2015-07-22 | BWBR0034360 | Wet houdbare overheidsfinanciën

This commit is contained in:
Coornhert 2015-07-22 12:00:00 +00:00
parent 3161b15591
commit 5a3356a341

View file

@ -27,7 +27,7 @@ d. de overige rechtspersonen met een wettelijke taak.
- *Decentrale overheden:* provincies, gemeenten en waterschappen.
- *EMU-saldo:* het saldo van de ontvangsten en de uitgaven van de collectieve sector in een jaar, zijnde het nettofinancieringssaldo van de collectieve sector, berekend overeenkomstig de voorschriften van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
- *EMU-tekort:* een negatief EMU-saldo.
- *EMU-schuld:* de stand per 31 december van een jaar van de schulden van de collectieve sector, berekend overeenkomstig de voorschriften van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
- *EMU-schuld:* de stand per 31 december van een jaar van de schulden van de collectieve sector, berekend overeenkomstig de voorschriften van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
- *Individuele referentiewaarde:* de waarde van het voor een individuele gemeente, provincie en waterschap geldende aandeel in het EMU-saldo.
- *Meerjarencijfers:* de ramingen van de uitgaven en de ontvangsten van de vier op het begrotingsjaar aansluitende jaren, bedoeld in artikel 13, onder c, van de Comptabiliteitswet 2001.
- *MTO voor het structureel EMU-saldo:* de middellangetermijndoelstelling voor het structureel EMU-saldo van de lidstaat Nederland.
@ -125,27 +125,11 @@ b. het toerekenen van het aandeel van een openbaar lichaam als bedoeld in het ee
### Artikel 6
**1.**
**1.** Indien uit de ramingen van het CPB of uit realisaties van het CBS blijkt dat het collectief aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk, bedoeld in artikel 3, zesde lid, meerjarig wordt overschreden, kunnen na bestuurlijk overleg, bij algemene maatregel van bestuur maatregelen worden gesteld ter naleving van het vastgestelde resultaat in termen van het collectief aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk, als bedoeld in artikel 3, zesde lid.
Dit artikel is van toepassing als het gerealiseerde collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo:
**2.** Alleen indien een meerjarige overschrijding zoals bedoeld in het eerste lid blijkt uit realisaties van het CBS, dan kan het opleggen van sancties onderdeel zijn van de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
a. meer bedraagt dan het in artikel 3, zesde lid, bedoelde collectieve aandeel in het EMU-saldo;
b. het gerealiseerde collectieve aandeel kleiner is dan nul en;
c. meerjarig geen zicht is op niet overschrijden van het in artikel 3, zesde lid, bedoelde collectieve aandeel.
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan op voorstel van Onze Minister van Financiën en na bestuurlijk overleg een korting toepassen op de algemene uitkering van het provinciefonds respectievelijk het gemeentefonds met betrekking tot het jaar volgend op het jaar waarin de korting wordt opgelegd, indien in enig jaar het gerealiseerde collectieve aandeel in het EMU-tekort van de provincies gezamenlijk respectievelijk van de gemeenten gezamenlijk het vastgestelde aandeel, bedoeld in artikel 3, zesde lid, overschrijdt.
**3.** Artikel 7, tweede tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de korting, bedoeld in het tweede lid.
**4.** De korting, bedoeld in het tweede lid, heeft gedurende maximaal drie jaar het karakter van een renteloos depot, bedraagt maximaal het bedrag van de geconstateerde overschrijding en wordt aangehouden als een begrotingsreserve als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2001.
**5.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft, op voorstel van Onze Minister van Financiën en na bestuurlijk overleg, de begrotingsreserve vrij in het vierde jaar na het jaar waarin de korting aan het gemeentefonds of provinciefonds werd opgelegd, indien er gedurende de periode van drie jaar twee jaar geen sprake is van een overschrijding.
**6.** Indien de begrotingsreserve niet wordt vrijgegeven, vervalt de reserve aan s Rijks schatkist.
**7.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan, op voorstel van Onze Minister van Financiën en na bestuurlijk overleg, een boete opleggen aan de waterschappen die aan de overschrijding hebben bijgedragen, indien in enig jaar het gerealiseerde collectieve aandeel in het EMU-tekort van de waterschappen gezamenlijk het vastgestelde aandeel, bedoeld in artikel 3, zesde lid, overschrijdt.
**8.** De boete, bedoeld in het zevende lid, heeft gedurende maximaal drie jaar het karakter van een renteloos depot, bedraagt maximaal het bedrag van de geconstateerde overschrijding en wordt aangehouden als een begrotingsreserve als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2001. Het vijfde lid en het zesde lid zijn met betrekking tot de bedoelde begrotingsreserve van overeenkomstige toepassing.
**3.** Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
### Artikel 7
@ -182,7 +166,7 @@ Het vrijgeven van het depot vindt plaats zo spoedig mogelijk als passend is in h
### Artikel 9
Indien toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheid tot het toepassen van een korting, het toerekenen van een sanctie of het opleggen van een boete, bedoeld in respectievelijk artikel 6, artikel 7 en artikel 8, wordt, voordat deze ten uitvoer worden gebracht, de Tweede Kamer der Staten-Generaal van het voornemen daartoe in kennis gesteld. De bevoegdheden, genoemd in de vorige volzin, worden slechts ten uitvoer gebracht nadat vier weken zijn verstreken na het in kennis stellen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, tenzij de Tweede Kamer der Staten-Generaal zich binnen deze termijn tegen de sanctie heeft uitgesproken.
Indien toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheid tot het toerekenen van een sanctie of het opleggen van een boete, bedoeld in respectievelijk, artikel 7 en artikel 8, wordt, voordat deze ten uitvoer worden gebracht, de Tweede Kamer der Staten-Generaal van het voornemen daartoe in kennis gesteld. De bevoegdheden, genoemd in de vorige volzin, worden slechts ten uitvoer gebracht nadat vier weken zijn verstreken na het in kennis stellen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, tenzij de Tweede Kamer der Staten-Generaal zich binnen deze termijn tegen de sanctie heeft uitgesproken.
### Artikel 10
@ -196,4 +180,4 @@ Indien toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheid tot het toepassen van een kor
**1.** Deze wet wordt aangehaald als: Wet houdbare overheidsfinanciën.
**2.** Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum, dan treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad.
**2.** Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum, dan treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad.