diff --git a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md index 66b23519e61..189386fc8eb 100644 --- a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md +++ b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Leidraad Invordering 2008 bwb_id: BWBR0024096 type: beleidsregel status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2015-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2015-12-15' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024096 citeertitel: Leidraad Invordering 2008 --- @@ -47,6 +47,7 @@ De Leidraad Invordering 2008 is in de plaats getreden van de Leidraad Invorderin – besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990; – directeur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst: de in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 bedoelde landelijk directeur van het relevante organisatieonderdeel van de Belastingdienst/Belastingen; – echtgenoot: de echtgenoot bedoeld in artikel 3 van de Pw; +– hoger beroep: hoger beroep bij een gerechtshof dan wel, als beroep in cassatie bij de Hoge Raad is ingesteld, cassatieberoep; – loonheffingen: de loonbelasting en de premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen alsmede de ingevolge de Zorgverzekeringswet geheven inkomensafhankelijke bijdrage; – ministerie: ministerie van Financiën, directoraat-generaal Belastingdienst, cluster Fiscaliteit; – negatieve definitieve aanslag: de aanslag als bedoeld in artikel 15 AWR, waarbij de aldaar bedoelde verrekeningen hebben geleid tot een per saldo negatief bedrag; @@ -115,7 +116,7 @@ De ontvanger vraagt altijd toestemming als: #### 1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen -Onverminderd het bij of krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, en artikel 18 van de wet doet de deurwaarder geen exploten of verricht geen executiehandelingen tussen 20.00 uur ’s avonds en 07.00 uur ’s ochtends, op een zondag en op een algemeen erkende feestdag, behalve na een daartoe strekkend verlof van de voorzieningenrechter. In aanvulling hierop geldt dat de ontvanger geen invorderingsmaatregelen treft op Goede Vrijdag. +Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, en artikel 18 van de wet doet de deurwaarder geen exploten of verricht geen executiehandelingen tussen 20.00 uur ’s avonds en 07.00 uur ’s ochtends, op een zondag en op een algemeen erkende feestdag, behalve na een daartoe strekkend verlof van de voorzieningenrechter. In aanvulling hierop geldt dat de ontvanger geen invorderingsmaatregelen treft op Goede Vrijdag. De ontvanger zal geen invorderingsmaatregelen nemen tegen particulieren op dagen die daarvoor minder geschikt kunnen worden geacht, als die maatregelen zonder bezwaar naar een later tijdstip kunnen worden verschoven. @@ -285,7 +286,7 @@ In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de Belastingdienst. -Bij betaling door middel van storting van contant geld of door middel van storting met een pinpas, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van de storting of pin-transactie. +Bij betaling bij een bank of betaaldienstverlener door middel van storting van contant geld of door middel van storting met een pinpas, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van de storting of pin-transactie. Bij rechtstreekse betaling aan de Belastingdienst door middel van een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling. @@ -1221,6 +1222,8 @@ In situaties waarin de ontvanger de beslagvrije voet heeft vastgesteld zonder vo #### 19.3.5. Belastingschuldige woont in buitenland en beslag periodieke uitkering +Als de belastingschuldige in het buitenland woont, stelt de ontvanger overeenkomstig artikel 475e Rv de beslagvrije voet vast op nihil. Na de vooraankondiging van de loonvordering kan de belastingschuldige door middel van het aanleveren van informatie aannemelijk maken dat hij uitsluitend of nagenoeg uitsluitend periodieke inkomsten uit Nederland geniet. Als de belastingschuldige kan aantonen dat hij buiten deze periodieke inkomsten onvoldoende middelen van bestaan heeft, stelt de ontvanger op basis van de verstrekte informatie de beslagvrije voet vast. + Als de belastingschuldige in het buitenland woont, kan hij uit Nederland een periodieke uitkering genieten die in het woonland belast is op grond van een overeenkomst inzake voorkoming van dubbele belasting. In dat geval wordt op verzoek van de belastingschuldige het beslag op de periodieke uitkering beperkt met de belasting die in het woonland over die uitkering verschuldigd is. De belastingschuldige moet bij zijn verzoek gegevens overleggen waaruit deze belasting blijkt. #### 19.3.6. Verrekening ex @@ -1277,10 +1280,14 @@ Onderhoudskosten worden in het geval van lijfsdwang de belastingschuldige niet i ### 20.4. Lijfsdwang met vonnis ex -Ook op grond van artikel 3 van de wet is lijfsdwang mogelijk, namelijk wanneer een vonnis als bedoeld in artikel 585 Rv is verkregen ten laste van een belastingschuldige dan wel een derde. +Ook op grond van artikel 4:124 van de Algemene wet bestuursrecht is lijfsdwang mogelijk, namelijk wanneer een vonnis als bedoeld in artikel 585 Rv is verkregen ten laste van een belastingschuldige dan wel een derde. Al hetgeen is vermeld in artikel 20 van deze leidraad is zoveel mogelijk hierop van overeenkomstige toepassing. +### 20.5. Lijfsdwang in geval van civiele vordering + +De ontvanger heeft de bevoegdheid om een dwangbevel ten uitvoer te leggen door middel van lijfsdwang. Naast deze bevoegdheid kan de ontvanger op grond van artikel 20 van de wet ook lijfsdwang toepassen met betrekking tot civiele vorderingen die strekken tot betaling van schadevergoeding aan de ontvanger in verband met een belastingschuld die niet is voldaan. Al hetgeen is vermeld in artikel 20 van deze leidraad is zoveel mogelijk hierop van overeenkomstige toepassing. + ## 21. Voorrecht rijksbelastingen In aansluiting op artikel 21 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: @@ -1355,11 +1362,11 @@ Het bodemrecht wordt niet toegepast voor de bestuurlijke boeten. ### 22.3. Overbetekening bodembeslag -Als de ontvanger bekend is met de omstandigheid dat zaken in eigendom toebehoren aan een derde, dan is hij op grond van artikel 435, derde lid, Rv verplicht bij beslaglegging op die zaken, dit beslag binnen acht dagen na de beslaglegging aan die derde te doen betekenen door de belastingdeurwaarder. +Als de ontvanger bekend is met de omstandigheid dat zaken mogelijk in eigendom toebehoren aan een derde, dan is hij op grond van artikel 435, derde lid, Rv verplicht bij beslaglegging op die zaken, dit beslag binnen acht dagen na de beslaglegging aan die derde te doen betekenen door de belastingdeurwaarder. Bij deze overbetekening moet de derde schriftelijk worden gemeld dat hij de mogelijkheid heeft een beroepschrift tegen de inbeslagneming te richten aan de directeur. -De ontvanger gaat onmiddellijk tot betekening aan de derde over als hij op enig later tijdstip – maar vóór de geplande verkoopdatum – kennis krijgt van het feit dat de in beslag genomen zaken eigendom zijn van die derde. Als tussen het moment van de betekening aan de derde en de vastgestelde verkoopdatum minder dan acht dagen liggen, gaat de ontvanger over tot het vaststellen van een nieuwe verkoopdatum. +De ontvanger gaat onmiddellijk tot betekening aan de derde over als hij op enig later tijdstip – maar vóór de geplande verkoopdatum – kennis krijgt van het feit dat de in beslag genomen zaken mogelijk eigendom zijn van die derde. Als tussen het moment van de betekening aan de derde en de vastgestelde verkoopdatum minder dan acht dagen liggen, gaat de ontvanger over tot het vaststellen van een nieuwe verkoopdatum. ### 22.4. Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement @@ -2020,7 +2027,7 @@ Indien uit het verzoek om uitstel blijkt dat de belastingschuldige over onvoldoe #### 25.5.2. Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren -De ontvanger kan aan het verlenen van uitstel verschillende voorwaarden verbinden. In ieder geval stelt de ontvanger aan het verlenen van een betalingsregeling de voorwaarde dat nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen – waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen – tijdig worden nagekomen. +De ontvanger kan aan het verlenen van uitstel verschillende voorwaarden verbinden. In ieder geval stelt de ontvanger aan het verlenen van een betalingsregeling de voorwaarde dat nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen – waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen – tijdig worden nagekomen. De ontvanger kan echter op verzoek van de belastingschuldige toestaan dat nieuwe belastingaanslagen, waarvan het ontstaan of onbetaald laten niet aan de belastingschuldige kan worden toegerekend, in een bestaande betalingsregeling worden opgenomen. Voorwaarde is dat de belastingschuldige zijn gehele betalingscapaciteit al heeft ingezet in het kader van de bestaande betalingsregeling. De ontvanger kan alvorens het uitstel te verlenen zekerheid eisen als de aard en de omvang van de schuld in relatie tot de uitsteltermijn en de bekende verhaalsmogelijkheden daartoe aanleiding geven. Ook het aangifte- en betalingsgedrag in het verleden kan aanleiding zijn voor het eisen van zekerheid. @@ -2050,8 +2057,6 @@ Het vermogen dat onder het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren is vrijgeste Naast het aanwezige vermogen speelt bij de beoordeling van de financiële omstandigheden de zogenoemde betalingscapaciteit van de verzoeker een belangrijke rol, zowel ten tijde van het indienen van het verzoek als gedurende de looptijd van de betalingsregeling. De betalingscapaciteit van de belastingschuldige die door de ontvanger wordt berekend, bepaalt in belangrijke mate het bedrag dat de belastingschuldige (periodiek) op de achterstallige schuld moet aflossen. De betalingscapaciteit geeft ook aan in hoeverre een betalingsregeling zinvol is. -Uitgangspunt voor de berekening van de betalingscapaciteit bij een verzoek om een betalingsregeling is het inkomen van de belastingschuldige en diens echtgenoot. - Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de ontvanger met betrekking tot de huur- en hypotheekverplichtingen voor de woning waarin de belastingschuldige feitelijk verblijft uit van de werkelijke uitgaven. De betalingscapaciteit bestaat uit het netto besteedbaar inkomen na aftrek van het normbedrag voor levensonderhoud. Voor de betalingsregeling eist de ontvanger 80% van de betalingscapaciteit op. @@ -2337,9 +2342,9 @@ Als is vastgesteld dat geen of onvoldoende vermogensbestanddelen aanwezig zijn o De betalingscapaciteit wordt gevormd door het positieve verschil tussen het gemiddeld per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen van de belastingschuldige en de gemiddeld per maand te verwachten kosten van bestaan in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend. -Het netto besteedbaar inkomen van de belastingschuldige wordt vermeerderd met het gemiddeld per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen van zijn echtgenoot in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend. Ook wanneer de belastingschuldige onder huwelijkse voorwaarden is gehuwd of bij ongehuwd samenlevenden wanneer sprake is van een samenlevingscontract, is het voorgaande van toepassing, ondanks het feit dat de partner niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de voldoening van de belastingaanslag. De vaststelling van het totale netto besteedbaar inkomen staat los van de aansprakelijkheid tot betaling van de aanslagen waarvoor kwijtschelding wordt verzocht. +Het netto besteedbaar inkomen van de belastingschuldige wordt vermeerderd met het gemiddeld per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen van zijn echtgenoot in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend. De vaststelling van het totale netto besteedbaar inkomen staat los van de aansprakelijkheid tot betaling van de aanslagen waarvoor kwijtschelding wordt verzocht. -De verantwoordelijkheid van de echtgenoot voor schulden van de belastingschuldige, wordt beperkt tot de (materiële) belastingschulden die stammen uit de huwelijkse periode dan wel uit de periode waarin de gezamenlijke huishouding is gevoerd. Dat kan tot gevolg hebben dat in voorkomende gevallen de belastingaanslag moet worden gesplitst. Het vermogen en de betalingscapaciteit van de echtgenoot van belastingschuldige, worden dus buiten beschouwing gelaten voor zover een door de belastingschuldige ingediend verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingschulden die zijn ontstaan vóór de aanvang van de huwelijkse periode dan wel de gezamenlijke huishouding. Het toe te passen normbedrag is in dit geval het normbedrag voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder (zie artikel 16 van de regeling). +De verantwoordelijkheid van de echtgenoot voor schulden van de belastingschuldige, wordt beperkt tot de (materiële) belastingschulden die betrekking hebben op de huwelijkse periode dan wel uit de periode waarin de gezamenlijke huishouding is gevoerd. Dat kan tot gevolg hebben dat in voorkomende gevallen de belastingaanslag moet worden gesplitst. Het vermogen en de betalingscapaciteit van de echtgenoot van belastingschuldige, worden dus buiten beschouwing gelaten voor zover een door de belastingschuldige ingediend verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingschulden die zijn ontstaan buiten de huwelijkse periode dan wel de gezamenlijke huishouding. Het toe te passen normbedrag is in dit geval het normbedrag voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder (zie artikel 16 van de regeling). #### 26.2.11. Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren @@ -2351,12 +2356,12 @@ Als uit het ingediende verzoekformulier blijkt, dan wel de ontvanger uit eigen w Bij de berekening van het netto besteedbare inkomen wordt rekening gehouden met inkomsten die studenten ontvangen op grond van de WSF 2000 en hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS VO-18+ ). -Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbudget voor levensonderhoud: in het kader van de kwijtscheldingsregeling is dit normbudget de optelsom van basisbeurs, maximale aanvullende beurs en maximale basislening. Daarbij wordt rekening gehouden met het feit of de student thuiswonend, dan wel uitwonend is. In voorkomend geval wordt dit normbudget verhoogd met de partnertoeslag of de één-oudertoeslag. +Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbudget voor levensonderhoud: in het kader van de kwijtscheldingsregeling is dit normbudget de optelsom van basisbeurs, maximale aanvullende beurs en maximale basislening. Daarbij wordt voor zover van toepassing rekening gehouden met het feit of de student thuiswonend, dan wel uitwonend is. In voorkomend geval wordt dit normbudget verhoogd met de partnertoeslag of de één-oudertoeslag. De inkomsten van een student worden gesteld op een forfaitair bedrag. A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 61. -B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 53 en met het bedrag aan onderwijsretributie. +B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 54 en met het bedrag aan onderwijsretributie. Als de belastingschuldige naast studiefinanciering beschikt over eigen inkomsten wordt eveneens uitgegaan van de forfaitaire inkomsten, zoals hiervoor berekend onder A en B. Als de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs) en de eigen inkomsten uitstijgen boven de voor het desbetreffende huishoudtype maximaal geldende kosten van bestaan worden om de betalingscapaciteit te kunnen berekenen de navolgende formules gebruikt: @@ -2410,7 +2415,7 @@ Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft #### 26.2.19. Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering -De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 39 per maand en voor echtgenoten € 85 per maand. +De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 39 per maand en voor echtgenoten € 86 per maand. #### 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland @@ -2474,10 +2479,7 @@ Een aantal crediteuren neemt een zodanige positie in dat zij niet noodzakelijker – Pandhouders, omdat het recht van voorrang van de pandhouder op het in pand gegeven goed boven het voorrecht van de fiscus gaat, staat het niet deelnemen van de pandhouder aan het akkoord niet aan een deelname daaraan door de ontvanger in de weg. Vanzelfsprekend zal in aanmerking moeten worden genomen dat het recht van voorrang van de pandhouder afhankelijk is van – en dus qua belang beperkt is tot – de waarde van het in pand gegeven goed. Voor het niet door pand gedekte gedeelte van zijn vordering kan de pandhouder slechts als concurrent schuldeiser worden aangemerkt. De bezitloos pandhouder wiens pandrecht betrekking heeft op een zaak als bedoeld in artikel 21, tweede lid, tweede volzin, van de wet is voor die zaak lager bevoorrecht dan de fiscus. Voor hem geldt het voorgaande dus niet. – Leveranciers die de eigendom van de geleverde zaak hebben voorbehouden. Als een leverancier de eigendom van de geleverde zaak heeft voorbehouden, moet bij het bepalen van de grootte van zijn vordering rekening worden gehouden met dat eigendomsvoorbehoud. Het voorgaande is niet van toepassing als de ontvanger met toepassing van het bodemrecht beslag heeft gelegd op deze zaak. In dat geval moet integrale voldoening van de waarde van de bodemzaak worden geëist en voor het restant van de fiscale vordering (ten minste) het dubbele percentage. – Cessionarissen, als sprake is van rechtsgeldige gecedeerde uit te betalen bedragen en de ontvanger heeft eveneens met de cessie ingestemd, dan wordt bij een akkoord de vordering van de crediteur/cessionaris in aanmerking genomen met inachtneming van de te verwachten uit te betalen bedragen. De hoogte van de vordering van de ontvanger wordt bepaald zonder rekening te houden met de te verwachten – maar rechtsgeldig gecedeerde – uit te betalen bedragen. - -Onder ‘dwangcrediteuren’ worden verstaan leveranciers die niet bereid zijn aan een akkoord mee te werken omdat de onderneming zonder hen niet verder kan werken. - -Hiermee vergelijkbaar is de adviseur/boekhouder die de stukken moet produceren die voor de beoordeling van het aanbod nodig zijn. Bij de beoordeling van het akkoord houdt de ontvanger rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder. +– Dwangcrediteuren. Onder ‘dwangcrediteuren’ worden in dit verband verstaan leveranciers die niet bereid zijn aan een akkoord mee te werken terwijl de onderneming zonder hen niet verder kan werken. Hiermee vergelijkbaar is de adviseur/boekhouder die de stukken moet produceren die voor de beoordeling van het aanbod nodig zijn. Bij de beoordeling van het akkoord houdt de ontvanger rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder. ### 26.4. Administratief beroep @@ -2845,15 +2847,7 @@ Als de bewindvoerder instemming weigert, dan zegt de ontvanger de g-rekening onm ### 34.5. Rechtstreekse storting door inlener bij de B/CA -Als de inlener voor de uitlener de verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting waarvoor hij aansprakelijk is rechtstreeks heeft gestort bij de B/CA, dan strekt deze betaling tot vermindering van de primaire aansprakelijkheid (ontstaan uit de wet ten tijde van de verloning respectievelijk het verrichten van de dienst), mits de betaling voldoende is gespecificeerd. - -De betaling is in elk geval voldoende gespecificeerd als zijn vermeld: - -– het loonbelastingnummer, respectievelijk omzetbelastingnummer, van de uitlener; -– het betreffende factuurnummer; -– de periode waarin het werk is verricht. - -Rechtstreekse storting van de verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting moet bij afzonderlijke betalingen plaatsvinden. +20153563716-10-201509-10-2015BLKB2015/1277M20153563716-10-201509-10-2015BLKB2015/1277M01-01-2016Artikel II van Stcrt. 2015/35637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. ### 34.6. Disculpatie van de inlener @@ -3113,21 +3107,11 @@ Als de bewindvoerder instemming weigert, dan zegt de ontvanger de g-rekeningover #### 35.6.1. Rechtstreekse storting door aannemer -Als de aannemer ten behoeve van zijn onderaannemer de over het werk verschuldigde loonheffingen rechtstreeks heeft gestort bij de B/CA, dan strekt deze betaling tot vermindering van de primaire aansprakelijkheid mits de betaling voldoende is gespecificeerd. - -De betaling is in elk geval voldoende gespecificeerd als zijn vermeld: - -– het loonbelastingnummer van de onderaannemer; -– het betreffende factuurnummer; -– de periode waarin het werk is verricht. - -De rechtstreekse stortingen worden betrokken in de vergelijking als bedoeld in artikel 35.5.1 van deze leidraad. +20153563716-10-201509-10-2015BLKB2015/1277M20153563716-10-201509-10-2015BLKB2015/1277M01-01-2016Artikel II van Stcrt. 2015/35637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. #### 35.6.2. Rechtstreekse storting door aannemer na WSNP, faillissement of surséance -Als de rechtstreekse storting door de aannemer of inlener plaatsvindt of wordt ontvangen na uitspraak van de WSNP of van het faillissement van de onderaannemer of uitlener dan wel na het verlenen van surseance aan de onderaannemer of uitlener, dan kan het ten behoeve van de onderaannemer of uitlener gestorte bedrag worden aangewend ter afboeking op diens belastingschuld. - -Het bedrag hoeft dus niet te worden gerestitueerd aan de bewindvoerder of de curator. Het bepaalde in artikel 35.6.1 van deze leidraad is van toepassing. +20153563716-10-201509-10-2015BLKB2015/1277M20153563716-10-201509-10-2015BLKB2015/1277M01-01-2016Artikel II van Stcrt. 2015/35637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. ### 35.7. Samenloop derdenbeslag en ketenaansprakelijkheid @@ -3356,7 +3340,8 @@ In aansluiting op artikel 36 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: – kennelijk onbehoorlijk bestuur; – melding betalingsonmacht; – aansprakelijkheid bestuurder; -– geen administratieve controle bij bestuurder. +– geen administratieve controle bij bestuurder; +– aansprakelijkheid bestuurders van publiekrechtelijke rechtspersonen. ### 36.1. Samenloop met bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement @@ -3435,7 +3420,7 @@ De ontvanger laat altijd weten dat hij de melding in twee fasen kan beoordelen e Hoofdstuk III van het besluit regelt binnen welke termijn de belastingschuldige de betalingsonmacht aan de ontvanger moet melden. Voor de beantwoording van de vraag of de per post verzonden schriftelijke melding de ontvanger tijdig heeft bereikt, wordt aangesloten bij artikel 6:9 van de Awb. Als de belastingschuldige over een bepaald tijdvak geen aangifte heeft gedaan, mag een bestuurder de betalingsonmacht voor dat tijdvak wel melden, mits hij dit doet binnen de termijn die is genoemd in artikel 7, eerste en tweede lid, van het besluit. -Als de betalingsonmacht ontstaat buiten de termijn van artikel 7 van het besluit, moet de belastingschuldige daarvan onverwijld mededeling doen aan de ontvanger. Onverwijld houdt in dat de belastingschuldige de mededeling aan de ontvanger moet doen binnen twee weken na het ontstaan van de betalingsonmacht. +Als de betalingsonmacht ontstaat buiten de termijn waarbinnen de verschuldigde belasting moest zijn afgedragen of voldaan dan wel buiten de termijn waarbinnen de naheffingsaanslag moest zijn betaald moet de belastingschuldige daarvan onverwijld mededeling doen aan de ontvanger. Onverwijld houdt in dat de belastingschuldige de mededeling aan de ontvanger moet doen binnen twee weken na het ontstaan van de betalingsonmacht. #### 36.5.5. Uitstel van betaling in verband met bezwaar en (hoger) beroep en melding betalingsonmacht @@ -3443,7 +3428,7 @@ Een verzoek om uitstel van betaling in verband met bezwaar, beroep of hoger bero Bij een verzoek om uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) tegen een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit, moet voor het niet betwiste deel van de belastingaanslag (zo nodig op de gebruikelijke wijze) afzonderlijk worden gemeld dat de rechtspersoon niet in staat is dit deel van de naheffingsaanslag te voldoen. -Als uitstel van betaling is verleend in verband met bezwaar, beroep of hoger beroep kan – als uitspraak is gedaan op het bezwaarschrift of op het beroepschrift is beslist – betalingsonmacht voor het niet toegewezen bedrag alsnog binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing op het bezwaar of beroep bij de ontvanger worden gemeld. +Als uitstel van betaling is verleend in verband met een tijdig ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) kan – als uitspraak is gedaan op het bezwaarschrift of op het beroepschrift is beslist – betalingsonmacht voor het niet toegewezen bedrag alsnog binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing op het bezwaar of beroep bij de ontvanger worden gemeld. #### 36.5.6. Surseance en melding betalingsonmacht @@ -3541,6 +3526,10 @@ Voor de reeds vastgestelde belastingschulden is de bestuurder aansprakelijk bij Zodra een beroepschrift is ingediend tegen de uitspraak van de ontvanger op het bezwaarschrift tegen de aansprakelijkstelling, wordt geen administratieve controle meer ingesteld bij de bestuurder, tenzij de rechter die mogelijkheid toestaat of een onderzoek wordt ingesteld bij een derde niet-aansprakelijk gestelde. +### 36.8. Aansprakelijkheid bestuurders van publiekrechtelijke rechtspersonen + +In artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is bepaald dat publiekrechtelijke rechtspersonen, niet zijnde de Staat, zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting voor zover zij een onderneming drijven. De bestuurders van een dergelijke rechtspersoon vallen dus onder de werking van artikel 36 van de wet. De aansprakelijkheid beperkt zich tot de in artikel 36, eerste lid, van de wet genoemde belastingen die de publiekrechtelijke rechtspersoon verschuldigd is ter zake van de ondernemingsactiviteiten. + ## 36a. Aansprakelijkheid bestuurder voor vennootschapsbelasting In aansluiting op artikel 36a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de disculpatiemogelijkheid van de bestuurder. @@ -3785,6 +3774,7 @@ In aansluiting op artikel 49 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: – aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete; – aansprakelijkstelling voor invorderingsrente; +– vooraankondiging aansprakelijkstelling; – de aansprakelijkstelling – in gebreke zijn; – informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid; – informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden; @@ -3805,6 +3795,10 @@ Als aan de aansprakelijkgestelde invorderingsrente in rekening moet worden gebra Voor zover in het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking tevens een bedrag aan invorderingsrente is opgenomen, wordt over dat bedrag geen rente in rekening gebracht. +### 49.2a. Vooraankondiging aansprakelijkstelling + +Voordat de ontvanger een beschikking aansprakelijkstelling uitbrengt waarin omzetbelasting, accijns, energiebelasting of rechten bij invoer en bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de Algemene douanewet zijn begrepen, stuurt hij een vooraankondiging. In die vooraankondiging geeft de ontvanger de gronden aan waarop hij de aansprakelijkstelling baseert, bijvoorbeeld de resultaten uit een boekenonderzoek. Als bijlage stuurt de ontvanger de conceptbeschikking mee. De ontvanger stelt de belanghebbende in de gelegenheid om binnen drie weken na de dagtekening van de vooraankondiging zijn zienswijze kenbaar te maken en aan te geven of hij gebruik wenst te maken van zijn recht om te worden gehoord. + ### 49.3. De aansprakelijkstelling – in gebreke zijn #### 49.3.1. Wanneer in gebreke @@ -3890,12 +3884,19 @@ Als de inspecteur de aanslag vermindert, past de ontvanger het bedrag van de aan ## 53. Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding -In aansluiting op artikel 53 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld. +In aansluiting op artikel 53 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: + +– geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld; +– ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en verwijtbaarheid. ### 53.1. Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld Een aansprakelijkheidsschuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag waarvoor aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidsvordering. +### 53.2. Ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en verwijtbaarheid + +De ontvanger verleent geen ontslag van betalingsverplichting als sprake is van verwijtbaarheid van de kant van de aansprakelijk gestelde. Dit volgt uit artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de regeling. De vraag of sprake is van verwijtbaarheid beoordeelt de ontvanger op basis van gedragingen van de aansprakelijk gestelde. Dit betekent dat als de aansprakelijkstelling van een bestuurder is gebaseerd op artikel 36, vierde lid, van de wet, het enkele feit dat het lichaam niet op de juiste wijze heeft gemeld niet in de weg hoeft te staan aan ontslag van betalingsverplichting. + ## 54. Mededeling aan de aansprakelijkgestelde In aansluiting op artikel 54 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het aanhouden van de betaling van een teruggaaf bij aansprakelijkstelling. @@ -4060,6 +4061,10 @@ Deze informatieplicht behelst uitsluitend gegevens met betrekking tot: Het verstrekken van andere informatie dan hiervoor genoemd, is in strijd met de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de wet. Aan het enkele feit dat de gerechtsdeurwaarder een verzoek doet op grond van artikel 475g, derde lid, Rv mag de ontvanger het vertrouwen ontlenen dat er een gerechtigdheid bestaat tot het leggen van beslag tegen de schuldenaar in kwestie. +## 67a + +Er zijn in deze leidraad op artikel 67a van de wet geen beleidsregels gemaakt. + ## 68. tot en met 72 Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c, 70d, 70e, 70f, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt. @@ -4330,6 +4335,8 @@ Vanaf de ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-overeenkomst neemt de o Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in overleg met de schuldhulpverlener. Voorts vindt verrekening alleen plaats met teruggaven die betrekking hebben op belasting die (materieel) is ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. +Dit terughoudende beleid geldt niet in situaties waarin op voorhand duidelijk is dat de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor uitstel van betaling op basis van artikel 73.5.1 van deze leidraad. De ontvanger informeert de schuldhulpverlener hierover. + Als zich bijzondere omstandigheden voordoen kan de voormelde termijn door de schuldhulpverlener in overleg met de ontvanger met maximaal 120 dagen worden verlengd. #### 73.5.3. Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen @@ -4540,9 +4547,24 @@ Het uitstel eindigt als één van de volgende omstandigheden zich voordoet: – de belastingschuldige geniet een voordeel als bedoeld in artikel 3.116, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (uitkering op kapitaalverzekering), zoals dat artikel luidde op 31 december 2012, dan wel artikel 10bis.4, eerste lid; – er wordt niet meer voldaan aan de voorwaarden van de regeling met betrekking tot de kapitaalverzekering eigen woning, als bedoeld in artikel 3.116, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat artikel luidde op 31 december 2012, dan wel artikel 10bis.4, derde lid. -### 74.4. Nadere voorwaarden voor voortzetting uitstel op basis van +### 74.4. Nadere voorwaarden voor uitstel op basis van -Nadere voorwaarden voor voortzetting van het uitstel na vervreemding in buitenlandsituaties. Het uitstel als bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid, van artikel 2 van de regeling zal slechts worden voortgezet als de belastingschuldige instemt met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden: +1. De ontvanger verbindt aan het verlenen van uitstel van betaling op basis van artikel 25, achtste lid, van de wet of aan het voortzetten ervan op grond van artikel 2, zevende tot en met tiende lid, van de regeling de voorwaarde dat de belastingschuldige jaarlijks de volgende gegevens overlegt: + +a. schriftelijke bescheiden aan de hand waarvan de ontvanger kan bepalen of zich omstandigheden hebben voorgedaan die leiden tot beëindiging van het uitstel, en +b. informatie over het actuele adres en de werkelijke verblijfplaats van de belastingschuldige. + +De schriftelijke bescheiden kunnen de vorm hebben van een naar Nederlandse maatstaven opgestelde fiscale balans en verlies- en winstrekening of andere stukken waaruit de winstuitdelingen en gerechtigden blijken. Het kan ook een gecertificeerde verklaring van de (belasting)autoriteiten van het woonland zijn dat geen handelingen hebben plaatsgevonden die tot beëindiging van het uitstel leiden. De ontvanger stuurt de belastingschuldige na ontvangst van de bescheiden een ontvangstbevestiging. +2. De ontvanger kan besluiten om bij een gering invorderingsrisico de frequentie van de aanlevering van schriftelijke bescheiden te verlagen. Factoren die de ontvanger hierbij in aanmerking neemt zijn: + +– de hoogte van de conserverende aanslag; +– het aangifte- en betalingsgedrag van de belastingschuldige in het verleden; +– de vestigingsplaats van de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden; +– het land waarnaar de belastingschuldige is geëmigreerd. + +De belastingschuldige moet informatie over het actuele adres en de werkelijke verblijfplaats altijd jaarlijks overleggen. +3. Als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de regeling hoeft de belastingschuldige bij het verlenen van uitstel van betaling geen zekerheid te stellen. Op het moment van emigratie, onderscheidenlijk verplaatsing van de werkelijke leiding van een vennootschap, naar een land buiten de Europese Unie, niet zijnde Noorwegen, IJsland en Liechtenstein, zet de ontvanger het uitstel van betaling alleen voort als de belastingschuldige alsnog zekerheid stelt voor de voldoening van de conserverende aanslag. De belastingschuldige moet van de emigratie, onderscheidenlijk verplaatsing van de werkelijke leiding, onverwijld schriftelijk melding doen bij de ontvanger. +4. Het uitstel als bedoeld in het zesde, zevende en achtste lid, van artikel 2 van de regeling wordt alleen voortgezet als de belastingschuldige voldoet aan de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden: – Bij overgang naar de ondernemings- of resultaatssfeer zijn de voorwaarden er op gericht het uitstel te beëindigen in dezelfde situaties als ware de aandelen of winstbewijzen niet overgebracht naar de ondernemings- of resultaatssfeer. – Bij overgang onder algemene titel zal het uitstel worden voortgezet mits de verkrijgers uitdrukkelijk instemmen met de voorwaarden waaronder het uitstel is verleend. @@ -4643,7 +4665,7 @@ Om redenen van beleid worden de laatstgenoemde kosten enkel in rekening gebracht ### 75.3. Rechtsmiddelen en vervolgingskosten -Als de belastingschuldige in beroep gaat tegen de uitspraak op het bezwaar, handelt de ontvanger overeenkomstig de voorschriften van het Besluit beroep in belastingzaken 2005. +Als de belastingschuldige in beroep gaat tegen de uitspraak op het bezwaar, handelt de ontvanger overeenkomstig de voorschriften van het Besluit Beroep in Belastingzaken. De ontvanger kan zich beperken tot de stukken die in de procedure over de toepassing van de Kostenwet relevant zijn. @@ -4709,7 +4731,7 @@ Het voorgaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend dan wel kosten bu ### 75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel -Als op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en de betekeningskosten in totaal meer zouden bedragen dan € 11.473, zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 11.473. +Als op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en de betekeningskosten in totaal meer zouden bedragen dan € 11.599, zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 11.599. ## 76. Douane en invordering @@ -5027,12 +5049,12 @@ Als aan de hand van de gegevens op het door de belanghebbende ingevulde vragenfo In beide situaties wordt aan de mededeling de voorwaarde verbonden dat gedurende 3 jaar te rekenen vanaf de datum van de mededeling, eventuele toeslagen en teruggaven inkomstenbelasting – voor zover die niet in maandelijkse termijnen worden uitbetaald – zullen worden verrekend met de buiten de invordering gelaten schuld. De Belastingdienst/Toeslagen ziet niet af van het nemen van invorderingsmaatregelen als de terugvordering is te wijten aan opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner. -### 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek +### 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek tegen een terugvorderingsbeschikking -Voor de toepassing van artikel 8 van de Uitvoeringsregeling Awir geldt het volgende. De Belastingdienst/Toeslagen merkt een gemotiveerd bezwaarschrift of herzieningsverzoek aan als een verzoek om uitstel van betaling. In beginsel wordt het aldus gevraagde uitstel verleend tenzij: +Voor de toepassing van artikel 8 van de Uitvoeringsregeling Awir geldt het volgende. De Belastingdienst/Toeslagen merkt een gemotiveerd bezwaarschrift of herzieningsverzoek tegen een terugvorderingsbeschikking aan als een verzoek om uitstel van betaling. In beginsel wordt het aldus gevraagde uitstel verleend tenzij: – de belanghebbende ter zake van de betreffende tegemoetkoming of het voorschot daarop bewust onjuiste gegevens heeft verstrekt; -– de terugvordering anderszins aan opzet of grove schuld van de belanghebbende is te wijten; of +– de terugvordering anderszins aan opzet of grove schuld van de belanghebbende is te wijten. In het geval van beroep, hoger beroep en cassatie geldt een met het voorgaande overeenkomend beleid met dien verstande dat de belanghebbende uitdrukkelijk om uitstel van betaling dient te vragen.