From 5ac012e29fdcef7c10cbf6f40355e28bdb4d848f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Oct 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-10-01 | BWBR0013430 | Besluit glastuinbouw --- .../BWBR0013430/README.md | 200 +++++++++--------- 1 file changed, 105 insertions(+), 95 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-glastuinbouw/BWBR0013430/README.md b/amvb/besluit-glastuinbouw/BWBR0013430/README.md index 54904af9a91..dbd940cedb0 100644 --- a/amvb/besluit-glastuinbouw/BWBR0013430/README.md +++ b/amvb/besluit-glastuinbouw/BWBR0013430/README.md @@ -18,65 +18,56 @@ citeertitel: Besluit glastuinbouw In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. aaneengesloten woonbebouwing: drie of meer woningen die op telkens minder dan 5 meter afstand van elkaar zijn gelegen, gerekend van gevel tot gevel; -b. bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van afvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of naar een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater; -c. bestrijdingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel of biocide als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen of biociden; -d. brandbare vloeistof: stof in vloeibare toestand die een vlampunt heeft dat hoger ligt dan 55°C; -e. bijlage 1: de bij dit besluit behorende bijlage 1; -f. bijlage 2: de bij dit besluit behorende bijlage 2; -g. bijlage 3: de bij dit besluit behorende bijlage 3; -h. CPR: Commissie Preventie van Rampen en Gevaarlijke Stoffen; -i. CPR 1: Richtlijn 1 van de CPR, getiteld «Nitraathoudende meststoffen, vervoer en opslag», derde druk, uitgave 1991; -j. CPR 15-1: Richtlijn 15-1 van de CPR, getiteld «Opslag gevaarlijke stoffen in emballage; Opslag van vloeistoffen en vaste stoffen (0 tot 10 ton)», tweede druk, uitgave 1994; -k. drainagewater: water dat wordt afgevoerd via een stelsel van geperforeerde buizen die in de grond zijn aangebracht; -l. drainwater: voedingswater dat bij substraatteelt niet wordt opgenomen door het gewas; -m. gasfles: cilindrische drukhouder, voorzien van een aansluiting met klep- of naaldafsluiter, die bedoeld is voor meermalig gebruik en een waterinhoud heeft van ten hoogste 150 liter; -n. gasolie: gasolie in de zin van de Wet op de accijns; -o. gasturbine: werktuig bestaande uit een compressor, één of meer verbrandingskamers en een turbine waarin brandstof met behulp van door de compressor gecomprimeerde lucht wordt verstookt, zodanig dat het geproduceerde verbrandingsgas in de turbine tot een lagere druk expandeert en daarbij arbeid afgeeft aan een roterende as; -p. gasturbine-installatie: installatie bestaande uit een of meer gasturbines waarin brandstof wordt verstookt, met een of meer bijbehorende ketelinstallaties waar de verbrandingsgassen afkomstig van de gasturbine of gasturbines, doorheen worden gevoerd teneinde warmte over te dragen aan een medium dat niet in direct contact treedt met die gassen en waarbij geen dan wel nagenoeg geen extra lucht voor de verbranding wordt toegevoerd; -q. gevaarlijke stof: stof die of preparaat dat bij of krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten is ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer; -r. gevoelig object: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat bestemd is voor het verblijf van personen of een object, gebouw of terrein dat bestemd is voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een kampeerterrein als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, dan wel artikel 8, derde lid, van de Wet op de openluchtrecreatie; -s. gewas: een in lijst 1 behorende bij bijlage 1 opgenomen gewas of een in lijst 2 behorende bij die bijlage bij een gewasgroep ingedeeld gewas; -t. gewasbeschermingsmiddel: hetgeen daaronder in de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 wordt verstaan; -u. gewasgroep: een groep waarvan in lijst 2 behorende bij bijlage 1 is aangegeven welke gewassen erbij zijn ingedeeld; -v. ketelinstallatie: installatie bestaande uit één ketel, waarin brandstof wordt verbruikt, daaronder begrepen de bij de installatie behorende voorzieningen voor de reiniging van rookgas, die in hoofdzaak bedoeld zijn om warmte over te dragen aan water, stoom of thermische olie, waarbij het water, de stoom of de thermische olie niet in direct contact treedt met de rookgassen; -w. kunstmeststoffen: meststoffen van niet organische oorsprong; -x. licht ontvlambare stof: stof die of preparaat dat: +- *ADR:* op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer voor gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171); +- *bedrijfsriolering:* voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of naar een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater; +- *bestrijdingsmiddel:* gewasbeschermingsmiddel of biocide als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen of biociden; +- *bijlage 1:* de bij dit besluit behorende bijlage 1; +- *bijlage 2:* de bij dit besluit behorende bijlage 2; +- *bijlage 3:* de bij dit besluit behorende bijlage 3; +- *drainagewater:* water dat wordt afgevoerd via een stelsel van geperforeerde buizen die in de grond zijn aangebracht; +- *drainwater:* voedingswater dat bij substraatteelt niet wordt opgenomen door het gewas; +- *gasfles:* verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter; +- *gasolie:* gasolie in de zin van de Wet op de accijns; +- *gasturbine:* werktuig bestaande uit een compressor, één of meer verbrandingskamers en een turbine waarin brandstof met behulp van door de compressor gecomprimeerde lucht wordt verstookt, zodanig dat het geproduceerde verbrandingsgas in de turbine tot een lagere druk expandeert en daarbij arbeid afgeeft aan een roterende as; +- *gasturbine-installatie:* installatie bestaande uit een of meer gasturbines waarin brandstof wordt verstookt, met een of meer bijbehorende ketelinstallaties waar de verbrandingsgassen afkomstig van de gasturbine of gasturbines, doorheen worden gevoerd teneinde warmte over te dragen aan een medium dat niet in direct contact treedt met die gassen en waarbij geen dan wel nagenoeg geen extra lucht voor de verbranding wordt toegevoerd; +- *gevaarlijke stoffen:* stoffen, preparaten en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen waarden is toegestaan; +- *gewas:* een in lijst 1 behorende bij bijlage 1 opgenomen gewas of een in lijst 2 behorende bij die bijlage bij een gewasgroep ingedeeld gewas; +- *gewasbeschermingsmiddel:* gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; +- *gewasgroep:* een groep waarvan in lijst 2 behorende bij bijlage 1 is aangegeven welke gewassen erbij zijn ingedeeld; +- *ketelinstallatie:* installatie bestaande uit één ketel, waarin brandstof wordt verbruikt, daaronder begrepen de bij de installatie behorende voorzieningen voor de reiniging van rookgas, die in hoofdzaak bedoeld zijn om warmte over te dragen aan water, stoom of thermische olie, waarbij het water, de stoom of de thermische olie niet in direct contact treedt met de rookgassen; +- *kunstmeststoffen:* meststoffen van niet organische oorsprong; +- *lozen:* lozen op oppervlaktewater of lozen op een riolering; +- *lozen op oppervlaktewater:* in oppervlaktewater brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen met behulp van een werk of op een andere wijze dan met behulp van een werk; +- *lozen op een riolering:* al dan niet door middel van een bedrijfsriolering brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater die is aangesloten op een zuiveringstechnisch werk; +- *maatwerkvoorschrift:* voorschrift als bedoeld in artikel 8.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer, inhoudende: -1°. bij normale temperatuur aan de lucht blootgesteld, zonder toevoer van energie in temperatuur kan stijgen en tenslotte ontbranden; -2°. in vaste toestand, door kortstondige inwerking van een ontstekingsbron, gemakkelijk kan worden ontstoken en na verwijdering van de ontstekingsbron blijft branden of gloeien; -3°. in vloeibare toestand een vlampunt van minder dan 21°C heeft (K1-vloeistof); -4°. in gasvormige toestand, bij normale druk, met lucht ontvlambaar is of -5°. bij aanraking met water of vochtige lucht, licht ontvlambare gassen in een gevaarlijke hoeveelheid ontwikkelt; -y. lozen: lozen op oppervlaktewater of lozen op een riolering; -z. lozen op oppervlaktewater: in oppervlaktewater brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen met behulp van een werk of op een andere wijze dan met behulp van een werk; -aa. lozen op een riolering: al dan niet door middel van een bedrijfsriolering brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater die is aangesloten op een zuiveringstechnisch werk; -bb. meststoffen: dierlijke meststoffen, overige organische meststoffen en andere meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, f, onderscheidenlijk g, van de Meststoffenwet, voor zover zij stikstof of fosfor bevatten; -cc. NEN: een door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm; -dd. NVN: een door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven voornorm; -ee. object