From 5b0d22bfb6ffcd84ed4ee913df815eb7b5f06593 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Oct 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-10-01 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand --- wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md | 14 +++----------- 1 file changed, 3 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md index 1e9fb95c9c8..b2103bf9b3a 100644 --- a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md +++ b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md @@ -500,10 +500,6 @@ b. benutten van de mogelijkheid om te beschikken over de waarde van een lijfrent **4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de toetsing aan en de toepassing van de voorwaarden in het tweede lid, onderdeel b. -**5.** Onder een beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening als bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan de mogelijkheid tot het doen van een verzoek om een voorschot als bedoeld in artikel 22 van de Algemene Ouderdomswet. - -**6.** Dit lid en het vijfde lid vervallen met ingang van 1 oktober 2016. - ### Artikel 16 **1.** Aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, kan het college, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van deze paragraaf, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken. @@ -859,15 +855,11 @@ b. de daarover door de belanghebbende verschuldigde premies volksverzekeringen d c. ten laste van de belanghebbende komende verplichte bijdragen ingevolge een pensioenregeling en daarmee vergelijkbare regelingen; d. andere ten laste van de belanghebbende komende verplichte inhoudingen. -**4.** Onder het redelijkerwijs kunnen beschikken over vermogens- en inkomensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan de mogelijkheid om een voorschot te vragen op het ouderdomspensioen op grond van artikel 22, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet. +**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het in aanmerking nemen van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen. -**5.** Dit lid en het vierde lid vervallen, onder vernummering van het zesde, zevende en achtste lid tot vierde, vijfde en zesde lid, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. +**5.** Het tweede lid, onderdelen c, j, k, n en r, zijn niet van toepassing op de persoon die jonger is dan 27 jaar. -**6.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het in aanmerking nemen van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen. - -**7.** Het tweede lid, onderdelen c, j, k, n en r, zijn niet van toepassing op de persoon die jonger is dan 27 jaar. - -**8.** +**6.** Onder het redelijkerwijs kunnen beschikken over vermogens- en inkomensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan het op verzoek van het college: