diff --git a/amvb/besluit-uitvoering-en-financiering-wet-inschakeling-werkzoekenden/BWBR0009199/README.md b/amvb/besluit-uitvoering-en-financiering-wet-inschakeling-werkzoekenden/BWBR0009199/README.md index 93a27f5ee9d..30b18b9965f 100644 --- a/amvb/besluit-uitvoering-en-financiering-wet-inschakeling-werkzoekenden/BWBR0009199/README.md +++ b/amvb/besluit-uitvoering-en-financiering-wet-inschakeling-werkzoekenden/BWBR0009199/README.md @@ -128,7 +128,7 @@ d. anders dan in de dienstbetrekking arbeid verricht voor meer dan 4 uur per wee Onze Minister verleent het basisbedrag aan de gemeente voor een werkervaringsplaats slechts: -a. indien voor de arbeidskosten door de werkgever geen andere subsidie wordt ontvangen; +a. indien voor de arbeidskosten door de werkgever, met uitzondering van subsidie op grond van het Besluit in- en doorstroombanen, geen andere subsidie wordt ontvangen; b. indien de langdurig werkloze of jongere op de werkervaringsplaats geen algemene uitkering ontvangt op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, tenzij met inachtneming van het vierde lid een aanvullende uitkering op grond van voornoemde wetten gerechtvaardigd is, en c. de arbeidsduur ten minste 19 uur bedraagt. @@ -195,9 +195,7 @@ b. 98% van dit beschikbare scholings- en activeringsbudget wordt over de gemeent **3.** In aanvulling op het bedrag van het scholings- en activeringsbudget, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister aan de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht een bij ministeriële regeling te bepalen subsidiebedrag verlenen. -**4.** In aanvulling op het bedrag van het scholings- en activeringsbudget, bedoeld in het eerste lid, verleent Onze Minister aan de gemeenten een bij ministeriële regeling te bepalen extra subsidiebedrag, dat voor de helft wordt verdeeld naar rato van het aantal personen dat woonachtig is in de gemeente met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet op een bij ministeriële regeling te bepalen peildatum, en voor de andere helft wordt verdeeld naar rato van het aantal personen dat op 31 december 2000 in de gemeente woonachtig was en als niet werkende werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet 1996, zoals die wet op dat tijdstip luidde, geregistreerd stond. De aanvulling wordt uitsluitend besteed aan personen die als werkzoekende zijn geregistreerd bij de Centrale organisatie werk en inkomen en die geen uitkeringsgerechtigde zijn dan wel uitsluitend een uitkering genieten op grond van de Algemene nabestaandenwet. - -**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aantallen bedoeld in het eerste lid worden vastgesteld. +**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aantallen bedoeld in het eerste lid worden vastgesteld. ### Artikel 14a @@ -235,7 +233,7 @@ Vervallen ### Artikel 17 -**1.** Onze Minister stelt de subsidie aan de gemeente vast binnen een jaar na ontvangst van de jaaropgave. +**1.** Onze Minister stelt de subsidie aan de gemeente vast binnen een jaar na ontvangst van het verslag en de daarop betrekking hebbende verklaring, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de wet. **2.** Onze Minister hanteert bij de vaststelling van het vast budget de normbedragen, bedoeld in artikel 12, eerste lid. @@ -245,9 +243,9 @@ Vervallen **5.** De vaststelling van de basisbedragen vindt plaats overeenkomstig de artikelen 9 en 10. Op de basisbedragen worden in mindering gebracht gelden die door of vanwege de werknemer worden ontvangen op grond van de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of op grond van een regeling die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt. -**6.** Het gemeentebestuur draagt er zorg voor dat de jaaropgave door Onze Minister is ontvangen telkens uiterlijk op 20 september van het jaar volgend op het jaar waarop de jaaropgave betrekking heeft. +**6.** Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat Onze Minister het verslag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk op 20 september van het jaar volgend op het jaar waarop zij betrekking hebben, heeft ontvangen. -**7.** Indien de jaaropgave niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld. +**7.** Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld. ### Artikel 18 @@ -263,7 +261,7 @@ Vervallen **6.** Voor zover de gemeente in een subsidiejaar meer scholings- en activeringsbudget heeft besteed dan het voor dat jaar beschikbare scholings- en activeringsbudget, wordt dat meerdere ten laste gebracht van het scholings- en activeringsbudget van het daarop volgende subsidiejaar. -**7.** Bij ministeriële regeling kan de in het derde of vijfde lid,“lid,” moet zijn “lid” bedoelde toevoeging, of hetgeen overeenkomstig het zesde lid ten laste wordt gebracht van het scholings- en activeringsbudget van het daarop volgende subsidiejaar, worden beperkt tot een bepaald percentage van het toegekende vast budget of scholings- en activeringsbudget, een bepaald bedrag of bepaalde gemeenten. +**7.** Bij ministeriële regeling kan de in het derde of vijfde lid,“lid,” moet zijn “lid” bedoelde toevoeging, of hetgeen overeenkomstig het zesde lid ten laste wordt gebracht van het scholings- en activeringsbudget van het daarop volgende subsidiejaar, worden beperkt tot een bepaald percentage van het toegekende vast budget of scholings- en activeringsbudget, een bepaald bedrag of bepaalde gemeenten. Terugvordering dan wel verrekening van subsidie die op grond van de eerste volzin niet aan het scholings- en activeringsbudget van het volgende subsidiejaar wordt toegevoegd, vindt voorlopig plaats bij de ontvangst van het verslag over de uitvoering, bedoeld in artikel 17, zesde lid ## Hoofdstuk 9. Slotbepalingen