diff --git a/wet/wet-aanpassing-pensioenvoorzieningen-bijstandkorps/BWBR0002507/README.md b/wet/wet-aanpassing-pensioenvoorzieningen-bijstandkorps/BWBR0002507/README.md index 533956b17f3..acdad04354c 100644 --- a/wet/wet-aanpassing-pensioenvoorzieningen-bijstandkorps/BWBR0002507/README.md +++ b/wet/wet-aanpassing-pensioenvoorzieningen-bijstandkorps/BWBR0002507/README.md @@ -150,7 +150,7 @@ Het wezenpensioen, waarop twee of meer volle wezen aanspraak hebben, wordt, indi **1.** Bij gelijktijdige aanspraak op een weduwepensioen, onderscheidenlijk een wezenpensioen en een algemene nabestaandenuitkering, onderscheidenlijk een algemene wezenuitkering wordt, voor zover de tijdvakken, waarop het pensioen en de algemene uitkering geacht worden betrekking te hebben, samenvallen, de betaling van het weduwepensioen, onderscheidenlijk het wezenpensioen iedere maand beperkt naar reden van 2 percent van de algemene nabestaandenuitkering, onderscheidenlijk de algemene wezenuitkering per samenvallend jaar. -**2.** Indien aanspraak bestaat op een algemene nabestaandenuitkering op grond van artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene nabestaandenwet, doch geen van de in evengenoemde bepaling bedoelde kinderen recht heeft op een wezenpensioen, wordt de beperking berekend naar de algemene nabestaandenuitkering die geldt voor degenen op wie artikel 17, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet toepassing vindt. +**2.** Indien aanspraak bestaat op een algemene nabestaandenuitkering op grond van artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene nabestaandenwet, doch geen van de in evengenoemde bepaling bedoelde kinderen recht heeft op een wezenpensioen, wordt de beperking berekend naar de algemene nabestaandenuitkering die geldt voor degenen op wie artikel 17, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet toepassing vindt. **3.** Het bepaalde in artikel 12 is van overeenkomstige toepassing. @@ -194,9 +194,9 @@ b. met ingang van de maand volgende op die waarin de weduwe hertrouwt, als partn ### Artikel 19c -**1.** Indien ter zake van het overlijden van een gepensioneerde recht op een weduwepensioen als bedoeld in deze regeling ontstaat, heeft de weduwe die op 1 januari 1998 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt in afwijking van artikel 19b recht op een toeslag voor de tijd die bij de berekening van het pensioen in aanmerking is genomen. Dit recht bestaat indien en voor zolang recht bestaat op een nabestaandenuitkering krachtens de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de weduwe vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon ononderbroken ongehuwd samenwoont. +**1.** Indien ter zake van het overlijden van een gepensioneerde recht op een weduwepensioen als bedoeld in deze regeling ontstaat, heeft de weduwe die op 1 januari 1998 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt in afwijking van artikel 19b recht op een toeslag voor de tijd die bij de berekening van het pensioen in aanmerking is genomen. Dit recht bestaat indien en voor zolang recht bestaat op een nabestaandenuitkering krachtens de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de weduwe vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon ononderbroken ongehuwd samenwoont. -**2.** De toeslag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per pensioentellend jaar 2,5% van het verschil tussen 75 % van de krachtens de artikelen 14 en 30 van de Algemene nabestaandenwet vastgestelde nabestaandenuitkering en de krachtens artikel 67, derde of zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet verminderde nabestaandenuitkering. De toeslag bedraagt niet meer dan 75% van de krachtens de artikelen 14 en 30 van de Algemene nabestaandenwet vastgestelde nabestaandenuitkering. De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de bedragen vanaf die datum en wordt vervolgens telkens nader vastgesteld aan de hand van de ontwikkelingen van de bedragen van de Algemene nabestaandenwet. +**2.** De toeslag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per pensioentellend jaar 2,5% van het verschil tussen 75 % van de krachtens de artikelen 14 en 30 van de Algemene nabestaandenwet vastgestelde nabestaandenuitkering en de krachtens artikel 67, derde of zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet verminderde nabestaandenuitkering. De toeslag bedraagt niet meer dan 75% van de krachtens de artikelen 14 en 30 van de Algemene nabestaandenwet vastgestelde nabestaandenuitkering. De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de bedragen vanaf die datum en wordt vervolgens telkens nader vastgesteld aan de hand van de ontwikkelingen van de bedragen van de Algemene nabestaandenwet. **3.** @@ -270,7 +270,7 @@ Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd in bijzon ### Artikel 27a -**1.** Indien degene die recht heeft op een pensioen, ingevolge het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6 en 13 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van zorg, is Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevoegd het pensioen en de daarop verleende toeslagen tot ten hoogste het bedrag van die bijdrage in de plaats van aan de rechthebbende zonder diens machtiging uit te betalen aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet. +**1.** Indien degene die recht heeft op een pensioen, ingevolge het bepaalde bij of krachtens de Wet langdurige zorg een bijdrage verschuldigd is in de kosten van zorg, is Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevoegd het pensioen en de daarop verleende toeslagen tot ten hoogste het bedrag van die bijdrage in de plaats van aan de rechthebbende zonder diens machtiging uit te betalen aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet. **2.** Artikel 10 van de wet van 25 mei 1962 (*Stb.* 196) is niet van toepassing op een ingevolge het vorige lid genomen beslissing.