categorie I: +a. een beschikking waarbij het Wvo- of het Wm- bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel +b. een ontheffing waarbij het Wvo- of het Wm- bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden; +- *meststoffen:* dierlijke meststoffen, overige organische meststoffen en andere meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, f, onderscheidenlijk g, van de Meststoffenwet, voor zover zij stikstof of fosfor bevatten; +- *NEN:* een door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm; +- *NVN:* een door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven voornorm; +- *object categorie I:* -1°. aaneengesloten woonbebouwing; -2°. gevoelig object; -ff. object categorie II: +1°. aaneengesloten woonbebouwing, bestaande uit drie of meer woningen die op telkens minder dan 5 meter afstand van elkaar zijn gelegen, gerekend van gevel tot gevel; +2°. een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat bestemd is voor het verblijf van personen of een object of terrein dat bestemd is voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een van een agrarisch bedrijf deel uitmakend kleinschalig object of terrein dat ter beschikking wordt gesteld voor het plaatsen van enkele kampeermiddelen, waarbij onder kampeermiddelen worden verstaan onderkomens of voertuigen die bestemd of geschikt zijn voor recreatief nachtverblijf en die geen bouwwerk zijn in de zin van de Woningwet; +- *object categorie II:* 1°. woningen van derden; 2°. restaurants; -gg. ontvlambare stof: stof of preparaat in vloeibare toestand (K2-vloeistof) met een vlampunt van ten minste 21°C en ten hoogste 55°C; -hh. openbaar riool: voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast; -ii. riolering: bedrijfsriolering of een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater; -jj. spuiwater: water dat vanuit het recirculatiesysteem geloosd wordt, omdat het niet meer geschikt is om als voedingswater te worden toegepast; -kk. substraatteelt: wijze van telen waarbij gewassen groeien op een bodem die los van de ondergrond is; -ll. teeltplan: plan voor een glastuinbouwbedrijf dat ingevolge voorschrift 1.1.1 opgenomen in bijlage 1, wordt overgelegd; -mm. voedingswater: water dat aan het gewas wordt toegediend en waar eventueel meststoffen aan zijn toegevoegd; -nn. vooronderzoek: onderzoek uit te voeren op een wijze als aangegeven in NVN 5725 «Bodem – leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek», uitgave 1999, dan wel een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen norm; -oo. warmtekrachtinstallatie: installatie toegerust voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend; -pp. Wm-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een Wm-vergunning te verlenen voor een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt waarop het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer niet van toepassing is in verband met artikel 1, onder a, onder 11°, van dat besluit; -qq. Wm-vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer; -rr. woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw, dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, met uitzondering van een dienst- of bedrijfswoning behorende bij een inrichting als bedoeld in artikel 2 onder a; -ss. Wvo-vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste of derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren; -tt. Wvo-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een Wvo-vergunning te verlenen voor het lozen ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten; -uu. zeer licht ontvlambare stof: stof die of preparaat dat in vloeibare toestand (K0-vloeistof) met een vlampunt van minder dan 0°C en een kookpunt van 35°C of minder, alsmede gasvormige stof die of gasvormig preparaat dat, bij normale temperatuur en druk aan de lucht blootgesteld, kan ontbranden. +- *openbaar riool:* gemeentelijke voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater; +- *PGS 7:* publicatie nr. 7 van de «Publicatiereeks Gevaarlijke stoffen», getiteld «Opslag van vaste minerale anorganische meststoffen», uitgave oktober 2007; +- *riolering:* bedrijfsriolering of een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater; +- *spuiwater:* water dat vanuit het recirculatiesysteem geloosd wordt, omdat het niet meer geschikt is om als voedingswater te worden toegepast; +- *substraatteelt:* wijze van telen waarbij gewassen groeien op een bodem die los van de ondergrond is; +- *vloeibare brandstof:* lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in artikel 26 van de Wet op de accijns; +- *voedingswater:* water dat aan het gewas wordt toegediend en waar eventueel meststoffen aan zijn toegevoegd; +- *vooronderzoek:* onderzoek uit te voeren op een wijze als aangegeven in NVN 5725 «Bodem – leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek», uitgave 1999, dan wel een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen norm; +- *warmtekrachtinstallatie:* installatie toegerust voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend; +- *Wm-bevoegd gezag:* bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een Wm-vergunning te verlenen voor een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt waarop het Besluit landbouw milieubeheer niet van toepassing is in verband met artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van dat besluit; +- *Wm-vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer; +- *woning:* een gebouw of gedeelte van een gebouw, dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, met uitzondering van een dienst- of bedrijfswoning behorende bij een inrichting als bedoeld in artikel 2 onder a; +- *Wvo-bevoegd gezag:* bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een Wvo-vergunning te verlenen voor het lozen ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten; +- *Wvo-vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste of derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. **2.** @@ -92,41 +83,43 @@ b. het aantal mandagen per 365 dagen te vermenigvuldigen met de factor 0,001. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt voorts verstaan onder: a. glastuinbouwbedrijf: een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot het onder een permanente opstand van glas of van kunststof telen van gewassen, met uitzondering van een zodanige inrichting die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot het onder een zodanige opstand telen van eetbare paddestoelen of witlof; -b. glastuinbouwbedrijf type A: glastuinbouwbedrijf waarvoor de verboden bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer blijven bestaan, omdat: +b. glastuinbouwbedrijf type A: glastuinbouwbedrijf, waar: -1°. gedeputeerde staten het Wm-bevoegd gezag zijn; -2°. een andere brandstof dan aardgas, propaan, butaan, gasolie of petroleum wordt gebruikt in een ketelinstallatie ten behoeve van ruimteverwarming of warmwatervoorziening; -3°. een andere brandstof dan aardgas, propaangas of butaangas dan wel een combinatie van deze brandstoffen wordt gestookt in een zuigermotor ten behoeve van een warmtepompinstallatie, onderscheidenlijk een installatie voor warmtekrachtkoppeling; +1°. gedeputeerde staten het Wm-bevoegd gezag voor zijn; +2°. een of meer installaties aanwezig zijn voor het verstoken of verbranden van andere stoffen dan aardgas, propaangas, butaangas, gasolie of biodiesel, die voldoen aan NEN-EN 14.214, met een individueel nominaal vermogen van meer dan 20 kilowatt; +3°. een andere brandstof dan aardgas, propaangas of butaangas dan wel in een combinatie van deze brandstoffen wordt gestookt in een zuigermotor ten behoeve van een warmtepompinstallatie, onderscheidenlijk een installatie voor warmtekrachtkoppeling; 4°. een zuigermotor als bedoeld onder 3° of een ketelinstallatie als bedoeld onder 2° wordt gebruikt voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of van technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxiden, stikstofoxiden of stof; -5°. een warmtekrachtinstallatie danwel warmtepompinstallatie als bedoeld onder 3° wordt gebruikt met een groter gezamenlijk nominaal elektrisch vermogen dan 10 MW; -6°. een ketelinstallatie als bedoeld onder 2° wordt gebruikt met een groter thermisch vermogen dan 7500 kW per toestel; -7°. activiteiten of handelingen plaatsvinden, als bedoeld in categorie 21, bijlage I, behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; -8°. in een specifieke daartoe ingerichte ruimte behandeling voor derden van bloembollen of knollen met gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt; -9°. nitraathoudende kunstmeststoffen worden bewaard anders dan die van type C als bedoeld in CPR 1; -10°. bewaring van meer dan 10 000 kg gevaarlijke stoffen in emballage plaatsvindt; -11°. windenergie in elektrische energie wordt omgezet met één of meer windturbines, tenzij: +5°. een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd vermogen van 15 MW of meer; +6°. activiteiten of handelingen plaatsvinden, als bedoeld in categorie 21, bijlage I, behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; +7°. in een specifieke daartoe ingerichte ruimte behandeling voor derden van bloembollen of knollen met gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt; +8°. kunstmeststoffen worden opgeslagen behorende tot groep 3 of groep 4 als bedoeld in PGS 7 of meer dan 50 ton kunstmeststoffen behorende tot groep 2 wordt opgeslagen als bedoeld in PGS 7; +9°. verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde kunstmeststoffen, worden opgeslagen in een opslagvoorziening met een opslagcapaciteit van meer dan 10.000 kilogram; +10°. windenergie in elektrische energie wordt omgezet met één of meer windturbines, tenzij: aa. windturbines elk afzonderlijk een vaste verbinding hebben met de bodem of waterbodem in de vorm van een mast, bb. windturbines zijn voorzien van een horizontale draaias van de rotor, cc. de afstand tussen een afzonderlijke windturbine en de dichtstbijzijnde woning of andere geluidgevoelige bestemming, ten minste viermaal de ashoogte bedraagt, en dd. de windturbine of het samenstel van windturbines een gezamenlijk elektrisch vermogen heeft, kleiner dan 15 MW; -12°. opslag van vloeibare gevaarlijke stoffen, vloeibare gevaarlijke afvalstoffen of brandbare vloeistoffen in tanks plaatsvindt, tenzij sprake is van: +11°. vloeibare gevaarlijke stoffen, vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie in tanks worden opgeslagen, tenzij sprake is van: -a. opslag in een of meer ondergrondse tanks, waarop het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van toepassing is, -b. opslag van brandbare vloeistoffen in een of meer bovengrondse tanks, -c. opslag van petroleum in een of meer bovengrondse tanks met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 15.000 liter, of -d. opslag van vloeibare kunstmeststoffen in bovengrondse tanks; -13°. op het bewaren van butaan of propaan, anders dan in spuitbussen of gasflessen, het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer niet van toepassing is; -14°. meer dan 1000 kg bestrijdingsmiddelen aanwezig is; -15°. aflevering van brandstoffen ten behoeve van tractiedoeleinden plaatsvindt aan motorvoertuigen van derden; -16°. per transportmiddel meer dan één wisselreservoir met een waterinhoud van ten hoogste 150 liter aanwezig is; -17°. verven van bloemen en siergewassen plaatsvindt; -18°. vee bedrijfsmatig wordt gehouden; -19°. koel- en vriesinstallaties of warmtepompen aanwezig zijn met een capaciteit of een totale capaciteit van meer dan 200 kg ammoniak of van meer dan 100 kg propaan, butaan of mengsels van propaan en butaan; -20°. het glastuinbouwbedrijf is opgericht: +a. opslaan van vloeibare brandstoffen, biodiesel of afgewerkte olie in ondergrondse tanks met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 150 kubieke meter, +b. opslaan van diesel, huisbrandolie, gasolie, lichte stookolie, biodiesel of afgewerkte olie in bovengrondse tanks in de buitenlucht met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 150 kubieke meter, +c. opslaan van diesel, huisbrandolie, gasolie, lichte stookolie, biodiesel of afgewerkte olie in bovengrondse tanks inpandig met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 15 kubieke meter, +d. opslaan van vloeibare kunstmeststoffen in bovengrondse tanks; +e. opslaan van petroleum in een of meer bovengrondse tanks met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 1,5 kubieke meter; +12°. gassen of gasmengsels in tanks worden opgeslagen, tenzij sprake is van activiteiten waarop het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van toepassing is; +13°. aflevering van brandstoffen ten behoeve van tractiedoeleinden plaatsvindt aan motorvoertuigen van derden; +14°. per transportmiddel meer dan één wisselreservoir met een waterinhoud van ten hoogste 150 liter aanwezig is; +15°. bloemen en planten worden geverfd; +16°. vee bedrijfsmatig wordt gehouden; +17°. koel- en vriesinstallaties of warmtepompen aanwezig zijn met een inhoud per installatie van meer dan 1500 kg ammoniak of van meer dan 100 kg propaan, butaan of mengels van propaan en butaan; +18°. het Besluit externe veiligheid inrichtingen op van toepassing is; +19°. de oprichting van heeft plaatsgevonden: -aa. na 30 april 1996 en is gelegen op een afstand van minder dan 50 meter van een object categorie I, dan wel op een afstand van minder dan 25 meter van een object categorie II of -bb. voor 1 mei 1996 en, met inbegrip van eventuele uitbreidingen na dat tijdstip, is gelegen op een afstand van minder dan 25 meter van een object categorie I, dan wel op een afstand van minder dan 10 meter van een object categorie II, voor de bepaling van afstanden wordt gemeten vanaf het onderdeel van het glastuinbouwbedrijf dat het dichtst bij het genoemde object is gelegen, waarbij een waterbassin, een watersilo, een warmwateropslagtank en het open erf niet als een zodanig onderdeel worden beschouwd; +aa. na 30 april 1996 en het glastuinbouwbedrijf is gelegen op een afstand van minder dan 50 meter van een object categorie I, dan wel op een afstand van minder dan 25 meter van een object categorie II, of +bb. voor 1 mei 1996 en het glastuinbouwbedrijf, met inbegrip van eventuele uitbreidingen na dat tijdstip, is gelegen op een afstand van minder dan 25 meter van een object categorie I, dan wel op een afstand van minder dan 10 meter van een object categorie II, of het glastuinbouwbedrijf, met inbegrip van eventuele uitbreidingen na dat tijdstip, na 1 oktober 2009 komt te liggen op een afstand van minder dan 50 meter van enig object categorie I dan wel tot minder dan 25 meter van enig object categorie II, + +waarbij geldt dat voor de bepaling van de afstanden wordt gemeten vanaf het onderdeel van het glastuinbouwbedrijf dat het dichtst bij het genoemde object is gelegen, waarbij een waterbassin, een watersilo, een warmwateropslagtank en het open erf niet als een zodanig onderdeel worden beschouwd; c. glastuinbouwbedrijf type B: glastuinbouwbedrijf, niet zijnde glastuinbouwbedrijf type A; d. glastuinbouwactiviteiten: het bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig was onder een permanente opstand van glas of van kunststof telen van gewassen, met uitzondering van eetbare paddestoelen of witlof; e. lozen type I: het ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten of activiteiten die daar direct mee verband houden, lozen op: @@ -159,7 +152,11 @@ f. lozen type II: het lozen ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten of daarmee **3.** De voorschriften, opgenomen in bijlage 2, zijn niet van toepassing op drukapparatuur, samenstellen en druksystemen waarop het Warenwetbesluit drukapparatuur van toepassing is, voorzover de voorschriften betrekking hebben op het ontwerp, de vervaardiging, de overeenstemmingsbeoordeling, de ingebruikneming en het gebruik bedoeld in dat besluit. -**3.** De voorschriften opgenomen in bijlage 1, voor zover zij betrekking hebben op meststoffen, gelden niet indien geen emissie van meststoffen naar bodem, lucht of oppervlaktewater plaatsvindt. +**4.** De voorschriften opgenomen in bijlage 1, voor zover zij betrekking hebben op meststoffen, gelden niet indien geen emissie van meststoffen naar bodem, lucht of oppervlaktewater plaatsvindt. + +**5.** De verbruiksdoelstellingen genoemd in bijlage 1, lijst 1, onderdelen C en D, gelden niet voor substraatteelt. + +**6.** Vanaf 1 januari 2011 gelden de voorschriften 3.1.1, onderdelen b en c, 3.1.2, onderdelen b en c, en 3.1.3, onderdelen b en c, van bijlage 1 niet voor substraatteelt. ### Artikel 5 @@ -173,20 +170,20 @@ f. lozen type II: het lozen ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten of daarmee **1.** -Het Wm-bevoegd gezag kan nadere eisen stellen met betrekking tot: +Het Wm-bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot: a. de in bijlage 2 opgenomen voorschriften ten aanzien van geluid, afvalstoffen, afvalwater, waterbesparing, assimilatiebelichting, bestrijdingsmiddelen, bodembescherming, lucht, opslag vloeibare kooldioxide, opslag vaste mest en gebruikt substraatmateriaal en het composteren en de opslag van afgedragen gewas, voor zover dat in hoofdstuk 4 van die bijlage is aangegeven, of b. de aanwezigheid van brandbestrijdingsmiddelen, de veiligheid van toestellen en installaties voor gas of elektriciteit, de veiligheid van de opslag van stoffen, het verbruik van grondstoffen, de gevolgen van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting en de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken waarop paragraaf 1.9 van bijlage 2 betrekking heeft, indien dat bijzonder is aangewezen in het belang van de bescherming van het milieu. -**2.** Het Wvo-bevoegd gezag kan nadere eisen stellen met betrekking tot de in bijlage 3 opgenomen voorschriften ten aanzien van het volume van lozen, buffervoorzieningen, voorzieningen voor de gespreide afvoer van afvalwater, voorzieningen voor de individuele behandeling van afvalwater, controlevoorzieningen, samenstelling en hergebruik van afvalwater, toediening van meststoffen alsmede metingen en analyses, voor zover dat in die bijlage is aangegeven. +**2.** Het Wvo-bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot de in bijlage 3 opgenomen voorschriften ten aanzien van het volume van lozen, buffervoorzieningen, voorzieningen voor de gespreide afvoer van afvalwater, voorzieningen voor de individuele behandeling van afvalwater, controlevoorzieningen, samenstelling en hergebruik van afvalwater, toediening van meststoffen alsmede metingen en analyses, voor zover dat in die bijlage is aangegeven. -**3.** De nadere eisen gelden voor een ieder die het glastuinbouwbedrijf type B drijft. Deze draagt er zorg voor dat de nadere eisen worden nageleefd. +**3.** De maatwerkvoorschriften gelden voor een ieder die het glastuinbouwbedrijf type B drijft. Deze draagt er zorg voor dat de maatwerkvoorschriften worden nageleefd. -**4.** De nadere eisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden gewijzigd of ingetrokken, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. +**4.** De maatwerkvoorschriften, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden gewijzigd of ingetrokken, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. -**5.** De nadere eisen, bedoeld in het tweede lid, kunnen worden gewijzigd of ingetrokken, indien het belang van de bescherming van het oppervlaktewater en de doelmatige werking van de betrokken zuiveringstechnische werken zich daartegen niet verzetten. +**5.** De maatwerkvoorschriften, bedoeld in het tweede lid, kunnen worden gewijzigd of ingetrokken, indien het belang van de bescherming van het oppervlaktewater en de doelmatige werking van de betrokken zuiveringstechnische werken zich daartegen niet verzetten. -**6.** Van de beschikking waarbij een nadere eis wordt gesteld krachtens dit besluit, wordt kennisgegeven in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. +**6.** Van de beschikking waarbij een maatwerkvoorschrift wordt gesteld krachtens dit besluit, wordt kennisgegeven in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. ### Artikel 7 @@ -212,15 +209,20 @@ h. vervallen. Bij de melding worden voorts gevoegd a. een rapport van een onderzoek naar de nulsituatie van de bodem, gericht op het in beeld brengen van de toestand van de bodem voor het tijdstip waarop het glastuinbouwbedrijf of de verandering daarvan in werking is gebracht, dan wel de verandering van de verwerking is verwezenlijkt. Het onderzoek naar de nulsituatie richt zich uitsluitend op de stoffen die door de werkzaamheden ter plaatse een bedreiging voor de bodemkwaliteit vormen, en op de plaatsen waar bodembedreigende handelingen plaatsvinden dan wel zullen plaatsvinden; -b. een rapportage van een vooronderzoek. Het vooronderzoek richt zich op de gehele inrichting. +b. een rapportage van een vooronderzoek. Het vooronderzoek richt zich op de gehele inrichting; +c. indien assimilatiebelichting wordt toegepast: de verlichtingssterkte, uitgedrukt in lux, alsmede het type lamp, het aantal Watt per vierkante meter en het totale vermogen van de geïnstalleerde lampen in Watt. **5.** Indien bij de melding geen rapport van een onderzoek naar de nulsituatie van de bodem is gevoegd, kan het bevoegd gezag besluiten dat een zodanig onderzoek niet is vereist, indien aannemelijk is dat de kans op toekomstige bodemverontreiniging afwezig is. -**6.** De in het derde en vierde lid vermelde gegevens behoeven niet te worden verstrekt, indien degene die het glastuinbouwbedrijf type B drijft, deze gegevens reeds aan het Wm-bevoegd gezag heeft verschaft en het Wm-bevoegd gezag over die gegevens beschikt. +**6.** Indien aannemelijk is dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau of het piekniveau veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten hoger zal zijn dan de waarden, bedoeld in voorschrift 1.1.1, 1.1.2, 1.1.3 of 4.1.1 van bijlage 2, kan het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst van de melding besluiten dat een rapport van een onderzoek naar de akoestische situatie moet worden overgelegd. -**7.** Degene die de melding doet, geeft in voorkomend geval bij de melding aan welke gegevens hij reeds aan het Wm-bevoegd gezag heeft verschaft. +**7.** Het onderzoek richt zich met gebruikmaking van geluidmetingen of geluidberekeningen op de bestaande en te verwachten geluidniveaus en op maatregelen en voorzieningen die ertoe kunnen leiden dat de geluidniveaus de waarden bedoeld in voorschrift 1.1.1, 1.1.2, 1.1.3 of 4.1.1 van bijlage 2 niet zullen overschrijden. -**8.** Bij de melding overeenkomstig artikel 5, tweede lid, worden aan het Wm-bevoegd gezag gegevens verstrekt waaruit blijkt dat met de toe te passen andere middelen een ten minste gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt. +**8.** De in het derde en vierde lid vermelde gegevens behoeven niet te worden verstrekt, indien degene die het glastuinbouwbedrijf type B drijft, deze gegevens reeds aan het Wm-bevoegd gezag heeft verschaft en het Wm-bevoegd gezag over die gegevens beschikt. + +**9.** Degene die de melding doet, geeft in voorkomend geval bij de melding aan welke gegevens hij reeds aan het Wm-bevoegd gezag heeft verschaft. + +**10.** Bij de melding overeenkomstig artikel 5, tweede lid, worden aan het Wm-bevoegd gezag gegevens verstrekt waaruit blijkt dat met de toe te passen andere middelen een ten minste gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt. ### Artikel 8 @@ -256,10 +258,12 @@ De meldingen bedoeld in de artikelen 7 en 8 worden gedaan op een formulier waarv ### Artikel 10 -**1.** De voorschriften opgenomen in bijlage 1 gelden voor een ieder die een glastuinbouwbedrijf type A drijft of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt, waarop het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer in verband met artikel 1, onder a, onder 11°, van dat besluit, niet van toepassing is. Artikel 5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. +**1.** De voorschriften opgenomen in bijlage 1 gelden voor een ieder die een glastuinbouwbedrijf type A drijft of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt, waarop het Besluit landbouw milieubeheer in verband met artikel 3, eerste lid, onder i, van dat besluit, niet van toepassing is. Artikel 5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. **2.** De voorschriften, opgenomen in bijlage 3, gelden voor een ieder die loost type II vanuit een bedrijf als bedoeld in het eerste lid. De artikelen 5, eerste en derde lid, 6, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 8 zijn van overeenkomstige toepassing. +**3.** Artikel 4, vierde, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + ### Paragraaf 4:. Voorschriften voor lozen type II, anders dan vanuit een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt met een permanente opstand van glas of kunststof van meer dan 2500 m ### Artikel 11 @@ -322,6 +326,14 @@ Voor zover de gegevens nog niet eerder in het kader van de Wm-vergunning behoefd **3.** Indien op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt lozen type II reeds plaatsvond en voor dat lozen onmiddellijk voor dat tijdstip een melding was gedaan krachtens het Lozingenbesluit Wvo glastuinbouw, legt degene die loost type II, ten hoogste twaalf weken na het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, de gegevens, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdelen f en h, over aan het Wvo-bevoegd gezag. Artikel 8, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 17a + +**1.** Met voorzieningen, toestellen en installaties genoemd in dit besluit of de bijlagen worden gelijkgesteld voorzieningen, toestellen en installaties die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel gebracht in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. + +**2.** Met een verklaring, keuring of erkenning als bedoeld in dit besluit of de bijlagen wordt gelijkgesteld een verklaring van goedkeuring, afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke verklaring is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dan ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd. + +**3.** Met de beroepseisen ter zake van controle, beoordeling, inspectie, onderhoud of afstelling als bedoeld in dit besluitof de bijlagen worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. + ### Artikel 18 Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk. @@ -349,7 +361,7 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit glastuinbouw. ## Bijlage 1. behorende bij het Besluit glastuinbouw -**De berekening van het jaarlijks ten hoogste toegestane verbruik van energie, meststoffen, onderscheidenlijk van werkzame stof (gewasbeschermingsmiddelen), en meet-, registratie- en rapportagevoorschriften** +**De berekening van het jaarlijks ten hoogste toegestane verbruik van energie onderscheidenlijk meststoffen, en meet-, registratie- en rapportagevoorschriften** **LIJST 1, onderdeel B:** @@ -357,8 +369,6 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit glastuinbouw. **LIJST 1, onderdeel D: ** -**LIJST 1, onderdeel E: ** - ## Bijlage 2. behorende bij het Besluit glastuinbouw ## Bijlage 3. behorende bij het Besluit glastuinbouw