2005-12-02 | BWBR0007119 | Wet waardering onroerende zaken
This commit is contained in:
parent
772e0a46b7
commit
5b2a5e7820
1 changed files with 2 additions and 2 deletions
|
|
@ -183,7 +183,7 @@ b. de sedert de stichting van de zaak opgetreden technische en functionele verou
|
|||
|
||||
**2.** De waardepeildatum ligt twee jaren voor het begin van het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ingevolge welke bij de waardebepaling buiten aanmerking wordt gelaten de waarde van onroerende zaken of onderdelen daarvan, indien die waarde geen onderdeel uitmaakt van de grondslag van de door de afnemers geheven belastingen als bedoeld in artikel 1, tweede lid.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ingevolge welke bij de waardebepaling buiten aanmerking wordt gelaten de waarde van onroerende zaken of onderdelen daarvan, indien die waarde geen onderdeel uitmaakt van de grondslag van de door de afnemers geheven belastingen als bedoeld in artikel 1, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -363,7 +363,7 @@ b. de bij die beschikking vastgestelde waarde wordt verminderd, geschiedt de bek
|
|||
|
||||
**5.** De bevoegdheden en verplichtingen die ingevolge de Algemene wet inzake rijksbelastingen gelden met betrekking tot de inspecteur, gelden daarbij voor het college van burgemeester en wethouders en de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar. De verplichtingen die krachtens artikel 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gelden jegens iedere door Onze Minister aangewezen andere ambtenaar van de rijksbelastingdienst, gelden daarbij jegens door het college van burgemeester en wethouders aangewezen personen. Voor zover dit redelijkerwijs van belang kan worden geacht voor de uitvoering van de wet, gelden vorenbedoelde bevoegdheden en verplichtingen ook buiten de gemeente.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de overeenkomstige toepassing van artikel 25a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen treedt de raad in de plaats van de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de Tweede Kamer. Voor de overeenkomstige toepassing van artikel 28a van die wet treedt het college van burgemeester en wethouders in de plaats van Onze Minister.
|
||||
**6.** Voor de overeenkomstige toepassing van artikel 25a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen treedt de raad in de plaats van de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de Tweede Kamer. Voor de overeenkomstige toepassing van artikel 28, eerste lid, van die wet treedt het college van burgemeester en wethouders in de plaats van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**7.** De colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten kunnen bepalen dat een daartoe aangewezen ambtenaar van één van die gemeenten voor de uitvoering van een of meer bepalingen van de wet wordt aangewezen als de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar van die gemeenten.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue