From 5a9cee063760d00fd181be0f22e9b7caf318643d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-01-01 | BWBR0025277 | Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand --- .../BWBR0025277/README.md | 62 +++++++++---------- 1 file changed, 31 insertions(+), 31 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand/BWBR0025277/README.md b/amvb/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand/BWBR0025277/README.md index 1932d962592..c30e64b3b11 100644 --- a/amvb/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand/BWBR0025277/README.md +++ b/amvb/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand/BWBR0025277/README.md @@ -31,38 +31,38 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: Onverminderd het bepaalde in artikel 2a, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen: -a. € 196,– per 1 januari 2023: € 218, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2023: € 21.300; -b. € 360,– per 1 januari 2023: € 402, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2023: € 21.300 en ten hoogste € 18.400,– per 1 januari 2023: € 22.000 bedraagt; -c. € 514,– per 1 januari 2023: € 574, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2023: € 22.000 en ten hoogste € 19.400,– per 1 januari 2023: € 23.300 bedraagt; -d. € 669,– per 1 januari 2023: € 747, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2023: € 23.300 en ten hoogste € 21.300,– per 1 januari 2023: € 25.300 bedraagt; en -e. € 823,– per 1 januari 2023: € 918, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2023: € 25.300 en ten hoogste € 25.200,– per 1 januari 2023: € 30.000 bedraagt. +a. € 196,– per 1 januari 2024: € 226, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2024: € 22.100; +b. € 360,– per 1 januari 2024: € 417, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2024: € 22.100 en ten hoogste € 18.400,– per 1 januari 2024: € 22.800 bedraagt; +c. € 514,– per 1 januari 2024: € 595, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2024: € 22.800 en ten hoogste € 19.400,– per 1 januari 2024: € 24.200 bedraagt; +d. € 669,– per 1 januari 2024: € 775, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2024: € 24.200 en ten hoogste € 21.300,– per 1 januari 2024: € 26.200 bedraagt; en +e. € 823,– per 1 januari 2024: € 952, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2024: € 26.200 en ten hoogste € 25.200,– per 1 januari 2024: € 31.100 bedraagt. **2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 2a, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen: -a. € 196,– per 1 januari 2023: € 218, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2023: € 29.600; -b. € 360,– per 1 januari 2023: € 402, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2023: € 29.600 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2023: € 30.700 bedraagt; -c. € 514,– per 1 januari 2023: € 574, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2023: € 30.700 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2023: € 32.100 bedraagt; -d. € 669,– per 1 januari 2023: € 747, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2023: € 32.100 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2023: € 35.900 bedraagt; en -e. € 823,– per 1 januari 2023: € 918, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2023: € 35.900 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2023: € 42.400 bedraagt. +a. € 196,– per 1 januari 2024: € 226, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2024: € 30.700; +b. € 360,– per 1 januari 2024: € 417, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2024: € 30.700 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2024: € 31.800 bedraagt; +c. € 514,– per 1 januari 2024: € 595, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2024: € 31.800 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2024: € 33.300 bedraagt; +d. € 669,– per 1 januari 2024: € 775, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2024: € 33.300 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2024: € 37.200 bedraagt; en +e. € 823,– per 1 januari 2024: € 952, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2024: € 37.200 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2024: € 44.000 bedraagt. **3.** In afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid en artikel 2a bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen: -a. € 77,– per 1 januari 2023: € 86, indien het inkomen ten hoogste € 18 400,–per 1 januari 2023: € 22.000 onderscheidenlijk ten hoogste € 25 700,–per 1 januari 2023: € 30.700 bedraagt; en -b. € 129,– per 1 januari 2023: € 144, indien het inkomen meer dan € 18 400,–per 1 januari 2023: € 22.000 en ten hoogste € 25 200,–per 1 januari 2023: € 30.000 onderscheidenlijk meer dan € 25 700,–per 1 januari 2023: € 30.700 en ten hoogste € 35 600,–per 1 januari 2023: € 42.400 bedraagt. +a. € 77,– per 1 januari 2024: € 89, indien het inkomen ten hoogste € 18 400,–per 1 januari 2024: € 22.800 onderscheidenlijk ten hoogste € 25 700,–per 1 januari 2024: € 31.800 bedraagt; en +b. € 129,– per 1 januari 2024: € 149, indien het inkomen meer dan € 18 400,–per 1 januari 2024: € 22.800 en ten hoogste € 25 200,–per 1 januari 2024: € 31.100 onderscheidenlijk meer dan € 25 700,–per 1 januari 2024: € 31.800 en ten hoogste € 35 600,–per 1 januari 2024: € 44.000 bedraagt. **4.** Indien een natuurlijk persoon blijkens een betalingsbewijs de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, heeft voldaan, wordt deze in mindering gebracht op de eigen bijdrage die hij in geval van een wijziging van de toevoeging als bedoeld in artikel 24a, tweede lid, van de wet overeenkomstig het eerste of tweede lid voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging is verschuldigd. -**5.** De eigen bijdrage, die een rechtspersoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, bedraagt € 823,– per 1 januari 2023: € 918. +**5.** De eigen bijdrage, die een rechtspersoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, bedraagt € 823,– per 1 januari 2024: € 952. -**6.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2023: € 59 verlaagd. +**6.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2024: € 61 verlaagd. **7.** -In afwijking van het zesde lid wordt de eigen bijdrage, die een natuurlijke persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, verlaagd met € 53,– per 1 januari 2023: € 59 indien de rechtsbijstand wordt verleend: +In afwijking van het zesde lid wordt de eigen bijdrage, die een natuurlijke persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, verlaagd met € 53,– per 1 januari 2024: € 61 indien de rechtsbijstand wordt verleend: a. in een strafzaak in eerste aanleg jegens een verdachte als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000; b. bij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000; @@ -72,7 +72,7 @@ e. bij het inbrengen van een zienswijze tegen het voornemen om een verblijfsverg f. in een zaak omtrent het opleggen van een sanctie als bedoeld in artikel 5:2 van de Algemene wet bestuursrecht; g. in een zaak in hoger beroep of cassatie. -**8.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2023: € 59 te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid alvorens een toevoeging aan te vragen. +**8.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2024: € 61 te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid alvorens een toevoeging aan te vragen. **9.** In de gevallen bedoeld in de artikelen 2b en 2c, vindt de verlaging van de eigen bijdrage, genoemd in het zesde, zevende en achtste lid, geen toepassing. @@ -84,28 +84,28 @@ g. in een zaak in hoger beroep of cassatie. In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon, verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen: -a. € 340,– per 1 januari 2023: € 380, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2023: € 21.300; -b. € 412,– per 1 januari 2023: € 460, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2023: € 21.300 en ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2023: € 22.000 bedraagt; -c. € 566,– per 1 januari 2023: € 632, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2023: € 22.000 en ten hoogste € 19.400,–per 1 januari 2023: € 23.300 bedraagt; -d. € 720,– per 1 januari 2023: € 804, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2023: € 23.300 en ten hoogste € 21.300,–per 1 januari 2023: € 25.300 bedraagt; en -e. € 849,– per 1 januari 2023: € 949, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2023: € 25.300 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2023: € 30.000 bedraagt. +a. € 340,– per 1 januari 2024: € 394, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2024: € 22.100; +b. € 412,– per 1 januari 2024: € 477, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2024: € 22.100 en ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2024: € 22.800 bedraagt; +c. € 566,– per 1 januari 2024: € 656, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2024: € 22.800 en ten hoogste € 19.400,–per 1 januari 2024: € 24.200 bedraagt; +d. € 720,– per 1 januari 2024: € 834, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2024: € 24.200 en ten hoogste € 21.300,–per 1 januari 2024: € 26.200 bedraagt; en +e. € 849,– per 1 januari 2024: € 984, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2024: € 26.200 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2024: € 31.100 bedraagt. **3.