2012-08-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
6578de23a0
commit
5ad2f0ac4b
1 changed files with 26 additions and 7 deletions
|
|
@ -42,7 +42,7 @@ k. leerweg: een leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid;
|
|||
l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder a;
|
||||
m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder b;
|
||||
n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid;
|
||||
o. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge artikel 7.2.4, tweede lid, heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd;
|
||||
o. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge artikel 7.2.4, tweede lid, heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, alsmede op een opleiding educatie;
|
||||
p. vervallen;
|
||||
q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder;
|
||||
r. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar;
|
||||
|
|
@ -633,10 +633,12 @@ l. indien van toepassing de reden van het uitstromen.
|
|||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
|
||||
|
||||
**7.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer.
|
||||
**7.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer. Onder dit contact wordt mede begrepen de uitwisseling van leergegevens en direct met het leren samenhangende begeleidingsgegevens. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens, bedoeld in de vorige volzin, gespecificeerd. Het bevoegd gezag bewaart in de administratie van de instelling een verklaring van instemming van de deelnemer met de uitwisseling van de gegevens.
|
||||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
**9.** De in het zevende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.6b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede en zesde lid, op in het basisregister onderwijs, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onze Minister kan de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
|
||||
|
|
@ -802,10 +804,14 @@ o. indien van toepassing de reden van het uitstromen.
|
|||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
|
||||
|
||||
**9.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer.
|
||||
**9.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer. Onder dit contact wordt mede begrepen de uitwisseling van leergegevens en direct met het leren samenhangende begeleidingsgegevens. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens, bedoeld in de vorige volzin, gespecificeerd. Het bevoegd gezag bewaart in de administratie van de instelling een verklaring van instemming van de deelnemer met de uitwisseling van de gegevens.
|
||||
|
||||
**10.** Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
**11.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer in contacten met een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra in het kader van de ondersteuning die deze school biedt op grond van artikel 8a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 2.2.5, tweede lid.
|
||||
|
||||
**12.** De in het negende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.5b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, op in het basisregister onderwijs, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd artikel 2.5.5c, tweede lid, kan Onze Minister de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
|
||||
|
|
@ -1474,6 +1480,23 @@ Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, lange
|
|||
|
||||
### Titel 2. Ontneming recht op examinering educatie
|
||||
|
||||
### Artikel 6a.2.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, ontnemen, indien
|
||||
|
||||
a. de kwaliteit van de examens van die opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest, of
|
||||
b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de examens.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de ontneming van het recht, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. Het besluit tot ontneming van het recht op examinering wordt openbaar gemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering, onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. Artikel 6.1.5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na het besluit tot ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht op examinering opnieuw verkrijgen. Artikel 1.4a.1 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Het onderwijs
|
||||
|
||||
### Titel 1. Het onderwijs
|
||||
|
|
@ -2719,10 +2742,6 @@ Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet
|
|||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.4
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue