2017-03-10 | BWBR0009950 | Telecommunicatiewet
This commit is contained in:
parent
f954b5eaba
commit
5a09942376
1 changed files with 165 additions and 102 deletions
|
|
@ -117,6 +117,8 @@ c. het bevorderen van belangen van eindgebruikers wat betreft keuze, prijs en kw
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Mededeling en registratie
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.1. Aanleg of aanbieden openbare elektronische communicatienetwerken of -diensten
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een openbaar elektronisch communicatienetwerk of een openbare elektronische communicatiedienst aanbiedt dan wel bijbehorende faciliteiten aanlegt of aanbiedt, met uitzondering van degene die een elektronische programmagids aanbiedt, doet daarvan mededeling aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
|
|
@ -127,17 +129,6 @@ c. het bevorderen van belangen van eindgebruikers wat betreft keuze, prijs en kw
|
|||
|
||||
**4.** De Autoriteit Consument en Markt registreert degene, bedoeld in het eerste lid, na ontvangst van de in dat lid bedoelde mededeling en de daarbij behorende gegevens.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Voor het aanbieden of afgeven van gekwalificeerde certificaten aan het publiek is een registratie door de Autoriteit Consument en Markt vereist van de certificatiedienstverlener die in Nederland een vestiging heeft. Bij de aanvraag van een registratie legt de certificatiedienstverlener over:
|
||||
|
||||
a. documenten, waaruit de overeenstemming met de bij en krachtens artikel 18.15, eerste en tweede lid, bedoelde eisen blijkt, en
|
||||
b. de gegevens waarvoor krachtens artikel 2.4, vierde lid, bij ministeriële regeling is bepaald, dat die aan de Autoriteit Consument en Markt verstrekt dienen te worden.
|
||||
|
||||
**6.** Een certificatiedienstverlener waarvan door een organisatie als bedoeld in artikel 18.16, eerste lid, is vastgesteld dat wordt voldaan aan de eisen, gesteld bij of krachtens artikel 18.15, eerste en tweede lid, kan om te voldoen aan het bepaalde krachtens de tweede volzin van het vijfde lid onder a, volstaan met het overleggen van een geldig bewijs van die vaststelling.
|
||||
|
||||
**7.** De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd te bepalen welke andere gegevens bij de aanvraag van een registratie dienen te worden overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -147,41 +138,19 @@ De Autoriteit Consument en Markt gaat niet over tot registratie als bedoeld in a
|
|||
a. de mededeling geen betrekking heeft op een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een openbare elektronische communicatiedienst, of bijbehorende faciliteiten, of
|
||||
b. de op grond van artikel 2.1, tweede lid, te overleggen gegevens niet, onvolledig, of niet juist zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De Autoriteit Consument en Markt weigert een registratie als bedoeld in artikel 2.1, vijfde lid, indien de gevraagde registratie geen betrekking heeft op het aanbieden of afgeven van gekwalificeerde certificaten aan het publiek.
|
||||
|
||||
**3.** De Autoriteit Consument en Markt kan de registratie van een certificatiedienstverlener weigeren indien de door hem op grond van artikel 2.1, vijfde, zesde of zevende lid, te overleggen gegevens niet, onvolledig of niet juist zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt beëindigt of wijzigt de registratie:
|
||||
|
||||
a. indien de grond voor registratie is vervallen;
|
||||
b. indien een certificatiedienstverlener activiteiten of diensten verricht in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet,
|
||||
c. indien de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat de certificatiedienstverlener niet of niet geheel voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 18.15, eerste en tweede lid, en de certificatiedienstverlener niet binnen de door de Autoriteit Consument en Markt gestelde termijn heeft aangetoond aan deze eisen te voldoen. Indien de certificatiedienstverlener aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn aan de eisen te kunnen voldoen, kan de Autoriteit Consument en Markt de termijn verlengen; of
|
||||
d. indien de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat de certificatiedienstverlener de gegevens, bedoeld in artikel 2.1, vijfde lid, onder b, of wijzigingen daarin niet, onvolledig of niet juist heeft verstrekt, en de certificatiedienstverlener niet binnen de door de Autoriteit Consument en Markt gestelde termijn de volledige of juiste gegevens alsnog verstrekt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de certificatiedienstverlener aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn, bedoeld in het vierde lid, onder c, aan de eisen, bedoeld in dat onderdeel, te kunnen voldoen, of binnen de gestelde termijn, bedoeld in het vierde lid, onder d, alsnog de juiste gegevens, bedoeld in dat onderdeel, te kunnen verstrekken, kan de Autoriteit Consument en Markt de termijn verlengen.
|
||||
**2.** De Autoriteit Consument en Markt beëindigt of wijzigt de registratie indien de grond voor registratie is vervallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
**1.** In het belang van de goede uitvoering van deze wet wordt door de Autoriteit Consument en Markt een register van de registraties bijgehouden. In het register worden in ieder geval de naam, het adres en de vestigingsplaats, respectievelijk de woonplaats van de geregistreerde vermeld.
|
||||
**1.** In het belang van de goede uitvoering van deze wet wordt door de Autoriteit Consument en Markt een register van de registraties, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, bijgehouden. In het register worden in ieder geval de naam, het adres en de vestigingsplaats, respectievelijk de woonplaats van de geregistreerde vermeld.
|
||||
|
||||
**2.** Het register ligt voor eenieder kosteloos ter inzage op een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen plaats. De gegevens uit het register zijn kosteloos op elektronische wijze te raadplegen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** De geregistreerde geeft aan de Autoriteit Consument en Markt onverwijld alle wijzigingen door die van invloed zijn op de registratie.
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over:
|
||||
**4.** De Autoriteit Consument en Markt brengt het register in overeenstemming met de wijzigingen die voortvloeien uit artikel 2.2, tweede lid, of met de wijzigingen die de Autoriteit Consument en Markt op grond van het derde lid heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
a. de door de Autoriteit Consument en Markt in het register te vermelden gegevens anders dan die, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
b. de opzet, structuur en elektronische wijze van raadpleging van het register.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid, nadere regels stelt over de in het register te vermelden gegevens, kan daarbij tevens worden bepaald welke van die gegevens door een certificatiedienstverlener aan de Autoriteit Consument en Markt verstrekt dienen te worden tot opname in het register.
|
||||
|
||||
**5.** De geregistreerde geeft aan de Autoriteit Consument en Markt onverwijld alle wijzigingen door die van invloed zijn op de registratie of op de in het register opgenomen gegevens die krachtens het vierde lid zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**6.** De Autoriteit Consument en Markt brengt het register in overeenstemming met de wijzigingen die voortvloeien uit artikel 2.2, vierde lid, of met de wijzigingen die de Autoriteit Consument en Markt op grond van het vijfde lid heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**7.** Onverminderd het zesde lid, kan de Autoriteit Consument en Markt de gegevens met betrekking tot de registratie wijzigen indien dit noodzakelijk is om feitelijke onjuistheden van eenvoudige aard weg te nemen.
|
||||
**5.** Onverminderd het vierde lid, kan de Autoriteit Consument en Markt de gegevens met betrekking tot de registratie wijzigen indien dit noodzakelijk is om feitelijke onjuistheden van eenvoudige aard weg te nemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -193,6 +162,58 @@ b. de opzet, structuur en elektronische wijze van raadpleging van het register.
|
|||
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de gegevensverzameling, bedoeld in artikel 2.1 en voor het register, bedoeld in artikel 2.3.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.2. Het verlenen van vertrouwensdiensten
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5a
|
||||
|
||||
Deze wet is niet van toepassing op de verlening van vertrouwensdiensten of op het voornemen tot verlening daarvan, die van het toepassingsbereik van de eidas-verordening zijn uitgesloten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5b
|
||||
|
||||
**1.** Een mededeling van een verlener van vertrouwensdiensten aan Onze Minister waaruit het voornemen tot het verlenen van gekwalificeerde vertrouwensdiensten blijkt, wordt aangemerkt als een aanvraag tot toekenning van de status gekwalificeerd aan die verlener en de door hem in die mededeling aangeduide vertrouwensdiensten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister neemt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet in behandeling, indien de aanvrager buiten Nederland gevestigd is.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen welke andere gegevens dan de overlegging van een conformiteitsbeoordelingsverslag als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de eidas-verordening bij een aanvraag dienen te worden overgelegd en de wijze van verstrekking daarvan.
|
||||
|
||||
**4.** Een beschikking op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven binnen de termijn van drie maanden, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de eidas-verordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5c
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister draagt zorg voor het opstellen en bijhouden van een langs elektronische weg openbaar toegankelijke vertrouwenslijst ten aanzien van in Nederland gevestigde gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten en van de door hen te verlenen gekwalificeerde vertrouwensdiensten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien als gevolg van een wijziging van de eidas-verordening de op de vertrouwenslijst te vermelden gegevens aangepast dienen te worden, verstrekt een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten onverwijld aan Onze Minister de gegevens voor opname in de vertrouwenslijst die aanpassing mogelijk maken.
|
||||
|
||||
**3.** Een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten geeft aan Onze Minister onverwijld alle wijzigingen door die van invloed zijn op zijn status van gekwalificeerd, op het gekwalificeerd zijn van de door hem te verlenen vertrouwensdiensten of op de in de vertrouwenslijst over hem of zijn te verlenen diensten opgenomen gegevens.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister brengt de vertrouwenslijst in overeenstemming met de wijzigingen die voortvloeien uit artikel 2.5d of met wijzigingen die Onze Minister op grond van het tweede of derde lid heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**5.** Een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten verstrekt op verzoek van Onze Minister alle gegevens die Onze Minister noodzakelijk acht voor de volledigheid van de inhoud van de vertrouwenslijst.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan gegevens in de vertrouwenslijst wijzigen indien dit noodzakelijk is om feitelijke onjuistheden van eenvoudige aard weg te nemen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Indien dit voor een goede uitvoering van de eidas-verordening vereist is, worden bij ministeriële regeling regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. het opstellen, bijhouden en publiceren van de vertrouwenslijst;
|
||||
b. de door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten aan Onze Minister te overleggen gegevens voor de vertrouwenslijst en de wijze van aanlevering daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan onverminderd artikel 20, derde lid, van de eidas-verordening, tot beëindiging van de status gekwalificeerd overgaan:
|
||||
|
||||
a. indien een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet handelt ten aanzien van het verlenen van vertrouwensdiensten;
|
||||
b. indien hij heeft vastgesteld dat de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten de gegevens, bedoeld in artikel 2.5c, tweede, derde, vijfde en zesde lid, niet, onvolledig of niet juist heeft verstrekt en de verlener van vertrouwensdiensten niet binnen de door Onze Minister gestelde termijn de volledige of juiste gegevens alsnog verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn, bedoeld in het eerste lid, onder b, alsnog de juiste gegevens, bedoeld in dat onderdeel, te kunnen verstrekken, kan Onze Minister de termijn verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5e
|
||||
|
||||
Onze Minister is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor een gegevensverzameling die het gevolg is van de toepassing van artikel 2.5b en voor de vertrouwenslijst, bedoeld in artikel 2.5c, eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Frequenties
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.1. Frequentieplan, behoefte-onderbouwingsplan en frequentieregister
|
||||
|
|
@ -2337,7 +2358,7 @@ d. of de gegevens aan een derde zullen worden verstrekt ten behoeve van de lever
|
|||
|
||||
### Artikel 11.5b
|
||||
|
||||
**1.** Certificatiedienstverleners die certificaten aan het publiek afgeven, verwerken alleen persoonsgegevens die van de betrokkene zelf of met diens uitdrukkelijke toestemming zijn verkregen, en voor zover de verwerking van deze persoonsgegevens voor de afgifte en het beheer van het certificaat is vereist.
|
||||
**1.** Verleners van vertrouwensdiensten verwerken alleen persoonsgegevens die van de betrokkene zelf of met diens uitdrukkelijke toestemming zijn verkregen, en voor zover de verwerking van deze persoonsgegevens voor het verlenen van de vertrouwensdienst is vereist.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens worden niet voor andere doeleinden verzameld of verwerkt, tenzij de betrokkene daarvoor zijn uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2345,7 +2366,7 @@ d. of de gegevens aan een derde zullen worden verstrekt ten behoeve van de lever
|
|||
|
||||
### Artikel 11.5c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Het College bescherming persoonsgegevens is de gegevensbeschermingsautoriteit, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de eidas-verordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -2876,7 +2897,7 @@ d. aanvullende infrastructurele voorzieningen voor het elektronisch transport va
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, voor zover het betreft de bepalingen die betrekking hebben op:
|
||||
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en de eidas-verordening zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, voor zover het betreft de bepalingen die betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het gebruik van frequentieruimte;
|
||||
b. de verstrekking van gegevens ten behoeve van het antenneregister, genoemd in artikel 3.23;
|
||||
|
|
@ -2887,9 +2908,10 @@ f. ter zake van uitrusting of radioapparaten gestelde voorschriften als geregeld
|
|||
g. het gebruik van verkeersgegevens en locatiegegevens als geregeld in artikel 11.5, artikel 11.5a onderscheidenlijk artikel 11.13;
|
||||
h. bevoegd aftappen en het bewaren van gegevens als geregeld in hoofdstuk 13;
|
||||
i. buitengewone omstandigheden als geregeld in hoofdstuk 14;
|
||||
j. verdere onderwerpen als bedoeld in de artikelen 11a.1, 11a.2, 11a.3, 12.6, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.4, tweede lid, 18.7, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.9, 18.12, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.16, 18.17, 18.17a, 20.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, en 20.14.
|
||||
j. verdere onderwerpen als bedoeld in de artikelen 11a.1, 11a.2, 11a.3, 12.6, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.4, tweede lid, 18.7, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.9, 18.12, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.16, 18.17, 18.17a, 20.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, en 20.14;
|
||||
k. het verlenen van vertrouwensdiensten door in Nederland gevestigde verleners van vertrouwensdiensten als geregeld in hoofdstuk III van de eidas-verordening, met inbegrip van de bijlagen waarnaar in dat hoofdstuk wordt verwezen, en de artikelen 18.15a, voor zover het Onze Minister aangaat, 18.15b tot en met 18.15e, en 18.18 van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 11.3a zijn belast de bij besluit van het College bescherming persoonsgegevens aangewezen ambtenaren.
|
||||
**2.** De bij besluit van het College bescherming persoonsgegevens aangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 11.3a en 11.5b en, voor zover het een inbreuk op de veiligheid of het verlies van integriteit betreft die of dat aanzienlijke gevolgen heeft voor persoonsgegevens, het bepaalde bij en krachtens artikel 18.15a van deze wet en artikel 19, tweede lid van de eidas-verordening.
|
||||
|
||||
**3.** De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens andere bepalingen van deze wet dan bedoeld in het eerste en tweede lid en het bepaalde bij of krachtens de roamingverordening en de netneutraliteitsverordening. De vorige volzin is niet van toepassing op het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5.1, 5.4, 5.5, 5.6, tweede, derde lid, vierde en vijfde lid, 5.7, 5.13 en 5.14 van deze wet en voor zover Onze Minister de geadresseerde is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2939,15 +2961,29 @@ Ingeval bij of krachtens deze wet regels worden gesteld ter uitvoering van het I
|
|||
|
||||
### Artikel 15.3b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De ambtenaren die door Onze Minister zijn belast met het toezicht op het verlenen van vertrouwensdiensten, zijn tevens belast met het verlenen van bijstand als bedoeld in de eidas-verordening aan een toezichthoudend orgaan uit een andere lidstaat van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, kunnen ten behoeve van het verlenen van bijstand hun toezichthoudende bevoegdheden toepassen, met uitzondering van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 15.7 van deze wet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Terzake van overtreding van artikel 5:20, van de Algemene wet bestuursrecht, zijn de artikelen 15.4, eerste lid, 15.12 en 15.14 van deze wet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.3c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een gemotiveerd verzoek van een toezichthoudend orgaan uit een andere lidstaat van de Europese Unie tot het verkrijgen van bijstand als bedoeld in de eidas-verordening, wijst Onze Minister op grond van artikel 18, tweede lid, onderdeel a, van de eidas-verordening in ieder geval af, indien dit verzoek strekt tot het verkrijgen van gegevens of inlichtingen waarvan de geheimhouding na verstrekking daarvan naar het oordeel van Onze Minister in onvoldoende mate zal worden gewaarborgd, voor zover sprake kan zijn van bedrijfsvertrouwelijke gegevens of inlichtingen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister van oordeel is dat er sprake is van bedrijfsvertrouwelijke gegevens of inlichtingen, vermeldt Onze Minister bij het verstrekken van die gegevens of inlichtingen aan het toezichthoudend orgaan uit de andere lidstaat, uitdrukkelijk en met redenen omkleed dat die informatie niet aan derden ter beschikking mag worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister gegevens of inlichtingen verstrekt die Onze Minister heeft verkregen van een verlener van een vertrouwensdienst of een aanbieder van een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen of van elektronische zegels, stelt Onze Minister de betreffende verlener of aanbieder daarvan op de hoogte.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.3d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De ambtenaren die op grond van deze wet zijn belast met het verlenen van bijstand als bedoeld in de eidas-verordening zijn bevoegd samen met een toezichthoudend orgaan uit een andere lidstaat van de Europese Unie een onderzoek uit te voeren naar de naleving van de voorschriften van die verordening, indien over dat onderzoek tussen Onze Minister en een toezichthoudend orgaan uit een andere lidstaat van de Europese Unie overeenstemming bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister betrekt bij het streven naar overeenstemming in ieder geval het bepaalde in artikel 15.3c, eerste lid, omtrent geheimhouding.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, beschikken voor de uitvoering van een gezamenlijk onderzoek over de bevoegdheden waarover zij ook voor het verlenen van bijstand beschikken. Artikel 15.3b, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Een persoon die voor een toezichthoudend orgaan uit een andere lidstaat aan een gezamenlijk onderzoek deelneemt, is bevoegd kennis te nemen van gegevens en inlichtingen die tijdens de uitvoering van dat onderzoek worden verkregen onder de voorwaarden van overeenstemming, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 15.2. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom
|
||||
|
||||
|
|
@ -3028,9 +3064,9 @@ In afwijking van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht worde
|
|||
|
||||
### Artikel 16.1
|
||||
|
||||
**1.** De kosten samenhangend met de werkzaamheden of diensten die Onze Minister verricht ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet, kunnen door Onze Minister ten laste worden gebracht van degene ten behoeve van wie deze werkzaamheden worden verricht. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden hierover regels gesteld.
|
||||
**1.** De kosten samenhangend met de werkzaamheden of diensten die Onze Minister verricht ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet of de eidas-verordening, kunnen door Onze Minister ten laste worden gebracht van degene ten behoeve van wie deze werkzaamheden worden verricht. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden hierover regels gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het vaststellen van de vergoeding kunnen mede worden betrokken kosten, verband houdend met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet ten aanzien van de desbetreffende werkzaamheden of diensten.
|
||||
**2.** Bij het vaststellen van de vergoeding kunnen mede worden betrokken kosten, verband houdend met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet of van de eidas-verordening ten aanzien van de desbetreffende werkzaamheden of diensten.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de jaarlijkse bijdrage die is verschuldigd door gebruikers van radioapparaten ter dekking van de kosten die voor Onze Minister voortvloeien uit de toepassing van het bij of krachtens deze wet terzake van de elektromagnetische compatibiliteit bepaalde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3057,7 +3093,11 @@ b. richtlijnen van de Europese Commissie die hun grondslag vinden in artikel 106
|
|||
|
||||
### Artikel 18.2a
|
||||
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt is de nationale regelgevende instantie, bedoeld in de roamingverordening en de netneutraliteitsverordening. In afwijking op de eerste volzin is Onze Minister de nationale regelgevende instantie ten aanzien van de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften op grond van de in de eerste volzin bedoelde verordeningen.
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt is de nationale regelgevende instantie, bedoeld in de roamingverordening en de netneutraliteitsverordening. In afwijking op de eerste volzin is Onze Minister de nationale regelgevende instantie ten aanzien van de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften op grond van de in de eerste volzin bedoelde verordeningen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister is voor Nederland het toezichthoudend orgaan, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de eidas-verordening.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie is het bevoegde nationale orgaan voor informatieveiligheid, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de eidas-verordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -3067,9 +3107,15 @@ De Autoriteit Consument en Markt is de nationale regelgevende instantie, bedoeld
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister en het College bescherming persoonsgegevens, bedoeld in artikel 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens, onderscheidenlijk de Autoriteit Consument en Markt en het College bescherming persoonsgegevens, maken in het belang van een effectief en efficiënt toezicht op het verwerken van persoonsgegevens overeenkomstig de hoofdstukken 11 en 13 van deze wet afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang. Daartoe stellen zij een samenwerkingsprotocol vast. Het samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister, Onze Minister van Veiligheid en Justitie en het College bescherming persoonsgegevens maken in het belang van effectieve en efficiënte meldingen als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de eidas-verordening, afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister en het College bescherming persoonsgegevens, maken in het belang van een effectief en efficiënt toezicht op verleners van vertrouwensdiensten die persoonsgegevens verwerken bij het verlenen van vertrouwensdiensten, afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
|
||||
|
||||
**6.** De afspraken, bedoeld in het vierde en vijfde lid, worden in een samenwerkingsprotocol vastgelegd. Het samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.3a
|
||||
|
||||
Andere bestuursorganen dan de Autoriteit Consument en Markt zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd Onze Minister de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering en het toezicht op de naleving van deze wet door Onze Minister.
|
||||
Andere bestuursorganen dan de Autoriteit Consument en Markt zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd Onze Minister de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering en het toezicht op de naleving van deze wet of van de eidas-verordening door Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -3092,7 +3138,7 @@ b. de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die in het kad
|
|||
|
||||
### Artikel 18.7
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister is bevoegd voor een juiste uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet van een ieder te allen tijde inlichtingen te vorderen voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
|
||||
**1.** Onze Minister is bevoegd voor een juiste uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de eidas-verordening van een ieder te allen tijde inlichtingen te vorderen voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, strekt zich met betrekking tot verkeers- en locatiegegevens als bedoeld in artikel 13.2a, eerste lid, niet verder uit dan de gegevens die de aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken of de aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten op grond van de artikelen 11.5 en 11.5a is toegestaan te verwerken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3163,71 +3209,78 @@ Een krachtens artikel 9.1, tweede, derde, of vierde lid, vastgestelde algemene m
|
|||
|
||||
### Artikel 18.15
|
||||
|
||||
**1.** Een certificatiedienstverlener die certificaten als gekwalificeerde certificaten aanbiedt of afgeeft aan het publiek en in Nederland een vestiging heeft, voldoet aan de eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
|
||||
Indien dit voor een goede uitvoering van de eidas-verordening vereist is, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven met betrekking tot:
|
||||
|
||||
**2.** Certificaten die als gekwalificeerd certificaat aan het publiek worden aangeboden of afgegeven, voldoen aan de eisen gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
|
||||
|
||||
**3.** Een certificatiedienstverlener stelt, alvorens een gekwalificeerd certificaat af te geven, de identiteit van de persoon die als ondertekenaar in dat gekwalificeerde certificaat wordt aangeduid, vast aan de hand van de bij artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht aangewezen geldige documenten.
|
||||
a. de in deze verordening gestelde eisen aan verleners van vertrouwensdiensten en door hen te verlenen vertrouwensdiensten, waaraan een verlener van vertrouwensdiensten die aan die nadere regels voldoet het vermoeden kan ontlenen dat aan die eisen is voldaan;
|
||||
b. de in deze verordening gestelde eisen aan gekwalificeerde middelen voor het aanmaken van elektronische handtekeningen of elektronische zegels, waaraan een aanbieder daarvan die aan die nadere regels voldoet het vermoeden kan ontlenen dat aan die eisen is voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.15a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Indien dit voor een goede uitvoering van de eidas-verordening vereist is, worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld over de door een verlener van vertrouwensdiensten aan Onze Minister, aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie en, voor zover het persoonsgegevens betreft, aan het College Bescherming Persoonsgegevens, te verstrekken gegevens bij de kennisgeving van een inbreuk op de veiligheid of het verlies van integriteit, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de eidas-verordening, en over de wijze van verstrekking van die gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de kennisgeving van een inbreuk op de veiligheid of het verlies van integriteit, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de eidas-verordening aan degene aan wie een vertrouwensdienst is verleend die naar verwachting ongunstige gevolgen zal ondervinden van die inbreuk of dat verlies van integriteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.15b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Dit artikel is van toepassing op de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten die met toepassing van artikel 24, eerste lid, onderdeel a, van de eidas-verordening, een gekwalificeerd certificaat afgeeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.15c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 18.15d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 18.15e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan een of meer organisaties aanwijzen die bevoegd zijn certificatiedienstverleners te toetsen op overeenstemming met de bij en krachtens deze wet gestelde eisen en daartoe een bewijs van toetsing af te geven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake:
|
||||
|
||||
a. de indiening van een aanvraag voor een aanwijzing;
|
||||
b. de eisen waaraan organisaties en de reglementen van organisaties moeten voldoen om voor een aanwijzing in aanmerking te komen;
|
||||
c. voorschriften welke aan een aanwijzing kunnen worden verbonden, waaronder de duur waarvoor de aanwijzing geldt.
|
||||
**2.** De gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten die tot afgifte van een op naam van een natuurlijk persoon gesteld gekwalificeerd certificaat overgaat, stelt daaraan voorafgaand de identiteit van die natuurlijke persoon vast aan de hand van de bij artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht aangewezen geldige documenten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien:
|
||||
De gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten die tot afgifte van een op naam van een rechtspersoon gesteld gekwalificeerd certificaat overgaat, stelt daaraan voorafgaand vast:
|
||||
|
||||
a. de aangewezen organisatie niet meer voldoet aan de haar gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een aanwijzing;
|
||||
b. de aangewezen organisatie de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet nakomt.
|
||||
a. de identiteit van de natuurlijke persoon die deze rechtspersoon vertegenwoordigt aan de hand van een document als bedoeld in het tweede lid;
|
||||
b. de identiteit van de rechtspersoon door middel van raadpleging langs elektronische weg van het handelsregister, bedoeld in de Handelsregisterwet 2007, of blijkend uit een recent uittreksel uit dat register;
|
||||
c. de bevoegdheid van de natuurlijke persoon tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon op de wijze, bedoeld in onderdeel b, of aan de hand van een volmacht, indien die volmacht is ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onder 12, van de eidas-verordening of een door een notaris gelegaliseerde handtekening van een natuurlijk persoon van wie de bevoegdheid tot vertegenwoordiging wordt vastgesteld op de wijze, bedoeld in onderdeel b.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de rechtspersoon op naam van wie het gekwalificeerd certificaat wordt gesteld, wordt vertegenwoordigd door een andere rechtspersoon die door een natuurlijke persoon wordt vertegenwoordigd of door een andere rechtspersoon die de laatste is in een reeks van elkaar aansluitend vertegenwoordigende rechtspersonen van wie de eerste door een natuurlijke persoon wordt vertegenwoordigd, wordt de identiteit van de natuurlijke persoon en zijn bevoegdheid tot vertegenwoordiging op de wijze, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en c, vastgesteld en de identiteit van de rechtspersonen en hun bevoegdheid tot vertegenwoordiging op de wijze, bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke persoon die niet een rechtspersoon maar een als zelfstandige eenheid naar buiten optredend samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid vertegenwoordigt dat zelf weer een rechtspersoon vertegenwoordigt.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een rechtspersoon of een samenwerkingsverband als bedoeld in het vijfde lid, niet in het handelsregister, bedoeld in de Handelsregisterwet 2007, staat ingeschreven, maar in een soortgelijk buitenlands register, wordt bij de toepassing van het derde of vierde lid, met het handelsregister dat buitenlands register bedoeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.15c
|
||||
|
||||
**1.** De gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten kan met toepassing van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van de eidas-verordening, tot afgifte van een op naam van een natuurlijke persoon of rechtspersoon gesteld gekwalificeerd certificaat overgaan, indien een elektronisch identificatiemiddel met het betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog als bedoeld in dat onderdeel is afgegeven overeenkomstig de aan identificatie of vertegenwoordiging gestelde eisen, bedoeld in artikel 18.15b.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten kan met toepassing van artikel 24, eerste lid, onderdeel c, van de eidas-verordening, tot afgifte van een op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon gesteld gekwalificeerd certificaat overgaan, indien een eerder afgegeven certificaat voor een gekwalificeerde elektronische handtekening of een certificaat voor een gekwalificeerd elektronisch zegel als bedoeld in dat onderdeel is afgegeven:
|
||||
|
||||
a. met inachtneming van het in artikel 18.15b bepaalde;
|
||||
b. op basis van een verificatie aan de hand van een elektronisch identificatiemiddel als bedoeld in het eerste lid, dat is uitgegeven overeenkomstig het in artikel 18.15b bepaalde.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.15d
|
||||
|
||||
Indien in een gekwalificeerd certificaat andere specifieke gegevens dan die bedoeld in bijlage I, III en IV van de eidas-verordening worden vermeld, draagt de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten er zorg voor dat de juistheid van die gegevens voorafgaand aan de uitgifte van het certificaat wordt vastgesteld op een niveau dat past bij de betrouwbaarheid die aan de status gekwalificeerd wordt toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.15e
|
||||
|
||||
Voorafgaand aan de afgifte van een gekwalificeerd certificaat voor een elektronische handtekening of voor website-authenticatie waarin een natuurlijke persoon met een pseudoniem wordt aangeduid, wordt de identiteit van die natuurlijke persoon op dezelfde wijze vastgesteld als bij de afgifte van een op naam van een natuurlijke persoon gesteld gekwalificeerd certificaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16a
|
||||
|
||||
**1.** Een certificatiedienstverlener die in het bezit is van een geldig bewijs van toetsing van een op grond van artikel 18.16, eerste lid, aangewezen organisatie, wordt vermoed te voldoen aan artikel 18.15, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De certificaten die als gekwalificeerd aan het publiek worden aangeboden of afgegeven door een certificatiedienstverlener als bedoeld in het eerste lid, worden vermoed te voldoen aan artikel 18.15, tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.17
|
||||
|
||||
Degene die een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op de markt brengt, zorgt er voor dat het veilig middel voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen en, ten bewijze daarvan, dat het veilig middel is voorzien van een verklaring van een door Onze Minister aangewezen instelling als bedoeld in artikel 18.17a of van een verklaring van een instelling die is aangewezen door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dat het middel voldoet aan de eisen.
|
||||
Degene die een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen of van elektronische zegels op de markt brengt, draagt ten bewijze dat is voldaan aan de daaraan in de eidas-verordening gestelde eisen zorg, dat het gekwalificeerd middel is voorzien van een verklaring van een door Onze Minister aangewezen instelling als bedoeld in artikel 18.17a of van een verklaring van een instelling die is aangewezen door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dat het middel voldoet aan de eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.17a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan een of meer instellingen aanwijzen die zijn belast met het beoordelen van de overeenstemming van een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen met de eisen bedoeld in artikel 18.17 en het daartoe afgeven van verklaringen.
|
||||
**1.** Onze Minister kan een of meer instellingen aanwijzen die zijn belast met het beoordelen van de overeenstemming van een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen of elektronische zegels met de eisen bedoeld in bijlage II van de eidas-verordening en het daartoe afgeven van verklaringen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake:
|
||||
|
||||
a. de indiening van een aanvraag voor een aanwijzing;
|
||||
b. de eisen waaraan instellingen moeten voldoen om voor een aanwijzing in aanmerking te komen;
|
||||
b. de eisen waaraan instellingen moeten voldoen om voor een aanwijzing in aanmerking te komen, voor zover niet in die eisen door de eidas-verordening is voorzien;
|
||||
c. voorschriften welke aan een aanwijzing kunnen worden verbonden, waaronder de duur waarvoor de aanwijzing geldt.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister trekt een aanwijzing in indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de haar gestelde eisen om voor een aanwijzing in aanmerking te komen en de instelling niet binnen een door Onze Minister gestelde termijn heeft aangetoond aan de eisen te voldoen.
|
||||
|
|
@ -3236,9 +3289,15 @@ c. voorschriften welke aan een aanwijzing kunnen worden verbonden, waaronder de
|
|||
|
||||
**5.** Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien de aangewezen instelling de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan een aanwijzing verbonden voorschriften niet nakomt.
|
||||
|
||||
**6.** Een aangewezen instelling informeert Onze Minister over een gebleken overeenstemming als bedoeld in het eerste lid uiterlijk binnen twee weken na afronding van de beoordeling daarvan.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van het zesde lid regels worden gesteld over de door een aangewezen instelling aan Onze Minister te verstrekken gegevens en over de wijze van verstrekking daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.18
|
||||
|
||||
Het is de certificatiedienstverlener waarvan de registratie op grond van artikel 2.2, vierde lid, onderdeel b, c, of d, is beëindigd verboden gekwalificeerde certificaten aan het publiek aan te bieden of af te geven zolang hij niet opnieuw is geregistreerd.
|
||||
**1.** Het is een verlener van vertrouwensdiensten verboden in strijd te handelen met hoofdstuk III, met inbegrip van de bijlagen waarnaar in dat hoofdstuk wordt verwezen, van de eidas-verordening.
|
||||
|
||||
**2.** Het is een verlener van vertrouwensdiensten verboden zich kenbaar te maken als verlener van gekwalificeerde vertrouwensdiensten en vertrouwensdiensten als gekwalificeerd te verlenen zonder dat de status gekwalificeerd aan de verlener en de door hem te verlenen vertrouwensdiensten is toegekend en in de vertrouwenslijst is vastgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.19
|
||||
|
||||
|
|
@ -3277,6 +3336,8 @@ b. het gebruik van applicatieprogramma-interfaces indien het toepassen van die n
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling van de titel, de vindplaats en de datum van inwerkingtreding van de roamingverordening en de netneutraliteitsverordening.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling van de titel, de vindplaats en de datum van inwerkingtreding van de eidas-verordening, alsmede van wijzigingen daarvan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 19. Overgangsrecht in verband met de implementatie van het Europese geharmoniseerde regelgevende kader voor de elektronische communicatiesector 2002
|
||||
|
||||
### Artikel 19.1
|
||||
|
|
@ -3471,21 +3532,23 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de behandeling van bezwaar of beroep dat op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is gemaakt onderscheidenlijk is ingesteld en dat is gericht tegen een besluit waartegen voor dat tijdstip eveneens bezwaar is gemaakt onderscheidenlijk beroep is ingesteld, blijft het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 20.15a
|
||||
|
||||
**1.** Dit artikel is van toepassing op aanvragen, samenwerkingsprotocollen, archiefbescheiden en registergegevens, die tot onderwerp hebben certificatiedienstverleners of gekwalificeerde certificaten als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 21 december 2016 tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht, alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten) (Stb. 2017, 13).
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen ingediend bij de Autoriteit Consument en Markt, waarop nog geen besluit is genomen op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de wet, aangehaald in het eerste lid, worden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding aangemerkt als aanvragen, ingediend bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** In samenwerkingsprotocollen treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de wet, aangehaald in het eerste lid, Onze Minister in de plaats van de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
|
||||
**4.** Archiefbescheiden van de Autoriteit Consument en Markt en aanvragen als bedoeld in het tweede lid, worden overgedragen aan Onze Minister, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
|
||||
|
||||
**5.** Gegevens in het register, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, zoals die luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I van de wet, aangehaald in het eerste lid, worden overgedragen aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 20.16
|
||||
|
||||
**1.** Indien een certificatiedienstverlener voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 2.3, derde lid, reeds geregistreerd is, vindt verstrekking van de krachtens artikel 2.3, vierde lid, aan de Autoriteit Consument en Markt te overleggen gegevens plaats binnen een door de Autoriteit Consument en Markt zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van de regeling te bepalen redelijke termijn.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
**2.** Indien de certificatiedienstverlener aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn, bedoeld in het eerste lid, alsnog de gegevens, bedoeld in dat lid, aan de Autoriteit Consument en Markt te kunnen verstrekken, kan de Autoriteit Consument en Markt de termijn verlengen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een certificatiedienstverlener waarop het eerste lid van toepassing is, de krachtens artikel 2.3, vierde lid, te overleggen gegevens, niet of niet volledig binnen de gestelde termijn, bedoeld in het eerste of tweede lid, heeft verstrekt, wordt de registratie beëindigd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een aanvraag van een certificatiedienstverlener tot registratie voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 2.3, derde lid, is ingediend, en die aanvraag op of na het tijdstip van inwerkingtreding van die regeling tot een registratie leidt, vindt verstrekking van de krachtens artikel 2.3, vierde lid, aan de Autoriteit Consument en Markt te overleggen gegevens plaats binnen een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen redelijke termijn, die zo spoedig mogelijk na die registratie aanvangt. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een aanvraag van een certificatiedienstverlener tot registratie na de inwerkingtreding van artikel 2.1, vijfde lid, onder b, is ingediend, maar voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 2.3, derde lid, is, onverlet het vierde lid, artikel 2.1, vijfde lid, onder b, op die aanvraag niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** De ministeriële regeling, bedoeld in artikel 2.3, derde lid, heeft jegens de Autoriteit Consument en Markt geen werking ten aanzien van de verplichting voor de Autoriteit Consument en Markt in het register gegevens op te nemen, die krachtens artikel 2.3, vierde lid, door een certificaatdienstverlener verstrekt dienen te worden binnen een termijn als bedoeld in het eerste, tweede of vijfde lid, totdat die termijn verstreken is.
|
||||
|
||||
### Artikel 20.15a
|
||||
### Artikel 20.16a
|
||||
|
||||
**1.** Op nummers die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met het vaststellen van nadere bepalingen over het gebruik van nummers ter bescherming van de consument zijn gereserveerd blijven de artikelen 4.4, 4.5, 4.6, 4.7 en 4.8, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van genoemde wet van toepassing tot het tijdstip dat de reservering is beëindigd.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue