2021-07-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

This commit is contained in:
Coornhert 2021-07-01 12:00:00 +00:00
parent 47ef471598
commit 5b354b4bf1

View file

@ -1070,33 +1070,51 @@ De IND neemt een beslissing op basis van gegevens van andere overheden.
De IND beschouwt een uittreksel uit het handelsregister als bewijsmiddel:
• van inschrijving in het handelsregister van de rechtspersoon/ onderneming van de referent die om erkenning verzoekt; en
• van inschrijving in het handelsregister van de rechtspersoon/onderneming van de referent die om erkenning verzoekt; en
• dat sprake is van een faillissement of surseance van betaling ten aanzien van de referent die om erkenning verzoekt.
Als de referent, die om erkenning verzoekt, niet inschrijvingsplichtig is in het handelsregister op grond van de Handelsregisterwet 2007 dan wel, in geval van een au-pairbureau, ingeschreven staat in het handelsregister van een andere lidstaat van de EU of EER, beschouwt de IND de betreffende uitspraak van de rechtbank als bewijsmiddel dat sprake is van het in surseance van betaling of faillissement verkeren van de referent.
De IND beschouwt een uitspraak van de rechtbank als bewijsmiddel van het in surseance van betaling zijn of het in faillissement verkeren van een referent die om erkenning verzoekt in de volgende twee gevallen:
De IND beschouwt een uittreksel uit het handelsregister waaruit dat blijkt als bewijsmiddel dat de referent een culturele doelstelling nastreeft.
• de referent die om erkenning verzoekt is niet inschrijvingsplichtig in het handelsregister op grond van de Handelsregisterwet 2007;
• een au-pairbureau dat ingeschreven staat in een andere lidstaat van de EU of EER.
De IND beschouwt een door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid goedgekeurd uitwisselingsprogramma als bewijsmiddel dat de referent een goedgekeurd uitwisselingsprogramma uitvoert.
De IND verlangt de volgende aanvullende bewijsmiddelen in het geval een organisatie optreedt als referent voor uitwisselingsjongeren die in Nederland vrijwilligerswerk willen verrichten in het kader van het European Solidarity Corps:
Als een uitzendbureau om erkenning als referent verzoekt, beschouwt de IND een bewijs van inschrijving in het Register normering arbeid als aanvullend bewijsmiddel dat de betrouwbaarheid van de referent voldoende is gewaarborgd.
• een uittreksel uit het handelsregister waaruit blijkt dat de referent een culturele doelstelling nastreeft.
• een goedkeuring van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voor het uitvoeren van een uitwisselingsprogramma.
Als een startende vestiging van een bedrijf dat onderdeel uitmaakt van een buitenlands bedrijf verzoekt om erkenning als referent, beschouwt de IND een verklaring van bekendheid van (een onderdeel van) de Netherlands Foreign Investment Agency (hierna: NFIA) als bewijsmiddel dat de continuïteit en solvabiliteit van de referent voldoende is gewaarborgd.
De IND verlangt van een uitzendbureau en andere ondernemingen die zich bezighouden met arbeidsbemiddeling of het beschikbaar stellen van arbeidskrachten aanvullend het volgende bewijsmiddel:
Als een onderneming zich bezighoudt met arbeidsbemiddeling of het beschikbaar stellen van arbeidskrachten en om erkenning als referent verzoekt, beschouwt de IND een bewijs van inschrijving in het Register normering arbeid als aanvullend bewijsmiddel dat de betrouwbaarheid van de referent voldoende is gewaarborgd.
• een bewijs van inschrijving in het Register normering arbeid.
Op grond van artikel 2a Vw, juncto artikel 1.15 en 3.31, tweede lid, Vb, juncto artikel 1.10 VV beschouwt de IND een uittreksel uit het handelsregister als bewijsmiddel dat de referent rechtspersoonlijkheid heeft.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt dat de erkend referent een onderneming is met ten hoogste 50 medewerkers, ofwel een onderneming van een concern met ten hoogste 50 medewerkers, als bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onder b, VV:
Zelfstandige onderdelen van een kerkgenootschap die deel uitmaken van een koepelorganisatie met rechtspersoonlijkheid en erkenning als referent aanvragen moeten bescheiden overleggen waaruit blijkt dat zij onderdeel vormen van een koepelorganisatie.
• een geanonimiseerde uitdraai van de verzamelloonstaat die op het moment van het beoordelen van de aanvraag niet ouder is dan 3 maanden.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de continuïteit en solvabiliteit voldoende zijn gewaarborgd:
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de waarborging van de continuïteit en solvabiliteit van een startende vestiging van een buitenlands bedrijf:
• een verklaring van bekendheid van (een onderdeel van) de Netherlands Foreign Investment Agency (hierna: NFIA).
De IND beschouwt als bewijs voor rechtspersoonlijkheid van een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie:
• een uittreksel uit het handelsregister overeenkomstig artikel 2a Vw, juncto artikel 1.15 en 3.31, tweede lid, Vb, juncto artikel 1.10 VV.
De IND beschouwt bij zelfstandige onderdelen van een kerkgenootschap die deel uitmaken van een koepelorganisatie met rechtspersoonlijkheid als bewijsmiddel:
• bescheiden waaruit blijkt dat zij onderdeel vormen van deze koepelorganisatie.
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de waarborging van de continuïteit en solvabiliteit van een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie:
• een verklaring over het betalingsgedrag door de Belastingdienst; en
• een door een accountant goedgekeurde jaarrekening van het afgesloten boekjaar; of
• een rapport van bevindingen van een accountant over de continuïteit en solvabiliteit van de organisatie; of
• een bankverklaring.
De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (zie paragraaf B1/2.3 Vc) voor de beoordeling van de continuïteit en solvabiliteit van een startende onderneming of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.13, tweede lid, VV een ondernemingsplan, aangevuld met bijvoorbeeld:
De IND verlangt als bewijsmiddel van de continuïteit en solvabiliteit van een startende onderneming of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.13, tweede lid, VV:
• een ondernemingsplan.
Dit ondernemingsplan kan aangevuld worden met bijvoorbeeld de volgende bewijsmiddelen waaruit de continuïteit en solvabiliteit blijkt:
• kopieën van onderzoeken, artikelen, verklaringen van branchedeskundigen, waaruit bijzonderheden en/of meerwaarde van product en/of dienst blijken;
• bewijsstukken zoals kopieën van marktonderzoeken, opdrachtovereenkomsten, ontvangen orders en volledige (omvang in tijdsduur en bedrag) intentieverklaringen, CVs, referenties, diplomas;
@ -1104,12 +1122,12 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijks
• (prognoses van) exploitatieoverzichten. Die moeten sporen met de marktpotentie (met name marktanalyse). In het geval van realisaties zijn ter ondersteuning van de jaarrekening onderbouwingen nodig in de vorm van BTW-aangiftes en BTW-beschikkingen;
• liquiditeitsprognoses. Die moeten overeenkomen met de prognoses van de exploitatieoverzichten.
Als op grond van artikel 1.13, tweede lid, onderdeel a, VV geen ondernemingsplan is vereist overlegt de aanvrager een verklaring van betalingsgedrag, als bedoeld in hetzelfde artikel.
Op grond van artikel 1.13, tweede lid, onderdelen b, c, d en onderdeel e, VV is geen ondernemingsplan vereist. De aanvrager overlegt in dat geval de in de betreffende onderdelen genoemde bewijsmiddelen (indien van toepassing) en aanvullende bewijsmiddelen als bijvoorbeeld akten en/of statuten.
De IND verlangt geen ondernemingsplan in de uitzonderingssituaties zoals genoemd in artikel 1.13, tweede lid onderdelen a t/m e VV. De IND beschouwt in die gevallen als bewijsmiddel van de continuïteit en de solvabiliteit de documenten zoals opgesomd in de verschillende onderdelen van het tweede lid van dit artikel.
Als er twijfel bestaat of de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming voldoende is gewaarborgd, beschouwt de IND het in artikel 1.13, vierde lid, VV gestelde als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Voor de inhoudelijke beoordeling van continuïteit en solvabiliteit van de onderneming wordt verwezen naar paragraaf B1/2.3 Vc.
#### 8.3. Bewijsmiddelen aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier
##### 8.3.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties
@ -1604,11 +1622,9 @@ De IND wijst de aanvraag van een vreemdeling die in het kader van de internation
Per 1 januari 2019 heeft Nederland met Hongkong een MoU betreffende een WHP afgesloten. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij het Nederlandse Consulaat-Generaal in Hongkong.
Het WHP met Zuid-Korea is gecontinueerd per 1 oktober 2018 voor de duur van in beginsel 2 jaar.
Het WHP met Zuid-Korea is, na een twee jaar durende pilot, per 1 oktober 2018 gecontinueerd. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. De IND stelt als voorwaarde voor het in behandeling nemen van de aanvraag dat deze vergezeld gaat van een geldig bewijs van pré-registratie voor deelname aan het WHP, welke is voorzien van een volgnummer, en is verstrekt door de Nederlandse ambassade in Seoel. De uitwisselingsjongere moet binnen 90 dagen na afgifte van de pré-registratie bij de IND in Nederland een aanvraag om een WHP-verblijfsvergunning hebben ingediend.
Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. De IND stelt als voorwaarde voor het in behandeling nemen van de aanvraag dat deze vergezeld gaat van een geldig bewijs van pré-registratie voor deelname aan het WHP, welke is voorzien van een volgnummer, en is verstrekt door de Nederlandse ambassade in Seoel. De uitwisselingsjongere moet binnen 90 dagen na afgifte van de pré-registratie bij de IND in Nederland een aanvraag om een WHP-verblijfsvergunning hebben ingediend.
Per 1 juli 2017 heeft Nederland met Argentinië een MoU betreffende een WHP afgesloten voor een periode van in beginsel 2 jaar. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij de Nederlandse ambassade in Buenos Aires.
Per 1 juli 2017 heeft Nederland met Argentinië een MoU betreffende een WHP afgesloten. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij de Nederlandse ambassade in Buenos Aires.
Per 1 april 2020 heeft Nederland met Japan een Note Verbale uitgewisseld betreffende een WHP. Jaarlijks wordt een maximum van 200 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. De IND stelt als voorwaarde voor het in behandeling nemen van de aanvraag dat deze vergezeld gaat van een geldig bewijs van pré-registratie voor deelname aan het WHP, welke is voorzien van een volgnummer, en is verstrekt door de Nederlandse ambassade in Tokyo. De uitwisselingsjongere moet binnen 90 dagen na afgifte van de pré-registratie bij de IND in Nederland een aanvraag om een WHP-verblijfsvergunning hebben ingediend.
@ -2409,9 +2425,9 @@ In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder c, Vb beschouwt de IND het afro
• voor een academisch jaar is aangegaan; en
• vanwege de zomerperiode korter dan 12 maanden, maar minimaal 10 maanden heeft geduurd.
In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder e, Vb en artikel 3.23 VV geldt, in het geval de onderwijsinstelling niet is opgenomen in de top 200 van de algemene lijsten, genoemd in artikel 3.23 VV, maar wel is opgenomen in de top 200 van (één van) de ranglijsten per vakgebied, bedoeld in artikel 3.23 VV, het volgende:
In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder e, Vb en artikel 3.23 VV geldt het volgende.
• de vreemdeling moet zijn afgestudeerd of gepromoveerd in het vakgebied waarmee de onderwijsinstelling in de top 200 staat, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
In het geval de onderwijsinstelling niet is opgenomen in de top 200 van ten minste twee van de algemene lijsten, genoemd in artikel 3.23 VV, maar wel is opgenomen in de top 200 van de ranglijsten per faculteit en vakgebied, dient de vreemdeling te zijn afgestudeerd of gepromoveerd in het vakgebied waarmee de onderwijsinstelling in de top 200 van de ranglijst per faculteit en vakgebied staat om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder e, Vb en artikel 3.23 VV geldt dat de onderwijsinstelling op de datum van afstuderen of promoveren in de top 200 van de ranglijsten als bedoeld in art. 3.23 VV staat.
@ -3018,16 +3034,17 @@ In aanvulling op het voorgaande wordt verwezen naar de artikelen 3.84, 3.89b, 3,
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven als *familie- of gezinslid* van een in Nederland verblijvende *referent.*
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven als *familie- of gezinslid* van een in Nederland verblijvende *referent*.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.13 tot en met 3.22a, 3.23, 3.23b, 3.24a, 3.26, 3.27 en 3.28 Vb.
Ten aanzien van de volgende categorieën familie- of gezinsleden zijn de toelatingsvoorwaarden opgenomen in respectievelijk de hoofdstukken B10 en B12:
Ten aanzien van de volgende categorieën familie- of gezinsleden zijn de toelatingsvoorwaarden opgenomen in respectievelijk de hoofdstukken B10, B12 en B13:
• familie- of gezinsleden van onderdanen van Zwitserland of van een lidstaat van de EU/EER;
• familie- of gezinsleden van onderdanen van Turkije op grond van Besluit 1/80;
• familie- of gezinsleden van een ex-geprivilegieerde; en
• familie- of gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning regulier voor (on)bepaalde tijd die in een andere EU-lidstaat de status hebben verkregen van EG-langdurig ingezetene.
• familie- of gezinsleden van een ex-geprivilegieerde;
• familie- of gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning regulier voor (on)bepaalde tijd die in een andere EU-lidstaat de status hebben verkregen van EG-langdurig ingezetene; en
• familie- of gezinsleden van onderdanen van het VK die een verblijfsvergunning hebben op grond van het Brexit terugtrekkingsakkoord.
### 2. Algemene beleidsregels
@ -5821,6 +5838,8 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning als aan de in artikel 3.31b Vb opgenomen
#### 2.4. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten
De pilot huisvesting Akense niet-EU studenten is per 1 april 2021 geëindigd. Nieuwe verblijfsaanvragen op grond van de pilot worden daarom afgewezen. Voor verlengingsaanvragen blijven de onderstaande voorwaarden van overeenkomstige toepassing.
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb jo artikel 3.16a VV aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
• De aanvraag om een verblijfsvergunning is door het voorportaal (de gemeente Kerkrade) namens de vreemdeling conform het convenant pilot huisvesting Akense niet-EU studenten ingediend;