** In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen: -a. € 340,– per 1 januari 2023: € 380, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2023: € 29.600; -b. € 412,– per 1 januari 2023: € 460, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2023: € 29.600 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2023: € 30.700 bedraagt; -c. € 566,– per 1 januari 2023: € 632, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2023: € 30.700 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2023: € 32.100 bedraagt; -d. € 720,– per 1 januari 2023: € 804, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2023: € 32.100 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2023: € 35.900 bedraagt; en -e. € 849,– per 1 januari 2023: € 949, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2023: € 35.900 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2023: € 42.400 bedraagt. +a. € 340,– per 1 januari 2024: € 394, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2024: € 30.700; +b. € 412,– per 1 januari 2024: € 477, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2024: € 30.700 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2024: € 31.800 bedraagt; +c. € 566,– per 1 januari 2024: € 656, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2024: € 31.800 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2024: € 33.300 bedraagt; +d. € 720,– per 1 januari 2024: € 834, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2024: € 33.300 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2024: € 37.200 bedraagt; en +e. € 849,– per 1 januari 2024: € 984, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2024: € 37.200 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2024: € 44.000 bedraagt. **4.** In afwijking van het tweede onderscheidenlijk derde lid bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen: -a. € 108,– per 1 januari 2023: € 120, indien het inkomen ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2023: € 22.000 onderscheidenlijk ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2023: € 30.700 bedraagt; en -b. € 142,– per 1 januari 2023: € 158, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2023: € 22.000 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2023: € 30.000 onderscheidenlijk meer dan € 25.700,–,– per 1 januari 2023: € 30.700 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2023: € 42.400 bedraagt. +a. € 108,– per 1 januari 2024: € 124, indien het inkomen ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2024: € 22.800 onderscheidenlijk ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2024: € 31.800 bedraagt; en +b. € 142,– per 1 januari 2024: € 164, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2024: € 22.800 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2024: € 31.100 onderscheidenlijk meer dan € 25.700,–,– per 1 januari 2024: € 31.800 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2024: € 44.000 bedraagt. **5.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het tweede of derde lid verschuldigde eigen bijdrage te verlagen naar de eigen bijdrage die verschuldigd is op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, indien van de rechtzoekende, gelet op diens financiële situatie, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat de rechtzoekende de hogere eigen bijdrage betaalt voor een toevoeging op grond van het eerste lid. @@ -127,7 +127,7 @@ Indien artikel 13 of 22 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van toe **1.** -In afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, en artikel 2a, tweede en derde lid, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, € 196 per 1 januari 2023: € 218, indien het gaat om de verlening van rechtsbijstand: +In afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, en artikel 2a, tweede en derde lid, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, € 196 per 1 januari 2024: € 226, indien het gaat om de verlening van rechtsbijstand: a. in hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling, bedoeld in artikel 292 van de Faillissementswet; b. in de periode waarin de rechtzoekende in staat van faillissement verkeert; @@ -141,9 +141,9 @@ d. in de periode gedurende welke een schriftelijk vastgelegd akkoord met betrekk 5°. de termijn gedurende welke het saneringsplan van kracht is, met een maximum van drie jaar; en 6°. dat, indien een organisatie de sanering begeleidt, deze organisatie telkens na verloop van zes maanden ten behoeve van de schuldeisers een verslag uitbrengt over de uitvoering van het saneringsplan alsmede een voorstel doet voor de aanpassing van het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten. -**2.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2023: € 59 verlaagd. +**2.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2024: € 61 verlaagd. -**3.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2023: € 59 te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het tweede lid alvorens een toevoeging aan te vragen. +**3.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2024: € 61 te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het tweede lid alvorens een toevoeging aan te vragen. **4.** In de gevallen bedoeld in de artikelen 2b en 2c, vindt de verlaging bedoeld in het tweede lid geen toepassing.