diff --git a/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-aanvullende-seksuele-gezondheidzorg/BWBR0049474/README.md b/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-aanvullende-seksuele-gezondheidzorg/BWBR0049474/README.md index c3101bc8876..237b32bd97a 100644 --- a/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-aanvullende-seksuele-gezondheidzorg/BWBR0049474/README.md +++ b/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-aanvullende-seksuele-gezondheidzorg/BWBR0049474/README.md @@ -145,27 +145,27 @@ h. € 143.022,– voor de GGD Regio Utrecht. De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste: -a. € 17.070.904,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam; -b. € 6.556.754,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid; -c. € 2.681.122,– voor de GGD Groningen; -d. € 4.267.959,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; -e. € 5.992.438,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; -f. € 5.520.565,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; -g. € 2.969.047,– voor de GGD Zuid-Limburg; -h. € 2.246.707,– voor de GGD Regio Utrecht. +a. € 17.778.322,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam; +b. € 6.828.466,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid; +c. € 2.792.228,– voor de GGD Groningen; +d. € 4.444.823,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; +e. € 6.240.765,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; +f. € 5.749.337,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; +g. € 3.092.084,– voor de GGD Zuid-Limburg; +h. € 2.339.811,– voor de GGD Regio Utrecht. **4.** De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste: -a. € 15.363.813,60 voor de GGD van de gemeente Amsterdam; -b. € 5.901.078,60 voor de GGD Regio Gelderland Zuid; -c. € 2.413.009,80 voor de GGD Groningen; -d. € 3.841.163,10 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; -e. € 5.393.194,20 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; -f. € 4.968.508,50 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; -g. € 2.672.142,30 voor de GGD Zuid-Limburg; -h. € 2.022.036,30 voor de GGD Regio Utrecht. +a. € 17.067.189,12 voor de GGD van de gemeente Amsterdam; +b. € 6.555.327,36 voor de GGD Regio Gelderland Zuid; +c. € 2.680.538,88 voor de GGD Groningen; +d. € 4.267.030,08 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; +e. € 5.991.134,40 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; +f. € 5.519.363,52 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; +g. € 2.968.400,64 voor de GGD Zuid-Limburg; +h. € 2.246.218,56 voor de GGD Regio Utrecht. **5.** De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren. @@ -260,27 +260,27 @@ h. € 73.628,– voor de GGD Regio Utrecht. De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste: -a. € 897.107,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam; -b. € 355.400,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid; -c. € 165.484,– voor de GGD Groningen; -d. € 200.821,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; -e. € 364.382,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; -f. € 324.112,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; -g. € 165.821,– voor de GGD Zuid-Limburg; -h. € 176.709,– voor de GGD Regio Utrecht. +a. € 934.283,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam; +b. € 370.128,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid; +c. € 172.342,– voor de GGD Groningen; +d. € 209.143,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; +e. € 379.482,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; +f. € 337.543,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; +g. € 172.693,– voor de GGD Zuid-Limburg; +h. € 184.032,– voor de GGD Regio Utrecht. **3.** De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste: -a. € 807.396,30 voor de GGD van de gemeente Amsterdam; -b. € 319.860,00 voor de GGD Regio Gelderland Zuid; -c. € 148.935,60 voor de GGD Groningen; -d. € 180.738,90 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; -e. € 327.943,80 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; -f. € 291.700,80 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; -g. € 149.238,90 voor de GGD Zuid-Limburg; -h. € 159.038,10 voor de GGD Regio Utrecht. +a. € 896.911,68 voor de GGD van de gemeente Amsterdam; +b. € 355.322,88 voor de GGD Regio Gelderland Zuid; +c. € 165.448,32 voor de GGD Groningen; +d. € 200.777,28 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; +e. € 364.302,72 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; +f. € 324.041,28 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; +g. € 165.785,28 voor de GGD Zuid-Limburg; +h. € 176.670,72 voor de GGD Regio Utrecht. **4.** De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.