2008-01-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2008-01-01 12:00:00 +00:00
parent 154c5a5c1d
commit 5a91fb22fc

View file

@ -27,7 +27,7 @@ c. huurder: persoon die zijn hoofdverblijf heeft in:
d. huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woning;
e. huurtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder j, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van het huren van een woning;
f. onderhuurder: persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
g. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
g. Onze Minister: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;
h. rekenhuur: de rekenhuur, bedoeld in artikel 5;
i. rekeninkomen: de gezamenlijke toetsingsinkomens, bedoeld in artikel 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, die in aanmerking worden genomen voor het bepalen van de draagkracht, bedoeld in artikel 7 van die wet;
j. woning: een gebouwde onroerende zaak voor zover deze als zelfstandige woonruimte, onvrije etage dan wel andere onzelfstandige woonruimte is verhuurd, alsmede de onroerende aanhorigheden;
@ -185,10 +185,10 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als over de maa
Het norminkomen bedraagt:
a. € 16 948,69 per 1 januari 2007: € 20 300 bij een eenpersoonshuishouden;
b. € 22 711,70 per 1 januari 2007: € 27 575 bij een meerpersoonshuishouden;
c. € 15 042,81 per 1 januari 2007: € 18 077,70 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
d. € 19 625,99 per 1 januari 2007: € 23 930,48 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
a. € 16 948,69 per 1 januari 2008: € 20 600 bij een eenpersoonshuishouden;
b. € 22 711,70 per 1 januari 2008: € € 27 950 bij een meerpersoonshuishouden;
c. € 15 042,81 per 1 januari 2008: € 18 331,86 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
d. € 19 625,99 per 1 januari 2008: € 24 266,93 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag.
@ -211,15 +211,7 @@ Vervallen
### Artikel 16
**1.** De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12 per 1 juli 2007: € 18,10.
**2.** Voor de hoogte van de basishuur is het rekeninkomen bepalend. Met het oog hierop worden bij ministeriële regeling de rekeninkomens in inkomensklassen verdeeld en de daarbij behorende basishuren vermeld.
**3.** De laagste inkomensklasse bevat de rekeninkomens, gelijk aan of lager dan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, verhoogd met € 200 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder a en c, en verhoogd met € 300 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder b en d.
**4.** De rekeninkomens in een zelfde inkomensklasse, boven het minimum-inkomensijkpunt, mogen ten hoogste € 500 van elkaar verschillen.
**5.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, de indeling in inkomensklassen herzien.
De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12 per 1 juli 2007: € 18,10.
### Artikel 17
@ -249,10 +241,10 @@ b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt:
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 januari 2007: € 20 450;
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 januari 2007: € 26 300;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 januari 2007: € 18 750;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 januari 2007: € 24 325.
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 januari 2008: € 21 100;
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 januari 2008: € 27 150;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 januari 2008: € 19 300;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 januari 2008: € 25 075.
**2.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 337,61 per 1 juli 2007: € 375,83.
@ -269,9 +261,23 @@ d. € 4,54 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
### Artikel 19
**1.** Voor elke inkomensklasse boven het minimum-inkomensijkpunt wordt, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de hoogte van de normhuur bepaald, waarbij steeds het midden van die klasse als uitgangspunt wordt genomen.
**1.** Voor elk rekeninkomen onder of gelijk aan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, verhoogd met € 200 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder a en c, en verhoogd met € 300 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder b en d, geldt de normhuur, bedoeld in artikel 17, tweede en derde lid.
**2.** De bij deze inkomensklassen behorende normhuren worden, per type huishouden, afgeleid uit de lineaire relatie tussen de bij het minimum-inkomensijkpunt behorende normhuurquote en de bij het referentie-inkomensijkpunt behorende normhuurquote.
**2.**
Voor elk rekeninkomen boven het minimum-inkomensijkpunt, vermeerderd met de bedragen, bedoeld in het eerste lid, is, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de hoogte van de normhuur de uitkomst van de formule:
(a x Y^2) + (b x Y)
in welke formule voorstelt:
a en b: de factoren, vast te stellen bij ministeriële regeling, die, per type huishouden, worden afgeleid uit de lineaire relatie tussen de bij het minimum-inkomensijkpunt behorende normhuurquote en de bij het referentie-inkomensijkpunt behorende normhuurquote;
Y: het rekeninkomen.
**3.** De overeenkomstig het tweede lid berekende normhuur wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
**4.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 januari en 1 juli, de factoren, bedoeld in het tweede lid, herzien.
### Paragraaf 2. Kwaliteitskortings- en aftoppingsgrens
@ -368,7 +374,7 @@ Vervallen
**1.**
Met ingang van 1 juli van elk jaar worden aangepast aan de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van dat jaar tot 1 juli van het daaropvolgende jaar zal plaatsvinden, ten aanzien van woningen, niet zijnde woningen als bedoeld in de artikelen 247, eerste, tweede en derde lid, en 247a, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek:
Met ingang van 1 juli van elk jaar worden aangepast aan de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van dat jaar tot 1 juli van het daaropvolgende jaar zal plaatsvinden:
a. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 17, tweede lid, (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur) en 18, tweede lid, (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), bij algemene maatregel van bestuur, en
b. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onder b, (maximale huurgrens) en 20, eerste en tweede lid, (kwaliteitskortings- en aftoppingsgrens), bij ministeriële regeling.
@ -387,9 +393,9 @@ Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de huurprijsontwikke
**7.** De bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de maximale huurgrens, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten. De norminkomens, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen a en b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonshuishoudens), de som van de bedragen, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonsouderenhuishoudens), en de bedragen, bedoeld in het vijfde en zesde lid van dit artikel, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Bij een volgende aanpassing van de norminkomens en de bedragen, bedoeld in de tweede volzin, wordt uitgegaan van de norminkomens en de bedragen zoals die waren, voordat zij werden afgerond.
**8.** De minimum-inkomensijkpunten en de overeenkomstig het eerste tot en met zevende lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende referentie-inkomensijkpunten en maximale inkomensgrenzen, alsmede de als gevolg daarvan voor de onderscheiden typen huishouden gewijzigde inkomensklassen en daarbij behorende basishuren, en vanaf 1 juli geldende maximale huur-, kwaliteitskortings- en aftoppingsgrenzen, alsmede de voor de verschillende inkomensklassen en typen huishouden geldende basishuren worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand onderscheidenlijk 1 mei daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt.
**8.** De minimum-inkomensijkpunten en de overeenkomstig het eerste tot en met zevende lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende referentie-inkomensijkpunten en maximale inkomensgrenzen, alsmede de als gevolg daarvan voor de onderscheiden typen huishouden gewijzigde factoren, bedoeld in artikel 19, tweede lid, en vanaf 1 juli geldende maximale huur-, kwaliteitskortings- en aftoppingsgrenzen, alsmede de voor de onderscheiden typen huishouden alsdan gewijzigde factoren, bedoeld in dat artikellid, worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand onderscheidenlijk 1 mei daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt.
**9.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 5, eerste lid, onder b, en derde lid, onder a, b, c en d (garage-aftrek en maximum-servicekosten), 16, eerste lid (verhoging van de normhuur), 17, eerste lid, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onder a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en 18, derde lid, onder a, b, c en d (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld.
**9.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 5, eerste lid, onder b, en derde lid, onder a, b, c en d (garage-aftrek en maximum-servicekosten), 16 (verhoging van de normhuur), 17, eerste lid, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onder a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en 18, derde lid, onder a, b, c en d (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld.
## Hoofdstuk 6. Hulp- en informatiepunten