoek te ontvangen. In de huisregels worden regels gesteld omtrent het aanvragen van bezoek.
|
||||
**1.** De jeugdige heeft het recht gedurende ten minste één uur per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen bezoek te ontvangen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de toelating en weigering van bezoek. In de huisregels worden regels gesteld omtrent het aanvragen van bezoek.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur kan het aantal tegelijk tot de jeugdige toe te laten personen beperken, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
|
||||
|
||||
**3.** De directeur kan de toelating tot de jeugdige van een bepaalde persoon of bepaalde personen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Deze weigering van een bezoeker op de grond van artikel 41, vierde lid, onder a, b, d of e, geldt voor ten hoogste vier weken.
|
||||
**3.** De directeur kan de toelating tot de jeugdige van een bepaalde persoon of bepaalde personen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Deze weigering van een bezoeker op de grond van artikel 41, vierde lid, onder a, b, d of e, geldt voor ten hoogste twaalf maanden.
|
||||
|
||||
**4.** De directeur kan bepalen dat tijdens het bezoek toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of het opnemen van het gesprek tussen de bezoeker en de jeugdige. Tevoren wordt aan betrokkenen mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht.
|
||||
|
||||
**5.** Iedere bezoeker dient zich bij binnenkomst op deugdelijke wijze te legitimeren. De directeur kan bepalen dat een bezoeker aan zijn kleding wordt onderzocht op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting. Dit onderzoek kan ook betrekking hebben op door hem meegebrachte voorwerpen. De directeur is bevoegd dergelijke voorwerpen gedurende de duur van het bezoek onder zich te nemen tegen afgifte van een bewijs van ontvangst dan wel aan een opsporingsambtenaar ter hand te stellen met het oog op de voorkoming of de opsporing van strafbare feiten.
|
||||
**5.** Iedere bezoeker dient zich bij binnenkomst op deugdelijke wijze te legitimeren. De directeur kan bepalen dat een bezoeker aan zijn kleding wordt onderzocht op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting. Dit onderzoek kan ook betrekking hebben op door hem meegebrachte voorwerpen. De directeur is bevoegd dergelijke voorwerpen gedurende de duur van het bezoek onder zich te nemen tegen afgifte van een bewijs van ontvangst dan wel aan een opsporingsambtenaar ter hand te stellen met het oog op de voorkoming of de opsporing van strafbare feiten. De directeur kan voorwaarden verbinden aan het voorgenomen bezoek van een persoon aan wie op grond van het derde lid eerder de toegang is geweigerd. Deze voorwaarden kunnen inhouden dat de bezoeker voorafgaand aan het bezoek, aan zijn lichaam wordt onderzocht. Dit onderzoek kan mede omvatten het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam van de bezoeker.
|
||||
|
||||
**6.** De directeur kan het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen en de bezoeker uit de inrichting doen verwijderen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue